(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Der zee-vaert lof : handelende vande gedenckwaerdighste zee-vaerden... in VI boecken beschreven"



3} 






'V 







\ 



J*S 



%. * 



\ 



E. HERCKMANS 



ZEEVAERT 




• r: 



L O F S 

VI BOEGKEN 



o 



• ,' I 



< 



B E G R I I P E N 

Het I. Boeck vanden begin (der Zeevaerden) tot op Af- 
toxerxes koninck der Meden. 

1 1. Boeck van Alexander de Groote tot op Iulius Caefar* 

I II.Boeck van Keyfer Auguftustot op Conftantinus de 
achfte, Keyfer tot Conftantinopolis, met het ver- 
lies der felve ftad teghen den Turckfchen Keyièr 
Mahomet de tweede. 

I V.Boeck van de ontdeckinghen der beyde (ooft ende 
weit) Indien,tot op 't Iaer i j88*endigcnde met de 
machtighe Spaeniche Vlote. 

V. Boeck van de eerfte vaerden der Hollanderen na de 
Ooft-Indien , endighende met de tegenwoordige 
oorloghen derfelve in de Weft-Indien. 

VI.Boeck,de huydendaeghfche Zeevaerden,befluyten* 
de met de'Scbipvaef den van Rhijn enMafe. 




DER* 



ZEE-VAERT LOF 



Haistdelekde Y ^ 



c 



\cnc 



>k3&rd£/ 






% 



ica 



f^m^HL&fb met ie (La&ra^füdfW&nAL ojj ai o 



tuier * WSm 



hen leriQüimuumf&J^ 



9 



a&r crtLWtl crus 



''kerOfcereuL. 



r (Tl 

Zederthaere b cgin£c len tot op 
dagh van huyden. 

INVIBOECKEN 



o o, 



Befctireveii_* 






IL 



y^ml m I 



L'< 



^ 



WfiM 



jǤ 



iiF 



S4#l 



' 



? 






^P 



- 



XSï _w 



;Vjg|f>^ 



-"**<% 



^^tVÜT 



Totttm/lerda m iïj/Jacofp teter/?Jimckte r op dm Dam jfó* 



~v ' I i <J> \C J » 



AEN DE 

Hoogh - Achtbare , Wijfe ende feer 

voorfienighe Heeren, 

MIIN HEEREN DE 

B VRGER MEE STÈREN 

*Der Wijtberoemde I(pop-Jlad 

AMSTERDAM. 




Y u fb lancTick op, ghy öbefchreven Vaderen, 
Van uytdees woeftezee; (ghy Meefters van de 

plecht, 
Die f t roer houd inde hand van 'tburgherlijcke 
recht 
In dees beroemde Stad) en eygen u dees bladeren : 

U , die de aflen bent , daer op Neptuyn fen raderen 
Rond-om den aerd-kloot 1 wiert, en aen u kranflè vlecht 
Het lawer , dat wel eer van ooft en weft ghehecht 

Was aen de Taeghfche kroon , met Ty phis heldigh' aderen. 

Hier voeght mijn Sang-vrou by, tot aller zeevaert lof, 
Mijn eerfte tijdeloos, ghepluckt in Delos hof, 
Die niemand anders voeght dan uw hoogh-achtbaer waerde. 

bies geef ick fè u, diewijl ghy aller fchepen fchip 
Van Holland, waert voor ftrand, enonheyls barninghklip: 
Op dat ghy 't zeevaerts lof tot zeevaerts lot bewaerde. 

Vp)tr E.E.mdtrdanige 

E.Herckmans. 



W 3 




AEN DE 

Machtighe in Zeevaert bloeyende 

Koop-ftad 

AMSTERDAM. 



A dat ick (ö Godin! ó Dochter van Neptuyn? 
In f t filtigh Criftallijn ) 't cieraet der Zeevaert 

Steden 
(Als in een fpieghel) fagh , en lettende op de 

fchreden 



Van op en ondergangh , aen c t glanfigh fonnen fchuyn : 



Bevand ick geen.op wiens vergode kroonen kruyn 
Ick Ze evaerts lawer beft en waerder mocht hefteden 
Dan u, die daghlijcx van twee Goden aengebeden 

Word, op dijn zeegbaer throon in Hollandfch Leewen tuyn, 

Daerom ontflae dy doch een weynich dijner forghe : 
Dat bidde ick,want die ift^die dy doch alle morghen 
Op dijnenlegher weckt* fiet hier een rijpe ftof, 

Om dijn ghefronfte forgh tot finghen te bekoren ; 
Dees vlecht ick aen dijn krans.op datfe niet verfore 
Wijl Ty en Amftel beyd bevocht dijn Zeevaerts lof. 



E.Hergkmans, 





Voor-reden tot den Lefer. 

| P dat ick (óLefer , wieghy fout mogen zijn) op 
den inganck ende voorfte bladeren van defen 
mijnen boeck,dy begroete met een vertoogh,na 
de maniere van verfcheyden boeck-fchrijvers, 
daer onder ick nu onghetwijfelt mede fal ghere- 
kend worden,fo ftaet een weynigh ftil, want met 
langh morghen-ipraeck te houden, weet ickdatghy nietghe- 
dient zijt, ende al hadde ick oock in 't gheheel ghefweghen,mi£ 
fchien of ghy oock, na ( t gunt dat ick leggen wil , al ghevraeght 
fout hebben 5 want ick wil u antwoorden op het gunt dat ick 
gifïè dat ghy miflchien vraghen mocht,te weten/wat ick fèggen 
wil met het lof der Zeevaert? en of dit fal wefen het lof van 't va- 
ren,feylen,laveren,roeyen en trecken,voor de wind, in de wind, 
half-wind, met moy-weer, greeps-tows , ftercke koelt, ftorm en 
onweer, voor volle feylen, marfleylen in,eenhuyckend feyl,oft 
fonder feyl?dan of dat het is het lof van den moeyelijcken ar- 
bey t der Zeevarende Matrofen,van ftueren, pranghen, loopen, 
rennen , klimmen , klauteren , teeren , (meeren, hijfïen, winden, 
ftnjcken,anckeren,maren,feyl minderen en by maken? daer on- 
der begrepen,het Schip en toetuygh, van feyl, maft , fpriet , rae, 
ftengh,mars,ftagh,tow,kabel,hoofttow,ghy-tow,bras,boe-lijn, 
val, fchooten, bafaen, fock,blind,marfIèyl,bonet,wand,blocks, 
takels,fmijt,weevelingh,fcheer-lijn,ièrvingh,raband en duyfent 
dinghen meer,het welck u die ter zee onbevaren zijt,een onaen- 
ghename fangh foude wefen : Daer op ick antwoorde , het en is 
aat niet , maer het zijn der Zeevaert loffelijcke daden , van ont- 
deckinghen , veroveringen ende door neeringh verheerlijckin- 
ghen,van landen en fteden , ja op en onderganghen van Monar- 
chen, Keyferen, Koninghen en machtighen der wereld , die my 
(doorlefènde verfcheydene oude ende nieuwe boecken) zijn 
voorghekomen,vanden begin tot op den dagh van heden. Ick 

fegge 






VOOR- REDEN 

fêgge van fbodanïge als my voorgekomen zijn,want ick my gê- 
noeghlaem verfekerd houde, dat ick alhier ontallijcke der Zee- 
vaert loffelijcke verrichtingen, uy tgelaten ende in c t onderfoec- 
ken der felve van die foo gefchreven zijn, gemift en voorby ge- 
llagen hebbe ; ick getwijge hoe veel treffelijcke gefchiedenif len 
van c t felve ftof,datter door de nijdigheydt des tijdts geen fchrij- 
vers vergunt, ende alfo onder de duyfterniflèn der Eewen, voor 
ons en onfe Tijd-genooten is wech-gefchoolen, foo dat wy met 
recht moghen uy troepen ende fegghen, met een feker Poet van 
onfen tijdt: 

Cj heen hand foo wel ter pen>gbeen herbenen foo l^oech^ 
Cjheen tonghfoo rijcl^yan tael>dat alle fal verbalende. 

Dit is gefeydt ten aenfien van den overvloed der ftoffen,want al 
en hadden wy niet meer dan de loffelijcke Zeevaerden,Scheeps 
ftrijden ende zeeghbare veroveringen der fèlver van onfèntijt, 
om deflèlfs lof te linghen , ick weet voorfeker dat ghy fout uy t- 
roepen ende fegghen met den Macedonifchen wereld winner 
(ghelijck hy op eenen tijdt den wereld wijfen Callifthenes, hoo- 
rende een vertogh tot lof der Macedoniers uytfpreken)begroe- 
ten met devaerfenvandenGrieckfchejnSpelen-DichterEripi- 
des ontleent; 

€< Tvalt licht Joö vloeyende tefprekgn uyt den lof 
T>er fakenjie yanfelfs ^ijn yloejende yanflof 

Als willende daer mede te kennen geven,dat de Macedoniers in 
hare groote daden,der fteeds winnende veld-flagen,ende altoos 
voorwaerts gaende oorloghen, waer aende veroveringhedes 
gheheelen Lands van Afien (door fijn vlijtigheyt) als een fatale 
fchakel geveft was (daer in ly alfdoen in haer hooghfte bloeyf 
iel waren) door levendighe handelingen foo wijt haren lof uyt- 
breyden,alfmen den Echo haerder wapenen hoorden klincken: 
dit felve fal u miflehien £ de ervarenthey t der huydenfdaeghfche 
Zee vaerts heerelijcke daden (die fo ghy daer kenniflè van hebt) 
in vergelijckinge by de Afiatifche veroveringen van Alexander 
ghefteld (wiens daden van in de vijftigh Hiftorifchrijvers be- 
iehreven zijn) ghy niettemin bekennen fult, dat de loffelijcke 

over- 



TOT DEN LESER. 

overwinninghen te water onfes tijds (die van Alexander verre 
overtreffen) teghens dit mijn werck mede doen feggen. Wel aen 
fèght ghy dat ? Ick fal my des oock niet fchamen , ende my met 
fbo veel lawers voor mijn Zeevaerts-lof genoegen laten , als de 
minfte van de twee-en-vijftigh gefchicht-fchrijvers, voor de op- 
teyekeninge der daden Alexandri,genoten heeft. 

rJuen twijfel ick oock niet,ofeenige nawfiftende oordeelaers 
fullen (het opfchrift van delen mijnen boeck (dat ick getiteleert 
hebbe der Zee vaert-lof )tegëden inhout defïèlfs overwegende) 
bevinden.dat ick in ftede vanzeevaerdente befchrijven, op ver- 
fcheyden plaetfèn fo diep landwaerd in geraeck,daermen nawe- 
Üjcks van zeevaert reppen hoort, ickghefwijge datter yets tot 
defïèlfs lof foude mogen gefongë werdé , befonder in het derde 
Boeck , dat meer een rijm-ghefchicht-boeck der Roomfche, 
Grieckfche en Duy tfche Keyfèren mochte genaemt (dan dat 
het der zeevaert lof foude toe-geeygent) worden. De waerom 
is defè : Alfo ick in 't befchrijven menighte van Grieckfche, 
Roomfche ende Duy tfche Autheuren hebbe moeten deürbla- 
den , om de eertijds zeevaerden (die dus anders geen wagen- 
fpoor ofte voetftappen hebben ftaen laten , dan inde gefchicht- 
boecken) na te fpooren,onï door mijne vaerfen te vernie wen, 
dat ick my gehouden hebbe (om groote dingen te befchrijven) 
aen de grootfte Heerfchappijen der wereld , gemerekt datby 
defelve de rechte ftoffe om yet loffelijcx te cuchten voor den 
Poëten bereydet wort, daer henen wy (die omhetlawer van 
Delos dingen) van den Venulijnfchen wegh-wijfer gefonden 
worden, als hy fèyd : 

%esgejlte, T^egumque/Ducumque & tri/Ha bella> 
Quofcribi poffent numero >monflrabit Homerus. 

Dat is: 

Van Konincklijck bedrijf,van wreede krijghs gefchichten^ 
En Vorften dapperheyd , leert ons Homerus dichten. 

Gelijck hy fijn Tijd-genooten tot de dier tijds meeft beroemde 
gefchiedenifïèn wift te wijfen , om hare ftoffe te leenen, hebben 
wy om defcn wegh te volgen , onfe oogen geworpen op de uy t- 

(b) ftekenfte 



VOOR-REDEN 

ftekenfte Kroonen , die zedert van eew tot ee w ons een veel 
heerlijcker gherecht (dan de DorifehePrincen door Home- 
roden Latijnen naghelaten) bereyd hebben. Soo bevinden 
wy , dat dick wijls uy t het fterven ofte omkomen des eenen, 
des anderen be weghende oorfaken tot ruftinghe te water 
ontftaen zijn,ende des eenen land-krijgh tot des anderen zee 
ende Scheeps-krijgh bedeghen is , te meer oock diewijl het 
natrachten ende gnedurich lagen leggen der Kroonen janc- 
kers, om elck anders Heerfchappijen te onderkruypen, dick 
ende menighmael tot groote Scheeps-ftrijden uytghevallen 
is,foo heefts het my niet ongheraedfaem ghedocht de Caefar- 
lijcke regeringhen , foo veel my in dit kort begrijp doenlijck 
was (op dat den goetwillighen Lefer het verftand te beter 
vatten mocht) ordentlijck na malcanderen te volghen,dat an- 
ders oock wel met recht een ongeftuyme zee der Heerfchap- 
pije mach ghenaemt werden , daer in dat deurgaens den ee- 
nen Keyfer den anderen (ghelijck de eene golfde ander ver- 
vollight ende wech-duwt) uyt den ftoelder Heerfchappije 
wech-fchopt ,die oock fomtijds van c t ghe weid der baren be- 
roert,ghelijck oock de Casfarlijckehoogheyt by vlagen over- 
al van c t ghe weid der Kroon-begheerighe en heerfch-fuchti- 
ghe koppen is beroert en beftreden ge weeft; ende houde der- 
halven hier in niet meerder miflagh begaen te hebben , als Ho- 
merus in lijn Iliadas (dat zijn Troyenfche handelinghen) die 
nochtans oock Hellifponticas , dat zijn Grieckfche ende defc 
felfs aenpalende Zee-handelinghen , begrijpen : ofte als Maro 
in fijn /Eneidos die oock Priamides,ick laet ftaen Iliadas en Ita- 
licas verhandelen. Daer mede dit dan ghe-effent zijnde , falder 
moghelijck oock noch wat te fegghen vallen , te weten, op de 
onghelijckheydt der ftemmen van Melpomen en Thalia , in 
defe mijne ghefanghen inghevoert , dat is de deftigheydt met 
kluchten doorfpeckt : Want twee Paerden van onghelijcken 
aert (feyd de wijfe Plato) voeghen niet wel in eenjock,foo 




kroonde Mijters, met de heerlijckheydt der ghela werierde At- 
las Vorften,in een maniere van fpreken,op den naem 't viflcher 
boot , en Adelaers fchip harer beyde handelinghen , na den ftijl 

der 



TOT DEN LESER. 

der ghemeene Zeevarende voorvallinghen voorghefteld $ hier 
iflèt tijd om mijn deur te redden , ofte die ghene die haer vry he- 
den om een beneficium verkoopen, fouden my op 't lijf vallen. 
Ghy dan, ö Lefèr, die verftandich zijt, ick en weet niet,of ghy al 
wackerder en vlijtiger wefèn fout in 't overlefen van mijne vaer- 
fen , (die niet dan uy t Casfarlijcke , ftaet - begheerighe , Oorlo- 
ghende ende niet min ftemmighe ftofFe ghefmeed zijnde) dan 
eertijds de Atheenfche Rechters waren , die in 't aenhooren 
van dien deftighen Cier-redenaer Demofthenes , ende dat over 
;heen gheringhe (maereen) faeck die halfen koften foude, in 
laep vielen,meerder geneughte namen in de fabel van een Ezels 
fchaduwe, dan 't gunt daer fy om ghefeten waren j derhalven oft 
ghe viel dat u dierghelijcken drulorigheyd bevanghen mocht 
(want den appetijt der menfchen is menigherhande) foohebbe 
ick de vermalkelijckheyd nefFens de deftigheyd , op voordeel 
hier en daer in ftede van Ezels fchaduwen inghevoeght,omme 
u uyt den flaep te houden. Daer opdanghylieden,diemetde 
belligh-fieckte ghequelt zijt,u miflchien dit foudet moghen 
aentrecken, dat ick mlcke ghe wijde ftoffen in Ezels fchaduwen 
herfcheppe ; niemendal , der Dichteren Godt heeft in ouden tij- 
den, de ooren fèlven van fulcken beeft, wel met Phrijghifch 
Kroonen Goud befchadü wen laten , en 't en worde hem daer- 
om oock niet eens qualijck afghenomen,dit hoop ick mede van 
my, fo anders het vaers van den Venufijnfchen Lierman by ons 
yets ghelden mach: 

TiBoribus > atque Toëtis 
Qmdlibet audendifemperfuit <equa potejlas. 

Datis: 

De Schilders ftaet het vry,de Dichters hebben macht, 
Te brenghen aen den dagh wat oy t de kunft bedacht. 

Dit is 't meeft alle,ö waerde Mecasnas,dat ick u te fègghen had- 
de,blade nu om, foo 't u luft en overleeft mijne ghedichten, die, 
indien ick vermercke , datlè u half foo aenghenaem fullen zijn, 
als my den arbey d daer van gheweeft is , die by malcanderen te 

(b) i ftellen, 



VOOR-REDEN TOT DEN LESER. 

ftellen,ghy fult my veroorfaken mijneNafïoyicas met verfchey- 
dene andere wercken te doen vorderen.om u mede deelachtigh 
te maken, doch verfuymt hier-om gheen beter ; want ick hebbe 
daer flechts mijnen fpeel-tijd ende vier-avonden aenbefteet,ghy 
kont (behaeghtet uj in ( t overlefen van ghelijcken doen ; hier 
ïiiede wenfch ick, dat ghy langh welvaren moet. Ghedaenin 
Amfterdamm'tlaeronler verloflinge io^.den 2<5daghOog(t 
maend, 



Door 



E. HERCKMANS. 







I 






« 

I 



IN ARTIS NAVTIC& 

Encomium, 

fcriptum a doófciflimo ac ingeniofifïïmo viro 

ELIA HERCKMANS. 






QVos terras habitare Dii vóluêre ,folumque, 
Et ficca Numen vivere juflit humo, 
Terribiles habitamus aquas; audaxquepropago 
Iapeti,medio degimus Oceano. 
Exprobrare Iovi libet.atque illudere fatis, 

Et formidatasquasrere mortis iter. 
Fluótus habet teroe dominos,adlpergimur undis, 



Noftraque (proh!) fragili pondera Entre natant. 
Inter monftra, feras, & diri pignora Nerêi, 

Et tot vafta tmci corpora quafla mari, 
Tot fcopulos Syrtefque inter, dum fevit Orion, 

Et Notus adverfo turbine bella gerit, 
ladtatur fècurus Homo, & formidinis expers 

Sideribus cingi (e videt & pelago. 
Trabs domus eit,unda hofpitiüiti/erus accola Triton, 

Flabra viam monftrant puppibus^aftra regunt. 
Sic procul £ patria longinquis fiftimur Indis, 

Atque orbes nobis & nova regna patent. 
Hïc pugnare juvat,totifque occurrere caftris, 

Hic modicis bellafc Mars furit in tabulis. 
Hïc Bellona tonat,mergitque & mergitur una, 

Hïc pandas forbèt flamma inopina rates. 
Adfpice tantarum coram foeótacula rerum , 

Natalefque tuos, nauta fe vere, lege. 
Dum grandes HERCKMANS populis narrare labores 

Incipit & puppis fata ftupenda tuae, 
Die mecum: quantaeft humane induftria mentis! 

Quis labor,& mediis vis animofa malis! 
Per fluótus inventa via eft. hoc reftat,ut ipfos 

Tandem aHquis penna tentet adire Deos. 

C. BARL&VS. 

(b)3 



IN 

POEMA NAVTICVM 

Elegantiflimi viri 

ELI£ HERCKMANNI 
ad Le&orem. 

C oeruia tot pelagi,noftris bene nota Batavis, 
Tot pafïim. dubios, quos facit unda, finus, 
Tot vada,tot Syrtes, & tot malacognita nautis 

Exhibet haec oculis charta legenda tuis. 
Non opus,hïc fragili vitam committere ligno, 

Aut tumidas Boreas fuftinuiflè minas; 
Non opus,ut foedi fubeant hic ilia vermes, 

Salfaque,non opus eft,ut levet unda fitim. 
I , licet extremi penetres confinia mundi, 

Hic varium praeftat carminis audtor iter. 
Charta vehet,quocunque voles. Nil charta moratur* 

Velivolas ventum deftituiflè rates. 
O genus ! ó plus quam mortaliapeóiora, vates! 

Öredibile eft ipfos obftupuiflc deOSé 
Quid dicis,Neptune parens ? arcana Poëtam 

Dum regni fpe<Stas hic ecciniflè tui ! 
Cur mihi,cur,inquit,Dij conceflere tridentem? 

Cur data,cur dubij tertia regna maris? 
Dum mare,dum terras,dum tot vada coerula vates 

lam potuit numeris continuiflè fuis. 

Marcvs Zverivs Boxhornivs» 



AenM.H.ELÏAS HERCKMANS, 

OP SIIN 

Lof der Zee-vaert. 

HE r c k m a n s, wiens groote geeft niet langer fich laet bergen, 
Maer fweeft, met Noahs Arck,hoogh boven alle Bergen > 
En fleypet achter aen fo menigh fchip en jacht, 
Als d'oud' of nieuwe eeuw' roem-ruchtigh heeft gedacht i 
Wat luft u mijnen lanck in uwe vloot te hooren ? 
O vrient, ick heb de ftrand',en ghy het diep ghekoren. 
Ghy dreunt, met woorden, die elck wegen een quintaeL 
Ick latet deur-ftaen met ghemeyne putgers tael. 
Ghelijck ghy fpeuren fult uyt defè rammelinghen, 
Die niet en dogen noch te lefen , noch te linghen : 

MONOSYLLABE 



Hoogh en lanck, 
Diep van ganck, 
Breet en fterck 
Was de Arck i 
Daer in clam 
Sem en Ham, 
Met fijn Broer, 
Vaer en Moer, 
En noch dry 
Wijfs daer by. 
Al het vee 
Had daer ftee, 
Hert en Hind', 
Bracken Wind', 
Peert en Os, 
Haes en Vos, 
Beyr enLceu, 
Roeck enSpreeu, 
Los en Das 
Hier oock was. 
Uyl enAep, 
Bock en Schaep, 
Ooy en Ram 
Daer in clam. 
Hen en Haen, 
Specht en Kraen, 
Duyf en Paeu, 
Meerl en Caeu, 
MulchenVinck 
Daer in ginck. 
Raef en Gier 
Vont men hier. 
Craey en Snip 



Sprong in 5 t(chip 4 
ValckenStrüys 
Lach daer t'huys. 
Draeck en Slang 
Men hier dwang. 
Hont en Kat, 
Muys en Rat, 
Quaet en goet, 
Fel en fbet, 
Groot en kleyn, 
Vuyl en reyn ; 
Al watvloogh 
In het droogh, 
Al wat kroop, 
Of fijn loop 
Had op 't landt 
•Quam ter handt. 
Wat men niet 
In en liet 
Menfch en Beeft 
Gaf den gheeft 
In den grondt, 
Om de fond', 
Die het al 
Bracht ten val. 
Paer en paer 
Steeghdaernaer 
Weer van boort, 
Na Gods woort, 
Die liet af 
Van fijn ftraf. 
Hem, dè Heer, 
Zydeeer. 



En danck voor fijn ghena , die 't alles houdt in 't leven, 

En tot fo fchoonen werek u, Herckmans, heeft ghedreven, 

Jjtdebat- Lngdmi'Bat. 

IACOBÜS REVIUS, 



Op de zeegbare Zeevaert 

VAN 

Ê L I A S HERCKMANS. 

HOe woeldmen dus op ftraet aen d' Amftels rijke baren ? 
Wat blaeu gefchubde fchaer, als of het Tritons waren, 
Verfchijnd ons ? wat geluy t galmt over t Y en ftroom? 
Wat horen blaeft te hoop ? wat krielter buytens boom? 
Wie voerd ons in de Zee, de waegfchael van ons' leven? 
Of worden wy alleen door HERCKMANS geeft gedreven 
' Langs 't onbebaende pad? en zeylend' op 't papier 
Sien t oud en nie we Eewjac al de wereld fchier ? 
Weet dit fijn Sangeres fbo aerdigh te verhalen 
In Neder-duy tfche fpraeck,dat geenderhande talen 
Soo foet yet fouden doen ? puf Franfman, puf Tofcaen, 
Ia Grieck, en felfs Latijn. Wie kan hier neffens gaén ? 
Vly fles koeft wei-eer de fingende Sirenen 
Arg-liftigh wederftaen,en ftreefde door haer henen: 
Noy t Iprong hy over boord door 't lieffelijk gequeel, 
Noyt raeckt' hy aen een klip. Wat dunckt u,wast niet veel ? 
Sijn Vloot bleef ongefchend,daer and're Schepen likten^ 
Daer meenig duy fend ziel het licht en leven lieten, 
Ontquamtde fchrandre Vorft,en hadde geengeneucht 
In defe föete doot,noch't in de wreede vreucht 
Soo nu Vlyflès was,en HERCRMAN vill' aen 't fingen 
Wat meenje? foud' hy niet fijn mafte-ftrickontfpringen? 
Wat meenje? dat Matroos geftopt fou blijven ftaen? 
Neen: alleman fou na den Duytfchen Siren gaen. 

P. SCRIVERIVS. 



SVFFRIDI SIXT1NÏ 

Wijlen Mauritzen deswijfèn Landgraven tot 
Heffen, Raats Eer-liedt, 

Op der Zeevaert-Lof inHemel-taal en onverganckelijck 
Rijm gheftelt, door den gheeft-rijcken Poet 

ELIAS HERCKMANS. 

BY de eerft verbolghen Pijn, 's meyrs overmoet te tuchten, 
Stont 's Hemels hooghe pracht, 
Het flibber-groen gheflacht 
Van Nereus,en de macht 
Des afgronds op de wacht 
En in t wee-banich duchten. ^ 

Nu föumen d'uy tkomft fien van 't wij vel-lot ten leften 
Dat al de zee verfloot * g 

Voor man/voor hulck,voor boot, 
Soo langh 't paer klippen vloot, 
Maer eens vermeeftert, boot 
De zee voorts elck ten beften. 

Daer lach dat driffe flot bevrucht rtiet hallef-goden 
Die 't grijfelijck ontfach 
Van 's Nood-lots ftraf ghe wagh, 
Met 's baar en doots verdragh, 
Die elck voor ooghen fagh 
Nu t' eynden anneboden. 

- 

Van Pallas 't levend gout haars helms en 't pluym ghetuyer 
Of 't fpitfe van haer fpeer 
In 't water heynd en veer 
Van 't Schip (peelden dan weer 
Een dartele kreuck of keer 
Van d' ochtent ver we fluy er. 

Want fy was ftiffter van al 't werck : haar jonft ghenadigh 
Had uy t het hey ligh lee 
* Haars Vaders 't hout ter ftee 
Ghefleypt,en fellef ree 
De kiel ghekromt ter zee 
Tot dit beftaen roemdadigh. 

5 ie) De 



I 



De Goddelijcke Thrax fijn luyt verfocht te voren 
Aen afgront,bergh en bos, 
Aen Luypert,Lee w en Los, 
Aen buffelJBul en Os, 
Aen Wolf en lofe Vos, 
En 't krachtigh rijm liet hooren, 

g In hoop het noot-lot én die klippen te belefèiï, 

Te gheven luiten maat f 

Aen Ridder en Soudaat, 

Te brenghen in bezaat 

Haar wmèligh ghelaat 

Door 't doots bevaarlijck vrefètt. 
f. 

Maar noch 't wijf-fegghend hout of t tovermachtigh finghen a 
Behaalden daar gheen eer, 
r AFtSchip en helden heer 
't Hingh al an Tiphijs leer, 
Om met bekende keer 

En kleen Verlies t'ontfpringhen. 

Maar had maar Orpheus fpul,of t klaphout van Minerve 
Vw Dicht gheneven aan, 
Het noot-lot waer verrasb, 
De klippen ftil gheftaan , 
En 't Schip vry deurghegaan 
Van fcnaden en bederve. 

V w Dicht, ö Herckmans, dat op Pindus hooght geklommen, 
De gheeftén foo bekoort, 
Dat wie het maar en hoort, 
I In ziel-verruckingh voort, 

Als voor een Godlijck woort, 
Blijft ftil ftaan en verftommen. 

Dies leeft u lof,en mach voor ftervens noot niet forghen, 
Maar tocht d' afgunft te fpijt 
Te breken door de rijt, 
Die d' eewichey t bezijt, 
Voor ons gheficht bevrijt, 
Hout in haar fchootverborghen, 

Op 



Op het Zeevaerts - Lof van den 

Nederdüytfchèn Poet 

E. HERCKMANS. 

DE Mantuaenfche pen,befchreef met foete woorden 
Geftelt in deftig rijm,den opganck van de ftad: 
Die 't hoofd des werelts was: daer aldef rijcken fchat 
In woonden en verdween,in bloeyden en verfborden. 

De Paduaenfche luft den Livium bekoorden, 
't Verleen te fchrijven en het Boéck te dichten, dit 
In tienmael vijftien ftucks in Roomfche taal bevat, 

Hoe Romen rees om hoogh , hoe 't in fijn krachten {moorden. 

Ghy Herdkmans fchrijft en finght des Zeevaerts waerde léi, 
Wanneer,door wien en waer,die haer beginfel krege 
En hoefe zedert is in alle land bedegen. ** 

Ia hoe de Spaenfche roem fmoord onder 't Hollands fto£ 
Düs twee verdienen deer die 's werelts hoofd vercierden. 
Verdient ghy dan niet meer,wiens pen Neptuy n laurierden? 

Vervolgh op 't fèlfde. 

VOorts fchrijve ick op de vraagh , of ghy niet meer 
verdient? 
Salt yder doen verftaen,met vaft bewijs be wijlen , 
Datniemantuwenaemghenoegfal konnen prijfèn. 
Hout fonder loos gevlay ,dat ick u fchrijf mijn vriend. 

Die d' oud' en nie we tijd in konftig rijm aen diend, 
Die dat begraven had vergeeting,doet verrijfèn; 
Ghefongen Zeevaerts-lof kan fekerlijck bewijfen 

Dat glori al haer macht aen diens doen heeft beliend. 

Wt Bibels wille grond leerd ghy fcheeps Timmery, 
Hoe weynich voor 't ghe weid der fond-vloed waren vry 3 
Wat Grieckèn wint ter zee,wat Romen doet met Schepen, 
Wie kielen over land uy t zee in zee deedfleepen ; 
Niet door een fabel Boeck,als Maro heeft ghedaeft, 
Oft Livius voor heen ; Hoe fou diens naem vergaen? 

(c) t C. LOV» 



"A 



A E N 

E. HERCKMANS, 

O P SIIN 

ZEEVAÊRTS-LOF. 

GEwan oyt pen den lawerier , 
Om datfe 't fuy ver wit papier 
Bemorflchen kon met fulcke lett'ren, 
Die wefende te faem gheboeyt 
In Griecklchen band s en wat ghefchoeyt 
Of/ Hollands leeft,voor herflen wett 'ren 
Haer voor doen. Heeft Apolloos wicht 
Voor 't uy theems doncker foo veel licht 
Veroverd ? Watten (al die pen niet 
Omvanghen,die met eyghen ftof 
Op eyghen bowd. Een Hemels lof 
Haer eewig krans : het aerdlch en ken niet. 
Hoe aerdigh vloeyd en weerom ebt 
Wt fchacht op reen foo wel gelhebt 
Het wonder van den grooten werckman. 
Hoe heft de fon hier 't filte fop 
En parft uyt 't fout een foeten drop. 
Hoe groeyfaem regent op ons Herckman. 

s. v. SWOL. 



FoL ' 



DER 



ZEE-VAERT LOR 

Eerfte Boeck. 





E L op A mijn logge ziel , die f t fwangere * vernuft * Aenprickeüngbe des 
Met de aerts bekommeringh in 't finnen choor %££££&! 

Verduft : af te trecken. 

Wijl f t harte bloet begaeft (door opgetrockë aef- ^ T J ern j ft ofte her(h ' 
Dijn fuy ver beckeneel,met oordeels-rijcke tyaeifem. (fem) &." Trfpro^keli^kê 
Daerom mij n c ziele,rijz',dy pord een fchrand're gheeft, beweginghen der ziele, 
Diens baerfucht, ftedes is 't varmaek der deuchd'ghe weeft. doordie . nfedo ^ &»> 

X/f U •• r « ti- -i b r i nuwen de animale gee- 

Maer gny mijn iang-Goddin,wilt mijn gemoet ontfoncken: ften (die tot het geheele 
Toont, dat my uwe gunft, mildadigh zy ghefchoncken : lichaem behooren) be- 
Op dat mijn laffe ziel,haers herten flawe dorft 
Mach laven, met de melck, uyt dijn gheleerde borft. 
Ontgrendel tongh en lipp',op dat mijn fangh gedichten 
Neptunes rawgefind' vcrmakelijcke ftichten. 

, c De ziele is eencn 

Goddelijcken onfïchtbaren ende onfterffelijcken geeft,die over alle de partyen des lichaems verdeylt is,nochtans 
is ly geheel in haer (elven ende in elck gedeelte in 't befonder, hebbende verfcheydene eygenfchnppen in de ghe- 
deelten des mentenen, als van ghedachten,van inbeelden,van verftaen,van oordeelen &c. Ende is derhalven de 
zie e het voornaemfte ende edelfte gedeelte in den rrienfche, want wy ons door haer niet alleenigh en verroeren 
en levenjmaer oock door haer wy alles willen en verftaen: want fy in 'fmenfchen lichaem hare wooningh heeft, 
om d'overhant te hebben van 'smenfchen leven te regeren,de leden hare cracht te gheven ^nde alle gedeelten des 
Iichaeras tot hare werckinghcn bequaem te maken. 

A Op 



reyden , dewelcke het 
voornaemfte wercktuyg 
zijn tot decrachtender 
zielen , 'twelcke oock 
zijn de crachtender re- 
denen. 






DER ZEE-VAERT LOF, 

i Opdatbey&ftran- Op datde^ Dochters, van den grooten Occan, 
dS^T tT$£ M « fingens weerklanck,door Permefll vloeden gaen. ( 

OceanSjOnder den naem 

van Nymphen , by den y< Aer toe /£ g rooten Al , die ia dijn ftercke handen 

Poéte gehibuleert wor- JL/ _ , v ° n j i i- i i i 

den) met de bffanghen De vyer ge geniters draegnt,die om ons henen branden: 
haerder neeringhe (te Daer in ghy 't aertichepleyn , en 't criitallijne veld, 
deTvltl. woir" Gelijck èen kloot vervat, in 't midden hebt gefteld. 
e Beyde menfchen ende En laet tot dyner eer (beyd' menfchelijcke e zielen 
vee hebbé zielen, wek- £ n ooc k van < t domme vee) daer in en over krielen* 

ke beeftehjcke a leen is . 111 1 • 1 11 

een ghevoelende ende En breydelt dytot eer,der winden groot geweld, 
wadende doch onrede- Op dat ons kielen fwaer beploegen 't pekel-veld) 
&T£5£Z Verleen my W eer en wind , laet my dijn woeftemeyren 
ende in alles volmaeckte Bezeylen met mij n pen j beichrij ven dy ter eeren. 

ziele. 



c 



TI7 Aer falick (wonderwerck) ontginnen dijnen lof? 
Singh op mijn San geres, van 'swerelts aenvanck, of 
ƒ God ofte de onwe* Den breken f Eloha, het groot begrij p der aerden, 
derftandeüjcke kracht Wt eenen Chaos, of erdichten klomp vergaerden ? 
Gods - Dan of het was uyt niet? daer de Elementen grof 

g De Philofophen ofte Door 'tongefchapen woord tot eengefchapenftof 
wereltwyfen twifté met Ter teelinge becjuaeir^haer eerft begin afkregen ? 
de Godgeleerde ver de Aendefefchakel, hanght de fchael, om te overwegen: 

lcheppinse, die volgens ••*>.. y r ,-, , S> 

deichriftenderProphe- Oroock den£werelt wijs terecht (en erft krakeel, 
ten bewyfen,dat de Met Gods getuygenis bewetticht. 'twelckfo veel 
SSm$ Verfcheeld.als 'tvyer,datindeonmete!ijckehooghte, 
God de werelt uyt ee- Van 't water kout en vocht,verfcheelt in hit en drooghte. 
nen ongefchicktê hoop, rj oor cjj en < t natuurliick breyn drijft, datter niets, uyt niet 

daer onder de Elemen- . 1 • 1 1 1 1 n * 

ten verborgen iagen)by Kan comen ,hoe veel min, net aldercleynlte yet. 

den Griecken x*'& ge- Schoon dat hy wel erkent, den Schepper alles machtigh: 

£ftb2*3? Noch valt het aertfch vernuft hier aê de teelin g h Uachtigh, 
vedieringenzijn. En oordeelt,waer natuur van Me opper doffen naeckt : 
k By de opperftoffen Het voe d£êl,en het werck der teelingh,bleef geftaeckt. 

werden d' Elementen . r r f .. . ~P • 1 1 

verftaen. Dit heert wat lcnij ns, nochtans me he een weynigh veerden 

* Op dat den Lefer £) en Schepper of* natuur , wie dat van beyden meerder 
mids e de d oude e PoTen In eygenfchap vermagh ? of niet den Schepper eerft 
de fcheppingbe defe Natura fchiep uyt niet , en noch haer aert beheerfcht. 

voorverhaelde twee be- 

ginfèlen , namelijck God en den Chaos toefchryven , daer uyt dan de Philofophen, befonder de Stoicen, oock 
twee eewighen ; te weten, God of 't vernuft en de natuur of de ftoflfè verfiert nebben, ghelijck den Philofooph 
Hermes leert , Trincipmm omnium cjU£ extftunt Deus eïl feu mens , & natura (èu mat er ia. 'Twelck den Poet. 
Ovidius daer hy van de fchepnin?e fpreeckt met dit veers (Hanc Deus & meitor litem natura diremit) op defe 
manier beveftigrit) dat wy met het onderfcheyden God en de natuyre (die by vele voor de cracht Gods ter tee- 
linge ghenomen wert) al onwetende defe oude graven wederom openen, ende ('t Chaoflijcke begin ter eener 
zijde verwerpende) aen d'ander zijde ons fèlven tegenlpreken. So dient dit aengemerckt, dat met dit woorde- 
ken Natuyr,den aert ende ftofTe der teelinge alhier gemeent wort,die wy in 't volgende (gelijck in't voorgaen- 
de geleyt isj beveftigen,haer beginfel uyt het ongelchapen woort,datiSjUytGod, hebben» 

Die met 



EERSTE BOECK, | 

Die met feu rechter hand,den eerften dagh der dagen, 

Een fcheyfel tufTchen 't licht , en 't duyfter heeft geflagen; ^^S 

Daer na het licht , in tween ghedeelt in vy er en locht, p en , ofte vochtigheden 

En uyt het duyfter de aerd' en c t water voortgebrocht. des aerdnjck , veroorfa- 

,m \ r 1 r- '*. 3 i- 1 ■!. L ké inde locht een groo- 

€ T vy er, volgens ten natuyr , klimt datehjck om hooghe* te be we g ingh, waer uyc 
Om 't vochte aerd-rijckdoorde fuyv're locht te drooghen; de winden haren oor- 
Stracks marmert fich de locht,met woleken grof en dick, ^ on ^ ^j™ % 
Een groot *. bewegen volght daer in een ooghenblick, koude locht ghedickt , 
Èn roert de wat'ren om , en doet de baren bruyfen, vergrooft ende tfamen 

,-_, ! 1111 i i r \ r gedruckt worden , ende 

Tot datmen uy t de locht de woleken liet verhuyien, f ot regen drupp len ne- 

In dropp'len na de aerd' , om daer nae c t oogemerek dervallen. 

Des Scheppers, te voldoen naturas wonderwerek. ]endé 

Exters,befpotters vande 

WAerheen mijn Sangh-goddin? hoort 'Pierusdocht'renHemelfche Sangn-go*; 
frhat'rm dinnen. 

lenatren, ; w Ofte die fen leven 

Om dat ghy hooger (dan de alderdiepfte wat'ren fb geringh acht, geüjck 

In baren ftijghen op) met u shedichten fwiert: ?"*"* **? van fin S ht 

r j i J ï ru l/L- mhp Medea; 

bn door u melody 't vernuft ten Hemelitiert. ^«ux &i*^pHt*m*. 

_^ r>11 ■* r . in Jv Ratetamfragili perfidaruptt, 

Or wiltcme 't teer vernuft , met arrebeyt beüomm ren ? r^iw^ffr^^M 
Or wiltp-he 't teer vernuft,met onderloeck bekommeren ? Dubi^r^jfi^^f» 

O ' Potuit tenen Jidereligno 

Om weten, waervan daen,den eerften zy gheteeld, X^SSStéAi 

Die s' aerd-rijeks vruchtbaer bow ter wooninge verveeld ? 

£• . i r-r> _i i . *" „ f ° h Wanneer de onfiene- 

n in in een houten Trogh,het aengename leven lijcke optreckingcndef 

(Als in eenwill'ge doot) dorft zeewaert in begeven. dampen foo hoogh in 

Wat m waegh-hals oyt (o koen,en dapper was gemoed? f en heete ° ntftekê locht 

^. r . o . (4 . A1 P komen te bewegen, dat- 

Die fich op vlotten üecnts,op een gemeene vloet f c boven de reflexie of- 

Te drijven eerft begaf? Ia die op 't fwaert des dodes te lout e des aerdrijeks 

Dorft iwemmen ? niet ontfiend' de roe des toorens Godes, comrey^der locht !di« 
Dat hy in d'eerfte eew tot ftraffingh van de fond', altijt van namyrenkout 

In'tmnfchgelijck geflacht,omteverdrenckenfondt. h ^?^t lledickf 

Iafulcken hooftftoff, dat ontgrendelt dijck en dammen, die voortgaende date- 
Verflint de dorre aerd', verteert en doot de vlammen lJ J ck in de ontfteké hee- 

Van 't al verteere* vy er, verheft fich hemeiwaert, "nESSS^ 

Daer'tftrijdend n donders ftem,en'sblixemsftraelenbaerd; een fchrickeUjcke uyt- 
Diens barfting datmë hoort,diens vlammë men fiet blieken, barft j n g h ontbonden 

TNJAiri r i r i r i • i worden, ende den don- 

D Allcnepper tot len roem , den menlche tot verlchncken. der veroorfaken , fiet 
O wond'reeygenfchap! óheyl'ghe handen werekf hier van chriftopbor. 

Wien was doch d'eerfte , die dijn baren grof en fterek, ^g m S * b * r * ** 

Met riemen wederzijds op vlotten heeft door-reden ? o Neptunes wort ge- 

Met zeylen in 't vierkant op kielen heeft doorfneden ? ^ e r n l^L^t 

Wien,fegick,is't °Neptuyn?die<teerftmael heeft bedacht, daeromhyals eenGodc 
Ennadat hy eenVlootvan Schepen t'famen bracht, der Zee gehoudéwert. 

De Zee daer mee doorfworf, en 'thoogft' gebied beheerden f-^j^ ^^ 

A % Als 



r 

de 



4 DER ZEE-VAERT LOF, 

^ r „> r Als Coningh,dies hem c t volck als Zee-god namaels eerden* 

Dele jMyperfinm * _ _ ° * o 

voickeren gheweeft Of fou 't den f Myfier (aen d'^geyiche waterkant) 
vangroot Myfun in Niet dulden, overmidshy d'eerfte Schuyten vand, 
«Xref cf f el En met Troyanen hulp , van veel verfcheyden houten, 
Scamandms aen de JE- Gaer klutften,die hier mee hen felven eerft verftouten 
gdfche zee . t^Te varenjover'tnawder * HellefbontfcheZee: 

over het Eyland Lei bos , •-*■ • •• i <- n j 

bezuyden het land van Tot in het T hracier njek, voor r Seitusop de ree. 
Troas,ende moet alhier of fal lc k defen roem ƒ Menapij u toe ftellen ; 
lttt?uÊen a dti Die d'aldereerfte * fchuyt van drooge beeften vellen 
endc de Myfiers van Seer conftigh had ghewrocht , en daer mee dorft beftaen 
Euro P?\ ■ i ^ j- Deblancke 'Britfchekufttefchepenafenaen. 

q Dit is de Zee die __ , r . r . .J-. . . . 

tutfebë Aft* en Emopa Tot wonder van u felrs, ghy c t viichen ginght hanteeren, 
de aFfcheydingemaea, Om met de variche zoo u tafel te vereeren. 
ftente^kSriap^B- Schoon dat ick c t eens hervat,en roem d'Arabier * Vorft, 
rut ende Biibimen in c t Die tot d'Eylanden,door * d'Arabier Inwijck,dorft 
wetten Gneckenland , Q p h outte vlotten fich den rooden vloet vertrouwen. 

ahenoemtwierde, daer So fal 7 Sefoftris doch fijn roem veel hooger bouwen, 
van den naem Hellas- Die 't eerfte groote fchip (met Conincklijcke pracht) 

* Ö Trt™« mRo- Lan S s * Delta g root en kle Y n den NiJ 1 heeft deurgebracht: 
manien gehecten,Seftus Soo c t *Danaus niet belet, diens fchip met houtewiecken 
een feer oude Zcc-ftadt £ er fl. uy t dé Ni j l vervloogh,door c tpekelvocht in Griecken. 

in dele Provincie , nu _, i a A i i i i t m 

van den Turcken So- Ten zy, dat b Atlas ooekdan na dewaerom vraeghd 
gtrojfar geheeten. Hy c t blawge ftarde rond,meer met fen (choud'ren fchraeght 
f Menapy waren de D d f daer noc h tans hy met een kloecker oordeel 

volck ren die de kuit r t • «i i r ri 

van vlaend ren en Zee- De lchepen niet alleen vand, maer tot 'smenichen voordeel 
land bewoonden. Het fchipvolck heeft geleert de kennis van c t gedard, 
md. j 6. getuyght. Om weten , waer omtrent , te gillen oock hoe vard 

t De kuft van Enge- Deplaets daer c t is gemunt en daer c t fchip afvaert (cheelen : 
Ian j Er trm Coninck Om'tfdfop'troer , en c t roer deftarren tebeveelen. 

van S;?/><c^ heeft alder- 

eerft met houte vlotten r*\ Orinthus gon ick dat « Galeyen vinder zy 

en fchuyten d'Eylanden V^ . ,° 1 ^ . J . 1 y 

in de roode Zee beva- r Aminocles de eerit,met riemen dry en dry: 
ren. Phn.hb. 7. Tot dat Nefichro-on van Salamine, voerden 

de kfederé iftals door- Galeyen, die weerzijds door Zee vijfriemen roerden : 
gingen , was medeghe- Dier ordre eerftmael den Romeynen heeft geluft 

naemt Sinpu Arabicus. 

y Sefoftm Coninck van JEgypten foude het eerfte groote fchip den Nilus uytghevoert hebben,na c t fchry- 
ven Diodor.ltb. 1 . ^ Deler Deltas zijn dry geweeft, namelijck, groot Delta, kleyn Delta , en het derde 

Delta,ende zijn dry Eylanden leggende inden mont van den Nijl. a Danapu (de fbne van Bclm des Co- 
nincx tALgypti) vluchtende voor fijnen broeder tdlgypttis ofte t/Egyftm , heeft het eerfte rooyfèhip uyt 
iËgypten in Grecien gevoert, Herodot.lib.2. b *AtlM Coninck van Mauritanië» , een voortreflijck 

Mathemathicus zijnde, heeft den Schiplieden eerft de Sterren kennifle geleert, diefhalven de Poëten fingeren, 
dat hy den Hemel op fijne fchouderen draeght. Leeft Attguftintim de Civit. Dei lib. iS. 

c Tot Corimhen worden d'eerfte Galeyen gevonden , fo Ariïioteles getuyght. Ammocks een Corinthilch 
(cheeps Timmerman , vinder der Galeyen met fes riemen ofte roeybancken , om in d'oorloghe teghen die van 
Corcyra te ghebruyeken. Tbucydides lib, 1 , 

Te 



EERSTE BOECK: j 

Te bruycken , tot den krijgh op de Africaenfche kuft,* 

Maer d Syracufèn door Zenagoras be vord'ren, d Soo Tam Liv'm 

Heeft d'eerfte Hechéree (beftaende in fes ord'ren ghetuyghtlib. 7 « 

Van roeyers) uytgemaeckt; daer na Nefègiton 

DeordenderGaleyvanthiengeled'renvon. 

Vergrooter des getals ( van twalef na malkander 

In orden) de eerfte was den grooten Alexander. 

Dien e Ptolomeus Philopater na fèn doot e fuamhm in«t 

Sij ns rijcks een deel befat en de orden heeft vergroot, leven van Demetrim* 

Vanveurnaacht'rentoemet veertigh roeyers-bancken, 

Geborftweertom en om,verfterckt met hout en plancken, 

Bepeckt van boven tot beneden op de kiel, 

Diens hooghte fès mael acht ell'bogen in fich hiel, 

In lanckt twee hondert en noch t'achtentigh cubyten, 

Dier fefendertigh was c t begrijp in breete en wyte; 

Dus doende, wies van eew tot eew,hoe langhs fo meer, 

Deesnutbaer' vvetenfchap, doorondervindinghs leer. 

Die nu dees kielen , tot volkomentheyts behoefte, 

Bereyd met flaeffche dwang een tuchthuys voor 'tgeboefte. 

"VfAerhy, de f vinder felfs van c sAerd-rijcks groot begrip, f GODT ecrfti 

Is rechte vinder oock van <t eerftlaft- voerend' fchip. vinder der fchepen. 
Hem komt de eer alleen, die (doen hem heeft verdroten 
Der werelt boofhey t) by fich felven had 5 befloten 
Te ftrarTen,t'eenemael 'tgheen d'aerd' had' voortgebracht. 
Te drencken in de vloed hetfondelijck geflacht, 
Behalven Lamechs i foon , die tot fen heyl verkoren * Noah Gmfs % 

r . * eau* 

Met vrow en lonen,en foons wijven, was, te voren 
Eer dat des Heeren arm het wrekend fwaert opheft: 
En in fen gramfchap de aerd' om hare boofhey t treftj 
So fpreeckt hy Noah toe,om dat ghy mijne wegen 
Oprecht bewandelt , en eerbiedigh mijnen fegen, 
Met danckbaerheyt ontfanght,en lijdet hoon en fpot 
Van die ghy onderrecht te vruchten dijnen Godt : 
En fy daer boven noch, moetwilligh, Godt vergeten, 
O ntfiende God noch menfch, fich hunder fterót vermeten, 
Verachten dijne leer tot vaderlijcke deucht, 
Mif bruycken in welluftendertelheyt hun jeucht: 
Siet,daeromick terwraeck mijn flrammepeez wil recken, 
En 'saerdrijcks bodem met een watervloed bedecken: 
Op dat het laeghfte ftof der ellementen, ftraf 
Dier fond', die f t Alderhooghft tot ftraffen, oorfaeck gaf. 
Ick wil ontgrend'len 't (lot des afgronds diepe putten, 

A 3 Dat 



& DER ZEE-VAERT LOB, 

Dat hen ónmogh'lijck zy , des waters loop te ftutten,* 
'Kwil met der woleken drangh , verfticken jonck enoud> 
ïa al wat locht en longh by adem onderhoud : 
Maer, fèght hy ,om dat ick rechtvaerdigh dy bevindé, 
Siet ! daerom wilick dy met alle dijn ghefinde 
Behouden,wantickwil (fpreeckt de ongefchapen mond) 
Met u in dit gheval, oprichten een verbondt; 
Want ghy fult u , voor dat dees ftraf haer falghenaken, 
ï Het woordeken Een * Arck, tot u behow,van Dennen hout doen maken, 
'Ank., beteeckent een j^ ie boven over dicht met berders zy gedeckt, 

Kas ofte kilte in onle _ ,. . . , ui 

fprake. En die van binnen en van buyten wel bepeckt, 

Befchrijvingevande \$Tj er kj e l dat inde lancktbeflae dry hondert ellen, 

5er3'f ^ fd " Dier wi J te vijftighfult , en hooghte dertigh tellen, 
FLvij iofephi nb t i. En 't ruym van c t dack af, met dry folders totte kiel 

cap.4. Verdeelen,dier elck-een tien ellen hooghte hiel. 

Die fultge daerna weer met kamers onderlcheyden, 
En boven inde hooght een venfterdoenbereyden, 
Van eender ellen hoogh - } de deur moet zijn gericht 
Ter eender zijden,recht in*: midden van 't ghefticht» 
Hier in fult ghyu met u fbnen,daerbeneven 
V wijf, en uwer (bnen wijven al begheven,- 
Oock wil ick dat met u in de Arcke werd 5 ghebracht 
<T gedierte, elcks een paer, van alderley gheflacht: 
Maer, van den rey nen vee, (al inder Arcken leven, 
Beyd' man en wijf ken, elck van fijngeflachtefeven; 
Van't Tier'gepluymgediert, een yeg'lijck fijner aert; 
Sal yeder feven paer in d' Arcke zij n bewaert; 
Van c t kruypende ghewormt, fb op als onder d'aerde 
Ten minften elcks een paer (al zijnfè kleyn van waerde) 
Herbergen fult in de Arck'5 op dat ghy niet verfmacht 
Van honger, (met al 't geen dat met u de Arck bevracht) 
So fult ghy u voorfien , van alderleye fpijfèj 
En leven volghens fo als ick u onderwijle. 

ANNO M vndi T") O en Noahnu 't bevel des Heerenhadd'verflaen, 
1 6 s 6. Vanght hy des Heeren bow ghehoorfaem dat'lijck aen, 

Hy ordoneert terftond (met hieten en gebieden) 
Te huuren arbeyds volck , met meeftersTimmer-liedenj 
Men valter aennet werck,men howt,met fchaeft,me Hecht, 
Men fleypt,men boort,men kerft, de kiel wert opgerecht, 
Men blaeckt , men buyght, men paft , men ftut, men klopt, 
men drij fter, (men wrij fter 

Men koockt, men warmt de peck, men teert, men fineert, 
De naden dicht mee toe; men voordert en men pord 

De 



EERSTE ËOECL 
De werckluy , dat den bow, in haefte veerdigh word* 



9 



\£ Aer Noah midlerwijl, het Oordeel Gods, verkondighc 
Den volcke,dat fich dier beftraffingh meer ver/ondighr> 
Beipotten defè daed ; befchimpen Noahs werck, 
Belachen Gods bevel, en 't maken van de Arck, 




Hun tongh tot fmaed gewent , fy me t gods-lafter fchenden^ 

En loopen blind'linghs,na den afgrond der ellenden. 

Ia fpuwen uyt hun krop, de fcherp getande fpijt, 

Op ' t laetfte boet-trompet , met lafterlijck verwijt. * 

So dat den wrevel \vaft,en de aerd' al-om vervuld en:(dulden« 

Dat Godt lanckmoedigh c tmifbruyck, langher niet mocht 

Wiens wraack-bafuy ne fteeckt, de ftraf ge wapent komt, 

Van 'tooften, herwaerts op, des donders ftemme bromt 

Met eyfl'elijck gehuyl,den blixemfchiet fijn ftralen, 

En (chroockt het Aerdrij ck, dat de menfchen in de dalen 

En 't diepfte ingewand der Bergen , van de fchrick, 

De zielen fpowen, in een haeftighoogenblick. 

Den Hemel fluyt fich toe , met woleken dick en duy fter, 

Die drobb'len nederwaerts; de Son verlieft haer luyfter, 

Wel veertigh dagen lanck , dies Noah gadeflaet 

'T bevel desHeeren, en terftond in d'Arcke gaet, 

Met alle fij n ghefind'; hem volghen, door 't beftieren 

Des Heeren,yders aert, uyt alderhande Dieren 

By paren 



* DER ZEE-VAERT LOF, 

By paren in de Arck $ 't ghewormte voor en naer 
Volghtnafèn aert, verfeltelck met fijn wed erpaer^ 
'T gevlerckte veder vlees komt door delocht ghedreven* 
Heeft met lèn wederga fïch inde Arck begeven; 
Ia 't alderwreefte, met het alderfbetfte Dier, 
Van 't aldergrootfte tot de alderminfte fier, 
Tot 's lijfs behoudenis, hun na de Arck vervoeghen. 
Daer op,als Noah nu volbracht had' Gods vernoeghen, 
So fluyt hy de Arcke toe,en drijft daer 't Godt belieft. ' 
Den Afgrond t onder desfen raaken open klieft , 
En watergallen braakt , dier aenwasdatlijckgroeyden, 
En de Aerde over-alin haefte overvloeyden. 
De O evers hoogh en ftey 1 (beftreden door 't geweld 
Der wat'ren) gneven't op > het vruchtbaer acker-veld, 
Dat onlanghs noch bezaeyt wiert,komt de Zee bedecken; 
Den onlanghs wrev'len menfch men al verbaeft fiet recken, 
Ten hooghen berghen opj den onlanghs moed'gen trots 
Soeckt nu fèn leven op een barre Steenen-rots; 
Den onlanghs lafteraer , befpotter van Gods tooren, 
Soeckt nu fijn 's lijfs behow op d'alderhooghfte Tooren ; 
D'ondanckb're meerendeels van de Aerde ftijghen op, 
Lijf-berghingh foeckende in der boomen hooghfte top ; 
Maer alles te vergheefs , de /pelende Delphijnen. 
Nufwemmen door 'tgheboomt;het Zee-kalfen Tomijneri 
Hen tuym'len over 't (pits der rotfen heen en weer,- 
Den Snoeck,den Spartelvifch jaeghtlanghs de daken neer 
Van d'alverdroncKë Stêên^den S teur komt adem fcheppen, 
Daer eertijds vlugge wieck noyt kon een veder reppen; 
* Ditplach eertijds De fteeds befniewdekruynvan't * Caucafifch geberght, 
oockhetimaufcheende Noyt meer voor defen met dewatervloetgeterght, 
TL het h ParOP T if f n C Wert nu van 't pekel vocht befpoelt en afgewalfchen : 
maer nu AAUnguer of- So datter niets van al 't geen draey t om 's Hem els affen 
te Nangracot , is een Blijft onbewatert , dan dees Kas, deeseerfte vloot, 
St E ÖK M « alhet «eHgh vleefch , dat God daer in befloot. 

lêheydende 't Rijck des 

grooten Chams ofte qq nam ^ W ater toe, en wies hoe lan ghs fo grover, 

Tartarien van 't buyten <J T . | , t i n i i i i -r • n 

Gangifche indien , nu Liep boven 't hooghitgheberght wel vijftien ellen over: 
jndeftan gheheeten, uyt Dat alles op der Aerd' verdronck,en gant(ch vervormd, 
& ÖÜ^ 1 » 1 vandenmenfchen totop'tveeen'tkleyngewonnt', 
orfpronck. En alle vleefch,dat oy t ien ademfchept op 't drooghe, 

Wert 's levens adem, door der golven drangh ontooghen. 
Het water zijnd' op 't hooghft, en wort niet eer verkleent, 
Voor dat de Maen vijfraael de Son haer glans ontleent : 

Doen 



oor 



EERSTE BOECK» § 

Doen heeft den Heer gedacht aen Noah en den fijnen, 
En laet de vloed van de aerd' allengfkens wat verdwijnen: 
So dat na tijdsverloop op 't graw bekrofen Strand 
Van * Araratsgeberght, de Arcke eerft beland, 
Dier toppen datfe na dry vijrTen twintigh daghen, 
Wtfteken (ald er eerft droogh) boven water fagen^ 
Een Duy ve midlerwijl fond Noah van hem uyt, 
Die dat'lijck weder komt en vind noch loof noch kruyd, 
Nochyetwes drooghs op de aerd' om haren voet te ruften; 
Daerom het Noah weer na feven daghen luften, 
Dat hy een ander Duyf laet vlieghen uyt het dack, 
Die 's avonts wederkomt en brenght een Olijftack 
In haren monde,daer uyt Noah heeft beflooten, 
Dat God nu fijngenaecVopde aerd' hadd' uytgegooten, 
En dat die vloed verliep, de wraack een ende nam: 
Door dien de Leverey des vredes tot hem quam. 
Na feven daghen heeft hy weer een Duyf ghenomen 
En laetle vliegen,maer die'n is niet weer gekomen. 
Daer na, hoe langs fo meer wiert de aerde gantich ontbloot^ 
De velden drooghden op, dies Noah de Arcke ontfloot, 
En lichten 't dack daer af,dies fich 't gevogelt repten, 
En dat'lijck inde locht een nieuwen adem fchepten. 
Als Noah nu aenfagh, dat de aerd ' was droogh en tyel, 
So gaet hy uyt de Arck na 't Goddelijck bevel, 
Verfelfchapt met fen Vrow,fijn Soonen en Soons vrouwen, 
En alderley ghediert, dat met hem was behouwen: 
En alle vleefch, dat inde locht pluymwieckigh fwierd, 
Met alderley gewormt en kruypende ghediert: 
Een yegelijck fijner aertpaerdftracks met fijns gelijcken, 
Om de aerde weer op c t nieuw met teelingh te verrijcken. 
Maer Noah,foo hy treed aen land in b Zenna-ar, 
Bowthy tot Godes eer terfton teen reuck-Altaer; 
Vertraaght niet fijn gelooft, noch uytftelt dies nietfloffer, 
Maer Offert dat'lijck op (den Heer) een heyligh Offer, 
Van allen reynen Vee totwaare danckbaerheyt, \ 
Voor fijn behoudenis, door Gods barmhertighey t : 
Wier aengename reuck,fteegh Hemelwaert om hooghe, 
Daer 't c teecken des verbonds een kleurighe regenboge, 
Van Gode wiert gheftelt,tot een beveftingh,dat 
De werelt nu voortaen niet meer in 't fondigh nat, 
Vergaen {al, Daerom fo de woleken opwaerts klimmen 
Met regenbuyen,fal me op 's aerdrijeks fichtbre kimmen, 
Dees Booghe fien,op dat den Heere te elcker ftond, 

B Dien 



a Dit is liet Gordey^ 
fche geberghte in gfoot 
Armenien , daer den 
vloed Tygris fijnen oor- 
fpronck neemt , in 't 
landfehap Mefopota- 
mia , nu Diarbeca ghe- 
naemt , wekker ghe- 
berghten nu ter tijd 
Qhiclda ,ofte Mom Ni' 
ger , dat is , Swarte ber- 
gen ghenaemt worden. 



Anno Mvndï 
1657. 

b Zenna-ar is het land- 
fehap dat voor-tijden 
Chaldea , en namaels 
Babylonia gheheeten 
was, ende grenft teghen 
't Noorden aen Mefb- 
potamia tegé dé krom- 
men om-keer van de 
Reviere Euphrates , te- 
ghen 't Weften aen 't 
woefte Arabien, paelt 
tegen 't Ooften aen Su- 
fiana,ende tegen 'tZuy- 
den aen den Perfifchen 
Inham , ofte Zee , ende 
wert noch op defen 
dagh het land van Ba- 
bylonien ghenaemt. 

c Reghenboghe een 
teecken des verbonds,(ö 
God met Noah ende 
fijnen nakomelinghen 
heeft gemaeckt Cjenefi 
9>'3* 



iö DER ZEE-VAERT LOF, 

a Apobaterion is de j)j en fi en d e , dan ghedenckt aen 'tEewighe verbond 
daSNoah e uytd?Arckè Met Noah opgherecht;aenNoah eerft ghegheven, 
gegaen is , in den dale Voor hem en fijn gheflacht,en al die na hem leven. 

des berghs Gordey. Io- 

K TÏ&m ™ S ° de overblijff'Ien nu van 'tmenfchelijckgheflacht 

Don gheheeten , neemt Door de Arke des behows te lande zij n ghebracht, 
fijnen oorfpronck in Hee f t yec j er g: ns beroeps fich na c t bevel des Heeren, 

Molcovia, ende lcheyd __, n i i_ i> •• i 

Afia van Europa , loopt Terltont ghequeten , om het aerd njck te vermeeren , 
tot in den Palus Moeo- E n te bewoonen, dies elck na ghelegentheydt, 
ofe Mare Me a£ Een P laets ter neeringh foeckt,die hem ghelegen leyt. 
cheghenaemt. Daerom de kind'ren Sems des Noahs eerftghebooren, 

e Bofpboms h de y 00 r hen en haer gheflacht,ter wooningheverkooren 

Nawte ottc mond van ,— « , , • , i * i • i i < 

de Pontifche Zee , ofte T landt ,daer in c t zuyden aen Araoien leyt ghepaelt; 
Mare Maggiore ghe- In 't Ooften aen de Euphraat jen weer in c t weften daek 

tt£Ë*Z& Tot «o» deloodtfehcZeej en Noord Wrts in Armenen 
leyt. c t Gordeylch gheberghte langs " Apobaterion henen . 

fhf^r'k** is d waerr Van daer paeltlaphetszaetfen erfdeel Noordwaert op, 
Sdïipvaertdhier haren Tot daer den *Tanais van c t Ripheyfch gheberghtens top, 
oorfpronck en beginfel Euroop en Afien deelt, en Weftwaertsinde lenghte 

r? t ^^^'^^P ifc ^? riec ^ nf f he ydvoorby«Bofphor n senghte. 

daer van verfiert ende Daer na de kind'ren Chams verkoofen 't land en vee, 

ghefchreven wert,aen- 

ghefien dat na de Sund vloet de kinderen ende kinds kinderen Noahs over den gantfehen Aerd bodem verdeelt 
hebben, want iflèt dat de kinderen Sems (te weten,£/»miu de Outfte het land van Perfèn om ende over de reviere 
Euphrates,^//*ra> ,hetlant dat na hem AlTyrien ghenaemt is, Arphaxad Chaldea , Ar om Syria,ende LudLydia) 
inghenomen ende bevolckt hebben : gbe'ijcn oock de kinderen Japhets (namelijck, Cjomer 'tlandfchapGalatia 
aen de Pontifche Zee, Magog Scythia langs ende over de reviere Tanais ofte Don , Iavan met fijne Sonerj 
gantfeh Grieken, Ionien , Eolien , Cilicien en 't Eylant Cyprus, Mado Medea, Thobel Iberien en Colchos, Mt~ 
Jehas Capadocien , en Thires de Stad Tiro ghebowt en Thracien inghenomen : daer-en-boven de kinderen 
Chams (als daer is Qhui jEthiopien en Moren-land , Mifraim jEgypten , Phut Lybia , ende Chanaan Iudea 
ende Arabian ) aldereerft inghenomen , bevolckt ende beieten hebben : fb moet volghen dat defèin-neminghe 
der landen nietkonde ghefchieden Tonder de wateren te overfchepen,die haer over-al in hunne Tochten föudera 
wederhouden hebben , ende fy derhalven het fatfben en ghebruyck van d'Arcke der behoudenide haerder Va- 
deren voor haer hebbende , dier vinder ende inftelder Godt is : hebben lichtelijck op fulcker wijfe Schepen ende 
vlotten kunnen toeftellen ('t felve oock voorfeker houdende datfèghedaen hebben) die fy in fulcken gheval ghe- 
bruyekt hebben, niettemin, houdt het daer voor ,dat de rechte wetenfehapen kenniffe der Schipvaart (ghelijck de 
Hiftori-fchrijvers daer van ghetuyghen) allengfkens van Eeuw tot Eeuw (door verfcheydene kloecke verftanden) 
tot de hedendaeghfche volkomenheyt ghebracht zy. Want den voornoemden Iaphet, die de tweede fbne Noahs 
was , houden wy daer voor , dat gheweeft is Iapetus , den Vader Promethei , dien de Poëten fèyden een fbne 
te zijn van Hemel en Aerd',diens kinderen ghefêyt worden vinders en inftelders gheweeft te zijn van verfcheyden 
rnenfchelijcke ghebruyeken, voornamelijckoock der Zeevaert, want aldus finght den Poet Horatius in fijn z Ode 
des eerften boecksj f Ui robttr , & <es triplex 

Circa peBttserat, quifragtlem tmei 
fommifit pelago ratam 

'Primus : nee timttit pr&cipitem Africum 
Decertantem Aqttilonibus : 

Nee trisles Hyadas, nee rabiem Noti. 
Et ibidem, 
lAudax omniaperpeti 

Gens humma, ruit per vetimm nefai* 
Andax Iapet't genus 

Igne m fraude mala gentibm int/tlitt 

Van 



EERSTE BOECK* ï% 

Van Antilyban, tot de Middellandtfche Zee, 

Gantfch Syrien, Chanaan : en zuydwaerts tot de ftranden 

Van c trood Arabhch Meyr^in 'tweft de vruchtbaer ftranden 

Egypti,over NijlsinLybien 5 daer c t gheberght 

On vruchtbaer met den brand der Sonnen wert gheterght* 

Dus heeft fich 't een gheflacht van 't ander afgefcheyden, 

Om fijn nakomers de aerd' ten erfdeel uyt te breyden : 

In welcke reyfèn haer den voort-tocht wert gheftuyt 

Aen 'swaters oever, by ghebreck van Schip of Schuyt, 

Wat raat ter overvaert? help out,help jonck, help raden; 

De ftroomen zij n te diep en niet om te overwaden, 

En lijckwel heeft Natuur haer tufïchen tween ghefet, 

Dier diepte 't ander land ter wooningh ons belet. 

Wie hier nu kloeck van gheeft eerft midlen kan erdichten 

Bequaem ten overtocht, (al keurlijck moghen (lichten 

Sij n Erfdeel in het land, door dien dat yder man 

Al 't land ten erve neemt dat hy verded'ghen kan. 

t-I Ier heeftme met befcheyt de midlen over-woghen 

Die eenighfins ter faeck ghedienftigh wefèn moghen; 
Derhalven wil fich de een betrouwen op 't ghewricht 
Der Paerden,op de Conft van 't (wemmen af ghericht, 
Op dat het laftbaer dier (en Heer daer over droeghej 
Een ander wil fich felfs tot (wemmen gaen vervoeghen, 
En leenen van den Vifch der vinnen eygenfchap, 
Om met fèn handen klam doorrijten 't vochtigh fap ; 
'Twelckfchij nt ee goet behulp,doch meer niet te betrouwen 
Dan een er diefenhuysop'tYsheeft laten bouwen ; 
Wanneer de Son ontdoy t de Criftallijne korft ? 
Defoldringh barft,en 't huysfinckt in deontdoyde borft: 
So oock die op het droogh den adem is ghege ven, 
Kan voor een kleynen tij d flechts in de baren leven ; 
'T zy dat de kramp in hand of voeten hem beftrickt, 
Of dat hy machteloos in 't water wert verftickt : 
Want (wemmers hulpe om den fwemmer die in nootis, 
Te redden ,is ghelijck de vreefe voor de Doot is. 
Wat raat dan,hoemen beft de diepten over-raeckt? 

Daer op der * Vad'ren een , een goede voorflagh maeckt. nJ^ÏSÖ 
Enhebb'ickniet (feghthy) de wat'ren allegader, ware die (ijne kinderen 

Des aerd-ri jcks overfcheept met mijnen ouden Vader ? den raac van cver ! « 
Die door den vinger Gods gheleyd wierd' tot hetwerck, geven hadde. epen ê< * 
Om ons behoudenis te timmeren de eerfte Arck: 
En hebb'ick doen de diept' (dier alderdrooghfte wellen, 

Bi Op 



%t DER ZEE^VAERT LOF, 

Op ftroomden,boven 'thooghft geberghtwel vijfthieaellë) 
Niet met 't al-levend' vleefcnin de Arck (b langh beftreefti 
i? Hier by wet* de Mane Tot e Cynthia haer glants fesmael verwiffelt heeft? 

cf„l::"t t"S- Eq daer na fti ï f noch eens fo lan § e moeten wacl * en ? 

gramma over de sph*re Voor dat wy 't vafteland met Zielen weer bevrachten? 

t "tSdf I&EÏÏm Gneli J ck ons doen dees Ar ck ? op aller wat'ren vloed 
nïvocinthïarnenfercdit.) Ghedient heeft,(bo is noch de felve middel goet, 
die fesmael verwiflelt, j n ji t gheval,wanneer 't de diepten van ons vord'ren. 

ofbnietw ghewceftfc: D & (feght hy) maeckt een Arck na Gods gegeven ord're, 
ofte tot dat les maenden Die hier ten naeften by,ghelijck zy in fatfoen, 
voorby waren. £ n m aecktfe grooter niet dan ghy die hebt van doen; 

Gemaeckt?(b(chuyftse omlaegh van de Oever op de baren, 
f Overmits de Die- En g ae j J aer me J e v loên, en ftroomen overvaren; 

^eftïjn me" Snigê Be vaert,befoeckt het land,u nu noch onbekend, 
eyghenfchappen, als hen En breyd u palen uy t tot aen des werelts end. 




als oocmetde menfèhc- <T geen endlijck wert voltoyt, en afghefleypt naftrand, 
&:r™et PP S Alwaermcn 'tproeftter vaert,dicht by den Oeverkand ; 
redeiijcke ende vemuf- Een waeghals twee ofdry,beghevenhen metboomen 
tighe ziele begaeft ^ «^p e fthuvverijlanshs de ftrand% maer werdé vande ftroomeir 

fo conat dat het vernuft _. . J t ö i- i i j i_ i mM ™f 

(fpeculerende op de ey- Ghedreven na het diep; daer valt de boom te kort, 
genfehappen der dieren) HetSchip dray t om en weer,men weet niet waer 't ae fchorti 
Je" het ™™ E« ? eder doet fen beft, men gaet de boomen laffer, 

niet gegeven en was,ge- Twee op malkander,dies met hobblen en met plaffen 

lijck men daer van by $ J comt men weer te l an J' . n i er kan men n j et bevroen, 
verlcheydene Natuer- ¥T1 v n i tri 1111 t 

kundigers lefen mach, Hoe datmendit ituck wercks,ial voortganckhebben doen,- 
derhalven wy c t oock D'een geeft de ftroom de fchuld,van ' t om en weder (wieren,; 
daer voor houdé dat de En d > ander klaeght den trosh en is niet recht te (lieren: 

vindinge der riemen en ft ö w > 

<t fturen der Schepen Ten lelten komt de klaegh weer voor den ouden man: 
eertijts van den vüichen Die wijfïriaer aen den/Vifch, hoe dat die (wemmen kan; 

foude konne geleert we- r > J . \. « ■ % l_r • - 1 

fen , ende overmits de * n c water is hy cloeck,en neert noca arm noen beenen, 
verfieringe den Poëten Enlijckwel vlieght hy in en door de ftroomen heenen; 

TevvTeftfbT kkter H Y keert fich flincks etl rechtS > en fwemt Waer heen ' C Hem 

in te vrypoftiger, houde Neemt, (èght hy, opmerek hier; indien o zij n bewuft (luft, 

het wel foo waarfchijne- 

lijck,als dat de Copes (een volck ofte van over de reviere Euphrates ofte in Boeotien eertijts geweeft,overmits in 
defe beyde plaetfen Volckeren alfb ghenaemt ghewoont hebben,) de wetenfehap van c t roeyen ofte de riemen 
(ofte dat oock de beroemde Typhis % Schipper van 't Schip Argos,het roer ende föheeps gereetfchap,gelijck eeni- 
ee Autheuren daer van fchrijven,) (ouden gevonden hebben,aengefien dat de fchepen onbruyekbaer foudenzijn, 
toornen noch van riemen noch zeylen en wift , daer nochtans na de Sundvloet het land aen ghene zyde des Eu- 
phraats,als med e Boeotien,niet en zijn bevolckt gheworden fónder Schepen ofte Schipvaert, ende de zeylen eerft 
langhen tijt na 't gebruyek der riemen ghevonden zijnde , waer uyt dan befluyte dat/e met riemen fbo wel over 
denghte van Hellefpontus,als over den Euphraat moeten gheroeyt welen. 

Hier mede en wil ick oock niet geheelijck ontkennen, dat den den Argo^naiitus Tjphis,ofte de voornoemde 
volckeren £o/7« 3 dervoorverhaelde gereedfehappé geene fouden gevondé hebben; maer dat het wel zijn kan,dat 
(y de eerite geweeft zijn die defdve aen den Griccken bekent gemaeckt,ofte yets daer aen verbetert hebben. 

De 



EERSTE BOEC&. 85 

De mïddelen,waer door den vifch fulcks brenght teweghe? 
So fult ghe feggen, dat dees krachten zijn gheleghen 
Hem in fen vinnen,maer, hoe ftiert hy nu fen vaert ? 
Die c t weet fal (èggen,met fen breeden platten ftaert. 
Wel-aen dan volght dees leer, en maeckt u houten vinnen^ 
Niet gr ooter, dan een man in handen (ftaende binnen 
De Arcke) voeren kan,die daer mee buyten boord 
Ter zyden c t water klieft, en fchuyft de fèlve voort; 
Daer na fo fok gh'een berd, van ongevaer dry voeten, 
Op c t ende van een fparr' een mans lenghtjiechten moeten, 
Dit dan op c t achter end' der Arcken vaft gheniaeckt, 
Op dat de breede Schop flechts in het water raeckt, 
Daer medefoltghe de Arcke na u voornemen dwinghen, 
Als ubevindinghdatfalin ervaringh bringhen. 




•T Vernuft dit datlijck vat/twert wederom beftaen, 

Na voor gegeven raat, de Schipvaert aen te gaen. v 
Een man drie ofte vier hun wederom betrouwen 
Met riemen, half ghemaeckt,grof, lomp en onbehouwen, 
Te ty en op de vaert , fe duwentvandewal, 
Ophoop dat defe reys hen wel ghelucken fal; 
Elck een paft op fen werck,een man twee, drie aen ( t roeyen, 
De vierde gaet aen 'tftuyr; c t gebruyc dat leert haer Ipoeyen, 
En by der beurten gaw te paffen op haer ftick: 
Op datfe van 't gevaareen d'onghewoone fchrick 



Bj 



fo 



k-4 DEU ZEE^VAERT LO?, 

In haefteraken vry , haer vrienden langs hoe droever, 

Met krjten en gebaer toekrjcken op den Oever, 

En roeenen t'elckens dat fe fincken naer het diep : 

«T en waer een ander (die wat hooger ftaende) riep* 

Se rijfen weer om hoogh ,Pen waren maer bedolven, 

Tenaenfien van ons oogh weerfyden met de golven $ 

Maer de and're midlerwijl genaken na hun wil, 

Aen d'over zij d',de Kiel raeckt grond, en 't Schip ftaetftilj 

Stracks klimtme buy ten boort en fleyptdefchuytomhoo-* 

Of meertfe aen een boom, op datlè valt op 't drooge (ge 3 

Den tijd van haer verblijf, en gaen voort land-waert in, 

Befichtcn,vinden 't goet en vruchtbaer na haer fin: 

Maer fchatten 't halver reys , des wilme weer vertrecken^ 

Om de eygenfchap des lands haer vriendë me te ontdeckea 

'T gefchiet,men valt er aen,fy die op de oever ftacn, 

Stracks roepen blijde mie de reyfe is gedaen j 

Elck een loopt haer te moet,elck een is graag om weten, 

Elck bied haer voort de hant,elck wil haer wellekom heeten, 

Des gaenlê tot malkaeren raatflaen over 't ftuck, 

Niet min bearbeyd elck (en voordeel van 't geluck, 

Al eer fe weten,hoe 't aen d'overzy geftelt is, 

Of 't magere landow,dan of 't een vruchtbaer veld is; 

Men vraeght niet eens de geen' die 't hebben onderfbcht, 

Men let flechts nu de reys en Schip- vaert is volbrocht, 

Dat Schip-bouw en de konft van 'tvaren,moefte goed zijnj 

Wie nu niet meed' en wildSmoeft wel een Hechte bloed zijnj 

Hierom elck huyfgefin begint op ftaende voet, 

De Schip-bow te beftaen,om 'f waters diepe vloed, 

Met Schip en lcheeps-gefind',te terghen daer 't hen luften, 

Tot datfe vinden vrema en vergelegen kuften : 

Om daer hen huys en hof en wooningh neer te flaen, 

Op dat elck fijn beroep aldaer mocht vangen aen. 

Dus doende,heeft den menfch de vloeden overwonnen, 

Diens ftouthey t en vernuft, allengf kens heeft begonnen 

(Op de onbefuyfde Zee langs de Oevers vlacke ftrand) 

Te fwerven heen en weer,van 't een nae 't ander land; 

Der Schepen Bouwery , heeft daegelijcks toegenomen, 

En is van dagh tot dagh tot meer fatfoens ghecomen: 

Soo dat in 't kort de Zee met Schepen fneegh geboegh t, 

Langhs alle Rijcken wcrt bevaren en beploeght. 

A 

r\En menfche midlerwijl maektplaetsfijn luye traagheyt, 

En Icherpt het breyn, dat hy des arbeyds dwangh een 

iaaghkyt. Het 



EERSTE BOECK. ij 

Het roeyen hem verveelt, 't vermoed' des daeghs de leen, 
Enkomt*doots-(iifterdeaerd , danmethaermafk > bekleen? * Den nacht word 
So doofthetmenfchlijckoog,dëhemelkrijghtweeroogen, d J s doods e -Sftfr" a cée 
En yeder met fich felfs des arbeyts een meedoogen ,• de tweede dood , die- 

Daer fwi jm t-me heen in flaa P> twijl maed het fchip gee fnee, dTmoeKs flj 
Die waeckt denckt c tis geen noot , wy blijven hier ter ftee endeder droomen. 
Totdat de morgen-root ons uyt den flaapfal wecken, 
Enonsvervarfchte leen gheruft ten arbeyt trecken ; 
Des yeder onbefbrght fen maet de wacht beveelt, * Thetis de Moeder af- 

Twijl komt een zeewint opuy t * Thetis fchoot gheteelt, ' d ~ e f g vit 
En blaeft het fchip te land'; den nacht is naw' verdwenen, van den onbezuyfden 
Se hortten over de eerfte en tweede Bancke henen,- Ocean. 

Help yeder uyt den flaep, help, help roept elck verbaeft, Overmids datme m'ec 
Waer zijnwe,och,hoe komt dat dus het water raeft ? befchreven vind doos 

*. J 11 r n_ 1 i 1? • 1 hoedanighe middel nee 

Maer een van allen liet itracks land waert in een bruyn te, ze yi e n eerft ghevondea 
Roept, mannen c k fie de ftrand'met wit en hoogh geduynte, zy > foo fteiie het felve 
How moed/traekt maer de grond,we zijn hier dicht aë land; |g** fdfoffe door 
Den dagh komt onder des, elck oeffent fen verftand «t drijvë voor wind fou- 

Met onderfoeckingh, hoe fe dus in 't duffi gh droomen den g e , wa r ar geworden 

,.,. i • i n i i •• i zim , dat ie onverhoeds 

Niet roeyende in de ilaep, te lande zijn ghecomen : (meenéde niet te roeyé) 

Nadien men c sdaeghs te voor , eer de afghemende Son by nacht in ftilte drij- 

Te ruft gingh , nawli jeks 't land te recht bekennen kon : vende,te lande gecomen 

_, r Y ,P r * i i i - i r ir i i t zij n: bevindende het ge- 

D'een fchnjf t het toe de vloed, ee yeder ipreekt fen oordeel; biaes des winds eé oor- 
Een ander meent de ebb',beneemt de vloet haer voordeel; faeck daer van te zijn: 
In ' t left men peylt de wind , en wort daer uyt ghewaer, '"anneer'den wmd me? 
Hoe dat het fterek gheblaes deffelfs , door 'tZeeghebaer haer henen waeyde,ee- 
Al 't geen wat driftigh is, jaeght voor hem heen na land toe: nlc , h wmd-vanckfouden 

_ n ö oi-ii -i , n i erdacht ende opgeftelt 

Beüuyten,dat haer Schip aldus voor wmd,na c tltrandt toe hebbenende daer voor 
Moeft heengefchoven zijn ; daer van men 't recht befcheyd henen gedreven, gelijck 
Door 't tweede onderfoeck,als voor bevonden heyt. Zcrlu^Tr^dZ 

Dit opmerekis terftond met vlijt betracht (nadefen, gelijcx fen laet : infon- 

Wanneer me ftack van land) by die den arbeydt vrefen, derhe y d *n boomrijde 

^ ii^nt • ï i i « geweiten , daermen by 

Des peyldeni eerit den wind , en quam hy achter in, gebreck van zeyien een 

Softeld'menwindvanckop enroeydenwat te min; dicht beblaede Mey- 

«Tzy datmen 'tSchip befteeckt rondfom met groene mayen %£$£ «^» 
En latet fo voor ftroom en wind door 't water wayen; h voor de wind is, ende 

'T zy datme vlercken vlecht van lichte boomen baft, ^ voor henen 2 €dre : 

En maekt die hoogh op 't fchip in plaets va wind-vanck vaft: 
Of ' tzy dan datme uyt riet gaet weven lichte hordden , 
Om daer voor in c t vierkant voor wind ghevoert te worden; 
'T wert alles onderfocht,men neemt van alles proef, 
Wat eenighfïns gelijckt , dat fchicktme tot behoef, 
Op dat den roey er ruft j wil flechts den wint goet blijven? 

So 



veiio 



16 DER ZEE-VAERT LOF, 

So dencktmen anders niet dan voor den wind te drijven. 

AnnoMvndi 

1700. D^ s neemt deSchipvaert toe,me roeyd en drijft voor wind 

a EHmser zijnde Daer door 't vernuft hoe langs hoe meerder lande-vindj 
gheflachten ende nako- £> e blancke Euphrates wert van de * Elimeer bevaren, 

melmgen vanEhmusde ^ , « t X r» r r n 1 1 

oadfte Sone Sems , be- Om < t land van PerJistot len erfdeel te bewaren, 
woonen het land van rj> e b Affzrier niet alleen beploegt den Tygrisftroom, 

%££$! ° fte Maer terri § ht oock der Zee c Hir canus Oevers foom. 

b Affyrms zijn de Schoon dat den d Arameer fijn wooningh houd in Syrien, 
kinderen AflTuri des B evaert hy oock de Euphraat en ftille vloed e Palmyrien. 
èi&knd Affyden pkch Den ƒ Ly dier overfcheept Eleuótri fnelle vloed, 
te heeten , maer nu Ar- £ n bowt de Roode ftroom die 't rijck ifcgypten voed. 
Z2 o^ 8 gheder De* Arphaxadeer verveelt het fteenighNabatea, 
des Euphraats. Beploeght h Maarfari vloed, en ruft fich in Caldea : 

cHircamen, eertijds Alwaer de Arphaxadeer uyt fijne heupen won, 

Medien,nu Servan, dier __. . n ■ 1 t/- 1 • * -r» 1 •• , /- 

Zee nu Mare Cafpium C T toekomltigh liraels-zaet in c t pratte Babilon. (renfen 
heet. Maer Weft-waert gaet den Phrijgh en c t volck der ' l Gome- 

££&%£Z Doorkielen al de vloen aen K Hellefpontus grenfen. 
Sorza. Den l Tanays ende Rha wert vanden Magogeer, 

r m* ft i iIfta -°^ g 3 En rowe Sc ' i y ^ befcheept tot in Moeotis meer. 
iüLfchezéeofteMeyr Dewat'ren m Spanthusen Amardus,met den breden, 
van Genezareth , nu ter « Araxes,fietmen nu beploegen by den ° Meden: 

tijd SamachonitisMeyr M j die bevaen CiHden rf ,j 

genaemt,ofte 'tttilitaen- . ' K . . . . . > 

de water. Noch 'tEyland 1 Chitim,maer beploeght noch and're Zeen* 

f ) De kinderen Lui Gantfch r lonien hy bevolckt , befcheept de Grieckfche 

hebben eerft in 't land- - A 

fchap Phoenicien,by de otranden, 

ReviereEieuari,deStad f Peloponefen met Achayen, en de Eylanden,- 

Lydien (over langh ge- Qf f h den T hobeleer woont tufTche < tfteyl seb erght 

ruijneert) gefticht, voor . . L "-J 4 5^ cl ö uc > 

datfe'tlandfchap Lydien Hy hjckwei * Gern vliet met Schip en nemen terght,- 

in Pamphylié innamen. 

g Die van \Arpbaxad trocken eerft in 't fteenachtighe Arabien , voortijden Nabatea ghenaemt. 
h Den vloet Maarfari is eenen Arm ofte gedeelte van den Euphraat,loopende doorBabylonien./W^ h het 
woefte Arabien,uyt dit gedachte (namelijck Arphaxad) is Abraham endefijne nakomelingen voortgecomen. 
lofepbjib. 1 . cap. 7. i De kinderen van Comer nemen in Phrygien ende kleyn Afien , nu ter tijd Becfangial ofte 
Dardanello genaemt. ^ De grenfen van Hellefpontus zijn nu de grenfen ofte kuften vande Archipelago,ofte 
de Arfchipell,io c t de Matroofèn van onlèn tijd noemen, / Die ven Maghogh verkofèn Scythia , dat nu 

Ruflien ofte 't Keyierrijck van Mofcovien geheeten wert. Den Tannais, nu Don,neemt fijn beginfèl niet veer 
van de Stad Mofcow, dicht by Colouga,de Reviere Rha wert nu de Wolga ghenaemt, loopt van Ieroflaw,een 
voorneme Stad in Mofcovien,tot voorby Aftrichan in de Cafpifche Zee. in Het water Sphantbi is een 

ftilftaende Meyr,nu Ergis genaemt,niet verre van daer neemt den vloet Amardus fijnen oorfpronck,ende loopt 
door de voorname Stad Tauris. n Araxes noemeu de Geographi noch Araxes,neemt fijnen oorfpronck 

van den berge Tauro, en loopt tot in de Cafpifche Zee. o De Meden zijn de kinderen van Mado nu 

Servani geheeten. Araxes wert nu Bochara genaemt. p De kinderen van Iavan namen in Cilicien nu ter 

tijd Turcomanien, ofte Finichien, oock by den fömmigen Caramanien ghenaemt. q Chithim is het ey- 

land Cyprus, wefhalven de Hebreen byna alle Eylanden Chitim genaemt hebben, fofeph. lib. t .cap.7. 

r lonien een Grieckfche Provintie , nu van den Turcken Quifcon ghenaemt. ƒ Tehponefen met 

Achayen in een begrepen, wert nu Morea genaemt, dit plach het hartjen van Gricckenland te wefên. t Die 
van Tbobel verkoren Ibcrien, nu Georgia, ofte by den Turcken Gurgiftan,tot hen woonftede. u Gerri ofte 
den vloet Cyrus. 

? Meletus 



ËËRSTE BÖECt \y 

* Meletus blancke ftroom en Lycüscromrrie keeren, 
Die werden nu doorkield beyd' van den/ Mef hineeren. 
Infg'lijcks oock den iThireer door 't naw van Boüphorus, 
Scheept fonder vrees tot op den vloed a Danubius ; 
Was de eérfte die de zee met Schepen langhs h Theffalien 
Beploeghdetenverfoeckvan c t wijdberoemd' Italien^ 
En gaf doen eerft den naem de c Thyrrheneefche zee, 
Om dat fijn kielen bow haer Criftallijn doorfneé. 
De d Ghufey fwart gebrand desNijls vruchtbare ftröomeh> 
Met kielen driftighaf uyt Ethiopien komen ,• 
Doorploegen boven dien het rood 5 f. Arabifchmeer 
En gaen in vriendfchap daer verfoecken den f Sabeer. 
Den e er fteri^ werelds Heer den oorfpronck der geweiden, 
Schoon hy in b Sennaar verkoos de vruchtb're velden, 
Ter wooningh, heeft niét min des Euphraats diepe vocht 
Be(worven,eer hy c t tot een Heerfchappye brocht. 
Geiijck oock de 'Mefreer de vloeden alle neghenj 
De Wij Is befbcht , al eer hy 't land heeft ingekreghen. 
De 'Phutos infghelijcks terfchipvaertfeer bequaem, 
De vlietehaerderwoonft m Phut noemen na haer naem. 
Om " Sur en Aradus Eylandentebevolcken, 
Begeeft den ° Chananeer fich op de groene kokken, 
Der Middeliandfcher zee , die daer den oever-kant, 
Van P Tyr en Sydon met des Zee-vaerts roem beplant. 



CO nu de heerfchappy met kroonen heeft bepereld 

Den Nimrod tot een vorft en heer der gantfcher wereld, 
Behaeght des vorften foon dit konincklijck gebied 
Sijns vaders, en daerom oock op fen voordeel fiet. 
Hoe (fpreeckt dies by fich felfs) is niet der wereld koningh 
Mijn Vader ? en is my fijn Vorftelijcke wooningh 
Oock als eenluft-plaets, nietten erfdeel toeghefeyd ? 
Wat dan (ó * Cres) ontbreeckt u noch tot vrolijckheyd? 



x Mekti is eenën arB 
uyt den Euphraat , nu ter 
tijd GenfuifF ghenaemt, 
voorts den vloed Lycus 
plagh oock Iris , maer nu 
Cazalmach te keeten. 

y De kinderen van 
Mefehits namen tot hen 
erfdeel Cappadocien, nu 
Almaha ofteAmaGa^oock 
wel Genech,endeby den 
fommigen Toccatu Alla- 
luien geheet en, leeft zsf. 
Aiaginm en Tbevet. 
z. Die van Tbire s namen 
Thracien in , nu Roma- 
nien. Bofphorm is het 
naw van de Svvarte Zee 
by Conftantinopolen. 

a Danubim is by ons 
den Donaw. 

b Theffalien is de Zee- 
kuft van Macedonien. 

c De Thyrrheneefche 
Zee is de Middelandiche 
Zee, fö tuflehen d'eylan- 
den Corfica en Sicilien 
aen Italien fpoeld. 

d De kinderen Cktu> 
oudfte fone van Cham, 
verkielen Ethiopien tot 
haer land ende woonin- 
ge, 'twelck nu Abyffinen 
ofte Paep lans land ghe- 
noemt wert. 

e Roode Meer ofte 
Arabifchen Inham. 

ƒ Sabee een Provincie 
in Arabien aen de roode 
Zee , nu ter tijd Zibith 
ofte Zebethum genaemt. 
g Nabrod, by den lo- 
den Nimrotb, ende by 
den Griecken Btlm ghe- 
naemt, een fone (,bus % 
heeft hemfelven eerft tot 
Coninck by den 



een 



Chaldcen opgeworpen. h Sennaar is het land van Babilonien. i De kind'ren Mijraims nemen ^ï-gyptcn 
tot hunne erfwooninge,dat na h aren name oock 't land van Mefrên plach te heten. k. Den Nylus heeft negen 
ingangen,ofte armen,daer door hy inde Middelandtfche Zee loopt. / Dit zijn de kinderen Tbut ,die Libyam, 
nu ter tijd Barbarien, Marocco, Biledulgerid ende Agifymba te famen met hare Conirickrijcken vervatende , tot 
hun erfdeel ingenomen hebben, m Het water ofte reviere Phut, by Ptolomeus fchthutl^ende by onfe Geogra- 
phi Senega ghenaemt , heeft by Capo Verde haren uyt-loop in Zee. ■ n S#r, by den Hebreen Sor, is het 
eylandeken daer eertijds Tyrus en Sidon op geftaen hebben, nu aen 't vafte land vaft ende toegeloopen. Aradus 
een eyland by Trypli, recht be-ooften Cyprus, dicht onder 't land van Sorya. o De kinderen Chanaans 

nemen het land Chanaan, inde Bibel het land van beloften ghenaemt, begrijpende de Landfchappen Paleftijnen, 
ïdumeenjudeen, Samarien en Galileen,nu ter tijd Terra San&a,öf't heyligh Landi p Tyrus,nu ter tijd 

Suri , ende Sydon nu Sak ghenaemt. 

t £res, een fone Nimrots, overkyd by hemfélven,om tot heerfchappye te komen,werd de eerfte vinder ende 
bewoonder van Creta, nu Candia ghenaemt. 

C Leeft 



i8 DER ZEE-VAERT LOF, 

Leeft Princelijck en wel , leert heerfcheü Van u vader* 
Den Vorftelijcken krans is u en niemand nader. 
Maer hola, hier verheft fich noch een nevel- wolek,- 
Mijn vader heeft de macht verkreghen van het volck, 
Om dat hy onvertfaeght fich voor het volck dorft waghen, 
Ten arbeyd y v'righ fteed's, en lijdfaem in c t verdragen, 
Vernuftighin c t beftaen met goedenraat verfeld,- 
Dits de oorfaeck dat hy eerft ten Heere wierd gefteld. 
Waer na fich yeder een doen datelijck moeft buyghen, 
Om de onderdanigheyt met daden te betuygen; 
Wiens nieu verkregen macht hem doen tot voordeel deegh, 
Dat hy daer door c t ghebied des werelts,tot hem kreegh. 
Nu voeld het volck de dwangh van 't eerftekeurigh mallen: 
Des vrucht ick fal 't met my 1b wel niet willen vallen 
Ter heerfching als met hem. Hoe Creffe dan wat raat? 
Op dat ghy mooght hier na bekleen uws vaders ftaet ? 
Wat middel (feghthy) hoe? 'kbenjonck enrapp van leden. 
Wie fal my hind'ren 't fpoor mijns vaders na te treden ? 
Ick wil mijn jeught voor eerft gaen oefFenen in c t gheen 
WatlofPlijck isby c t volck, op dat fich yeder een 
Mijns doens verheughen mach,en fpreken van de deuchden, 
Daer Nimbrots foon het hert fijns vaders me verheuchden. 
Des wil ick onvertfaeght den onwaerdeerb'ren fchat 
Eens onfterfflijcken naems (door c t ongebaendepadt 
Der onbefiiyfder zee) my fbecken te verwerven: 
Om my des Nimrots foon , des Nimrots kroon te erven. 
C K wil overfchepen door 't lazuyrigh Criftallijn, 
En landen foecken,die ons noch onkenbaar zijn; 
* Nmrotb wertoock Ick wil vermeeren 't rijck, en breyden uyt depalen 
^/wghenaemt,alsbo- Van * Belus heerfchappy , tot daer de Sonnenftralen 
yen ge eyt is. £ es avonc j s ondergaen , en heerfchen daer op hoop, 

Tot dat mijn vader fal vollenden 's levens loop. 
OntwijfPlijck ofick fal ten endedefer faken, 
Alwaerdign tot mijn wenfch en voorneem wel gheraken. 

akno mvndi H Ier fwiJght de i on g e Vorft als h y dit heeft g efe y d > 

j g. j En fchickt dat hy den tocht terftond in 't werrick leyd. 

Des voeght hy neffens hem een rot van fijn gefellen, 
Die al-gedienftigh voort,hem tot hun Hooftman ftellen : 
Daer meed' hy (met verlof fijns vaders) treckt daer van, 
En neemt de naefte wegh door 't land van Chana-an, 
Tot daer het pekelnat den oever comt befproeyen; 
Alwaer dat fijn ghevolgh,fich ruften van 't vermoeyen, 
Des reyfens, middlerwijl f t geen fijns bedunckens tot 

Der 



EERSTE BOECK. 

DerSchipvaertnoodighis,voorhemenalfijnror, 

Verfbrright hy,daer mee gefcheept en afghefteken, 

Enfoo op Gods geleyd'terZeewaert in gheitreken; 

De roeyers houden maat met riemen wederfijds, 

Voorby de kuften Sor,en Aradus by tij ds 

Komt boven c s waters kim,voortgaende langs a Phosnicien 

So wend men £ t inde bocht en ftuert voorby b Ciiicien : 

Want Cyprus was bevolckt , des roeyd'men daer voorby, 

En krij ght den oever van c Pamphilien op de zy ,• 

De d Chelidoni en veel klippighe Eylanden, 

Gemoeten hen , alleerfe in *>. Doridis belanden 

Ter haven ƒ Creffe, die hier eerft den naem ontfingh, 

Alwaermenwatververfcht en voort weer t'Zeewaert ging, Pofcfopia by den atatë 

Ten duyrd' niet langh daer na fe landen in het lefte 

Ter haven,aen een fchoon doch onbewoont geweftc, 

Daer gaenfe land'waert in op datfe 't recht v erfland 

Vernemen, vande deught en vruchtbaarheyt van c t land, 

Bevinden na hun wenfch een goe gefondeg lucht daer 

En c taertrijck over al begroent,beboomt en vruchtbaer, 

Graenaet,Olyfen Druyf, met Vijghen Honighfoet, 

En alderleye vrucht des velds in overvloed, 

Revieren, Vijvers met Bofchagien en weyland. 

In 't kort men wert ghewaer het is een heerlijek Eyland, 

Al waer men voorts beftemt het Legher neer te flaen. 

En c t vollick maeckt fich felfs ghewilligh onderdaen, 

Van Crefle haren Heer, dien (y hun Coninck roemden, 

En 't Eyland dat'lijck na fijn name h Creta noemde. 

"yAndeestijdt Creten wert bevolckt, en beheerd 

Van V orften , welcker macht te land 5 en fcheep regeerd: dat °P ' c p 1 ^ Candié 
Tot datmen telt van Cres de vier en thiende Coningh, dTnimmer fóder peftTs" 

Entweede' Minos, die tot Gnofa hiel fijn wooningh; foift dat nochtans de ou- 

Die om de wraack fi j ns foons in Griecken omgebracht, de Geo g ra P hi veel vande 

. 1 A 't' i 'n r i 1 gelonde locht van Cre- 

Sich tot den Oorlog h rult,om met (en Schepen macht, tê,als ooc van de vracht- 

Den Grieck te dwinghen, des hy eerft de Athenienfers 
Geluckeli j ck bekrij ght daer na de M egareniers, 
En brenghts'in fijn gheweld, dies fcheept hy wederom, 
Met al fen Schepen na fijn erfflijck eygendom ; 
T'huys komende verkeerd haeft fijn triumph in tooren, 
Midsinfen affijnhem ^Pafiphaegebooren, 
Den Minotaurum hadd',waer over hy befluy t, 
Hem dat'lijck wech te doen ter Coninghs falen uyt. 

geos omghebracht had- 
den. Övid.Mctbamor.lib. 7. Gnofa eertijds de voornaemfte Stad,maer nu een van de minfte ftcden van Creta. 
k. Tafipb* Vrouwe van Minos baert den Minotaurum een monfter half Stier half menfcb. 

C 2 Maer 



1 9 a VI cènjcien een geJdeet 3 
te van Sofyeri , op den 
oever dcrZee,in dcwelc- 
ke dat nu Tripolis de be- 
roemfte StaJ en Zee- 
haven. 

b Cil'iöian een Provin- 
cie in Natoliën nu F wi- 
chten y-:énsèrnt,vün de 
bocht fbö hier shefpró- 
ken wert ptach eertijds 
de bocht van Klus re 
heeten , daer nu de vèr-. 
maerdfte koop ende 
handel- phiets Aleppo is, 
dier Zeehaven nu de Öhd 
Alèxandrctfe hewa'ert. 
t c pAmphïlict; by Plimus 



ers Zina.nu ter tijd Scti- 
lia , edoch bv velen on- 
der Cilitiei gherekent 
en Caramania genaernt. 

d Chelidoni %\\t\ vier of 
vijf kleync Eylandekehs 
leggen tegen eenen uyt- 
hoeck aen die noch Ca- 
po CiÜdonia gheheeten 
wort recht bewefté Por- 
to Genoves. 

e Doridis is het vafte 
land tuflélïcn Rhodus en 
Candien. 

ƒ De hauen CretTe 
houde het daer voor dat 
nu porto vifto welen 
rrioet. 

g Hoewel door de 
huydendaeghfche Zee: 
Vaert bevonden wort 



baerheyt gheichrcvén 
hebben. 

h Den name van Creta 
komt van Cres cerfte 
vinder defèlfs. 

i Minos de tweede Van 
dien naem en veerthien- 
dc Coninck van Creten, 
neemt den Oorlogh aen 
tege die van Athené,dm 
datfe lijnen Sonc Andro- 



t D^7* deSone 2 DER ZEE-VAERT LOF, 

Van Eupalamus ofte fo r r i * rx i i 

Pdufanias fcght van Pa- A/f Aer onder des begeert licn T Da*dalus na Cretert, 
lamaonendeMeropede Endoet aen Minos fijn ghevonden konften weten* 

dochter van Erichtheus, .-^. , i, i a/ /r r i • i i * 

zijnde eengroot kon- Die beyd den Meeiter metien werck in waerden houd, 
ftenaer ende vinder van En fielt hem dat hy daer den * Labyrinthus boud; 

SSge.vïlendè Die > ?™ h Y ™ "dtojt met veel krom' ommeganghen, 

andere nootelijcke be- Soo leyd'men daer den Minotaurum in ghevanghen,- 
hoeftigbeden, infonder- ]^ a fc en nu Da:dalus opfijn vertrecken ftaet, 

meefte " ^ * ^ ^ S° wert n Y va0 ^en Vorft beticht met leyder quaet: 

a BowtdenLabyrin- Want b Minos niet ghedooght, dat Creten lal ontbeeren, 
thus tot Gnoia /tweick De k on n. en D*dali,om Griecken die te leeren; 

lommige leggen eenen . . 11111 1 1 

doolhof geweeft te zijn, Derhalven hy hem houd als een ghevanghen man, 
ende fommighe mak«n £)i e gaende hier en daer, maer niet vertrecken kan, 

daer eenen Kercker af, »-*-« ■*.• »t *• 11 1 1 • 1 

daer den Mmotaurum in Ten Z Y met Minos wil,dieyeder laet ghebieden 

gevangen geleyt wierde. Op ftrafj met Dsedalus of fijnen Soon te vlieden,- 

b Minos hout D^da- Daer Dy i s <t algemeen verbod in Griecken , dat 

lum (met lijnen Soone . r 1 1 1 1 

icariim die lijn Vader Niemant verichepen magh , van de een na de ander Staat 
gevolght was) gevangen Met min noch meer in 't ichip dan t'elckens vijf perfoonen: 
% tenfch^fert^t lil Behalven Iafon,die fich ftrijdbaer moeft betooncn, 
deGriecken comen fou- In ( t fchip van Argos, om (de roovers van den buyt, 
dzn.^dorMb.ï.Cap. En dieven v ande Zee,) met macht te roeyen uyt. 

Capitein van het groo- 

te Schip Argos wiert *\f Aer Creten midlerwijl, hout Da?dalum ghebonden, 

Ï^ZiïZ m De S feythy ; hebb'ickdanmijnsfelfsverd e rf g evonden, 

de Zee-roovers van de Met konftenvindingh? io vereyfcht (mijn Soon) datwy 
Grieckfche kuften te \^ et konften vindingh,weer ons felven maken vrv. 

weren, ende delelve van ^ , <, r \ n r- -i-r « 

alle fchuymers tefuyve- Daer opde Soone lpreecKt,tottrooitvan lijnen Vader, 
iei , ende fonder hem De Vaderlandfcheliefd' (ftythyj lal mede rader 

rnochte niemant % der j j f - f < t ^ Ttt trec fc t 

Zee (met meer dan vijf- . J ' 111 1 

peribonen in 't Schip te Na Griecken, ioo ghevoel ïck ( t hart doorgaens verweckt 
hebben ) van eenighe Met nieuwe vonden, tot volvoeringn defer faecken, 

plaetfen afvaren Plu- ~ i« -r 1 J J ■ L L 1 

w% 'tiwnvanThefe. Om uyt dit Eyland door ghennghe moeyt te raken. 

c Als of Da2dalus met Dus gaenfe beyd' te raed' , doch Dxdalus in 'tleft, 
njnéSoneicarusfDreea, y er k ie p. m & t „ eva i denraetfijns Soons voor beft; 

ende met hem middelen P n • l ji- 1 , 

beraamde om de bande Die voorlteld datmen moeit een vierkant * linnen-laken, 
Minoi te ontvlieden. Qp een ich Schip na eylch te paffe laten maken, 

d Dasdalus vinder der TT I r n ^ c L ' e^ • 1 

maften en kanis vande V oorden met ftrop en touw, met Schooten in c t vierkant, 

zcylen, gcbmycken ofte Waer toe felfs Da*dalus den maft voorhenen vant, 

proeven hare geronde- En daer mee voor den wind ftilfwijghend'met hen beyden 

ne konft tot verloliinge _ , ö i- 1 1 t ; 

van haer felven , houde Ter vlucht na c t Vader-land ieylvaerdign te bereyden. 
dat dit de vleugelen ge- j n «j k ort den goeden raed van Iearus bedacht, 

lofTinghe" daer Ovidkis Voltrockenfc alle bey d'; daer mede den wind verwacht. 
van Fabuleert in fijn 8. Die noch ten leften uyt e den middach haer ten wille 
Boeck £ Methamorph Gbe bi a fen heeft, en doet haer zeyl in 't vierkant fwillen: 

e wt den middagn * * 

dats uyt den Zuyden. LJC 



EERSTE BOECK, 



tt 



De vinders varen heen bevelen fich de gunft, 
Der Zee en winden,op de proeven van haer kunit^ 
Datfe eer de Son haer reys twee daghen heeft befchèënen 
Belanden,na hun wenfch ter haven voor /Athenen: 
Alwaer henThefeus (ter liefden van fijn£ Oom) 
Seervriendelijckontfanghten heetfewellekom ; 
Daer vraaght men na de vaart en van hun overkomen, 
'T geen Dsedalus verhaelt ; dies waerdigh wert ghenomen, 
By Thefeus defe konft,die ftracks de Grieckfche Zeen, 
Met zeylen over al de Schepen laet bekleen. 

C Oo haefl: nu Daedalus veracht heeft en vergeten 

Het openbaer ghebod,en wechgefchept uyt Creten, 
IsMinoshemghevolght, die met een groote macht 
Van roeyers-fchepen ? hem te achterhalen dacht ,• 
Maer c t mift hem , overmits de zee en ftorrem winden^ 
Omtrent Siciliens küft, de gantfche vloot verflinden: 
Daer Minos komt te land' en endelijcke fterft j 
Sijn Soon Deucalion 't ghebied van Creten erft. 
Die aen Athenen in fij n toorne heeft ghefchreven, 
Wil datfe Daedalum hemiouden weder geven: 
Of anders dreyght hy^dat al c t Ionck Atheenfche /; bloed, 
In Creten hem ter wraeck onfchuldgh derven moet. 
Doch Thefeus ontfeyd hem defen eyfch , Van wegen 
Der maeghfchap,tuffchen hemen Dédalum gheleghen, 
En haefl: fich onder desdathybedecktelijck, 
Sijn Scheeps ghewelden,zeyl-ree in fijn groot-vaersrijck. 
Van alles krijght voorfienjbegeeft fich in de vloote, 
Enkomterme voorwind tot Creten binnen ftooten. 
Daer treckt hy landende op voor Gnofa onverwacht , 
Dier Stad hy meefterwert enbrenghtfein fijn macht, 
Verflaet het ■ Monfter in den Labyrinthus mede 
Door Ariadnes hulp , en komt weerom met vrede* 



XJ Vwacker,mijn Godin, u kielen worden vlugh. 
Neptunes ftaet te (choor>met fijn ghelafe rngh. 
Deswerelts,vochte deel,wert over albevaren. 
Phcenicien, dat vloeyd, van ^Morenlandfche waren. 
'Mifraim, die verheucht fich, inde Grieckfche wijn: 
En w Tyrus,moet van als der Zee-vaert ftapel fijri. 
Haer dertelheyt,eB kan haer weelde niet betoomen : 
Dusfcbepenfe af en toe, opalier Vorften ftroöfnen. 

C 3 Hier 



fAtheneiszè&et voóf- 
naemfte machtichfte efi 
gl eleerdfte Steden van 
gants Griecken geweeft^ 
daer van nu niets meer te 
vinden is , heeft geftaeri 
aen den I nham ofte Ift- 
mos van Pelopone(en 
doe ter tijd den Inbocht 
van Megare ghenaemt, 
maer nu de golfo deEn- 
gia geheten,ende dar de 
hauen van Athene plagh 
te wefen wert nu Porto 
Lion genaemt. 

g Want Daedalus van 
fijner Moeder weghen 
was den nere van The- 
feus Coninck van Atti- 
ca, 'twelck het landfehap' 
van Athenen was dier 
inwoonderen haer de 
volckere van Attica (dat 
is de volckeren des aerd- 
bodems)lieten noemen* 
Dele Thefeus heeft A- 
thenen eerft tot eé ftad 
ghemaeckt. Plutarch. in 
't leven van Thefeus. 

b Dit waren kinde- 
ren van Athenen die die 
van Athèn (volgens het 
Contracl: des vredes met 
Minoem ghemaeckt jne- 
gen achter een volgen- 
de laren (te weten, allé 
laren feven kneclitkens 
en feven Meyf kensj op 
't Eyland Creten aen 
Minos ter Schattinghe 
moefte ge\'en,Plittarcb, 
in i t leven Tbefei. 
t Thefeus Creta vermce- 
ftert hebbéde,gaet inden 
Doolhof door Ariadnes 
aenraadinghe Minos 
dochter ende verflaet 
den Minotaurum. 
k. By de Ouden worden 
het al Moorenlandé ge- 
heten 3 die na het zuyden 
ligghen, als Arabien,^E- 
thiopien en Indien, daer 
van men de Inwoonders 
ooc Moerianen plach te 
heten. 

/ Mrfr.tir», dat is den 
jfcgyptenaer. 

m 7 jrus een feeroude 
en voorname Zeevaerc 
rijekekoopftad in Phce- 
nicien. 



n DER ZEE-VAERT LOF, 

« Alderhande Gummé Hier toy t fich Grieckenland, met yEthiops ghefpni i 
ende Wierooken uyt E- En roockt feri Goden, van f t Egyptifche n gewin. 
gyptcn komendcdaerdc H Stranc i vatl0 Argos leeft, van varende ahefellen: 

ouden hare afgoden me- m J & » O 

de vereerden. Diedaet, elckanders. lpoet, en reyle ramp, vertellen. 

o A<goi een voor- j} e vleugels, daer de roem der t Cecropers in leeft, 

treffêlijcke koopftadt in D . r » r -rijrr 

'tiandifchapMycenenin Daerop, dat vaer enioon,uyt Minos Eyland,fweeft,- 
Griecken. Die voeden, £ t Scheeps ghefin, met hoop van gelucken: 

6 a^*Jllt™: En ftijven, 'tleughdigh hart, tot goede en quadeftucken. 
^"ttT. ' unar ' fericuU Dit fijn de Paerden,daer den Ty rier,mc doorrend, 
f Cecrppsjsem Ko- £> e miJdellandfcheZeen, van ( t een na c t ander end. 

ninck tot Atnenen ghe- „ n , r i i i i* i' *-+ v 

weeft,waervande Athe- En itaen,tot Koopmans neyl,als vliegende Gordijnen: 
niers Cecropers geheeté Daer achter, dat beyd',haef en menfchen-dieft, verdwijnen, 

werden , ende overmids p j j fa vief j f che nnis, Zee en fttand, 

Dasdalus den vinder de- ■■' » 1 n 1 i i i i 

ier kunft van Athenen Met wraeck,en weder- wraeck,lteecktlichterlay in brand. 
was,foo fchrijvenwy die £)j t tuV ght Phcenicien,aen/? Hellas blyde kuften; 
Cecrope S rs) e toe? em " ' Alwae r , de Grieckfche weeld', fich telckens komt verluflen, 

p HeiUs anders Griec- In vremde nieuwicheen,om dat alhier,den fchat, 
penland. Q es k 00 p mans groey t en bloeyt, in Argos groote Stad. 

Hier loftmen,aen het ftrand,deniewgelande waren. 

Hier ruftme weerom uyt de Schepen om te varen. 

De geyle Bootfgefel,beneveld,in fèn tocht, 

Vlamd, op de Grieckfche Ieughd, diehy ter fchennis fócht. 

q Namelijck /*, leeft -pv y s beurtet op een tijd de waren fijn verhandelt. 

hier van Herodotus in 't \-J r-^ c i 1 ** 1 J rr * ! 11 « • 

beginfel van fijn eerfte De Schepen make zeyl;des Komncks? dochter,wandeIt 
bo?ck. De ftrand langs,om c t vermaeck der kielen,met haer fleep 

^Sm!£ Dat > den P^nicier fiet en noodight haer,* fcheep. 

piteriofoudeontfchaea: Sy(uyt niewlgiericheyt) ishaeitighteghefeggen, 
hebbenende de hiftory- Men Wijfter, de Kayuyt, daer faghfe wonder leggen, 

fchrijvers le22en,datie in TT , J , jri i ^ -pi r •* 

fe<er phoTnicier Schip Van buytenlandiche moyj het P er iiaens tapijt,- 
eenighe buytenlandfche Doorweven,met hetbeeld' van y Iupiter, dat ftrijd 
vreemdigheden fiende, Hier met hetleveii felfs,-de maeghet weyd' haer oogen 

fiudeaengehoudenende r . fy . 1 ' . » J 6^ Li 

wech-ghevoertzijn, foo Op dit leer konitign werck, en wert daer door bedroogen. 
ftellé wy(als of het beeld ]yi en hoorter een ghewoel,het zeyl,dat wapperd' uyt,- 
iveVenCie" daaaen fy D e Juffers, al verbaeft ,verlaeten , de Kayuyt , 
haer vergaepten ende fo En Io roepen, die vaft kerremt om haer/vader: 
wechghevoert) om met Maer < t j sver geeffcheklaegh,fy vind haer den verrader 

eenwaerfchijnehjcke fa- & & ' J. r a ™ 

bel den Ovidium te be- Geleverd, die terltond, voor wind , len zeylen ipand, 
veftighen. E n voertfeover Zee,totin Egypten land. 

Coninckvan Argos! ' ^ en va ^ er ïnachus, dit hoorende,verfbchter , 

By middel van ghefchrift, fen afgheroofde dochter 
Te hebben wederom, maer c t worden hem ontfeyd : 
Deflialven, worterwraack (van c tfchellemachtighfeyt) 

Ghe- 



Chenömen 
So offert 



IERSTE BOICK. tj 

iet! i pröy om proy , is c t vrouwenfchendeD réfftghï 
jinee de Cricck, ien vriccooctafadica heyligh, 




Die defe vryheyt gheeft; Hy veldhet zeyl voorwind, 

En fte vend heen,het gelt,het geit * Agenors kind. 

Europa fiere maeght,die gaeter wat vermaken 

De groene beemden deur,tot datfekomt,ghenaken 

De Zee-ftrand, daer fo lagh de ontfchaker op fen luyrri> 

Ghedoken,die terftond te voorfchijnkomt, op c truym: 

En voeght fich nefFens haerj De vorftelijcke IufFer, 

Vermerckten,het gevaer, en roept, Ach grove ftiffer! 

Waer wiltge meè jny heen ? of is 't u (fèghtfe) dan 

Te doen om loffingh; houd,daer, neemt mijn *armgelpan. tacade /dit^otSw 

En wiltge meer? houd daer, mijn Baggen en Iuweelen: 

Laet my ,flechts veyligh, weer in Sydons beemd en,(pelen 

Maer neen, c t en mach niet zijn, hy vatfê, met een fwier, 

En voertfe ftrandwaerts af, daer lagh de fneeghe ftier, 

Om wieck-gaw, over c t diep, nalovis c kuft,te fwemmen. 

Die,neemt de Maget op, hier moetfè leeren, kemmen, 

De locken, van Neptuyn; Die anders, niet ghewoon, 

Te handlen was , danlock en tuyt van 't IufFerfchoon. ftier aen het fchip g he- 

fchilderd ftond,daer me- 
de fy wech-ghevoert worde. e De Zeekuft Van c t Eyland Creten, daer in Iupiter Coninck , ende hen} 
derhalven oock toegheheylight was. 



a Agenèt Cóninck vi3 
Zydon, een Zeeftad niet 
veer vanTyrus inPhce* 
nicien , ende was den va- 
der van Europa. 
\ b Nafo fabuleerr dat 
Iupiter Europam in de 
ghedaente van een Stier 
ontfehaeekte , ende daö 



wy defè cicragie te we- 
ien , datfè tot rantfoen 
bood van haren perföon: 
belanghende degedaen- 
te des ftiers daerfè mede 
over gefwommen fbude 
zijn, daer van fèyd (jeor- 
gwi Sabinm in fijn uyt- 
legginghen over de fabe- 
len van Ovidius , dat een 



Tot 






* 4 DER ZEE-VAERT LGF, 

* Dencuneufen lefer Tot datfe, in Cr eten land, daer *Iupiters verlangen, 
ü\ wéten (aengefien dat Europam tot fijn Bruyd heeft minnelijck ontfangen. 

Volghens de oude Poë- 
ten en Hiftorifchrijvcrs . c . . i j t 

iupiter Coninckin Cre- ][)Vs heeft den Ahaen,fijn eyghen leed,gheazeyt. 
ten den eerften Minos Nochtans, is Hellas niet, met defen roof, gepaeyt. 
dëfe e E R „S~e^ DeRidderfcha P) heeftmeer,defchotfehoon, ghefpetcn: 
dat derhalven de ghe- Waer mee, dat ftedes, was f den Afiaen) ghebeten 
vanckeniffe van Da3da- OpGriecken, als de fmaed , die Inachus geleen; 

ïuslang hier nageweeil _ L , r « _ r , _ \ . A ° , 

is onder den tweeden So datlich Ialon,met het Schip van Argos,heen 
Minos,) die wy nodv Na Troas,toe begeeft ^Laomedon te terghen. 
gS o» E££ 'T heet torn fen opfet, voor den volcke te verbergen,) 
vinden datfe hem,te we- Dat c Colchis,is fen wit,ter winftyvan c t gulde vlies: 
ten,Dsdalus als een vin- M ae r, j at fa )Dy gebreck,van lijftochten verlies 

der der zeylen itellen , TT . c* i i n i/*i rr 7 

ende daer toe fchrijft Van Schepen, daerteritee ,hem iochtetevervenlchen* 
Herodoms en anderen, Het welck,hem werd ontleyd,des tracht hy,af te perfTen, 
£&*&££ Met * a P e ™> van den Phrijgh,de noodruft voor fen vloot, 
gevoerd worde,gezeyid Te meer, wijl Hercules het origelijck verdroot, 
zijn , derhalven moet de r_) aer mee Laomedon den vremdelingh gemoeten, 

zeylen vmdingh noot- 1^1/- , 1 ... S 

wendigh voorgaen. Dat hy ien tooren docht aen Ihum te boeten. 

b Leomedon Coninck Maer, om fen vromicheyd,te voeren, in het top^ 
S™S d£ " Sod w i ng hthy ) defefpijt,enfteecktfe,infenkrop 

c Colchis met Iberien Tot op bequamer tijd: um niet duor voorder dralen, 
weit nu Georgiane ge- £> e we erftuy t van haer reys,op hunnen hals te halen. 
kan^'d?/ Z^Pontos Dus,gaen de zeylen by,i£olus preftfe voort, 
Euxinus. d Bithinen voorby, tot Colchis oever-boord; 

d Buhiniert wert nü Hier word de grijfebaert, (daer Pontüs Silte-plafTe, 

oiiriia trbeneten na een " j \ jl ~ 

voorname SwdBuiha, De boeghen,mee begruyft)in*Phafis ftroon^ghewafTchen,, 
die eertijts Pmfia ghe- Hier,heeft detrotfè Grieck, de helleft van fen reys, 

"Tphafis een febip- En wert verwelkomt aen/Oetashooghpalleys. 
ïijeke revieïc in Colchis Hier heeft fich Iafbn (om een uy t ey nd' van de (aken 

^(chTzee de indC P ° n " Te hebben ) i"gekant,tot Stieren, ende Draken. 

ƒ o^Koninck van In c t kort,het ongediert,dat maeckt hy moe, en flap, 
Colchis den vader van £ n wint het gulde Vlies,met de Ed'le Ridderfchap. 
B^aL^ÏÏ Desheeft(geen hengftê draf noch oock Olympiche* zege) 
voerde. Ovid. Meta- Maer enckel * Zeevaerts-lof dees Helden toy verkregen. 
morp.hb.7. Den Ridder onder des verlieft,op 's Konincks' kind, 

q Anders door de _ . , e *■ , 1 . 1 

eert der over winninghe En evenwel, men let,op c t voordeel van de wind. 
indeworftelinghen ofte Wat raet dan ? of wat baet de niew verkreghen eere? 
T TDetetfte*Ridder- Indien,de Vlief-Heer, moeft,fen Vaderfland ontberen? 
fchap van 't gulde vlies En om der Maeghet wil en blijft hy echter niet. 
door Schipvaert verkre- M et k omt Medea,datfe hem,haer plicht erbied, 

ê Tjifedea t En onder fchijn, van wenfch,fo gaetfè,met hem facken,- 

Deur gaet de Grieck, en bied Oetas Hof de hacken, 

En 



IX * Pirisden föne ï'ria- 
mi, werd by Herodotus 
genoemt ParisAIexader, 
t ?elem was den va- 
der van Achilles. Tela- 
rnon dé vader van Ayax. 
a Akidcs is Hercules, 
werd alfoo ghenaemt na 
fijne grootvader Alcaso. 
£ Bcllonc is de God- 
dinne der oorlogen, gaet 
mede ter zee. 

Anno Mvndi 



EERSTE BOECfc 

Ënïand fich endelijck in Griecken met de maeght, 
Daer c t alles* van hun komft, en groote daden waeght. 
Oetasfchfijftfena,wil, datmen hem ,in handen 
(Sen dochter) lever,met vergoedingh,voor de fchande, 
En onrecht,hem gefchied. Maer Griecken,fier te moed' 
Seyd', heeftme, aen Inachus , van lo yets vergoed? 
So fal c t hem oock gefchien , dat c s c t eene voor het ander. 
Nu wacht,de Grieck,defmaed, van * Paris Alexander. 
HTErwijl , dat Hercules, Laomedontis fpijt, 

Den Griecken,aengedaen,van laffigheyt verwijt. 
En weckt,de vorften op, omTroyen te vergelden 
Hun voorighleed, op 't punt, van wapens ende helden. 
* Peleus, Telamon, met de ander Princen , gaen 
Gewapend onder feyl,recht toe,op Troas aen. 
Hier treed r Alcides op;de vorften even dapper, 
In orden, na malkaer,flawhertiger noch flapper, 
(Dan felven hy) te moed, natreden, tot de Stad. 
Waer op,van ftorm,tot ftorm,de fury word hervat: 
Tot,dat de trots,gefloopt : en neergeruckt de veften. 
En Hellas vorften,weer te huys belandden leften. 
T\ Vs heeft b Bellone, die oyt was op f t land geteeld, 

Des waters hevige vree allengfkens meer verveeld. 
Moeft Martem te geval de menfchgelijcke bloeden 
So wel op 't pekel-vocht, als op het droogh doen woeden. 
Die voor de tweedemael gantfch Griecken brenght in roer: g r op° nten h j et > de (è« 

_ . . i n i 1 r i Inham plach eertijds 

Maer om een lichte vrow, Hechts om een loole hoer. G ock Sim* Euboicm oft 

Dat ff Spartenomdefchand dervuylbefinetter ftrépen, Oam Swm te heten, 
Met Grieckfche krijgersmand deal-omkloeckftefchepen. ^^^mm 
(<K en weet niet) of den Phrijgh tot weerom lev'ring verght e Het land van Troas 
De ontfchaeckte lichtekoy , of dat hem wraackluft rershts ! s Nephes toe-ghehey- 

light geweelt. 

f llmm is de ftad die 
by vele Troyen ghehee- 
ten word , van wekker 
cverblijfïèlen weynigh 
meer te vinden is. 

g Hier mede word den 
loofen Vlyfses gemeent, 
vorft va 'reyland/r^*. 

h T^«fö(ö.f,nuTenedo, 
een eyland niet veer van 
deTroadilchekuft. 

i Dit is om de inha- 
linge van 't houte paert, 
dat vol van hunne vyan- 
den was, 'twelck {y door 
aenradinge van den ver- 



c fJMenitus vorft 
van Sparren (anders La- 
ced&mon ofte Laconien y 
een landfehap in Pelo- 
ponefen , dat nu Morea 
heet) bekrijght llmm 'm 
't land Troas , om fijn 
vrouwe Helena (die Pa- 
ris des vorften foon van 
Troas hem ontfehaeckt 
hadde) ofte om weder 
te hebben, ofte lijn aen- 
gedane fmaed te wreké*. 

d Aulu is een haven 
ofte invvijck in Baoüa y 
tuftchen de uytloopé der 
revieren Ifmenus ende 
A(bpus,daer de zee op't 
naufte is , tuifchen 't ey- 
land Eubcea, dat nu Ni- 



Om'tvuyl oneerlijckfeyt te wreken met den degen,- 

En daer toe al de macht der Griecken heeft gekregen 

Met kielen hemtehulp,diert'iamen-komft befteld 

In d Aulis was,alwaer de zeylen zijn geveld, 

De anckers opgelicht, en fö voort overfteven 

Voor wind na Troas, aen Neptunes e ftrand gedreven. 

Alwaer de vorften met hun heyrkracht ftedwaert aen, 

Voor € t pratte / Ilium,het Leger neder-flaen. 

Alwaer veel Helden voor de fteygerende wallen, 

In deesthien-jarige belegh/ringh zijn gevallen: 

Tot de & Ithakoyfche lift de zeylen maeckte los, 

En veynfde zeyl te gaen, maer toeft in h Tenedos. 

T'wijl Troas Burg'ren om f hun <s vyands huldingh twiften; ^^ ilïdcn! 



D 



Die 



gei 



i6 DER ZEE-VAERT LOF, 

Die tot hun felfs verderf door des Sinoi liften, 
, Aenradigh halen in /t a Epeyfche houte Peert: 

a Epeus was den Tr i • i 7 t j? i 

meefter die het houte Van binnen vol verraets, 't paladium toege-eerd. 
Peert gemaeckt hadde. Met wert de vloot ghewaer 't verradifch bloedigh teken, 
&neuiMb.2. g • ftracks wederom naer fliam gheweken: 

, b v£neas {defoone _ & . 

van Anchifes en Venus Daer onder dies het paert braeckt uyt len ingewandj 
een der voomaemfte rj at dat'lijck over-al de Stad aen elcken kant 

Heeren binnen Ilium) T • • 1 i r j r i i • 3 >» • 1 

vlucht met fijn Vader 1° vy enge kolen iet > de varich gelande Grieken 

ende fone. Vugii. JE- Daer op in heeten moed,met Phrijgen bloed beklieckert 

mvA.hb.2, Beyd'ftratenenpebow; c tHofvanLaomedon, 

c Ida een khppighe J , ., Q ' 1 1 /- i i 

Bergh buyten de Stad Noch Tempel orAltaer , niemand belchermenkon. 
aen den oever der zee. b ^ neas f 1Qt den val vanllium vaft nader 

word der Griecké veld- Ghenaken , des hy grijpt Anchifes fijnen vader, 
overftAgamemnon ver- En torft hem op fen neck, om Troas felle brand 
ce a nënwas!° rftVanMy " T'ontvlieden, met fijnfoonAfcaniesby der hand. 

e Argijflêh gheweld, Hy ftapt kloeckmoedigh aen,en laet fijn vrouwe flippen 
daer word degemeenei n 'tforgelijck gedranehj maerfohy naeckt de klippen 

macht der Griecken (fo XT .<*{ Pi *? n° */r J r- 

van Argos de hoofdftad Van'Ida, daer hyrult,enmillende fijn vrouw, 
van Agamemnons ghe- Beklaeght hy fijn verlies met hert elijckerow. 
bied waren) mede ghe- Doch (feyt hy) <t fwaerfte moet in 't end' het meefte wegen) 

ƒ Dit is degheheeie Mijn vaderlijcke Stad leyd van der Goden fègen 
macht en aenfien van Berooft, in roock en puyn, ^Mycenen heeft geveld, 
S w &ÏS (Door 'tlthacoisbedroghen'tfnood « Argijffch geweld) 
der Phrijgen. Den/ Phrijgiaenfchen roem,- maer^Scyros doet de fchimme 

g Scyros was een ey- j) es ouden* Priamus,door tempel fchendingh klimmen 

land daer Achilles op- _, . tt . , A . * . , _ ^ 

gevoed was, ende daer- Ter hellen, daer voorneen Aiaciswreede Schaar 
om oock den naem van h Caffandra fleypten, langs den tempel met den haar. 
^ggS^ Verfchoonen klein noch groot of Adelijcke -zielen; 
daer by nu hier Tyrrhm Die 't niet ontvlucht fy met het bloedigh ftael vernielen. 
Acties foon verftanden En my is mzc \ lt noc h ft ae t,noch heerlijck ontfagh, 

V Priamus is den ko- Of niet ghebleven, dan 't ellendige beklagh, 
ninck van Troya , ende y an c t voorighegeheugh,van 't geen ons isbenomen,- 
&!ZS££Z Van 't geen ickmetmijn Soon en Vader ben ontkomen. 
inde Tempel vermoord. Dies keur ick nu voor beft my fèlfs te ftellen fchrap, 

h ^/4«^vvasde En J c j e f envO0r J e J 0O J cenw j|lv e b a |l m 
«locnter Priami 

* Dit zijn de verfier- Ia kiefèn met Neptuy n van Troas te vervaren: 
de Poetifche Tritons £ n p <t trompets geluy t der blaw ' 'gefchubde fcharen 
SÜtaSÜ Affteken ballaftfcheeps, en hijffen't blancke zeyl, 
ten van Neptuyn. En foecken ander aerd' ter wooningh tot mijn heyl. 

Met komter een gedruys, i£neas heeft gefwegen, 
En meenden 't vyand was, dies grijpt hy fijnen degen, 
Om dien te wederftaen, die nakende, bevind, 
DathetTroyanen (die met goed, bloed,wijfenkind 

, Ghene- 



EERSTE BOECK; 

Ghenegen) zijn, om met iEneas c t lieve leven 

De waaghfchael van 't gheluck gewilligh op te geven, 4 

iEneas neemtfe aen,en onder fij n ghebied, 

Vocrd hyfeftrand'waert daer elck-een te fchepe vlied. 

Met komt een ooften wind van Idas hooghtekoelen, 

En doet de kielen door de baren vaert ghevoelen; 

Het welck niet langh en leed, de vloote wel gemand 

In * Thracienhavend',daeri£neasgaetteland, 

En hoort Appollo fijn toekomftigh luck voorfegghen : 

Dat hem behaeghlijck doet de fchepen f t zeewaert leggen ten,nu Candien 5 meende 

dat dit het land was foo 
hem Apollo voorfeyd 
hadde , raaer werd van 
den duyvel (ick meen 
fijn huy (goden) anders 
onderrecht. 

b Talinurm was den 
Stuyrman van iEneas 
fchip. 
c Strophades zijn twee 



27 * iEneaskomtinThra- 
cien , dat nu Romanien 
heet , 't Orakel des af- 
gods Appollo prophe- 
teert hem dat hy in Ita- 
lien aé des Tybers vloed 
een nieuwe heerfchap- 
pije (al oprechten. 
^ £#£ö?.?,nuNigr pon- 
ten, Cydades zijn de 
Grieckfche eylanden in 
Archipelago,byden on- 
fèn deArffipell genaemt» 
a i£neas land in Cre- 



Voor wind * Eubcea en de Cyclades voorby. 

Dus kreegh hy Creten voor hy 't giften inde ly. 

Alwaer de vloote a land,diesyedereengheloofden 

Dit zy het landfehap dat Appollo hun beloofden. 

Maer 't werd /Eneas van fij n huys-goón weer gefeyd, 

Als dat Appollo hem Italien hadd' bereyd 

Ten erve , om aldaer de vluchtende Troyanen 

Den wegh ter heerfchappy ,acn 's Tybers vloed te banen, kleyne eylandekens , nu 

Dies maektmen weerom zeyl , en fcheept van Creten voort, Stnval ; genaemt,leggen 

~ ._ ! n i i i i i i i aen de weft-kant van 

Na zee toe, daermen itracks een harden donder noord. 

Den Hemel wert bewolckt, metdicke doncker'buyen; 

Den Stuurman b Palinur', en mocht in 't noord'of zuy en 

Bekennen eenigh licht ,• men fach noch Son, noch Maen, 

Noch Starren,om door zee oprechte ftreeck te gaen : 

Tot dat den Hemel op (den vierden daghe) klaerden, 

En hun der c Strophades den oever openbaerden. 

Daer gaende ftrand'waert op,wert elck op 't nieu gequeld, 

Van wreed' Harpyen,daer de vorft fich tegen fteld 

Met wapens, maer befluyt dier ooriaeck te vertrecken: 

Des haeltme de Anckers in, en gaet de riemen recken, 

Langs d Samos e N erythos,voorby de Epy rfche kuft, 

En krijght ten leften in f Chaonien haven-ruft; 

Daer treed yEneas op,en heeft terftond verftanden, 

Dat g Helenus daer met h Andromache (in banden 

Door Pyrrhus daer vervoerd,met Pyrrhus daer geland) 

Beyd 5 voerde 't hooghft gebied des landfehaps in hun hand. na Theflaüen , ende nu 

kleyn Griecken , endc 
oock Ianna ghenaemt 
werd. 

g Heknm een fone 
Priami. 
b esJndromache wasdc 



aen 

Peloponefèn , daer hun 
defë Harpyen, die vrou- 
wen aeniichten hadden, 
fo de Poëten fchrijven, 
gequeld hebben. 
d Samos is nu het eyland 
Cephalonien, een griecx 
eyland, ghelegen aen de 
kuft van Epyren , bewe- 
ften Peloponefèn. 
e Nerythos iseenen uyt- 
ftekenden hoeck op de 
kuft van Epyré, namaels 
Leucadiégenaemt, daet 
een ftedeken (Neretim 
ghenaemt) lagh,datals 
op een half eyland ofte 
Ifthmos lagh , nn S. 
tSfytawo geheeten. 

f £haonien is een geV 
deelte va Epyré, dat eer- 
tijds oock Fyrrhea,daer 



En dat ' Oreftes (als hy 't onrecht hadd' gewroken 
Van fijnHermione, en Pyrrhus des doorftoken) 
Hun erflijck defe eer , tot een belooningh gaf: 
Tot * voorftand van de goên, den quaden tot een ftraf. 

weduwe van He&or. i Hermione de dochter van Menelaus en Helena,trout Oreftes de fbne van Agamemnon, 
terwijl de ouders voor Troyen lagen; Menelaus daer van niet wetende,heeftfe in't Leger aen Pyrrhum belooft, 
die Pyrrhus, na de veroveringe Troya2,t'huys komende,met geweld genomen heeft,welck ongelijckOreftes aen 
Pyrrhum gewroken,ende hem (alfo hy den Goden offerde) doorfteken heeft. $ £>um o$Gmm Dhc*$ cs~i 9 Hi 

wqM.yeïgil.t/ZneiciMb.ó, Tarccrcfttbjcttis,& debelUre frperbos» 

D 2 Hier 



2 8 DER ZEE-VAERT LOF, 

Hier wert ^Eneas van fijn vrienden, boven maten 
Onthaelt, en met ghefchenck, ten lellen weer verlaten. 

* cytiops fabukren £)E Schepen onder zeyl door 'swinds ghedienftigheen, 
de Poëten cenen groo- D oor ploeghen 't pekel-veld, voorby Italien heen; 
ten reufe gheweeft te Verdwalen in hun ganck, foo datfe haer zeylen ftrijeken 

zijn, die met een knods . o j j 

op fen neckiïjn fchapen By a Cyclops klippen, die van verre Keulen lijcken ; 

aen t Eyknd Sioiien r_) aer b ^tna vyer en roockuyt c sAerd-rijcks raken Ipuwt, 

^i^^Dacrydcrvoor'CharibtfaScyllasmaelftroomgtnwt. 

klippe meteenige cley- Van daer de fchepen langs Siciliens eyland iworven, 
iw rudfcn daer by ghe- Tot VOO r ^Drepanum, daer Anchifesis gheftorven, 

weeit is,gelijck hem die « . i i t- i i 

dinghen uyt der zee ge- En werd begraven, doch ^iineasmet de vloot 
meenelijck opdoen. Wech feylende van daer, beklaeght fijn Vaders doot: 
roockefd^rg Tot dat Neptunes gunft, de Schepen heeft ghedraghen 
brandendenberghop 't Daer Dido,haer ontfanght,met blijfchap in * Carthaghen; 
^bf s n I f Hê,nuMont " Daer/ Dido op den Vorft haer hart en finnen grift; 
21 ƒ cTanbllcn Scjiu Daer Dido,haer beloft en reyne maeghdomfchift; 
komt inde enghte tuf- Daer Didos ydle waen,y£neam meent te trouwen : 

SSÏÏZZË* ° m haerbouwall'ghe ftad door mannen moet te bouwen; 

ftroom gact,legghen te- Daer Dido, aenhaer felfs,i£neas ontrouw wreeckt: 
ghens malcander over, Wanneer fy hopeloos, haer fèlven 't hart affteeckt; 
macPofte drayftroom! Daer Dido, levens fat, delefte doodtfnickfnackten : 
en Scyla een blinde klip Wanneer de Phrijghfche vloot haer van Carthago packter^ 
onder waters , daer een Daer op nim andermael, den Blafer uyter zee, 

vreelieliicke barningh f , J J > 

opftaet. Sicihens-haven,inDrepanumpeyIendee. 

d Drepawm, nu Tra- rj) aer nee f t y£neas, om fijns Vaders Iaer-ghetijden 
Santte weten! op £ Te vieren, voor den volck vertoont verfcheyden firijden, 
weft-end na Sardmien Te water en te land' j daer als hy hadd' ghekroond 

t0 Ê^\2ort^o Des overwinnaers hoofcl > en elck na waerd beloond, 
ofteMelechia promon- Verheft fich de onfpoed,want de dollicheyt der Vrouwen 
torium. 'Tvier in de Schepen fteeckt; door ydel mifvertrouwen 

mad^htevT^È Van ' c voorfegh en 'tgevolgh, door dien het onghemack 
Africa, nu by den Turc- Des reyfens,elck vertraeghd' en tegen 't her te ftack. 
ken maer een roof-neft Wel k vier on bl u lTchlijck fchee door menfcheli jeke handen: 

Tunisgenaemt. ^ . > i /T r '■>•'• J w J -» < *" v * v "» 

ƒ Dida verliefd op Ten waer een regen-buy quam lelicnen 'tvinnich branden^ 
^neam,die vemecken- E n redden foo de vloot,van de aenghefteken vlam; 

do V haTr°telven 't feven ^ aer na ^ e g ram ^ fla P van Aol een enc k narr *» 

beneemt. Firg.tAineid. 

iib '* % X[Eptuyn de baren ftild,de Schepen uyt laveren, 

En voort de boeghen, recht toe na Italien keerep. 
;Eneas fchip feyld voor , diens Stuurman Palinuur (ftuur) 
Werd (flapendeaen het roer, 's nachts met de itock van 't 
Gheflagen overboord; waer over dat i£nea$ 

De 



EERSTE BOECK. i 

Deplaetfè felfs bekleed, en ftuurt voor wind, die mee was <3 e iidftTstedenTn ïZ 

Tot l Cuma voor de Stad ; tot Cuma daer hy voort, üen,daer eertijds de Si- 

Te lande gaet, en 'tvoorfegh der Sibyllen hoord. SSÖ 

Van daer hy weer vervaert,en komt ter rechter-haven panien niet veer van 

h Caieta, daer hy fij n Caieta heeft begraven. NeapoHs , dicht b y den 
Van daer voort landwaert in , hy met fij n hey rkracht treckt te^sXyikCavema^en 

En de oorfaeck van fijn komft,' Latinus Vorft ontdeckt,- dezee recht tegen over 

En d'oorfaeck van fijn komft (door Konincklijcke giften, S™ le ? d y c ? land 

Door mannen dapperheyd, en door ^Fatale driften) h Caktawzs de voed- 

Hy tot fijn voorneem brenght; fchoon dat Italien bromt, Jkryan^neas , die fc 

^ J 1 J 1 n-> 1 iii het landen alhier ftierf, 

En tegnens den 1 royaen, met macht te velde komt,- en a e aen de!e hav«n be- 

Schoon dat Alectoos waen, door 'Iunoos ftrengh gebieden, graven wierde , die hy 
DesVorften^Turnifendervolck'ren) bloed doet fieden, ó * erom mah f naera 

1 i t^t •• 1 1 rii Caieta noemde, nu ter 

Ter wrake op den Pnrijgh, tot datmen net ghevoed tijd Gaieta ,ieyd mede 

Italien al verfaed met veegh Rutulen bloed; *? ' c koninckrijck van 

Nochtans i£neas deughd voed aen « Lavinias borften orX^erTporto For- 

Den eerften Sylvius,uyt wien,de twalef Vorften miano. 

DerSylvifproten, na wier laetften Romlus eerft _■ f^i^Korrindv^ 

__. T . { _ r „ _ 1 1 1 r 1 Latia > nu Campania in 

wierd Komens Peter, en met wetten haer beheerlcht. italien. 

^ Dat is, door 't Fa- 

Q Wonderlij ck begrijp en boven menfchlij ck oordeel ! ^ ofte ***&*$* 

Die uyt het een verderf,doet komen f t ander v oordeel, / 'iuno benijdende 

Die uyt den * ondergangh van Troyen , weerom richt ^neam,fend de helfcbc 

'T gheflacht der helden , dat het machtigh Romen fticht! ^TblotdlTvX 

Die niet ontfien de zee , ftorm , wind of woefte baren : keren te vergiften mee 

En daer door zeevaerts-lof tot hun Triumph vergaren: vyandfehap teghen &- 

i_ o * neam 

Op dat Gheflachts gheflacht, in volgend' eeuwelpreeckt, A ' •*, 
Siet!dusisonfenftaet,doorZeevaertopghequeeckt. «^ 

m Tttmtts vorft der 
Hetruflchen ende Rutu- 

A/f Aer dat Mycenen, na dat Troyen lagh in de affchen, fen , die het landfehap 
Hun roem derZeevaert , heeft gefboeld en gewaflehen, v i n T " fcu ^ Hetruria 

. ri rii 1 °* te Florence) bewoon- 

InThetis baren lchuym , * veroorfaeckt de eygen wraeck den , die eertijds uyc 
Der Vorften,die gebluft,na uytverrichter faeck (trachten, TÉwcien aldaer te fche- 

ci L. t Pt! , 1 . v 1 peehekomen, ende dat 

slechts keeren, elck hun c s weeghs,en voorts niet meer be- fe n § ter erf-woon inghe 
Verkreghen Zeevaerts roem, met eere te bekrachten,* ingenomen hadden. 

Mfbruycken Zeevaerts bnyt den Phrijgen afgeparft ^ £££££* 

En terghen 'teerbaer root,dier wraeck-luft tande knarft, troude iEneam, en teelt 

hem den Sylvium , uyt 
wekken de twaelf Koningen der Volfchen, te weten, JEneas Sylvius , LAtinus Syhius, AlU Sylvius , Atijs Sylvius, Caps 
Sylvius£arpentus Sylvius ,Tyberinus Sylvists, Agrippa Sylvius, Aventinus Sylvius , Procas Sylvius, N 'umitor Amulius Sylvius ende 
Bgmulus, z ijn voortgekomen. o Romnlm heeft Romen den naeni ghegeven, ende haer eerft ghefchreven 

wetten gefteld om na te leven, p Wt den val van Troya,komt den opganck van Romen. q De Grieck- 

fche Vorften nadatfèllium ter neder-gheveld hadden, ende wederom komende , verliepen hun indertelheyten 
ongebondene onkuyfcheyt,derhalven datfê alle haer leven in treurfpel vol- enden. 

D 3 o P 



i Dats Agamemnon", 30 DER ZEE-VAERT LOF, 

^JstSd^: Op^eopgheblafentheyt en^fchandvleckder Argyven: 
lai fdfs ghewroken had- Om fchennis-wrekersfchand'met eygë wraeck teontly ven'. 




>on. 

vrouwe Clytemneftra 

omjen bals ghebracht ^' w ijl moetXaërtisfoon'trampfpoedigh'grontfopflorpcn, 
* Laertis was den vader Die met fen kielen vaft word heen en weer geworpen, 
van Vlyfös vorft van DoorgramfchapvanNeptuyn , op de onbefuyfdc zee, 

fifmarus een Stad in En anckerd alder-eerft te / Ifmarus op de ree, 
Thracien gheweeft , die Die hy ten roove door fijn knechten doet vernielen; 
voortijden oock o,«- Di k d burger focht te paffen op de kielen. 

gHYea genaemt was , na- & r r 

derhand Maronea,maer Sodat den Ithackoys het Thraciiche gebied, 
nu ter tijd Marogna ofte l n f on derheyt, des volcks ' Ciconij , laghen vlied: 
roniagehlcten! 8 *' *" En nauw'lijcks ' t blancke zeyUn't vierkant had 5 gefchoorea 
t siconij waren vok- of Boreas barft uyt, enlaetfengramfchap hooren, 

^^^^^NeptnnnstegevaljdiemctdcndiTtandfteeckt, 
eyland Sicilië hen woo- En op der fchepen laft den val van Ilium wreeckt. 
ninge hadden, dat daer- ^ot dat in Africa, de vloot na neghen daghen, 
niT gTnaTmtwas. 11 " Het volck doet landen aen de eylanden * Lothophagen; 
h Lothophagen is een Daer hen 't verlangh na huys, door 't {bet vergetel-kruy t, 
gSIÏÏtaS^ B Y «■ «ntgingh,ten waer Vlyffes hadd' geftuyt 
veer van Tripolis inde Het lock-aes van fijn volck,diedaet'lijck op 'tbegeeren 
bocht ghenaemt Syrtis yiyffis, met de vloot , van Lothophaghenkeeren : 
^Saf boomen laf- En gaen ten ancker in Sicilien , by de rots 
fen Lotho genaemt, wie Des Cyclops Polipheem, die met (en fteene knods, 
van die vruchten at die Ses % n f en x knapen flaet, en kluyftfe tot de fchoncken; 

kreegh gheen verlangh r "» j > 

na huys. Heeft op 't begeeren van Ylyiles toe ghedroncken 

x Dit is een Poëtfche rj es w jj ns Marone fat , des hem den vaak bequam, 
SM^to^ TerwijlVlyfl-eshemfijn* eenighoogh benam: 
ofte boot inde bamingh En fchuylt fich onder c t vlies, om Polipheems vergrammen 

8 "nevelt ZiJn,endealf0 ° T, ° ntv,iê > in "iemands fchijn gekleed met koppel rammen. 
ge ï e Aengaendeditee- O * wolffin 't fchapen kleed! ö Ithacoisbedroch! 
nigh oogh,dat is een ee- <Tgeen dat ghy doenmaels waert dat fpeurtme in vele noch. 
Sé&l&Ë So raecktdeloofe vos, uyt Polipheems fpeloncke, 
reedetekomen,die hem En laet (en zeylen ftracks voorwind in ( t vierkant proncken, 

d 't ? S defe u tkomfte V ° 0r C y clo P s bo1 van daen > en land fich > daer h ^°ol 

bemerckte ; houde de De winden hem ten dienft in ledere facken fchool; 

reft voor verfieringé,ge- Di e (t'wiil Vlyfles flaept,fen maats na seldfucht dorften 

lijcker vele onderloope. J * * ° 

a Vt r PellicnUM veteren* r 'et'mens^&frontepolitta 

sAïbtitam vapido geris (üb petlore vulpens. Perfius Satyta $0 

b iALolus verftond hem wel op d'Aftrologie, ende derhalven dickwils toekomend weder en wind voorfêyde, 
die oock de winde eerft waergenomen,ende de verdeelinge der plaetfèn,als ooft,weft,zuyden,noorden &c.den 
volcke leerden, derhalven hy den God der winden ghenoemt wierde. Tim. lib. 7. cap.só. Het Eyland van 
/Eolus werd oock iEoliae, alfoo der meer dan een is, geheeten, maer nu Lipare«,ende by foramighe Vulcanias, 
liggen aen de noord-kant van Sicilien, 

Een 



EERSTE BOECK. 31 

Een fack los doende) zij n daer t'feffens uy tgeborften, 

Met eyffclijck ghedruys> fo dat hy andermael, t asfntiphat Koni&ck 

Om winds bedwaneh, vergeefs.komt in jEoIüs fael; der Leftrigomefs drfe 

vyiuwumjwwu« ö ' o ' j Leftngoniers ware reu- 

Die met een fnarr'ge graw , hem weerom doet verwecken: f en bewoonende een 
En c t volck (nu door gebreck van wind) de riemen recken. ghedeelte des i Eylands 

_, 1 /« 1 1 • a „• u~~- •: 1 Cicilie,daerhebbéoock 

Tot dat fy landen aen, in * Antiphatisrijck, van defe Lcftri goni m 

Daer 't Leftrigonifch volck, met fteen en, dapperlijck italien ehewoond in 't 

De onfalVe vloot beftormd , van wekker elleffkielen Konincfcjck van n«- 

, . " o , . , n , v -xÈ r 1 >i- 1 • 1 pohs,ontrentPonoFor- 

Schipbreuckigh ftranden,dier Matrooien,dat hjck vielen miano en Ca iete. inf- 
In handen, van dit volck j dier tanden graegh gewet ghelijcks hebben mede 

Dees dooden,klooven op,voor Konincklijck bancket: ™ n n bcW( ^ dj ^.^ 

Maer de and're, die 't gevaar des doods, alhier ontvluchten, daerdeftad Caietta, die 
Zijn met haer Schipheer in * Aextas ghehuchten namaelsLamusgenaemt 

_ J . 111JL jc is,gheiticnt. 

By Circe aengeland , de dochter van de bon, * ^r^anders met 

Die door haer tooverdranck (ij n^graege mackers fchon dry diphthongen <^*« 
Van 't menfchelijck geftalt, en drijftfe in 't kot als frijnen. ZSÜfSSm 
So dat hy naw'lijcks,fich van droefhey t magh verpij nen, is eé uytftekende hoeck 
Van Circes difch gerecht , te nutten fpijs ofdranck, dcs "kbaps Campa- 

■xr r r & t ■> CL> J J C U I nuE m ïtalie * eertl J ds 

V oor iyien maats haer eerlt gedaante wedericnanck. circeu Promontorium, 

Des hy in boelfchap fich ter liefd' van haer vermenghden, maer nu Monte Circello 

En teeld den Telegoon, terwijl - Elpenoor plenghden gffiJSJËg 

Sij n leven , door den val,door dronckenhey t fij n bloed. Strabo Circei ofte Gr* 

Daerna bevaert den vorft, de b onderaerdfche vloed « s ftad , ende nu Citta 

VanPlutoosduyfter-rijck,- van daer hy wederkeerden wacr nofh^geóudc 

Na Circes eyland, enElpenoors lijekvy er eerden. mijnen van Circes woo- 

Dienaverloopdestijds,denlthacoisverliet tS^kSiSZ 

Met veel aenftaenderamp, en vaarehjek verdriet, van Aeastas geheeten. 
Verzeylen van haer kuft, langs de oevers, daer de ftemme a Sl l?7\\ *T Vm 

Der Zee c Sirenen,hem inde ooren tracht te klemmen : ke „ ^f^ e w f"4 n r a ° c hts 

Om c t fchip te locken, door haer aengenaem geluy t, opftaen uyt fijnen flaep) 

Tot inde barningh,dat de kiel te barften ftuy t, valt en breeckt den hals. 

~ * v Uit ic hi mt eenen 

«Tenwaer, Vlyffes eerft, om c t fingen niette hooren, droom te wefen ofte 

Met wafch hadd' toegeftopt fen volliks gecr'ge ooren, door de Toverije vaa 

En fo <t gevaar ontflipt , tot dat hy weerom daeld £ r c r e S£^£j &J 

Daer d Scyllas barningh ftort , en daer Charybdis maeld: toe ried hoe en op wat 

Daer Scvlla van fen maets fes mannen heeft verflonden, T ] ^ hy L fuIcx beftae ? 

_ , J . rr» •' • r 1 ioude , nier van mach 

En hem voort heen-en na e I nnacna geionden, dek ghevoelen «tgheen 

hem felfs goet dunckt. 
c Defè Sirenen waren dry Eylandekens rond-om met vele blinde rudfèn en barninghen , haren naem Sirenos 
hebbende van dry hoeren, die feer wel plegen te ringen, die genaemt waren Leucofia,Parthenope, Ligya,dat is, 
Alba, Virgo en Canore, ende defèlve namen eertijds van de zeeluyden ontfanghen hebbende , wierdenfè van de 
nakomelingen,om de perijckel van de barningen,ge(chuwt. d Scjlla is een gheweldige barningh 3 Char 

rybdü een Maelftroom, daer van by den Romeynen eertijds een lpreeckwoord quam,als eener het eene onghe- 
luckophet ander quam, Wt Scyla %n fhaybdü ; dat is, uyt de barningh inde maeiftroom,of«7f bet een verdriet 
in *t ander. e Trinacria , dit is het eiland CfciUeft ,orndat het dry hoeckeii ofte kapen heeft, eertijds 

Phcebus ofte de Son toegèheylight. 

Aen 



f 'fh&tufi. en Lantpe- 
tie, dochters van de fon. 
gjfEtirylocbtts een van 
de ghfefellen Vlyffi , die 
fich dickwijls teghen V" 
lyflès kanten. 



h Ogygia zijn twee 
eylanden, legghen op de 
kuft van Calabrien , als 
men na de Adriatifche 
zee toe wil 3 ende heeten 
noch het eene na Calyp- 
ib Calypfus , ende het 
ander Diofèoron. Hier 
begeeft fich Vlyfles felve 
aen 't timmeren ende 
bowd eë fchip,leeft daer 
van Odyjffi Homeri hf>» 



p DER ZEE-VAERT LOF, 

Aen 't Sonnen eyland, die haer vet-geme(le vee 

Aldaer aen /PhsetuP , en aen Lampetie, 

Beveelt ; hoewel hy hier te (lachten hadd' verboden 

Des vees,(b heeft nochtans i Eurylochus, hetdooden 

Den gaften toegeflaen,tot c s levens onderhoud, 

Daer van (maer veeltelaet) defchuldhen naberowd; 

Want (bfe daer van daen, met kalmte weer vervaren, 

So roerd Neptunes, (priet, de filte groene baren : 

Door wekker kracht het tow van de anckers ftucken knapt, 

Daer op een dwarrel-wind den maft ter neder kapt; 

Het (chip drijft overdwars, de riemen laetmen (lippen, 

En (loot te barften op der barninghs blinde klippen. 

Een yeg'lijck roept de Goón , om byftand en om hulp : 

Maer lacy te vergeefs; de kokken over-ftulp 

Verfticken de adem lucht jder varende gefellen 

Vlyffi , maer hy felfs , gaet (ich daer weder (lellen 

Soveelhemdoenlijckis, en houd (ich op eenwrack 

Wel negen dagen lanck in koud' en ongemack, 

Tot dat hem c t goe geluck, den thienden heeft gedreven^ 

Aen c t land te h Ogygiam , alwaer hem 't lieve leven 

Calypfb niew'lij cks queeckt ; Caly p(b helfd' en hert 5 

So dat hy met haer liefd' terftond betoovert wert. 







Hier heeft hy fich ter liefd' van Ithaca , begeven 
Ten fchip-bow, en hy leerd hier rechten kiel en fteven, 



En 



EERSTE BOECK. 

En maeckt een driftigh hol, daerna met tow en bad 

Getakeld,en verfknmetftuyrboom,fpriet enmaft; 

Nu fchorter zeyldoeck aen,wat raed tot linne laken? 

Daerforght Calyp fo veur, en helpt hem zeyle maken. 

In c t kort eer dat de Son * vier reyfen rij ft en daeld, 

So werd den bow voltoyt en op den ftroom gehaelt. 

Calypfo die befteld Vlyfïemfcheepsmatroofen: 

Om hem des arbeyds in fijn t'huyfvaert te verpoofèn j 

Calypfo boven dien befbrght hem fpijs en dranck 

Ter nootdruft, na dat hy nu fev en jaren lanck 

By haer geherberght hadd',hy met haer oorlof fcheyden, 

Calypfen latendefijn ^fbon en dochter beyde 

Tot fijn gedachtenis ; verlaet Ogygia 

En zeyld tot in c t gefïcht,de kuft van l Pheaca. 

Met komt Neptunes uyt de diepe waterkolcken 

Te voorfchijn , en bekleed de locht met duyfter woleken; 

De winden, toomeloos (uytbarften) met geweld, 

Enkeeren 'tonderft op van'tcriftallijne veld. 

Hier werd VlyfTes bangh,en wenfcht te zijn geftorven 

ïn Troas liever, dan duslangh in zee gefworven 

Te hebben, met verdriet, en daeghlijcks herten-leed,- 

Doch dits vergeeffcheklaagh,Neptunes gramfchap (peet 

Het Ithacois bedrogh,dat hy voor Ilium pleeghden , 

En floot dies met fen vorek, datfich dekielbeweeghden, 

En barft ten fchepe uyt; met geeft hy noch een ftoot, 

Daer leyd het fchip rond-om,- den Giïeck in doodes-noot 

Hanght op een ftuck van c t roer befturven in fen handen: 

Maer m Cadmus dochter helpt hem noch in c t left te lande; 

Daer hy met groene blaen fen naeckte leden deckt; 

T'wijl Pallas inden flaep n Alcinous dochter weckt, 

Dats uyt meedlijden is nae 't boomrijck ftrand gereden, 

Den God verlaten Grieck , fen naecktheyt te bekleden; 

En hem fen laffe ziel,met weynigh broods verejuickt, 

En voorts hem voor haer heen na c thof des konings fchickt. van de klippen afmiee 

ftortede , ende terftond 
van Neptunes , ten ver- 
foecke va Venus,tot een 
Goddinneder Ionifcher 
zee ghemaeckt wierde; 
dele leyd den Poet dat 
hem foude te lande ghc- 
bracht hebben. 

n AlcinoiM was ko- 
ninckvan 'teyland Phea- 
carn , nu Corfou , defe 



-^ i Homerus leyd dat 
•^ het Ichip binnen vierda- 
ghen veerdigh was, dit 
fchijnt Poëtcry, ghelijck 
het oock is , ende van 
Homero ghcftcld , om 
quan/üys de Godlijck- 
heyt van Calyplo wat 
breed uyt te meten. 

k, Vljjfes hadde by 
Calypfo twee kinderen 
(te weten , een foon met 
een dochter) gheteelt als 
hy van haer fcheyde. 

/ Thxaca is het ey~ 
land eertijds Corcyra , 
maer nu Corfou ghe- 
naemt , legghende voor 
aen inde Adriatiiche zee, 
ofte de Golffo van Ve- 
netien. 

m Cadmus was ko- 
ninck van Boeotien , die 
een dochter hadde Se- 
niele ghenaemt,de moe- 
der van Bachus , die van 
Iupiter op een tijd be- 
gheerde omhelft te zijn 
met den rege, donder en 
blixem , 'twelcke (alfoo 
de Poëten fabuleren) fy 
niet verdragé konnende, 
van de vlammen verflon- 
den foude vvefen^derhal- 
ven Iupiter het kind dat 
by haer noch onvoldra- 
ghen was , nam en ftack 
het in fijn dye tot den 
tijd der baringe, waer in 
de fufter van Semele,ge- 
naemt Ino, haer verhoor 
veerdigéde datfemoeye 
van eenen God(te weten 
Bacchus) was^konde Iu- 
no fulcks niet verdragen, 
maer vergittenle met de 
helfche raièrnijen , datfo 
haerlelven met haer kind 



Die na beleeft onthael, hem daer van daen gefonden 
Heeft totPenelope,die befigh hy gevonden 
Heeft (wantfê daeghlijcks van velen wierd begeert) 
Op dat deledigheyt haer kuyfcheyt niet onteerd. 
Hier end VlyfTes ramp , en treurige verlangen; 
Hier heeft hem Peneloop met blijdfehap weer ontfangen, 
Na, dat fen af-zijns tijd (gheledentwintigh jaer) 
Hy uytgeftaen hadd', veelperijckelsen ghevaer; 

J J ° ' r J ö heeftVlyiTemnahétey* 

land Ithaca by fijn vrouwe Penelope gefonden $ dit eyland Ithaca wert nu Val de Compare genaetnt, 

E De 



34 DER ZEE-VAERT LOF, 

De gramme Goön geboet, met fijn thienjaar'gebeevaert» 

En Ithaka beroemt, door fijn thienjarige zeevaert. 

tier , eeffte^vinder der \f Aer , ondertuflTchen elck om voordeel en profijt 
laftveerende ofte koop- ' Van land en fteden , fich in 't onderfoeck bevlijt, 

Va %%ïopQz teghen Tot nutbaer fchip vaert, om geladen fcheeps te varen 
Tyrus,leeft totden Pro- Van 't een na c t ander land met coftelijcke waren. 
pheet Hefekid cap . 26. Wier eer ft e n* Hyppius (in Tyrus opgebracht, 

'a Lybanon wa s een Tot roem derTyriers) 'teerftlaft voerend' fchip erdacht, 
bofchachtigh geberghte Waer door den kleynen naem, van Tyrus fb vergroot is, 

men woflen. 'T is Tyrus,daermen toe, uy t alle plaetfen kom t,* 

b Voortijden plach- <-r/j s Ty rus die voor al, in koopmanfchappen bromt; 

men Tenten op de iche- /r _,. __' ,. . . x 1 • 1 n 1 • 

pen tefpannen , diemen 'TisTyrus,diehetpuyck,en machtighite op der zee is; 
in «tlefte by de onfevan <T is Tyrus, die c t cieraet der fchepen,op de ree is: 

ÈÏÏJTSJÏÏS* Want ner g ens vi , ndn ? en <r 8 een dat T V rus Stad ontbreecke, 

hutte noemt , daer ghe- Daerom 't Prophetifch woord, aldus tot Tyrus fpreeckt. 
meynelijck dé Stuyrman t £)e filtebaren,zijn de veftendijner landen \ ; 

ïijnverbliifotte vvoonm- t^.. r i i • 1 •• 1 i« 1 1 1 

ge houd. Dijn ichoonheyt cierders zijn der timmerlieden nanden s 

c Gebd een ftad in Die hebben Tyrus macht,met kielen fterekgebowd, 
Phoenicien,nietveervan Be f c h oten met y voor, cypres en ced'ren hout. 

Sydon,met eenbequa- . 7 > Ir . 

me zee-havenjoock Ga- 'Tboomnjcke * Libanon verlorghden uwe maften, 
bala , en by fommighen Daer aen ^Egypten 't zeyl van geler zijde paften. 

Giblim genaemt, houdc ^ • - 1 öl 1 v *. bl -,. r 

het daer voor dat nu Dijn vlaggen en verdeck van 'tent enpawhoen, 

Tripoli de Soria is. Moeft dy geverfde zij d van c t rijck Italien doen. 

1 d A t Pad> T T £?°*? i Om fcheeps bowmeefters, ghy de volck'rë « Gebal terghdê: 

leyd benoorden Tripoli. r^ r L ja j^j 1 P 

Zydónu zaytgenaemt, Om fcheeps matrooien ghy^ArvadenZydonverghden: 
leyd befuyden Tripoli. Op dat u niets ontbrack aen fchepen noch aen c t volck, 
barljen. ' nU B ™~ Om fo te vayl'ger door te ploegen 's waters kolek. 
ƒ LjfdUH,saidexs Maeo- e Afrijcken, f Lydien en l Perfen,oorloghs knapen 
men, een landfehap in y toegefonden heeft , geoeffent wel ter wapen,- 

g Pa/^.nuFarfige- V braeffter helden roem, der beuckelaren fchim, 
naemt ; . Stads muyren ringh cieraet, was 't volck van h Gammadim. 

warS vS^n^ie b Gh Y handelden ter zee, met alderley metalen; 
Phoenicien woonden op 'Thobel en k. Mefech quam,met fchepen in u palen 
den uythoeck , tu(Tchen $ eer r i jekeli jek gelaen, met kooper,tin en loot, 

Tripoli en Benthus , nu . J J » 7 1 ' » 

Bamth,gheheeten Cabo En dreven koopmanichap op uwemarekten groot. 
Pendico ende Vadro. <T l Sarmatifch koude volck, u van Thogarma brochten 
Cdchfe t'S, V nu ' T viervoetige gediert,tot heyr en oorloghs-tochten. 
Georgiana. Den m i£thioper,u uy t Mooren land verfocht, 

k^. t^Cefech zijn die 
van Cappadocia,nu Almafia of Genech ghenaemt. / Ditzijn de Sweden,Denen, Ruflchen en Polacken* 

die eertijds aen de Cafpifche zee woonden, noch Sarmatten ghenaemt. m vSthiopien is Paep-Ians land, 

ofte 'tkoninckrijck van Abyflinen. 

En 



EERSTE BOECK, 

Èn heeft u » ebbenhout, met elpenbeen verkocht. 

Den fchat van ° AfTur, koft den arbeyd van dijn TyrierSj 

En ghy de koftlijckheên en waren van de Syriers: 

Als purper en fluweel , tapijten en fatij n, 

Robijnen roofighrood,en blij nckendcriftaliijn, 

'T ghefegend Iuda uy t Ifraéls overvloeden 

Dijn volck met fpecery en vruchtbaerkooren voeden ■. 

Van dijner handen-werck P Damafcus heeft gehaeld, 

En heeft dy dat,met wolP en ftercken wijn betaeld. 

* Dan f Iavan , brochten door haer kramers op u marckten 

Chafia , Calmus , en konftige yferwercken. 

De vorften r Kedar en van Dedan,dreven mee 

Hun handel met u in gevloekt en hooren vee. 

Na/Saba 'Rahema, ufchepen voeren henen, 

En quamen weer,ghelaen met goud en dierbaer fteenen. 

Wt » Seba, AfTur, en Kilmad'in Mediaj 

De kooplie Harams,in Mefopotamia^ 

Van Canne, Eden en de fteden in Chaldea; 

Als mee de kooplie uyt x Arabia Petrea 

Op uwe marckten,hun kemélen brochten aen, 

Met ceder kiften , Vol van koftlijckheyt gelaen. 

Dus neemt uw' rijckdomtoe,door uw' bepeckte kielen, 

Daer mee uw' fchiplie heen van c t ooft na c t weften wielen, 

En komen weer gepropt,met rijekefchattenin, 

Dat ghy in weeldefwemd door'tdagelijcks ghewin. 



3? 



« Dit en is geen Eb- 
benhout als men teghtn- 
woordich in ons land ge- 
bruyekt , maer was van 
naturen wit , hard , ende 
wel bearbeyd blincken- 
de. 

o Aj[nr waren de Af- 
fyriers,nu Arzeri,Tyr,nu 
Sor, Syrien,nu Soryen. 

p Damafcus een ftad 
in Phcenicien , foo noch 
Damafcus heet. 
* Dan waren die van 
Cefarea Paniae, niet vee- 
re van Zydon woonden. 

cf Iavan waren de 
Griecken uyt Europa. 

■f Kedar en Dedan zijn 
landfehappen in woeft 
Arabien. 

f Saba anders Scheba, 
zijn die van ./Ethiopien, 
ofte Moorenland. 

e Rahema die van/t 
gheluckigh Arabien , na 
Raema de foone Chus 
alfo genaemt. 

u Seba een landfehap 
in woeft Arabien , daer 
in een ftad Seba ghe- 
naemt. Kilmad , 

het oofterfche deel van 
Medien, nu Servan, Ha- 
ram in Meföpotamien, 
.. 1 . Canne end e E den, bey de 

C Iet daer,den ouden roem,die dier tijd 'saerdrijcx kimmen in chaldea. 

Rond-om met preuts gebow van kiele,ginck beklimmen. 
Doen ginckmen om profijt * doorploegend waters vloed. 
Doen heeftmen om profijt het aerd-rijck omgewroet; 
Nietomgewroet,alleen,omvoedfaem graan te zaeyen: 
Maer omgewroet,om c tonverfaed'lijck hart te paeyen, 
Met * zielverderflijck goud,dat fteedsden menfche pijnd, 
Met doods gelijcke vrees, die'tuytderaerdenmijnd ; 
Met doodes dreygement die met den roof moet fchepen: 
Maer l t aldermeeft de * ziel geeft doodelijcke nepen 
Den genen die c t mif bruyekt' of t'onrecht oyt befat; 
Hier van heeft Tyrusoock veel overvloeds gehad. 

b Iromus koninck van 

Ant,' fo nu Salomon, der Ifraëliten Koningh ^T^ko^tSl 

Wild' bowen c s Heeren huys , en hem eens Vorften m on , fchickt hem alle 
Heeft h Irom Tyrus vorft den koninck Salomon (wooningh, nootdmftigheyt tot dea 
Doen houwen ced'ren en cypres op Libanon, J*™j£ t ,%£ ' ?# "" 

E 2 En 



x Arabia Tetrea is 

het fteenachtige Arabic. 
* bnpiger extrenws currit 

mercator ad Indos, 
Per mare, pauperiemftigiens, 

perfaxa,pcr ignes. 
Horat.Efift.iïib.i, 



t S<£pe folent Auro multa 
Jubefje mala. 

Tibttll.eleg.y.lib.i. 

A N il f er et ad manes divitis 
umbrafuos. 
Ovid.TriJiMb.^elcg. i <f. 



w 



3<5 DER ZEE-VAERT LOF, 

* chinmtts een tref- En laetiè door fèn volck afbrenghen nadeftrandtoes 
fdijck bowmeefter en £ n fchicktfe op Salomon vlotten na fijn land toe. 

conftenaer in metael. Qock filver ende goUt jmct aldcrley metael; 

Daer toe den kon ftenaer a Chiramus,die datmael 
TotTyrowas vermaerd , en daerom werd gefonden, 
Den volcke ïfraëls door defen te verkonden 
Der Tieriers hooge roem ; fb wel in konft als macht * 
Door wiens behulp den bow Sal'monis wert volbracht. 

b sümon Koninck D Es ^ t die '* h voorbeeld is der wijfhcyt, leer en zeden, 
tot ierufalem. En fwaeyt den Scepter van Ierufalemin vreden) 

Anno Mvndi Hier door den aenwas, van der Tyriers overvloed 
2941. Aenmerckende, beftaetop diergelijcken voet 

c Afiongabtr nader- A | s Tyrus,door de hulp IromLop dekuften 

hand Beremce,nu Alcef- TT J r , l . . L n 

fer , ofte Ghofair ghe- Van c Aiiongabar, aen de roode zee, te rulten 
naemt ,ieyd in Troglo- Veelbrave fchepen, wel gewapend en voor fien 
2£££*»& Met Üjfiocfci :,fchipvo]ckengefchickte oorloghs-lien, 
zee. Die zeylree (cheepten af, heen door de roode baren 

d Chirmani anders np ot i nc | en Occean , en voort langhs d Chirman varen, 

Carmania.nu Cnermam. Tr . *-% i r » i'« rr t n 1 

eqedrofi e »,mCirGin, Voorby < Gedroiien na Indien,neftens «titrand 
by G.Mercato. Geft, en Van/ Gan ges oever, aen^Sophyra c t gulden land; 
by fommige Gu^ate R{ moet ^ e t ancker uyt,de zeylen inde banden, 
genaemt, een gro >te re- Men brenght de koophe en Fa&oors terltond te lande, 
viere , loopt door het r_) aer wert ^ en handel, met den gelen Indiaen, 

Coninckrijck van China ,-« , , • 1 • • 1 1 

tot inde indifchc zee. Tot voordeel en vernoegh van wederzijds gedaen. 
g Sopbyra, ofte c t g*l Defchepen midlerwijl, die worden al volladen; 
^Mri! dc te^ De koo P lie komen Tcheep, en vinden hun geraden; 
houde het gheweeft te Met de eerfte goede wind , te zeylen wederom, 
zijn (na den tijd van haer Heen na Iudea,in huns vaders eyghendom. 

p»^i h JLr«wofie Alwaerfe fins den tijd der uytvaert na dry jaren 
CbryioiHmvegio (dat is, Belanden, wel gelaenmet alderhande waren; 
het Gom land) noemt, Met coftelijck gefteent,Ivoir en Ebbenhout, 

teyt op ghene zyde der . A \ r\ 1 

reviere Guenga ofte Moenanen,Aepen, met veel hlver,maer het gout 
Ganges, nu hetgheheeic I n grooten overvloed komt, diens dryjar'ge renten 

l c^noïdc^i- Van Y eder to c ht bedraeght vier honderd fwaers talenten, 
fte plaetfe in Ooft-in- Voor c s Koninghs eygendeel ,• behalven c t ander dat 
dienis , daer «tmeefte DeKooplie voor haer deel genootenuyt dien fchat. 

gout van daen komt. r\ 1 r r r 1 in 1 

h Paiejttjnen heeft dien Dus neert Ieruialem , de iteygerende trappen 
naern omdat de volcke- Der wijdberoemder macht,door harekoopmanfehappen 

ren die 't eerft bewoon- t<.,_ 1 'j» j> "\ 

den , Philifteen genaemt Te Wa [ er en te land',op gtOOt en Wijde Zeen, 

waren, is het land van Door hare fchipvaert,tot in 'thooghftetop betreen. 
beloften nu Term Sanc- So j at ^ vaer a en nu door 't machtigh * Paieftijnen, 

ta otte 't Heyhghland ^ . 1 1 1 • 1 1 1 1 r \ •• 

genaemt. A ot elc ^s verwendenngh, als vremde vonden lchijnen,- 

De 



3? 



E'ERSTE BOËCK. 

t)e overzeefche tacl, veel min de volck'ren felf 

Men noy t geherberght hadd' in * Salems hoogh gewelf. 

Nu komtme daer de zee van alle kanten bowen $ 

*t Dunckt yederfchier een droom, fich feiven te betrowen 

Op 't grondeloofc Meyr, en ruymen 't Godlijck land: 

Als ofmen nergens God dan in Iudxa vand. 

T\ At fulcks by 't domme volck was een gemeen kryoelen 

Blijckt, aen den l Prediker der frraffe, diens gevoelen 
Selfs trachten,om op zee te ontvlien de handen Gods: 
(Wanneer hem 'teewigWoord,den hooghmoed en de trots 
Der Ninevijten, hadd' bevolen te bedwingen) 
En dacht dies, of ick fchoon al derwaerts henen ginge 
Verconden 't oordeel Gods tot afftand van de fond'? 
En dat Gods wrekend' vyer de btad dan niet verflond'? 
Li jck hy ghenadigh is ? m^n mocht na veertigh dagen 
My als een valfch Propheet ten lande uyt doen jagen; 
Neen (fèght-hy) 't is my beft, voor Godes aengeficht 
Te vlieden , over zee ,op dat mij n onderricht 
Den boofèn niet en ftreck, tot fpot en fïnait der vromen,- 
Hy dencktetnawlijcks, of heeft datelijck genomen 
Sen wegh na k Ioppe daer een fchip van l Tharfen (dat 
Seylveerdigh) light, daer in hy met voorweten (trat) 
Des S hippers,en vaert heen na zee toe,daer hy Gode 
Vervreemdgedachttezijn , en gantfchelijck ontvloden. 
Maer ach! 't en leed niet langh, men fagh den Heere niet: 
Maer hoort des Donders ftem, die blixems ftralen fchiet, 
Met 'toomeloofè wind , fo dat het fchip de baren 
(Als God verlaten) fchijnt ter hellen af te varen. 
De m Schiplie al verbaeft, aenroepen al hun Goón 
En Heerfchersvandezee; de een roept om ïovisfóon, 
En de ander om Neptoyn > de derde fpringht berieden 
Daer Ionas leyd en flaept, en pord hem, dat hy mede 
Soud' bidden fijnen Godj in c t lefte men bevind 
Het waeyd hoe langhs fo meer , fo datmen onderwind 
Te werpen n 't lot, wie dat de fbndaer moefte wefen : 
Om wekkers wil dat hun dees ftorm was opgerefen: 
Op datfènaverdienftdanftraften onder haer 
Tot 's anderen behow, dien die hier fchuldigh waer. 
Men werpt by beurten 'tlot, dat end'lijckis gevallen 

'tverbod fijns vaders)ge- 

fteken endeghenuttighthadde,Sau1 den Heere vraghende, of hy wederom teghen d e Philifteen aengaen (oude; 
antwoorde hem de Heere niet,fb wierde dan het lot gheworpen, om te fien wie voor den Heere quaed ghedaen 
hadde } ende het viel op lonathan» uRegstm cap. 14, 



t S-x/fW^ditisIeru- 
falems eertijds Salems 
Burgh genaemt. 

Anno Mvndi 
3130. 

i Ionas de Propheet. 

k^ Ioppe is een bequa- 
me zee-haven , nu laffa 
genaemt,is de naefte om 
te landen voor die na Ie* 
rulalem willen. 

/ 'T bar [en noch alföo 
ghenaemt , is de voor- 
naemfte Stad van Cili- 
cien, nu Caramanien ge- 
heeten. 
* Nmwc gelidus ficca Boreat 

bacebatur ab Arïïo : 
N«wc Notus aduafap-alül 

f tont e gerit. 
Refior in incertoejl.nec, qttid 

fugiat ie petatve, 
Invenit -.ambïguis arsjiupet 

ipfa nuiUs. 

m Dit fchipvolck wa- 
ren Heydenen, ende rie- 
pen alfo hunne afgoden 
aen , d'eene om i£oIus 
den god der winden, 
d'ander Neptunes , ofte 
ghelijck Ovidius fèyd in 
lijn 10 Elegie; 
Ipfe gubernator tollens adfl< 

dera palmas, 
Expofat vatisjmmemor ar» 

tis , opem. 

n Dit lot werpen was 
een gemeen ghebruyck, 
fêifs by den loden, ghe- 
lijck daer van inde H. 
Schrifture verfcl.eydene 
exempelen getuygen,als 
in 't veroveren van Ieri- 
cho,daer eener, met na- 
me Achan,uyt den ftam- 
me Iuda, des verbanden 
goets ghenomen hadde 9 
dies God gantfeh IfraëJ, 
om dies mans wille,ftraf- 
te,doen wiert het lot ge- 
worpen,ende viel op dat 
gheflachte, ?ofü<e cap. 7. 
oock doen Saul met fijn 
volck tegé de Philefteen 
gheftreden hadde, ende 
Ionathan fijn fbne fijnen 
(pies in't heunigh (tegen 



E 3 



Op 



38 DER ZEE-VAEKT LOF, 

* Denwalviich {blo- . 11 1 11 

nam Vèrflonde , heeft Op lonam, des men hem de waerom onder allen 

hem ontrent de kuft van Ghevraeght heeft, en van waer,hem toequam defè ftraf; 

££££&& Daer °P h ? haer befche V d en goede antwoord gaf, 

fwommen tot inde zee Haer biddende dat fy nietlangher wilden toeven, 
Pontus Euxmus,en heeft ]yj aer we rpen hem in zee,op dat fich hun bedroeven 

hem in Armenien te lan- *■ . . \ , r r . 

deghefpoghen , 'twelck Niet meerder jmaer net volck ontlettenhch van, 
meer dan vijf honderd Tebrenghen om den hals fo licht een vreemden man : 
«ufeSh^: Die haerhadd' toe bettowtfenlichaemenfen leven: 
kend wen. Dat fy hem naderhand niet konden weder geven. 

* Nmivc , anders Den ftorm, des niettemin,neemt meer en meerder toe; 

Groot Babylonien ghe- __/-,.. 1 il_t 1 -» 

naemt, leyd in Adyrien, De ichipluy vragen hem,wat raad ghy datmen doe. ? 
nuArzemm(by dé vloed Qns raden is ten end' , wy moeten alle fterven. 
K^rret'Tisbeter (feghthy) een dan alle te verderven; 
te lande reyfen van daer Want (o ghy my niet uyt den fchepe wech en doet? 
hem den walvifch uyt- Verfekert zijt, ghymetmy alverdrenckenmoet. 

ipoogh tot Ninive , on- . r " • 1 1 t i 

trent de twee honderd In t kort , Ie vinden haer van lona aengedreven 
duytfche mijlen. Een radeloos beftaen (ghenootlaeckt tot hun leven) 

a S don. een van de (e- r-r* 1 1 r 1 l_ 

ven mtfrvM. Grecien. Te nemetl b Y der hand > etl WOr P en heIT1 in 2ee - 

b Djcentem afidue mal- Daer op de onftuymicheyd en ftorm van liever lee 
u femmferi. Gheftild is,maer dien God,die 't onweer hadd 5 gefohden 

c Die van Athenenlang _ , . . , .... , r , ,. T . r & . 

om de befittinge van Sa- Schickt datelijck een vilch, die lonam heett verflonden : 
lamme geoorloght heb- En met hem,meerder dan * vijfhonderd mijlen vloogh 
ïfu^fXl Door zee.voor dat hy hem tenderden dagefpoogh 
by een alghemeen ver- Te lande, daer de zeeEuxinusfpoeld deftranden 
bodt wie tot Athën in Armenië: daer van daenhy fich begeeft te lande 

Xic raedvoorftelie mid- - , ,.,. . e ti r 1 

delen tot den Oorlogh Na * Ninive,om uyt te voeren c s Heeren eyich; 
Sahmijne weder te kry- En l t fèhip komt mid'lerwijl t'huysmet behouden reys. 

ghen 'tleven verbeurde, 
foo heeft Solon dan defe 

middien bedacht en die ÜN fo voort over-al na aller wijfên oordeel 
Sfë&to ,fó Soekt elck ter koopmanfchap in fchipvaerts loffijn voor- 
kefmghen , PUtarcb. in So dat de * wijfheyt daer Athenen oyt van roemd, (deel. 
' ^dSafmiT 1 ^ kl e Voorhenen fi cn ter zee-vaert felfs een koopman noemt, 
landekr^voor\ieTav e y n Verfoeckende 't geluck, dat hier in yegh'lijck hoop geeft, 




cMegx™ was een Land- Maer , om fen weet-luft met ervaringh te bekleen, 
fchap daer de voornaéfte D ie h y ter were u f e jf s a i rey fende ondervonde: 

itad Megara ghenaemt , ~\ . _ ,, ,-', , n l 

ftootende int weftëaen Ghelijck hyteyaznf dat de jaren hetnverjlonden, 

SSSïïSS: Maerdatdeemringehemnochdaeghlijcx yy>jfermaec\t : 
rinthen,en aende GolfFo So dat hy namaels, oock aen 't hoogh ghebieden raeckt, 

kndSahmine bewoon- Het eyland *Salamijn (Co van den 'Megarenfèrs 

den ' Bewoond 



EERSTE BOECK. 3 p 

Bewoont wierd' , maer behoorde Athenens eygendom) 

Met macht van wapenen te nemen wederom. 

Het welck hy door pra&ijck van fchipvaert brengt te wegej 

Wantfo hy op een tijd tot beedvaert is ghenegen 

Heen na * Coliade, verneemt hy by het ftrand # ^ h ^ c 

De Atheenfche vrouwen, diehun vierdaeghfche offerhand' daereen TempeUercÉ- 

Ter eeren Venus deen,- dit fiende fchickt hy eenen ren Venus g heft,cht was > 

Na Salamijne, die brenght : aen, dat van Athenen j£ö? £&& 

(In Venus Tempel in 't geficht van Salamijn) tus , te beedvaerd ginck, 

Veel ed'le vrouwen,met den Gods-dienft befigh zijns ï^dkM 2* & * 

Des (fèght hy) 1b ghy wilt, ick lever Ie u in handen. 

De Megarenfèrs (licht geloovigh) datlijck manden 

Een Oorloghfchip met volck, dat voor- wind derwaert ftiet. 

Als Solon nu dit fchip van verre komen fiet, 

Belaft hy ftaende voets de vrouwen te vertrecken, 

En doet, in plaets van haer, denTempeldienft voltrecken 

Door ongebaerde mans , met pongiaerts al gereed 

Ghefcholen,onder c t lanck en ilepend vrouwen kleed 




C T (chip land' fich onder des, waer uy t lè datlijck alle 
Gelijcklijck (pringen , om de vrouwen te overvallen; 
Die dapper afgerecht,nietflincks opfokken (pel. 
Der vrouwen geften en manieren, deen fo wel, 
Datyedermeend'tis waer , tot dat te voorfchijn fpringen 
De ontfetters,die denbuyt haer jnet geweld ontwringen. 

En flaen 



Solon , 



4o DER ZEE-VAERT LOF, 

ANNO J lvNDÏ Ennaendevangersdoot, en ftracksmet alleman 
jp .34 4 Iri c tfelvefchipgegaen,enfogefeyld daer van, 

/ttatis Kom* NaSa lamijne,daerfyfnellijckvandcnkiclc 
n i 272 * A De Megarenfers op haerfwackfte overvielen, 
ï ^F/Êlinght E" namen <t eylandin,dat korts byyeder een 
jMcden.,. Met krijghs-macht ongefien, ja als verloren icheen. 

a Themiftocles een 
treffeliick veld-overfte _ TT .,.. int * r i n — i f 

der Athenicnfas. £s| V wil ïck van den ilagh en groote f cheeps-itrijd fingen, 

b Mtinades, te voren Des * koninghs, die de zee met roeden wilde dwingen, 
%£$&& In hae ' onftuymighey t 5 die met fen heyrkracht terght 
hadde eenen gheweldi- Neptunus, en yEool, op 't fwalpendegeberght, 
gen veldflagh gewonnen Qj e met j er Meden macht, en duyfend weyrbaer fchepen, 

van twee veld-overlten „ r . ^ . 1 ~ /- •• i >•* 'a " . _ r % r * *• 

desKonincks Darij, g hc- Gantich Griecke,tpijt hun Goon,met vreeie heeft benepen. 
naemt D*rü en Am. Maer hoe fich Griecken, door * Themiftocles verftand 
'gX'Sw™ Totfchipvaertaengeleyd, daer tegen heeft gekant, 
vioote van vijfhonderd Sal oockmijn Sang-goddin,tot Schipvaertslof der Greken, 
Galeyen daerop twee £ n Xerxes groot beftaen, op duytfche maat-dicht fpreken. 

honderd duylend manne ° * * *■ 

te voet en thien duyfend 

te paerd', hun gheiegert VT7 Anneer Themiftocles , na b Miltiades flagh, (fegh, 
hebbende in <t viacke ™ c T aen ft aen j g hevolghdcskrijghsmetden c Barbaren 

veld van Marathon/wier- . & t1 & . t.-i B . i «-««"«vu 

den door Miltiades ver- Heert hy in vollen raed,het jaerlijcKS mnekomen 
Hagen enverftroyd.Hier rj er filver mijnen, voor c t gemeenebeft ghenomen : 
Eet gevS Tpt Tot voordeel van den bow der fchepen, en geeft voor 
fifchen oorloghs voor- Om de ^/Eginetes fchip (en zee) vaerts macht,hier door 
fa S h - . , . . Te maken onderdaen; door dees verfierde voorfpraeck 
ken in hare ommegan- Geeft eerft Themiftocles den Athenienfers oorfaeck 
ghen , handel en wandel T ot fcheeps toe-ruftingh, die,indien hy c t recht befcheyd 
ZX^-Z En wit fijns voorneems.hentevoorenhadd'geleyd, 
komende met de welge- Men hadd' in tijd van nood,nochfchip,noch kiel gevonden, 

re i h n^erfe e nISm e Datwe Y rbaer defer macht diende in 'tgemoetgefonden; 
fooToemd'en^alkvoTc' Door dien deBurgers van Athenen noytbevreeft 
keren, die daer buyten Voor veer-ghelegen macht der Meden zijngeweeft. 

Z^^TZ- Des heefthyficheenvloot vanhonderd roeyGaleyen, 

den, aenghefien dat defe Met welgewapend volck, en nootdruft, doen bereyen 
vyanden waren van de Strijdveerdigh;mid1erwijl,verneemtme dat demacht 

Griecklche zeden ende , r J . ° , . . A > i 11 1 

wetten. Xerxis , voor de wind na Gnecken werd gebracht : 

d *s£ginttes waren die So dat Themiftocles de Inlandfchekrijgh , te voren 
Su ti^t D« Grieckfche Steden (lift, endaetlijck werd gekoren 
dc Athenen inde bocht, Athënlche veldheer, beyd' te water en te land': 
light b y Thevet xüoca- En neemt net krijghs beleyd voorfichtigh by der hand. 

™ g Den m Admirael van Scheept haeftigh met de vloot na 't eyland Salamijne, 
Lacedaemon ofte Spar- £) aer oockden e Admirael van Sparten komt verJfchijnen 

Sr gehe€ten Eun ' Me t fche P en ™1 gewoels,maer kleyn van hart in noot, 

Wil 



EERSTE BOECK. 41 

Wil daerom na * de bocht van Ifthmos , met de vloot 

Vertf ecken,om fich felfs te houden uyt de vreefe 

Desfcheeps-ftrijds , by deheyrkracht vanPeloponefen: 

*Ten zy de veldheer hem te blijven, hadd' belaft: 

En op fen * voorfpraecks reen, dees dapper antwoord paft. 

Wy gheven bloode loer (feght hy) ons ftad en veften 

Om 't flaeffchejock t'ontgaen, gewillighlijckten beften: 

Op dat de vreefe,door 't verlies van ( t zielloos goed, 

Ods dierbaer c vryheyd, daer door niet verliefen doet. 

Sy fal de grootfteftad van Greken lijck'wel blijven, 

Tot dat wy van ons kuft, den vremden vyand drijven; 

Daer toe wy met geweld van kielen (dier getal 

Meer dan twee honderd) voor dijn burgh'ren houden ftal: 

Om hun erf-wooningh (fo ghy wel wilt) te verdedigen; 

Maer fo ghy cjualijck wilt,en vlucht gelij ck meynèedige 

Met fampt dijn kielen? fo geloof voorfeker,dat 

Die van Athenen , haeft een ander vrije ftad 

Met fo veel landen, tot hun wooningh rullen erven: 

Als hier onslaf verlies te vyand fbu verderven. 

Maer, fo eenander,noch wat meer hier tegen ftrijd, 

Wat weet ghy 't? (fegt hy) die maer flechts een ^fweertvifch 'de bello c*tein*. 

Ghy draeght wel (alsfoldaet 7 maerionder hart) den fabel, 

Des kropp' by luy van eer dijn vruchteloos gebabél. 

Dit fèggen, brenght fo veel te weegh',dat yeder een, 

Sich voor den veldheer en der kielen van Athën 

Ten aftocht is bevreeftjdie daet'lijck voorgenomen 

Den laft (met varfchen moed) des veld heers na te komen. 

T'wijlland 5 Xerxes met fen kielen, Ianghs de kuft 

Athene, daer hy voort op 'tftrand fen Leger ruft: 

Enlaetteland', alsoockter zee fen vendels ftr even, 

Wier aenfien,dat den Grieck met vreefe heeft omgeven. 

En ftemde des den eerft aenftaende nacht, heen naer 

* Peloponefus bocht, te ontfêylen dit gevaer. 
Dit valt verdrietigh voor Themiftoclés te aenhooren, 

* Senddies Sicinius, (die een Perferis geboren) 
Stiliwijgend' tot den vorft Xerxes, onder fchijn 
Van vriendfehap, en ontbied fich tot (en dienft te zijn; 
Waerfchowd hem oock de vloot der Greken te befetten, 
Öie vluchtens is gefint, om c t vluchten te beletten, 
En voort de fchepen in hun oproer te verflaen. 
Dit meent den vorft is f waer,en doet al-om verftaen 
Sijn hopluy,datfe doen twee honderd kielen mannen, 
Om daer mee, de uy tganck, van de enghte te belpannen 

F Van 



a De bocht vanïft- 
mos, nudenInham,ofte 
Sinus Saronicuj, maer by 
den Turcken Golffo ói 
Engiageheeten. 

l> Themiftoclés berifpt 
Eurybiadem in fijn bloo- 
digheyt , ende dien tot 
gehoor brengende,komt 
een ander van de zijde 
Eurybiadis, {eggende te- 
ghen Themiftoclem, dat 
het niet en pafte, datee- 
ner die huys en hof ver- 
loopen hadde, vermanen 
wilde te verlaten die, die 
defêlve noch hebben, 
waer op hem Themifto- 
clés een dap're antwoord 
geeft. 

c zs4t nes non Impe* 

rinm^neque divitias peti- 

THHs-.qHAmm ter urn catt« 

fa beila , atqne certaminA 

omnia inter mortalesptnt: 

fed hbertatem , quam 'ne* 

fzüt* m ° ^ mM wficunt awfftut 

> fmttl amittit. C. Saluft. 

1 CMelina. 

d Een Sweertvifêh 
draeght wel een {weert, 
maer kan niet vechten; 
hierby vergel ijekt The- 
miftoclés een bloo Sol- 
daet, die wel den degen 
draeght , maer geen Eer.fi 
om te vechten heeft. 



e Penelopone{ïis bocht 
is de Golffo de Engia. 

t Subtijlbeyt van The* 
tniftocles beftaende niette* 
min in reebtveer digheyt 
tegen fijne vyandetf* 



f Gelijck het oock in 
der daed waerachtigh 
was. 



^ DER ZEE-VAERT LOF, 

Van Salamijne, 'twelck gefchieden,en daer mee, 
Was nu den Grieck de hoop van vluchten ,uyt der zee, 
Benomen,diefïch vand bedwongen om te ftrijden: 
Naer wenfchThemiftoclis en Grieckenshoogft verblijden. 

CO haeft nu 'sand'ren daeghs,de blaneke ochtend maeght, 
Den noch^ren geewert , op 't pluymdompigh bedd' be- 
laeght, 

* Xerxes gaet op een Ruft Y eder fich teD ftri J d > Xerxes die vermetel 

verhevene pfaetfe fitten, Is om den ftrijd teaenfien, doet fetten fijnen fetel 
orndenfcheepsftrijdaen ö p c t alderhooghfte * top, eens Tempels daer ontren t, 

Zllh^TbyTtm^m Van daer hy 'tgantich ghevolghdes fcheeps-ftrij ds heeft 

£ t ghevolgh des flaghs te bekent l 

bdchrijven. £ eyfcht (op dat dien flach mach in geheugen blijven) 

* Ditwaseenwreede^ 7 m \ Y & . 5 J J 

offerhande, want het wa- Veel ichrijvers by hem, om de icneepsitrijd te belchrij ven. 
ren dry ghevangene jon- So nuThemiftocles fen "offeraen de Goón 

iacelcs XerSfoftUdie Volbracht hadd' , heeft hy felfs fên hart en moet ten thoon 
hy door raed van Papen (^Voor al het volck") gefield, en heeft hun hart en handen 
en Waerfe gg ers moefte D oor f • kloeckmoedighey d te vyand-waert doe branden: 

offeren aen Bacho , die J , 11 1 • 1 

hem wijs-maeckcen dat Verwachtende de uur en 't voordeel van de wind; 
hyfonder dele offer ian- rj acr p,des Admiraels allarm trompet>begint 

de (diefè Ome fles, dat is ,_, ,» / 1 j * ö 

wreed noemden) gheen Te ftekcn, en met een , reek uyt de taye zeenen, 
overwinninghe hebben En haghlen op malkaer, met nitfen , pijl en fteenen; 
fou ^ e ' * ■ - er; Met dies Ariamenes , der Perfen Admirael 

b AminiM eaSojtcles ' ,. r . . « . 

zij» twee Grieckfche Ca- (Een man vol moets , die niet onthende r t Gnecklche itaelj 
piteynen. Klampt aen b Aminias en Soficles hun fchepen, 

menfer c ? P f eyn " velt VKeght o ver, maer hy word van alle kant benepen 
verde het eerfte {"chip Met halve fpieffen , dat hy deyfend' valt in zee; 
van fijn vyanden. Den ftrijd saet heftigh aen,doch is den Grieckenmee. 

d Anslides een over- „ T J& , P j w 1 1 • 1 

fteende medegefelie van Hier c Lycomedes wint een van der Meden kielen; 
Themiftocies , in fijn ie- Gins deyfd' den Grieck te rügh 5 daer bied de Pers de hielen, 
Ö^^lf«n Te vyand, onder des al vechtende,ghenaeckt 
hate* van gierigheyd en Den avond, t'wijl den Grieck (dePerfenvluchtighmaeckt) 
ïijekdom een voorbeeld B jj: ft mee fl- er hier ter zee,die nu den hooghfte prijs hevt : ' 

aller eeldluchtige wrec- J r 1 1 m «n 1 r ••/-- 1 J J 

ken ; hy is na fijn dood tn ent de zege door Themiitocles len wijl heydj 

uyt de ghemeene faecks Dat noytBarbaer of Grieck, prijs-waerderwapenfeyt 

fh t ten b rdr;?sVolbrochten,dathunroem ) heeft W ijderuytg e breyd, 

lands koften uytgheby Dan door Themiftocies, en ^Ariftides lagen,* 

Hjckt , ende ycder dry Want Xerxes vluchtende de fchand' heeft mee gedragen: 

duylent rea)en mede ten _ _ , . . . , o o 

houwelijcy gegeven, en- ^n weer na Alien lcheept, laet Gnecken in hun vree, 

de fijn fobn Lyfimachus Noch terght niet meer de Goön, op 'tfwalpen van de zee. 

na advenant van fijnen m . 

ftaet. 

Na defea 



EERSTE BOECK;. 43 

VT Adefenkomt de'nijdderGrieckfche bondgenöoten 
Themiftoclem weer uyt fen hoogh' bediening ftooten. 
Verkiefen in de plaets Miltiades fèn ƒ loon, 
Die daet'lijck fich begeeft den terger van de Goön 
Te jagen inde vlucht : te volghen op de hielen, 
En gantfchlijckte verdoen, de macht der Meder kielen. 
Schoon dat hy onderweegh'de^Phafelijtesdwinght, 
En totghehoorfaemheyt,hen van Athenen bringht,* 
Hy, nochtans, achterhaelt den Pers, ontrent den oever 
Pamphilia?,die fich daer ten ftrijd' hoe langhs hoe droever 
En veel vertfaeghder toond,door dien hy met fen macht 
Noch tachtigh fchepen uyt Phcenicien hier verwacht: 
En des fen fchepen doet te rüggeland'waert /wieren, 
Om die te berghenop ^Eurymedonsreviere, 
Tot defer aenkomftj maer, daer tegen Cimon fteld 
Sich in flagh-orden,met der Griecken fcheeps- geweld, 
En drirtght te vyand'waert , om die tot flagh te dwingen. 
Die fiende, datmen hem fo heftigh komt befpringen, 
Keert met fèn vloote van (es honderd kielen fterck 
Den Griecken te gemoet , die dapper tijt te werck 
Aen c tvechtë,maer fo haeft (den ftrijdwasnaw begonnen) 
So haeft was oock de flagh den Griecken hier gewonnen: 
Want foo ' t allarm trompet ten aenval gheeft gefchal, 
So keert den Perfiaen de fteven na de wal, 
Ea vlucht , maer niettemin de Griecken dapper volgen; 
Hier werter menigh van de baren inghefwolgen, 
En menigh fchipgekneuftjgeftooten inden grond, 
Vry washy die c t ontquair^maer voor een kleyne ftond 
Tot Cimon met (en krijghs-raed om het heyr te landen, 
Denraatflagh uytrecht,om de vluchtende vyanden 
In heeten moed te flaen, daer toe fich yeder haeft,- 
Den veldheer c t teecke geeft,daer op me de aentocht blaeftj 
Het veldgefchrey gaet aen,- den Grieck bedrieght fijn wane 
ïn c t eerfte deyfên , vandevliendePerfïanen$ 
Hier werd de Hoplie roem der Griecken » wechgeruckt, 
Diedoodlijck onder 'tfcherp der Perfèn fabel buckt. 
Maer Cimon, andermael den aenval doet hervatten ; 
Verflaetfen vyandwech, en neemt der Perfen fchatten 
Ten roove, voor fijn volck,en wint op eenen dagh 
Te water de eerfte, en nu, te land',fen tweede flagh. 
Hier by noch ruft hy niet , de fchepen van Phoenicien 
Ten ancker komen, aen dees fchorre kuft van Lycien, 
Paer henen hy terftond de Grieckfche ftevens boot; 

F z Maer 



Anno Mvnd| 

. 3489. 
i£tatis Romse 

Olymp.76.Aar. 

e Themiftocles ghe- 
niet voor fijn getrouwe 
dienften , gelijck Miltia- 
des voor bem,ende ghe- 
lijcker noch vele na hem 
genoten hebben, niet al- 
leen by den Griecken, 
maer in verfcheyden re- 
geringen, van Republijc- 
ken ofte gemeene (aken, 
daer 't ghemeenlijck loo 
toe gaet , datmen eenen 
Miltiades gevanckelijck 
fet, dier hy fterft, eenen 
Themiftocles ten lande 
uyt bant , daer hy ten le- 
fté in ellend' vergaet, ee- 
nen Phocion, na getrou- 
we dienfté,ter dood ver- 
oordeelt,ende foo voort, 
na datfë dan parrydighe 
haters by t f pel hebben. 
ƒ Cimon Mduades fbne 
veld-overfte der Athe- 
nienfèrs. 

g Tb afslijten waren 
Griecken van af korcfte, 
waren den Athenienfèn 
ongehoorfaem, woonde 
in Lycien in de ftad Pha- 
felis , by de eylanden 
Chelidonia; gelegen. 

h Smymeaons reviere 
was in 't landfehap Pam- 
philien,een weynighoo- 
ftelijcker als de Chelido- 
nie eylanden , houd e let 
daer voor dat het nu de 
haven is diemen Porto 
Venetiano noemt. 

* In delen eerden aen- 
val verlieten de Griecken 
veel treflfelijcke Capitey- 
nen enkrijghs-overften* 



44 DER ZEE-VAERT LOF, 

# Maer fy niet wetende de neerlaegh hunder vloot, 

Verfchricken aen te fien de aenkomft der Galey en, 
Dier winpels, vlaggen en vi&ori-teeckens wayen 
Triumphelijckin 't top $ des wordenfè gewaer 
Den ftaet der gantlcher vlooden hun aenftaend' gevaer. 
In 't kort den Grieckgenaeckt, en heeft den Pers bewefen 
De daeghingh tot den ftrijd; door 't recken van de pezen: 
Door 't flits geflinger, en door 't keyfelfteen gewerp. 
Desklampenfe aen malkaer, en vechten kort enfcherp, 
ZcZl^orknX Vermids den avond valt ; en wert ten felven dage, 
cenen dagh. Nu voor den * derdenmael^den Perfiaen verflagen. 

T\ Vs heeft dien dapp'ren held , der Perfen trots getarnd, 

En met Xerrixes een vreed'-verdragh beftemd, 
Het welck beveftight wert met dier geftaefde eeden ; 
Als dat de wapens, van de Perfen ende Meden, 
Van nu voortaen de zeen der Griecken,naeder niet 
(Dan eenes henghften run) genaek' noch fcherpte bied'j 
Dat oock hun Schepen of Galey en defè ftroomen, 
Niet naeder iouden , dan de Chelidoni komen. 

fchc ooibgenTverhoc- Hier na et gemeenebeft,tot binnen-landfche twift 
den, begint nieuwe oor- Geraeckten,die in 't left door Cimon werd geflift; 
loghen buytens lands op £)j e om te we ren, fulcke en diergelijck' beroeren, 

e b titium is een oude Den * oorlogh over zee, gaet in yEgypten voeren; 

ftad op 'teyiand Cyprus, Vertreckt uy t Greken, mettwee honderd fchepen, heen 

fe^^föVo«rWP r philien,enve^eft e rd a Idezeca 

piach te heeten , die nu En kuften daer ontrent; verflaet een tweede heyrkracht 

Citherea genoemt werd. £> er Medë,en zeyld voort,tot dat hy 'tGriecx geweyr bracht 

gloria vadtt ifer[o7dj e Op c t ey lan d Cyprus, daer hy * Citium befchetft 

mjitb.iib.4. Met krijgers om end' om, en fèlven wert gequetft, 

Anno Mvndi Schermutfelend 5 ,waeraenhyend 3 Iijckisgeftorven,- 

*Si2. Heeft voorfen vaderland een eeuwigh lof verworven, 

i£tatis Romse Der fchipvaert,en voor hem,der dapp're helden loon: 

20(5. Diens dood-lijck 'triumpheert met 's winnaerslawer kroon. 

Olymp.81.An4. 

d Pencies bekrijght fijn ]^[ A delen heeft de twift,de fchipvaerts roem derGriecken 
eygen Bondgenoten om Met binnen-lands fenijn, beginnen te bekliecken. 

fich felven te Athenen <rT . 1 j „n. U j a^u 

beroemt te maken. T beroemd ontlagh ter zee werd nu Athenen quy t j 
e Poga, by Ptolomeus Der fchepen groot getal vermindert met der tijd. 

op de kuft van Megare Op dat fijn name flechts t'Athën beroemt mocht we/ênj 
inde bocht van Corin- Scheeptmet een vlote, van ftijf honderd fchepen fterck, 

then , die nu Golffo de T r , n r 1 1 , r» 1 r% 1 

Lepanto genaemtis. V anU'oga,gantfchrond-om'tPeloponeeicheperck, 

Beftrooft 



EERSTE BOECK. 4y 

Seftrooft dezee-kuft, en verderft de hoogelanden; 
Verweckt en oock verflaet de Atheners veel vyanden. 
Maeckt dat fenvyand voor c tontfaghPericlis fchrickt, 
Diens voorförgh en beleyd fen burger-heyr vercjuickt: 
Want, in dien gantfchen tocht,komt niemand te verrucken 
Door nood,of by geval, in eenige ongelucken; 
Heeft oock na defen tocht fcheeps-ftrijdend' neergeleyd 
De / Samienfèrs, in hun onghehoorfaemheyd, 
Dieopdewapen-punt (de vierfchaer van Athenen 
Verwerpend') haren eyfch verfochten van Priene: 
In fpijt Afpafia, daer voor Pericles vecht 
Tot voordeel van hun ftaet,en voor 't Cecropfèhe recht. 
So nu Pericles met veel p'rijckels hadd' genomen 
'T gebied van Samos, is van daer weerom gekt men 
Te Athenen,daerdedier verworven zeevaerts macht 
Verfwackt werd, en voortaen door g t wift tot niet gebracht. 

T\ Aer fchipvaerts mifgebruyck, den Griecken brengt veel 
Door^Niciasbeleyd,enraedAlcibiadesj (quades, 

DieraamendatAtheen ,als dwinghftervandezee 
Siciliens eyland fop de punt en fabels (nee 
In haer beheerfchingrutot gehoor/amiheyd fal dwingen,- 
Daer toe beleyder (om ditoorlogh te volbringen) 
Nicias werd genoemt; 't zy met of teghen wil, 
Of 'red'lijckheydjof't zy befchroomtheyd wederhil 
Een wij ie tij ds den tocht,doch heeft geftemd ten leften: 
En maeckt fèn aenflagh eerft op t Syracufensveften, 
Die red'lijck wel geluckt, (b datmen haeft bevind, 
Dat Syracufen tot vreed'-handelingh werd gefint. 
Wet des ' Gylippus (met eë fcheepsheyr) komtuytSparten 
Sicilien by te ftaen ; meend' Niciam te tarten 
Ten aftocht, door de (chrick,al-eer den ftrijd begoft,- 
Die met fen volck al-om in 't yler ftond gedoft, 
En op het dreygement Gylippi niet en paften: 
Tot datmen f s and'ren daeghs hand aen de wapens taften. 
Daer 't heyr van Nicias denflagh verloren heeft, 
Des Nicias uyt vrees, den moed verloren geeft: 
Schoon hem m Demofthenes tot byftand is gekomen: 
Werd nochtans hem de hoop der fekerheyd benomen, 
Tot zee en fcheeps-ftrijd,- des begevenf' haer te land, 
En werden daer bekneld, gheflagen,en met fchand' 

m Dit en is den trefièlijcken Orateur Demofthenes niet. 



ƒ Al{ó die van het ey- 
land Samos teghen die 
van Milet oorloghden, 
om het recht van de ftad 
Prienermaer die van Sa- 
mos den Milefienfèrs te 
machtigh zijnde , brocht 
Afpafia (een konincklijc- 
ke hoere) by Pericles, 
(die op haer verlieft 
was) (b veel te wege,dat 
die van Athenen haer 
rieden de wapenen neer 
te legghen, ende weder- 
zijds hun recht by haer 
fouden komë bepleyten, 
die van Samos hier na 
niet luyfteren willende, 
heeft Pericles ter liefdea 
Afpafia (die van Milete 
geboortigh was) de (elve 
ghedwonghen ende tot 
Atheefche gehoorfaem- 
heyt gebracht. 

g Dtfcordia res maxi" 
me dilabuntur. 

Anno Mvndï 

3j 4 8. 
^Etatis Rorna? 

3 3 6\ 
Orymp.oo,An.4» 

h Nicias en uilcibiades 
twee Atheenfche krijgs* 
overften. 

f Nam omne helium 
(umifacilèjteterum ager- 
time defmere: non in eittf- 
dem poteslate initinnt 
ejtUy&Jinem ejfe: inciperc 
c tij tis etiam ignavo licere y 
non deponi , nifi cum vi» 
tlores velint. C, Salttfi.de 
bello fugftrth. 

k^ Syracufen een dei 
voornaemfte fteden van 
Sicilien, eertijds van den 
Griecken gebowt, macr 
nu meeft geruijneert. 

/ Gylippus werd van 
die van Lacedemonicn, 
die van Syracufen te hul- 
pe ghefonden* 



Gevan- 



4$ DER ZEE-VAERT LOF, 

* NkUi werd vanden Ghe vangenren gedood, wan tweynigh die c t ontquaemenj 
Syracufanen ghe 'ood , Doch werd Demofthenes met * Nicias te famen 
*& beuckeherfo gtcot $ f c handelijck vermoord i de vloote werd gefcheurt, 

enfwaerwas,datmenle J » o * 

tot eewiger gedachtenis Veritroyt, vernielt, en tot Siemens root verbeurt. 

tot Syracufen opgehan- £) ees t ydi n gh komt Atheen met fulcken fchrick beftoken, 

g en ee t. Dat yeder meent hunfchipvaerts roem zy nu gebroken. 

a Alcibiades de oorlo- 

feVgSock^hebbende" Jv| Aer fo Athenen, door f t verderven van de haet 
komt by den Athenien- £)en Alcibiadem <* herfteld in voor'ge ftaet; 
uaÏÏ&fig Die «achtende (om fhuyfwaertmettriumph tekeeren) 

ende werd oock infen Te doen,een wapenfeyt van merckelijcke eere, 
afwefen veroordeelt, be- Verwittight zijnde, datnu h Min darus gereed 

geeft fichby die van La- - r T ° , J r- ri~ •• i . t 

ceda^mon /en doet haer Van Lacedemon, met lijn knepen wijt en breed 
groote dienften ; daema Na Hellefpontus enght, de Silte vloen befèylden, 

d« to^°A 1^ e v«- Diens f P oor de Ho P lu y van Athenen volgend' peylden j 
treekt hy , en komt by Daer op hy daet'lijck met (en vloote derwaerts aen 
Tiflaphemes ftadhouder y an ac hthien zeylen volght de Atheniers by te ftaen, 
èndeSJTerS Haer achterhalende om en by deftad c Abyde; 
dcregeringhe van Athe- Bevindende de twee partyen in het ftrijden 
nen foo dat Alcibiades Seer dapperlijck verward, in twijfel nederlaegh: 

wederom geroepe werd f/r J -* J & 

om de vyanden fijns va- w ant die nu boven leyd valt datelijck te laegh* 
deriands te helpen we- Nu Lacedaemon wint , dan weerde Atheniers wij'cken; 
er aen , oet e en ^.^ ^ verheught fich de eë,en de and're weer befwijcken a 

In c taenfienvandekomftAlcibiadis vloot: 



fcheeps ftrijd,om als ver 
winnaer wederom in fen 
ftad te komen. 



, Want Mindarus die meent het is een meed'genoot 

b M , idams wasden r . . . . r , c> 

Admirael van Laced*- Van Lacediemon \ c twelck de Ichepenvan Athenen 



mon. 



(Met forgh en hoop verfêld) oock twijffelachtigh meenenj 
g^et^Ifitfn Tot dat des AdmiraeJs Galey vanboven^ 
de engke van Bofpho- De Atheenfche leverey het vrienden teecken gaf, 
rus/chuynover Conftan- Hier Alcibiades komrtot haer aengeftevend, 

tinopolen,op den hoeck - , D ..-, ' . . - 

van Mare Ponticum. wiens </ zeeg- gewoonte knap de twijfrel-neerlaegh evend^ 
d Alcibiades was altijd Vermeeftertmet der haeftde 'eerfte overhand; 
g TSX C vania- Verftroytfe hier en daer, en jaeghtfche tegen 't ftrand; 
ced^emon , die in 't eerft Verrijckt met roof en buyt,dc vloot der Athenienfèrs, 
de overhand hadden. y^ Qt dertigh fchepen van de Lacedaemonienfers ; 

f CtTtctm met verre rT . <? . * . . n- i 

vanAbjdus,ieydinkieyn Hier mee is 'tnietgenoegh* maerhy ver vollight voort 
Aften, ofte Natoliën, te- Sïjn overwinningh, en zeylt / Cyzicum aen boort: 
tZZ^™™ ° fte Daer * Pharnabazus lagh met Mindarus gevloden; 
g Pharnabazus een Dier fchepen heeft hy op met hem ten ftrijd ontboden , 

ftadhouder A^s koninghs Die tot hem k omcn aen . hj er g atet weer a ] s voor 
van Perlen, met Mmda- ^ - ., . - . , ° i i /- . r 

rus Admirael van Lace- want Alcibiades verjaeght en voJghtle op *t fpoor 
daemon in verbond zijn- N a ft-rand' toe,en verflaet fen vyandsfcheeps-heyr alle: 

td^bSr mal " OfMiadarus al komt uyt Cyzicum gevallen 

Tot 



EERSTE BOECK. 47 

Tot fijnes volcks ontfetj Alcibiades vat 

Den Sabel in de vuyft,en land' fich voor de ftad, 

En werpt fich met fen volck in c t midden der vyanden, 

Dies Pharnabazus vlucht : maer * Sparten die de fchande 

Des vluchtens niet gedooghd,werdhierin ftaend' ghevecht 

Van al fen macht berooft, en fel ven neergeleght. 

Doen Alcibiades nu Cy zicum ghenomen 

Heeft, is met al den buyt en fchepen ingekomen 

T'Athenen, met triumph , daer werd fen vromigheyd 

Met kroonen goud vereert, en om fen kloeck belcyd 

Ten oorloghs Admirael (verkoren) der Galeyen: 

En doet des wederom een vloote toe bereyen 

Van honderd b zeylen fterck : op dat door defe macht 

Hy des c Lyfanders fcheeps-toeruftingh t'onderbracht. 

Maer c s oorloghs * zeenuw flapt,- den voorraet komt te falen 

Van geld , des moet hy (om fijn knechten te betalen) 

Die op het ftaelen punt fen vyand halen af ; 

Daerom hy van de vloot na d Carien fich begaf 

Ten inval, onderwijl befteld hy in fen ftede 

Den ' Antiochumom c t ghebieden tebekleeden, 

(Als onder Admirael) met uytgedruckte laft, 

Sen vyand niet te flaen; die nochtans niet en paft 

Op de order en bevel; maer kieft hem noch een ander 

Die met hem henen zeyld, en tergen den Lyfander; 

Die voor ƒ Ephefen met fen vloote lagh ghefet. 

Alwaerhy komt, en valt van felven,in het net 

Sijns vyands, die de fmaed en terghingh niet gedooghde: 

Endaet'lijcktothem aen,met weynigh fchepen pooghde 

Des blafFaerts vuyle mond te floppen, die terflond 

Sich van Lyfander (eer hy 't wift) becingelt vond. 

De ander Hopluy van Athenen altefamen 

Dit fiende , flracks te hulp den Antiochum quamen; 

Hier valt Lyfanders vloot , met gantfcher macht op aen: 

En Antiochus fcheeps-heyr,gantfch in onmacht flaen. 



a By Sparten verftaet 
hier den Admirael van 
Sparten of Lacedasmon. 



b Dit is een manier 
van fpreken by onfe zee- 
varende luyden , verftaen 
hier by honderd fche- 
pen. 

c Lyfander een trefïè- 
lijck krijghs-overfte der 
Lacedemonienfers. 

* NervH* belli enint 
pecunia e ft. 

d Carien een land- 
fèhap tuflTchen Ionien en 
Lycien, daer Miletus, nu 
Melixo de voornaemfte 
ftad is. 

e ^Antiochm Alcibia- 
dis opper-ftierman wert 
onder Admirael , ofte 
Stadhouder in Alcibia- 
dis ftede. 

ƒ Ephejên een ver- 
maerde ftad van Ahen, 
daer eertijds dé Tempel 
van Diana geftaen heeft, 
die onder de feven won- 
deren des werelds gere- 
kend werde , defelve E- 
phefus,die in vorighe tij- 
den een van de feven ge- 
meynten van Afien was, 
nu nawelijcks fchaduwe 
van haer voorgaende 
luyfter , wert nu Figena 
ofte Fiena genacmt. 



^" V Alcibiades dees nederlaegh verftaende, 

Sich daet'lijck derwaerts haeft, en weer op 't niew ver- 
Het overblijffel,van fènfcheepfvolck, totdë flagh. (maende 
Seylt heen na l Samos, eyfcht Lyfander voor den dagh 
Te komen met fen heyr , om met hem felfs te vechten: 
V aer neen Lyfander tooy t fen blooheyd hier ten rechten 
Met deughde,en voordeel op; als met de voor'ge eer 
Te vreden zijnde , des Alcibiades weer 

Verdacht 



g Samos een eyland 
recht teghen over Ephc- 
fien, eertijds Anathemu- 
(a , Melamphylas en Cy- 
pariffia ghenaemt , op 't 
zuyd-end van dit eyland 
leyd de ftad Samia , daer 
voortijden de Sibylla Sa« 
mia propheteerden. 



■ 4 8 DER ZEE-VAERT LOF, 

A . M Verdacht word by het volck j fenmifval werd gehouden^ 

VNdi A | so f hyheymeiijckyetsmetdenvyandbrowden, 

jn -o* l ' To t nadeel van Atheen ; daer om hy veel verwij ts 
Atatis Kom* Moet hooren yan het g ra ^ fo dat hy v , ucht by ^ 

349- Verlatende de vloot, die omkomt oock ten leften. 

ymp.94. rj aern aLyfander,flaet fen Leger voor de veften 

Athene, diehy dwinght,en werpt haer muyren om, 

En maeckt gantfch Griecken tot een Princ'lijck eygendomj 

So dat de luyfter van de zeevaert is verdwenen, 

Die eerft Themiftocles geqtieeckt hadd' tot Athenen. 

. Agefu» ConwiT) Aerna,de Burger-twift totLaced^mon,maeckt 
v.m jLxcedamon. Dat oock den onderganck , haers zeevaerts , hart ghe- 

b Amxcrxcs Commk, w ant { oa Agefilaus merckt wat groote heyrkracht (naeckt: 

der herten ende Meden. _ , A ° . r « ° . * , v . , 

Anno Mvndi Dat Artoxerxes t fcheep ter zeevaert in c t geweyr bracht, 

^ OmLacedemon al haer zee en fchipvaerts macht 

^tatis Rom* Te jnoeyen,hy met vlijt dit voor -te komen tracht; 

Wel kennende de trots en njckdom van den Meden: 
An r niumn n ? Dies overweeght hy by fich felfs met wifle reden 

c c^nUn Provin- 'Tgevoechlijckit tot deiaeck,en c tgeenemdoenlijckit valt, 
cie in kleyn Afien ofte Dat was, hy ruft ter zee fen fchepen dier geftalt, 

S&°^Ö I Dat h Y al " eer men<t wift > in Afien komt tc ontblootcn 

en Loeien, aen aen Ar- j j /-* • i r i_ 1_ i 

chipeiago ofte Mare I- Sen heyren,omaldaer,de GriecKiche bondgenoten 
carium. ^ e vrijen van den laft der Perfèn, dat gemunt 

d Vhryrricn zi n twee „., * J , -» * j n # /■% • i r i 

kndfchappen, te weten, werd om der Meden vorit , op 't Gneckjche wapen punt 
gi-oot ende kleyn Phry- Te houden dicht by honck,en laten vorder varen, 
fKtaï&H? Den buytenlandfchen krijgh,om <t fijne te bewaren. 
Pkygien, ende heeft de Gelijck 't gefchiede,want,hy Tmaphernemfènd; 
ftcdenAdramyttium,nu oi e ffo Agefilaus 'thoofd na'Carien wend) 

A&iiïzïnJaJ^n Terftond fen heyrkracht,mee in Carien fchickt te krijgen : 
Phrygien,nu Troada,of- D och onder des fb valt der Sparten vorft in d Phrijgen ^ 
ie' Vn^nZl^lid- Die Tiffaphernem voed infuickenmifverftand, 
lefpontus tegen over het En neemt terwijl veel Steen; beroofd het vafte land, 
eyfandTencdos. £ n fcheeptdaermee van daer,heennade ftadEphefèn; 
pi ê ° ?ti ■ VJ ' Maer onder des, gelijck e 9 tTPolc\yyil bedrogen Wefen, 
f Lydien piach oock So gaetet met het heyr der Meden andermael. 

CiX l konin e ck pkct te Die alfmen hun £t g e ™cht des opfets,en verhael 
we(èn,komt nergens aen Des tochts Ageiïlai , na f Lydien ontdeckten* 

Caramanien en Alma- Urn wech te locken, c t heyr der Meden,daer vandaen, 
fien - En vallen dan als voor het land van Carien aen ; 

Des blij venfe in hun waan, en werden weer bedrogen, 

Terwij 1 Agefilaés in Lydien is getogen, 

Ten 



49 



EERSTE BOECK. 

Ten platten lande,die hy plonderd en beroofd,- 
Des Tiffaphernes (om den Grieck te bieden 't hoofd) 
Sich derwaerts haeft , alwaer een veldflagh werd gheflagen, 
Dier overwin ningh heeft Agefilaês ghedragen 
Denlauwer-krans van daejrblijft meefter van het veld. 
Terftond der Meden vorfl: g Tithrauftem heeft geftelt 
Tot veld-heer, defè doet den Tiflaphernem dooden, 
En heeft der Sparten vorft den vrede aengeboden: 
Met goud enfilver , tot vereeringh, en begeert, 
Dat hy fèn heyrkracht van de palen Lydiae keert. 
Agefilaus gheeft tot antwoord, dat den vrede 
Te maken , met den vorfl: der Perfèn ende Meden, 
Was buyten fijnen laft , dat fullicks aen den raed 
Van Lacedaemon (en hun Bondgenoten) ftaet: 
Voorts, dat hy liever c t goud (fènPerfifche Soldaten 
Dan hem) vereeren mocht; heeft evenwel verlaten 
De palen Lydiaej vervoerd fèn gantfche heyr 
Tot h Pharnabazum,inder Phrijgen tegenweyr. 
Neemt voor hem (fiende dat fen tochten wel gelucken j 
Den konincklijcken ' ftoel der Meden te verdrucken. 
Diensifefte ftijl bykans van fwaert' te barften kraeckt : 
So c tgoud en filver, dienniet'hechter hadd' gemaeckt. 



C O nu Agefilaus,dit en dat bedochte, 

Komt ^Epycididas, die hem de tijdingh brochte 
Dat Sparten was benawt van de ander Grieckfchë fteên. 
En dat hein de l Ephori ontboden,fichdaer heen 
(Tot hun ontfet met al fen heyrkracht) te vervoegen,* 
Die om fèn vaderfland met dienfte te vernoegen 
Sich rufte ten vertreck , verfeld met hertenleed : 
Wijl de overwinningh, van gantfch Afien fo gereed 
Nu in fijn handen ftond, en moeft die laten varen,- 
Daer van het Perfifch goud en filver oorfaeck waren. 
Die Theben en Atheen met nieuwe burger-twifl: 
Weer hadden teghen die van Sparten opgehift. 
Gelijck hy van fich heeft met woorden uy tgegeven; 
Dat hem uyt Afien thieri duyfent « Schutters dreven. 

J) Vs treckthy met fen heyr, na Griecken,onder dies 

Wint Artoxerxes weer, fèn voorige verlies^ 
Dat eer Agefilaus heyr , was neergheflagen 

G , Voor 



g Thithrauftes een veld- 
overfte des konincks Ar- 
toxerxi van Perfèn en 
Meden , doet TiiTapher- 
nem ombrengen, om dat 
hy inden oorlogh onge- 
luckigh hadde gheweeft 
tegen Agefilaum. 

h Tharnabafus des 
Artoxerxi ftedehouder in 
Phrygien. 

* Dit is de oude ver- 
maerde ftad Ecbatana, 
anders Tigranoama ghe- 
naemt, daer den koninck 
der Meden fijn hof hiel. 
k^ Epycididas was ee- 
ner van Sparta allo ghe- 
heeten , die tot hem ghe- 
londen vvierde. 

I Ephori waren toefien- 
ders van Lacedaemon , 
die 't ghemeene beft be- 
volen was, gheüjckmen 
hier te lande de Heeren 
Staten, in andere wegen 
Stenden ofte Rijcks-ra- 
den foude moghen feg- 
ghen. 



ra Ditwaseengoude 
Perfifèhe munte daer ee- 
nen Boogh-fchutter op 
ftondDaraidos genaemt, 
hier mede waren eenige 
van d'opperfte bondge- 
noten de oogé verblend, 
datië c t gevolgh des bin- 
nen-landfchen oorloghs 
tot hun eyghen verderf 
niet mereken konden. 

A4tnnera navium j&vos 
illacjHeant dnces. 

Anno Mvndi 

3580. 
ifctatis Romae 

368. 
Olymp.08.Aa4, 



jo DER ZEE-VAERT LOF. 

a ckAroMA eenftad Voor*Cheronea,werdgehoortdenederiage 
in Boeotien , zijnde de b pyfandri,die omtrent het eyland c Gnydos,met 
fóSm^L «■* Sen gantfche vloote,was verftroy^venielt^erplet, 
Hiftorifchrijvers Plutar- Hy felven vechtende gebleven i dus benepen 
chi ; m r j j r Beyd'Pharnabazusende^Conon, aldefchepen 

b Ty/ander den iwa- y ' , , r \ r 

ger Agefilai , wasAdmi- V an Lacedcemon, dat hun ganticne zeevaerts roem* 
rael ter zee over de La- Leyd als verfoord gelijck een afgevallen bloem. 

vlooT nienfer PS Die eerft °P zee bedwanck,de aldergrootfte rijeken, 
c Gnydos by fommi- En moet nu felfs haer zey 1 voor alle and're ftrijeken. 
g he Cnydus leyd op ee- Nu is < t met Griecken uyt, haer felfs gevoede haet, 

nen uythoeck (in Nato- , , .. L Vi/j °, n 

lien ofte Sarcum) maer Verbrodden al c t beichick, m mogentheyt en ftaet. 

c ten is geen eyland,hoe- De ftaatfucht,eygenbaet,verkeerd en waenweets oordeel 

Z^SJfêt. Verbrack, verband en trow, van <t algemeene voordeel. 

men werd; Gnydus is nu 

tot den gronde ghera- ^ c ^ r f < t f gemeen verderf van dit gemeene beft 

leert, de plaetie werd V7 A °. , T Jt ,,., rL . ° ... n 

Capo chio ofte Crio Dy, o vereenight Land! (dijn khip-vaerts-njekgeweft) 
genaemt , leyd een ftuck Mocht dienen tot een baeck : op dat dijn dier verworven 
Fi Z enT Ephefen ° tte Schiprijcke zeevaert, hier noch maft of kabels korven: 

d Comn was een A- Aen 't lcheuffieck twiftigh ftrand , en daer door quaem in 
thenienfer, die tot voor- Datf' op misjonde ftaat-fucht gantfch te barftë ftoot: (noot, 
LtdTntcS^Maermochtin'ttegendeel.ruyrnfchoots.voorbydéklippca 
nienfen grooté afbreuck Van waen-weets oordeel,eer en baet-iucht,henen flippen. 
ehedaeriliaddcmaer al- £ n £h e p en a f en toe, met liefd'en trow verfeld; 

lo die van Lacedaemon ... J- j. j«-irj « « 

trachté en hun befte de- Daer niets van dit gevaer dij n lot der zeevaert queld. 
den orn meefter van de Dan fbu dijn zeevaert langs hoe heerelijcker bloeyen • 
ï"b3±ïtS& Dan fon meeft veder et» in weid' en rijekdom groeye'n , 
Conon gheen uytkomft Dit fonde een pilaer zijn van dijn gemeene beft, 
Ccnde (niet omfichfel- Daer opdeheerlijckheyt dijnsftaatsfbuzijngeveft. 

ven te bergen,als om die ,— ,- «• i j j- \-{ j ?• i * 

van Lacedsmon hun 'T fou zijn den degen, die dijn zee-god voerd in handen, 
voorneem te verhinde- Tot fchrick en dwangh,van al dijn tergende vyanden. 

gltttott/t 7e- Dacr toe > di J ns ^S 003 God > den heerfchcr van dëmenfch, 
rjjckel aen de zijde Phar- Dy geve dat ickbidd',dy gunne datickwenfefa. 

nabazi , ftadhouder Ar- 

toxerxi , ende helpt dien der Lacedemonier vloote verftroyen , ende raeckt Griecken alfö onder bcdwanck des 
konincks^ler Meden. t Aenfprake des dichters tot de Nederlanden , tot vermijdinge der fórghelijckc 

klippen in hun lof der zeevaert, daer eertijds Landen en Republijckcn xyp verzeyld ende geftraad zijn, 

Ende des eerïïen ^oecks. 



5* 



DER 

ZEE-V AE RT LOR 

Tweede Boeck. 





Way-om dijn blawkaroff,o * grijfen vorft,en repter 
Den toom van dijn gefpan, met dijn drytande fcepter 
Na de Afiaetfche kuft: - y laet der Syrenen fanck 
Verderen in hun choor denlawerierenranck, 
Die du door kroonen goud gevlochten fiillefl: enten 
Spij t Afien) op c t hoofd' (in't bloeyfêlvan de lenten) 
Des * ftams van Hercules jdie in fenjongh'linghfchap 
Sijnwack're leden rept, enfetfènheyrkrachtfchrap 
Tot dwangh der Griecken,dier inlandfche twift hy toomde: 
Op dat fy macht igh (daer de vloeden Aüx flroomden) 
Mocht wdèn, om den Pers te toetfèn, of fijn munt 
Van 6 goude-Schutters (op het dalen fabels punt 
Der Macedoniers) tot weerhoudingh mocht verftrecken: 
Gelijckfe Agefilaum eertijds deen vertrecken. 
Die toetfende bevind hy ware oorloghs proef, 
Dat meer den degen klemd, dan 't fnorekende gefhoef 
Eens ^Spithridatesjja dat meer devyerflaghsvoncken 
Van ftael op ftael gekletft , dan goude Schutters bloncken. 
Diens weerga bleeck, wanneer hy door gants Griecké werft 

G i Twee 



a Neptunes» 



b irflexander de Cjroote, 
die fijn afcomfte rekende 
uyt den ftamme Hercu- 
les. 



c Een goude Perfi- 
fclie munte daer eenen 
Schutter op ftond,gelijck 
by de ièhipvaert Agefi- 
laus aengevvclèn. 

d Spitfjridateseenvan 
de voornaemfte Capi- 
tcynen des konincks Da- 
rij jfoo teghen Alexander 
by den vloed Granicus 
ftreden. 



5 z DER ZEE^VAERT LOF, 

Twee hondert kielen, en dacr mee de vloot verderft 
e Memnon Admirael Van e Memnon, die de macht der Perfifche Galeyen 

va " Ir Darr PCn d * k °" Be ^ ee ^ c hende doetlanghs dckuften Afiae fwayen 

mng $ anj. ^^ tergingh van den Grieck,die des niet flincks,bekneld 

D'cen voor en d'ander na,enfo temet verfmelt 
De Perfiaenfche vloot jbedwinght al-om de kuften 
Van Afien, (die oy t ter zee hun wapens ruften) 
Tot fijn gehoorlaemheyt j van daer hy wederom 

/ rjfus was ccn enghtc Ter Perfen nederlaegh in /Ifliis zeghe ïwom. 

rfchcn ^ bergen daer Enrec k t fijnheyrkracht tot den oever van Phcenicien; 

Cihcien van Fncnicien J J . > 

fcheyd, omtrent daer nu Verwachtende ter zee ien lchepen uyt Cnicien, 
Aleppo ïeyd , dicht by Vanviermael vijftighfterck Galeyen wel gemant, 
piaTtie te' Aiewnder W aer meed' hy als een hey r de waterkant befpant 
Darius verfioegh. Van Tyrus groote ftad, van Tyrus fteylc veften, 

Van Tyrus , die hy na acht maenden tij ds, ten leften 
Veroverd, en ontkleed haer roem, haer prael,haer pracht, 
Vernedcrt^laeckt en fchend haer opgeklommen macht. 
Verbreeckt tot puyn en ftofhaer hooghgetor'nde muuren. 
g r*rthAgho t nuTu- Verflaetdefchepen^fodievan.gCartnaghoftuuren 
nis in Barbarijen, fenden Tot byftand defer ftad; fo ftapt Gods wrake voort, 
die van Tyro byftand. g n brenght het oordeel op f t voorfey d' Prophetifch woori 
b HeQkjei cap.24. Die (prack h daer fal een wind van uyt het ooften rucken 
» En morflen op der zee dijn kielen al in ftucken: 
» Datdijne koopman(chap,Faótoorsenhandelaers, 
j> Dijn Schippers en Matroos des felven doods gevaars, 
i> Wanneer du ondergaetft gelijckelijck mede erven: 
» En dijnent halven inde foute4>arenfterven. 
3> Dan (uilen van <t gefèhrey der Schippers klagend' wee, 
yy De havens beven aen de middellandfche zee. 
yy Dan fal van c t wee-gefchrey der Stuurluy en Matroofèn, 
? j Een yegh'lijcks hoofd met ftof en affche zijn bekroofen. 
>> De afgematte leen met fecken grof omgord. 
» Dat oock de teere jeught totfchreyen werd gepord. 
» En (eggen , wie was oyt op zeefb gantfch vergeten 
» Als Tyrus,die wel eer haer golven heeft ghelpleten : 
» Met fchepen fwaer gelaen, en vulden met haermacht 
j> De aertfche Koningen een konincklijckc pracht. 
y y Nu zijdy van der zee tot € s afgronds diepe wat'ren 
» Verftooten , dat dijn roem niet is dan enckel fcfyat'rcn.' 
» Dijn handlingh heeft een end' , dijn burgh'ren zijn te niet. 
?, 'Tvolck en de vorftcn der eylanden , kend dy biet. 
» De koopluy die voorheen met dy nun handel dreven; 
yy Die fluy ten dy nu aen; dat ghy die Co verheven 

Solaegh 



TWEEDE BOECK. y 3 

Solaegh vervallen zij t; datghy (die fb vervuld Anno M vn di 
Met machten) nimmermeer tot yet weer worden fïilt. 36 , 2 . 

C T zy hoe dit dreygement en voorfegh des Propheten ^Etatis Romse 
Voorheen verkondight is, daer werd niet aen vergeten. 420. 

Schoon dat Gods lijdfaemheyt door 't algenadigh oogh Olym. 1 1 1 . An.4, 
De ftad aenfiende, voor een wijl de ftraf vertoogh,- <* Sjhen , nu eer tijd 

Noch tansfb komt hyonverfiens (terwraeck) in'tende, Sca ^c axM ccrti( j s ^ 

Brenght honger, vyer en peft,met ooreloghs ellende, machtige ftad der PhiH- 

Als werekers van de ftraf,en werd alfö volbracht : fteen,nu Gazara. 

Door Alexanders,en der Macedoniër macht. &* lltb^Lfh^A 

Dat naderhand by die (fo neffens Tyrus henen genaemt. 
Oy t fcheepten) al 't geheugh van Tyrus bleef verdwenen. cJ c ^f-^otAtml' 

Die tot een warder of een puy nhoop in de hooght nien , tuflehen het Gor- 

(Daer op men inde fon de viflehers netten drooght) dc y£he gheberchte,daer 

Van een fo trotfen ftad (door middelen van wapen ^^gi^JS^Jk 
Der Griecken)omgekeerd, vervormd wierd,enherfchapen. de reviere Niphateofte 

Nymphate , is een arm 

y An daer de Grieckfche Prins fij n heyr voerd land'waert Tygris loopt ; de plaetfc 

aen. daer defèn llagh gefchie- 

Maeckt * Syricn,' Gazaen * Iudeênhemonderdaen. ftÖ&KE 

So datmen met triuraph in 't kort dien dapp'renheldfagh lenhuys , in «tiandfchap 
Darium gantfch verflaen in openbare d veldflagh. der Arbeliten,by de ftad 

r i t> 1 1 J> r 1 t- i_ ArbeIa,nuErbeleehee- 

En komt tot e Babyion, wint f Suia aen de Euphraat, ten> j n Aflyrien ofte Ar- 

Met al der Perfèn fchat,en daet'lijck onderftaet «rum. 

Sijnreysnalndus met fijn heyr langhs*Zariafpis. B^^taL*" * 

Slaet h Porus uy t het veld aen de oever van Hydafpis ; f Sufin van de Burght 

Neemt hem gevangen,en traceert hem ' konincklijck. Sufydaermen in<t boeck 

~ 1 r- t i t i-r 1 •• ï Either van leeftl alfo ge- 

En voerd fijn Leger uyt het over Indilch njck naemt,dat anders oock 

Weerom te rugg' , door dien de Macedoniër benden Chufa (van Chusdc fone 

Den voort-tocht Weygh'ren, tot in de over-ganges enden. 2dw£5?£ 

Des neemt hy voor hem, om den grooten Ocean heeten wierde , nu Cufi- 

Op 'tlwalpendegebaarjteproevenjZeyltegaen. ftan g J r nacm 5;. 

Scheept eerft op fijn gemack fen heyrkracht langs de ftroo- uy f de vermaaderev!^ 

En heeft den Indiaen veel fteden afgenomen. (men, re Ochus ofte Oxus , nu 

Daerkrieghthyenbeftormd, gins vecht hyfelfs, en vat $3£C3fiJ 

Charaffan geheeten. 
h Porus Koninck van Indien , werd op den oever van de reviere Hydafpes (eertijds by Ptolomeum Bidaf- 
fwi ghenaemt , neemt fijnen oorfpronck uyt hetCaucafifche gheberght, dat nu d'Alanguerheet,en vermenght 
fich met den vloed Indus) van Alexander geheel verflagen. * Alexander Porum ghevangentebbende, 

vraeghde hera,hoe hy nu wilde gehandelt ofte getrafteert wefèn,die daer op antwoorde,koninckliP!j Alexan- 
der vraghende of hy niet anders te fègghen hadde, antwoorde, dat het alles onder c t woordeken koninghlijck 
begrepen was, daerom gaf hem Alexander niet alleen fijn vorighe landen, maer noch andere daer toe (om de- 
fëlve als een vorft die Alexandmm voor fijn meerder kennen moeft) cc regeren . ^ Het heyr van 

Alexander weyghert hem over de reviere Ganges,nuGuengatetrecken, dies hy ghenoodlaccktis wederom te 
keeren. 

G 3 Den 



' D ï h 2 u !Kf he T^ T4 DER 2 E E- V A E R T LOF, 

tezijndeltadMandaoin ' ' * 

de Provincie Malabar,fo Den fabel,en beklimt der 'Mallienfers ftad; 

i% de é T é % U T d T Hier breeckt de ladder, dat hy tuymeld van de muuren. 

leyd , ende dat dit der / 7 J. . 

voomaemfte revieréeen fcn noch ontilipthy c c met veel vinnige quetfuuren„ 
gcweeft is, die hy afghe- £ n komt ten lellen aen des Oceanus ftrand, 

Ci m ? s y TujHn een kleyn Den Goden doende op w Scylluftin offerhand': 
eylandeken, anders oock Haer biddende, dat doch nadelen niemand anders 
2iï£fe£ Zeeghhafngh met fen heyr , den weerkeer Alexanders 
Oceanus befchowden efi Voorby mocht trecken; maeckt,met een fen vloot gereed, 
den Goden offerde, q, Dier hooghft gebied , hy aen Nearehus heeft befteed; 

Curtuu noemt dit eyland r» i j i_ j i • i *. i_ r i 

Gliutam. a. Qhd™ Bevelende hem met de kielen , te beieylen 

feyd , dit het 40 ftadien Langhs Indus tot de Euphraat des oevers kuft te peylen ; 

rindusTe°d d 2 u e XaTrt Want '* is hem niet g cnoe g h > dat h Y te land',de macht 
aé,houde dat nu omtrét Van Afia, onder'tjock der Griecken, heeft gebracht : 
de kuft van Gambaia is. Maer wil oock, dat fijn naem,de vardfte zy bevaren, 

n Terfis nuFarfi. -f, .. 1 . rJ r* j j, j j r 1 

o Nearchns Admirael ^ n W1 J" en Z1 J" verbreyd werd door de loute baren 
van defchepé Aiexandn, Des grooten Oceans 5 desfcheept Nearehus heen, 
komt van chirman Ge- Befpeurd en onderfoeckt de eygenfehap der zeen. 

drolien en Suiian door r JO r # 

de Perfifche inbocht om 1 wijl Alexander voerdien itrijdbare Macedomers 
totderevierEuphratesin. Xe land', door «Perfïs,komt in'tland der Babylóniers; 
om vTn de^EuphTaaTaf Hier komt ' Nearehus , met de fchepen weerom aen, 
langs Arabien,Abiflinen, Vertellende fenreys, en hoediewas vergaen. 
Moiambyque en 'teylant D i t wac kerd den Monarch met fulck een welbehagen , 

Madagatcar om de Ca^ _ 1,11 - r ■ r D 

bo de bon efperancete Om oock'tgeluck ter zeeinfi]nperioon?te wagen. 
fchepen, tot de ftrate van E n fich een vloot (voorfien met alle nootdruft) ruft: 
van Gibraltar ^^ Omlanshs de Arabifchccn deiEthiopfchekuft, 

m ende 10 voort Sec. /• 7 ö 1 r 1 11 

cjUercMiuTropbeen of- Afrijcken buyten om te fchepen,enderuylen, 
te Pilaren van Hercules £) es ^ Hercules Tropheen,in Monarchiale fuylen. 

ftaen by 't naw van de _^ _ , r , 1 / 1 1 

ftrate Gibrakar,o P 't ey- ] ^ Och fo de wanhoop (van te keeren wederom 
land Gades eertijds ghe- Met lijfs gefbndhey t in (en erflijck eygendom) 
'T ZZniïtv, Hem aenhanght, fo bevind hy dadijck veel wanden: 
fo hy inghenomen, ghe- So wel in Griecken,alsin de overh eerde ''Landen, 
wonnen ende van hem j}j e om te dempen, doemt hy vele tot deftraf; 

overheert waren. . , . . L r . * c 

f Póiymaebus eea Ma- Dit houd hem vaniijn voorgenomenzeevaert at; 
cedonier pluyfterd ende Maer fend Nearchum, nade zeekant,om te letten 
S&L^sgKta Te waterente land'op'thoofdeloosverfetren 
konincksCyms : derhal- Des overheerden volcks; terwijl hyland'waert op 
ven h y vanAlexandei aen De vo i c k' ren Perfis, druckt de hoornen inden kop: 

E?de e Tfo g o e hetopfc£ift En andermael bedwinght de twiftige rebellen; 

in Perfifche ichnft ofte Send' Cyrus f graf-dief en kneels pluyfteraer ter hellen, 

SSÏÏ Die 't afgeleefd ghebeent' fen doove letter bee 

ende lettere daerby ftel- Hier lichaems ruftontieyd ,en breeckt de laeite vree, 

len, de woorden luyden rjj e < s Konincx doode ey fch f diens fchincklë hier met eerde 

in latiin alfoo overgefet. ' ' , ■ . • - ". ." . v 

QHifoiistsmortalium, & undtcMqK«dvtnis,«dvtntwnmenim tefetc, Cyrus fust <jni?erf„lr»pcmtm<}tisfvi, tltcigttur pauMumquomeumeerpusofoegL 
tw , mih't m invidw, f . 

BedecKt, 



55 



a Alfb de Aftrologïe 



TWEEDE BOECK. 

Bedeckt,door defèn fin der opfchrift) imer begeerde. 

Omenjcbet Wteryan daengby komt, ofmegby^ijt? 

Wcmt datghy kgmenfult, ick^ feker benjbemja 

My Cynu (ftnv/jp^ Ï^PSSiS 

in groote eftime was , fo 
ift , dat noch by den fel- 
ven de konfte (eer in 
weerden is , foo datmen 
daer te lande die hun op 
die kunft verftaen , het 
zijn Chaldeer of nier, 
evenwel Chaldeer hee- 
ten moeten. 

Anno Mvndi 
3640. 

/Etatis Romse 
418. 

An.4.Ólym.ir3. 

b Alexander ftierfel- 
lendigh aen een heete 



'Qees aerd' nietjie bier mijn ellende leen bedeckl heeft. 

Dit trof den Grieckfchen vorft (die hier bewefèn wert 

De ongeftadigheyt des menfchen) in fen hert. 

Dit heeft van die tijd aen (fo oock in c t wederkeeren 

Nearchi,door den vloed Euphraates) doen vermeeren 

Des Alexanders vrees; die brocht de tijdingh,dat 

Hem eenige* Chaldeer , waerfchouwen deen,deftad 

Van Babylon,niet na fen voorneem in te trecken: 

Of 't fóu ten hooghften tot fijns fèlfs verderven ftrecken. 

Nochtans (b treckt hy, daer hem 't nood-lot henen fènd, 

Volfpelende de roll,van fijn * ellendigh end. 

Dood zijnde, trachten voorts fen meeftgeachfteHeeren 

Elck na de grootfie macht varMrolcken te regeeren : 

Want yeder fbeckt een <rijck; want yeder foeckt een kroon,* k ^^chta f mÊder 

Des * AntigonuS,met ' DemetriuS (ênfbon, onbegraven op de aerde 

Hun (elven, met den naem,van Koninck laten noemen; 
Daer voorde 4yjyptenaers den ƒ Ptolomeum roemen, 
So dat£ Perdiccasen h Lyfimachus,de(ê eer 
(Als oock ' SeJeucusenCafTander) des te meer 
Najaghen, om voor faaer met wapens te bepley ten ; 
Wiens elcks benijde recht voor fo veel Majefteyten 
Door 't twiftigh vonnis, werd op f t ftalcn punt gedoemt; 
Daer van elck even na fich de aldernaefte roemt. 



J-J Ier gaet den oorbgh aen met eender hande wapen, 

Als Grieckeo tegens Grieck, malkander te betrapen 
Door liften en geweld; des fich Perdiccas let 
Ter wey r van Antigoon, diens foon den fabel wet 
Op Ptolomeus,en (o voort op de and'ren allen. 
Die na dat hy te fcheep in Griecken was gevallen, 
En daervieroverd' beyd' Megara en Athén, 
CafTanders volck v«rjaeght,herfteld de beydefteen, 
In vorige vryheyd ^ceï^ fo is hy op 't ontbieden 
Sijns vade^s^wet fenièheepsrgeoefFende oorloghs lieden, 
Gezeyld, met vijfiagh en tweehonderd kielen fterek 
Na CypruSjdacrhy heeft fen wit en oogemerek 
Om Ptolomeus, metfen heyrkraeitt te belagen 

In Salamine: 



liggen, overmids de on- 
eenigheyd die onder de 
Princen erfgenamen,om 
de hooghfte plaetïè van 
te gebieden, oprees. 

c Igitttr primo peeu* 
nia , deinde Imperij cupi* 
do crevit : ea quafi mate* 
ries omnium malorum 
fucre, Snlnrt.de Conjuf* 
fió, 

d Antigontu neve van 
Alexander. 

e Demctmu een fö- 
ne Antigoni. 

ƒ Ttolemeui een Heef 
van de maeghfehap ende 
erfgenamen Alexanders. 

g PerdiccHs was een 
lone Perdiccas , die een 
broeder Philippi des 
Alexanders vader was. 

b Lyfimttchtté mede 
van den bloede. 

* SeUtiCM en Cajf Ander 
foné van Antipater,rech- 
te neve van Alexander. 
Dele alle trachten na des 
Alexanders erf-fchap, 
edoch valt het recht toe, 
diens degen de langhfte 
is fl 



S 6 DER ZEE-VAERT LOf, 

k s^iwwccntrcffc-In^Salamine: want al de ander vorftenfagen 
lijcke ftad op ( t eyland Geheel op defèr beyde aenftaende fcheeps-gevecht, 
Cyprus , met een fchoo, ^ et oör( J ee l w j e van tween den and'ren neder leght, 

ne zee-haven , waer na ..•& ' 

het landfchap Salmijne En Cyprus eyland wonjdat dielen heerlcnappije 
(zijnde het vierde ghe- y an Syrienniet alleen , maer oock de Monarchie 

Saiamijne S^ÉkSd Si c h °ver de and'ren al fou rechten in het top. 
heet nu Famagufta. Des fteecktmen de oorloghs-vaen en bloed'ge teeckens op; 
Anno Mvndi Demetrius komt aen,heefr ' Menelaus fchepen 
3^53- Die 't feftighin 't getal in Salamijn benepen; 

/ MenUm , broeder Maef p to i orne usvaltDemetres fchepen aen 

van Ptolomeus des ko- r . 

nincks van j£gypté,want Van voren, en vermeend ien broeder lal hem iiaen 
hy yEgypten voor fijn Van achter , maer c t beleyd Demetris fulcks beletten: 
fe^vfotcSétcn'end'e En komt vrymoedigh, met twee honderd zeylen fetten 
derhalven als koninck Recht door Ptol'mseus fehepen,fchiet,werpt,howt, en ftoot; 
hier ghenaemt werd. Verdoet fen vyand, en vermeefterd al de vloot. 

Ptol'meus is 't met acht Galeyen felfs ontkomen, 
De and'ren zijn vernielt en meeftendeelghenomen» 
Want Menelaus, geeft Demetrium de ftad 
Van Saiamijne, met de fchepen, en den fchat 
Sijns broeders Ptolomaei ; voorts vallen de vyanden 
Demetris al ghelijck,ghewilligh inde handen 
■ a Totdienftvan Antigoon;dienaverov'ringhvan 

Het eyland Cyprus, met fijn gantfche heyr-gefpan 
Te water en te land', den Ptolomeum dapper 
Vervolli ghtjmaer nochtans vertraegt hoe langs hoe flapper 
Den aentocht,overmids de oudheyt Antigoon, 
En oock de tegenfpoed, derfchipvaert van fijn fbon. 
So datfe met haer heyrkracht onverrichter laken 
Sich wederom te ruggh' na Grieckenland verftaken. 
hSS3?S£ Da«kon,tDcmeter aenop't Attifche ; -gemcht 
ren in Attica (dat is het En drijft Caflander van Athenenopde vlucht. 
land van Athenen) opge- jq a d e f etl te g en hem en Antigonus , c|uamen 

Te velde, al de macht, der Princen, erfghenamen 
Van Alexander, en verfloeghen al c t gheweld 
Van Antigonus en Demeteruyt het veld, 
een vermaerde ftfdTn Des vlucht de foon,en licht fen anckers voor n Ephefen* 
Weyn Aften. En fbeckt Athenen aen , om byftand, die voor defen 

Hem huldigh waer, maer nu haer Ambaffaden tot 
Hem fbndenaen , met dit uytdruckelijck verbod; 
Dathy, in gheenderleymanier,fichfou bevord'ren 
Aldaer te komen ; want de nieu geftaefde ord're 
Des vollicks,nu voortaen verbood, g heen Koningh meer 
Te laten inde ftad ; en hadden des tot eer 

Van 



TWEEDE BOECL j7 

Van hemfop dat haer gunft quanfoys hem (chee verbondê) 
Sen vrouwe heufflijck na Megara toe ghelbnden. 
HieJ barft hy fchier van (pij t, diewij l hy hadd' gehoopt 
Op defer hulpe, die (nu hem 't geluck ° mifloopt) 
Hem mede teghen valt; en doet flucks wedergeven 
Sij n vloot e fchepen , die t'Athe nen was gebleven , 
Doen hy te velde trock, en is daer mee gezeyld 
Na plfthmosjdaervan daenhy 'tlanghsdekuftenpeyld 
Van? Cherfonefïis, en Lyfimachus erflanden, 
Die hy door ftreupten, om fich teghens fijn vyanden 
Te ftercken,met ontfagh'; maer hierentufTchen hift 
Hy in Athenen op, een burgerlijcke twift; 
Daerom hy derwaerts fcheept met menighte van kielen, 
Die aen de Athénfche kuft , door harde ftorm vervielen 
In fchipbreck , met verlies van fchepen en matroos, 
Dier oorfaeckkeurdenhy dit oorlogh vruchteloos. 
Doch ruft hy wederom een ander vloote fchepen, 
Daer mee hy naderhand Atheaen heeft benepen, 
En (b belegert, dat hun voor-raat daghlijcks fleet; 
Door welcke middel, hy ('tzyhoe't r yEgypten fpeet, 
Dierkonincklijcke vlootTTtiertotontfetghekomen 
Den Athenienfèrs was) Atheen heeft ingenomen. 
Treed daer na in 'tverbond,met ^Pyrrhus, en bemand 
Het' Macedonifch rijck, en 't hart van Grieckenland. 
Alwaer hy fich op f t niew, ten heyrtocht gaet bereyen: 
En ruft een vloote van vijfhonderd roey-galeyen, 
Seer heerlijck toegemaeckt ,• behal ven al de macht 
Die Griecken, hem te wil te lande 'tfamen bracht. 
In meeningh , om daer mee de Princen erfgenamen 
Van Alexander, uyt te roeyen altefamen. 
Dier Ptolomaeus en Seleucus door den eed 
HunmetLyfimachus verbonden (en gereed 
Voor des Demeters komft) met welgemande kielen, 
Op 't onvoorfienfte hem eendrachtigh overvielen: 
Verftroyen alfen heyr, vervolgen fijn perfoon, 
Die vorft is fonder land, en koningh (onder kroon. 
So dat hy by elckeen van hoogh en leege ftaten 
Door 't «averechts geluck, verdacht werd en verlaten. 
'Twelck nochtans niet vernoeghtde vorftelijcke twift: 
Maer groeyd hoe langs fo meer, en eer niet werd geflift 
Tot datïè onder 't jock,met fwanger' fchouders torften 
Delaftbaer dwangh,van vremde en buytenlandfche vorften. 
En eer niet zijn geruft,voor hun verworven ftaet 

H Na 



Als voordoet falgetrt^ 
fa/geren vrienden, Qvid* 
Trilt, lib, t . ele.8. 
Donec eris felix multol 

numcrabis armcos : 
Tempora fi ftterittt nkb't» 

U> folpu eris, 
p lilhmos isdeenghte 
van Peloponefen , ofte 
Morea , daer de ftad Co- 
rinthus ftaet,nu Hexami* 
lion genaemt. 

q Che> ftnefus , die is 
het gantfche Pelopone- 
fen ofte Morea , en is ey- 
gentlijck te fêgghen een 
eyland, dat meteéhoeck 
aen 't vafte land leyd. 



r By iEgypten ver- 
ftaet Ptolomcus. 



f ^yrrhm koninckvan 
Epyren , is het land tuf» 
fchen Morea en de mond 
van de VeneetfcbeGolf, 
en werd nu Ianna gehee- 
ten. 

t Macedonien met 
Epyren te famen , is nu 
een landfehap , en werd 
Albanicn genaemt. 



u Taucos amicos rt^ 
bus adverfis proba, 



y B DER ZEE-VAERT LOF, 

vcniat tam dira cupido. Na t hoogher trachtende,in fcheurftcht onder gaet, 

a Alfb defe fèhipvaer- 

fnde jTren"? maikandS uErvat,mijnMufa,nudijn Afiaetfche ftemrae, 

hier volghen ,foo ift dat *■ A E n help met vaerfenfangh > de waterlocken kemmen 

^Tm^ct^i Der Meyreminnen,van Afrijcken,en Euroop: 

oorloghen een weynigh Maer treed watachterwaerts, om'tvoorige* verloop 

moeten teruggh treden, j) es (chipvaerts-oorlogh,met de maetfprong dijner voeten s 

alfo de oorlogen van Ti- TT L . • n j i_ "je r 

moleon in Siciüen wel Van 't vruchtbaer lteeds benijd Sicihen te gemoeten. 

dertigh jaren voor <tbe- Siciliens eyland dat ftijf * feftigh jaer geleen 

Huyren der oorlogen De- y an Griec k en werd Re terght ; van Nicias beftreen; 

metrij gelchied zijn. Pit i i 

£ Daer Nicias endigh- Maer noyt veroverden door 't queken der tyrannen, 
de ende daer Timoleon rjj e p naer laden,veel vyandigh 'tfamen fpannen, 

begoft,die jaren aen mal- _ . x r1 jrjr i r i_ j 

kanderen g hebrocht,wa- En droegen 's lands bederf op hare Ichouders mee ,• 
lenoverde'tfeftigh, en- Hier op Carthagovlamd (diemachtigh is ter zee) 
de noyt Tonder oorloghe Enfteecktetoorloghaen,om 't eyland te bepluyfem 

in Sicihen, doordien Si- . . » ? J * J * 

cilien altijd mettyranni- Help nu c Connthusdoor Timoleon, Syraculen. 
fche regeringen gequeld Want * Dioniis bcfwijckt; • Icetes valfch verraed 

was , ende daerom door ■* * t i /• t_ * i i_t i 

verfcheyden 't fammen- Maeckt, dat Jich niemand op tyrannen hulp verlaet. 
fpanningen altijd de oor- Hierom Timoleon fèlfs met (en thien Galey en, 
loge in fich felven voede. Tot S yracufens hnlavan Griecken is sefcheyen. 

c Alfoo Sicihen onder J ui £ i T t ri«n 

de Griecken behoorde, Maer werd bedrogen, door Icetesloofe hit, 
verfoecken die van Syra- «Twelck t'iïjner tijd hy metghelijcke munte wift 
ct^&ltZ Tot /Regium die van Carthagho te* betalen, 
nen inbeeldende, dat die Haer latende den tijd verquiften met verhalen 
van Grecien fbo veel met y an p ronc kpraet^ en zeyld wech na h Tauromenion, 

haer mlandiche oorlogen _. r . . r n / 1 • A j i t i 

foudente doen hebben, Daer hy 't hem alles (door* AndromachsraetJ bevon 
datfe hen byftand wey- Byftandigh , om aldaerfen heyren aen te landen, 
jSSftÖg! In fpijt Carthaghens vloot, die door bewijs van handen 
den krijghen, om die van Te fwaerde dreyghden, den Andromachum fèn ftad; 
Carthago (dier oorloghs [) aer op Timoleon danvoortvaert, en hervat 

benden daer aireede ghe- _ hij i n 11 i 1 

land waren) tot hunne Sen aenilagh andermael, verllaet met kleyn geweiden 
vrienden aen te nemen. Icetes heyrkrach t (by Adranum) uy t den velde. 
Anno MvNDi<Tgheluckftrijdneffenshem,enwintdevaftigheyd 

. 3620. y an Syracufen , oock ontflipt hy 't moord beleyd 

iEtatis Roma* Icetis, onder des de fchepen van Carthagho, 

4°°- Sterck honderd vijftigh, door den opper hooftmanMago 

Olym. 108. An.4. Beletten Syracufas haven aen de zee: 
Sicilië^' tyran ^ E" ^nden, al hun heyrkracht, die k. Icetes dee 

e Icetes is eener diefich tegens den Tyran opgeworpen hadde, diefiende dat die van Corinthus hem byftand 
wilden doen, valt hy den Carthaginenfers toe, hem veel met verraderijen behelpende, ƒ Regium y eertijds een 
geweldige ftad op d'uyterfte hoeck van Italien,tegen over Sicilien,nu verdeftrueert,dier plaetfè noch is in 't land- 
ichap Bruttij,nu neder Calabrien genaemt. g Fillacia alia diam trttdit, b Tauromenion^zw ftad in Sicilien,nu 
Tauromine geheeten. % Andromachm opperfte regeerder van Tauromenion,een vroom man,die den Griecken 
toegedaen was. ^ Nota. Men moet hier weren,dat Dionijs alleenigh tyran van Syracufen was,en Icetes,die 
fich tegens hem opwierp,tyran vande Leontijncrs,dit waren volckeré die een gedeelte des eylands bewoonden. 

Her« 



TWEEDE BOECK. 59 

Herbergen inde ftad; verfiet fen bolwercks tranffen 

Voor des Timoleons niewinge wonnen fchanfTe, 

En heeft die by gebreck van voorraet hart benowt: 

Maerfb l Catane hier den Griecken niet onthowt 

Des voorraets toevoert, fcheept Icetes na Catane, 

Om die te ftraffen, maer al-eer fen oorloghs vane 

Daer voor was opgericht, werd hem geboodfchapt,dat 

Den hooftman m Leo,uy t de veftingh i nde ftad 

'Tgedeelt' Achradina hadd' ftormende ingenomen; 

So dat Icetes doen is wederom gekomen 

Tot Syragufa, hierentuffchen werd belet 

Door 't onweer tot* Thurin, Timoleons ontfet, 

Dat fïch te land' uyt vrees der Carthageenfche kielen 

Na Rhegium begheeft,en daer te (amen vielen 

Op vlotten, fchuyten,en in ander flecht geveerd'* 

En landen tot ontfèt (te voet en oock te paerd') 

Twee duyfènr mannen , in Sycilien onver hinderd: 

Waer door de hoogmoed feer van 'Mago werd geminderd; % f^' ag0 överfte def 

(Wijl den Corinthier al fen voorneem fo gheluckt) fchepen van Carthagbo, 

Dat hy fen heyrkracht fcheept,fen riemen 'tzeewaert ruckt y 1 ^, 1 ™* fi j" y lote > en 

. T y •-> 1 1 1 1 1 1 • 1 • 1 brenght iich ielven óü> 

Heen na Carthaghen, acht gheluckiger te vlieden, 1^, 

Dan teghen krijghs-geluck,het hoofd ter weyr te bieden, p Mamcni* ishetnoor- 

Die eer hy noch te fcheep in Africa beland de,i i ckfte ê hedeeltè van 

Wt vrees iich felven om-brenght , met fen eygen hand. 

Timoleon terwijl vermeefterd de tyrannen 

Siciliens , en verdrijftfe en doemtfè te verbannen; 

Straft yeder na verdienft,en maeckt het eyjand vry, 

Van der Barbaren dwangh , en vremde flaverny. 



/ Catane een ftad van 
Sicilien, anders Cantana, 
maer nu Catanie ghe- 
naemt, leyd inde Provin- 
cie ofte { t gedeelte Vallis 
Demona geheeten. 

m Leo een Corintifch 
Capiteyn, die de nieuge- 
wonnen vefting bewaer- 
den, is van defelve uytge- 
vallen, ende veroverd een 
ghedeelteder ftad Syra- 
cufa, dat Achradina ghe-* 
naemt was , ende vvashét 
fterckfte ende befte ghe- 
deelte der fêlver , waét 
uyt blijcktdatSyracufen 
meer als een ftad ghe- 
weeft is. 

n Thwvium^ anders Thu- 
rin , een ftad in Magna 
Grecia, nu Calabrien,aen 
de Ionilche zee;defè ftad 
werd nu Torre di Mare 



M 



Aer daerom niettemin, bekrijgen de Afrijcanen, 

Te water en te land', op 'tfwackft' de Sicilianen, 
En nemen na de doot Timoleons, weerom 
P Mamertij landlchap,tot een erflijck vorftendom. 
Beginnen weer als voor, de luy met dwangh te tergen, 
Die daerom van den H vorft t'Èpyren, byftand vergen : 
Beloven hem daer voor te ftellen in fen hand, 
Dry van haer befte fteên,tot feker onderpand. 
Hier Pyrrhus wiekt de keur (door dien hy werdontbooden rhu^dickwijls felven fey- 

t a* j • j'i 1 1 de, dat Cineas meerfte- 

ln JViaceclonien,diehem ter kroone nooden denmetwelfprekentheyt 

Haerskoninckrijcks) beraamd Sicilien voor'tbefluyt (dan hy met de wape- 

Tehe!pen,overn,idshykeurendehieruyt tlSST^t 

Bequamen middel , om in Africa te raken; ma vifia, 

Des fend hy r Cineam voor henen, diede faken $&**$* fmnmbtpu 

H 2 Van 



Sicilien, dat dien naem 
ontfanghen hadde van de 
Africanen , die 't fèlvighe 
innamen endébewoon- 
dé,daer van de ftad Mek 
ilna oock namaels Ma- 
mertina genaemt wierde, 
dit is nu mede in 't ghe- 
deelte Sicilië begrepen, 
dat Vallis Demona ghe- 
heéten word. 

q Pyrrhpu vorft van E* 
pyren.j 

r Cineas een treffèlijck 
Orateur,die van Pyrrhus 
tot groote faken uyt te 
rechten veel in Ambaiïa- 
de gebruyekt wierde,'en- 
de daer door föo veel te 
weghe brocht , dat Pyr- 



lepojfit confequi. 



io DER ZEE-VAERt LOF, 

Van fijnent wegen, na ghewoonte, in handen nam; 
Daer nahy felven, met twee honderd fchepen quam, 
Daer by een machtigh heyr van ruyters ende knechten^ 
Vind alles na fen wenfch , des gaet hy voorts bevechten 
De Mamertijnen,en verflaetfeinftaendeflagh. 
Haer (lellende daerna, dit middel van verdragh: 
Als datfè varder niet, hun palen fouden breyden, 
a AUöo Libyen land- Dan daer Neptunes * voor 't ftrand van Libya fcheyden. 
wacrtinleyd^omtMau- ^ Jpmfo* beelden met ditfcheutigh voorftel (fchots) 

ritantcn , het welck nu * \ J. r r ,, & >• * 

Barbarijen heet, het voet Den Arncanen af, ien overmoed ge trots,- 

ftrand van Libyen te we- ^ls z ij nc ] e nu v an fin, fen oorloghs-moette ontlaften 

fen , 't welck de Midde- ^ i t *i_ n. 

larfchezee(al s een voor Om roet de wapenen Libyen aente taften. 

van Neptunes) affcheyd, Daer toe 't aen ichepen (hemj noch krijgers niet ontbrack, 

^SiOT^Coifi^' Maer is van varende Matroofen veel te fwack, 
bsamninn waren volc- Die hy met kracht door dwangh wild' uytSicilien hebben; 
ïcerenbewoonende^ge- Ditbrengt hem fijn geloof en voorfpoet voort aé 't ebben. 

deelte vanltalien, dat nu ^ /* i_c* *i- il • j 

gheluckigh Campanien, Des fich Sicilien weer met tyranny bevind 
ofte Terra di Lavoro Beladen,en fich met den Africaen verbind 
heelde Taremijnen wa- Vyandig-h tegens hem desGrieckfchen lafts te ontledigen, 

rendievanCalabnen,die * r r ^ P , /L , i_i ij- ö 

hare naem van Je hoofd- En lo iy mochten belt hun vry heyd te verdedigen, 
ftad Taremen voerden, «TwelckPyrrhusmerckende, krijght tijdinghond er dies 
&W.$K Van'tTarentijnifch'er .'t » Samnitifche verlies, 
vore van der Romeynen En komtfeer weltepas,fijn haeftige vertrecken 
dwangh bevrijt hadde, (Om defe by te ftaen) met onfchuldtebedecken. 

maer noch met den Ro- ^. r i u j t \ 1 • 1 

meynen blijven oorb- Maer iohy zeyld van daer (en komende in het naw 
gende , wederom geheel e Meffine) vind hy daer van 't laem-gherotte graw 
uytden velde gheHaghen Der MamertijnersenSiciliers, velekhepen, 

waren , ende derhalven \ . ' ^,n 

wederom hulpe vanPyr- Die hem ten doortocht , in dees enge Golf benepen, 
rhus verfbehten. DochPyrrhus vol van moed f tot wijeken niet gefint) 

c Me (fine, nu Meflana, r ui „.L j j/i««ji- 

een <^V noord end Se Y ,d dapper tot haer aen,daerop den ftnjd begint 
van Sicilië , diens haven Seer heftigh wederzijds ,* den d vorft der Epiroten 
aendezeeeennawen in- Werd v l uc htigh, en verlieft veel fchepen van (en vlo te, 

eanck hadde. . i » • i t i • r r i i n 

d Genaemt Tjnhw. En komt met de ov nge aen de Italiaenlche kult, 

Daer hy fich wederom ten Roomfchen oorlogh ruft. 
Sicilien , onderwijl, van den Carthaginefen 
Vermeeftert , moet in 't end een wal en vecht-plaets wefên 
c Romeynen preten- Voor den Romeynen,die met diergelijcken' recht, 
S? r p e "t tSTn (Als oy t de Griecken met Sicilien) in 't gevecht 
Sicilië, als oyt voor heen Ghetreden waren, door verfcheyden nederlagen 
de Gnecken deden. £> e ft e g n yerov'ren , en de Mamertiinen plagen: 

ƒ HamilctY , veld- rr , , _ .. * _ , , * • r 1 • i 

overfteder Carthagine- Totdat f Hamilcar van Carthagho,werdgeichickt, 

fen , ende vader van den Die f s eylands droeve ftand met voorfpoed weer verquickt, 

SSSSSl*^ En fteedsï » et oordeel vecht: derhalven yeder vreefter 

Die 



TWEEDE BOEC& 

Die hem tot vyand heeft,- maèr doen den Burgemëefter 
(£ Luctatius) terzeedeSicilianenfloegh; 
En de overwinnaers krans, aen den Romeynen droegh, 
Bevand Hamilcar (door vervallingh hunder faken) 
Met den Romeynen, fich ghedwongen vreed' te maken. 



ét 



Anno Mvndi 

37^3- 
iEtatis Roma? 

Olym.134 An.3* 

g CatftltM LhÜMtHS 

D. 1f ._.... , - . . RvomfchBftrvcmefjhr. 

Aerna 6 Marcellus m Sicihen heeft gneplant b Mam p*rï'dé 

Het Roomfche vendel, daerBellone blaeckt en brand, Mf%^ s > dit isdefelve 

die vijfmael tot Ron en 
Burgemëefter ghe weeft 
is, de eerfte van fjjri ghé- 
flachc die den naem Mar- 
cellus gevoerd heerVher- 
komende van 't woorde- 
ken Martiale , dat is, 
Strijdbaer. 

1 Leontïum een ftad 
op 't noorder end van 
Sicilien. 

^ slppius een Room- 
fchen Richter, fo neffens 
Marcellus Sicilië beoor- 
loghde. 

/ Dit was een feker 
werek met raderen dat 
opgewonden wierde,en- 
de groote boomen van 
hem uytfchoot tegen fèn 
vyand. 

m ArcHmedes een 
voortreflijck Geometrius 
ende bylonder eenAu- 
theur ende vinder dei 
konfte Mechanica ofte 
Organica , fo de fömmi- 
ge lèggen,dat is de inge- 
nieurfchap ofte weten- 
fchap om Fortificatien te 
maken. 

Anno Mvndi 



En gaet met ftaend' geweld * Leontium overvallen, 

En flaet (en Leger,voort voor Syracufèns wallenj 

Daer ^ Appius 't gebied , der heyrkracht voert te land': 

Terwijl Marcellus langhs de zee en waterkant 

De heerfchappije ftaeft van tfeftigh oorloghs kielen, 

Verfienmetftorm-gevaerd muuriloopers 'flingerwielen 

Ghekoppelt acht en ach t Galeyen zy aen zy, 

Ghefwangertmet gefchut op 't driftige gety : 

So dat den Syracuf de fchrick in 't hoofd komt torren. 

Da er tegen wederom f Archimedes laet (horren 

Sen konftigh fchutwerck,dat aen de eene zy in 't veld 

Deftad vanftormen vrijd ,envreeflijck nederveld 

Het Appianfche heyr ; aen de ander zijd' te water 

Daer gaen de rad'ren los,metey(Telijckgeklater,- 

Hier vliegen fteenen,meer dan thien talenten fwaer, 

Verftroyen c t (cheeps-gebind, en morden van malkaer 

Den Roomfchen n Sambuca^daer werd een pijl gedreven, 

Van groote als een maft, die morfèlt kiel en fteven 

Enfchepenin den grond, -gins word een (chip gelicht 

Gantfch uyt het water : maer die tot de muuren dicht 

Genaken, werden opgetild, met yf're haken, 

In'tmiddenjenrond-om geflingert dat(e kraken 

Te barden, tegen ( t klippigh grondveft,dat gefchraeght 

De ringmuur van de ftad gantfch onverwricklijck draeght. 

Dit maeckt een groote fchrick in c t Leger der ° Latijnen, 

Die met ontfoncken moed geneyght ten aftocht fchijnen. 541. 

Sodatmenandermaelna langhgehouden raed n j*""**^ wer f! hy 

Met varffche moed ten ftorm weer na de veften gaet, te e van^mf- ghereed- 

Van meeninghom c tgevaerdesfchutwercx te verduuren, fchappegenaemt,datfêer 

Dicht onder 't hoogh gebow van Syracufcs muuren. 

Gnemerckt Archimedes (ên wereken hadd' gefteld, 

Om verr' te dragen , des (y dochten 't groot geweld 

Van 't vliegende ghefchut fou dan daer over wayen ; 

Maer hy dit fiende, wiftfenhandwerckfo tedrayen, 

Enlaegh teftellen, al op voordeel toebereyd: 

H 3 Dat 



3753- 
/Etatis Roma» 



een mufijck inftrument 
(byna als een harp Sam- 
buca genaemt) gelijck is. 
o Latijnen ofte Ro- 
meynen. 



€i DER zee^vaert lof, 

Dat niet een fchoot verghéefs daer fchae-loos ovefwayd. 
door d^konfte Geïï^ So dat fich den Rome y n fo hefti g h vind befprongen, 



tna meer 



befchadighc , En door de a Geometry met groot verlies ghedwongen 
dan door de wapenen. Ten aftocht wert, en wint b Megara^ onderwijl 
4 1 *w 3& S Hy op een tijd by nacht verrafchten inder ijl 
gende omtrent 10 of 12 De langh benijde ftad, en heeft haer trots gefchonden, 
duytfche mijlen bewe- rj oor dwangh,enalhaer haef tenroove voort verflondem 
e " Id.MaYceiim werd Sodatfen wederkeer niet zege-ftandaerts bromt> 
mede om fijn vromig- Affwiercnde van 't top der fchepen,ende komt 
fcfteT h " r °° m ~ Triumphelijck te land' 5 des de Africaen een quel is 

d //^«^/eentref-Tehooren,heerfchervanSicilien is Marcellus; 
feiijck voorvechter der Te nooren hemte fpijt, Io het 'Roomfche fweert, 

Carthaghinenters , een • 1 1 1 n • 1 

fchoon-foon ofte doch- Dat over Hannibal ten lellen tnumpneert. 
terman van Hamücar. $o dat Italien,door dees weerd geroemde dadeü 
ten?a P "eyn derXt &<* oorloghs' t Roomfche jock op vremde fchouders lade, 
nen , is een fone van Ha- Dat nu in vollen oeghft ter heerfchappije bloeyd ; 
milcar , wierde van fijn rji ens aenwasmeer en meer ter Monarchie groeyd. 

kindsbeenen ar ten oor- _ ^ , . , ri .,, • A r • • 1 

l g e opgevoed. E> en Roomichen degen,trert de volck ren in Afnjcken, 

ƒ Dit vluchten van Han- En Afi en moetet zeyl voor Romensbloedvlagg'ftrijcken. 

nibal gefchkden niet dan Di heeft Hamfl af eerft en </ H afdmbal veriockt, 
na den leiten veldflagh . ' . . .-, r 1 

by Zama teghen Sdpio, En « Hannibal oockuyt lijn kindiheyt opgerockt 

Lselius en Mafliniffa die T en oorlogh, die gedacht,Room fou hem niet ontfutflen 

hem ende de gantiche /T r S\ • . 1 ° 1 • r 1 m \ 

macht der Carthaginen- (In "> veelftnjdencn vyandigcichermutflen) 
fers verfloeghen ; hier en Den roem van Africa, dat lijckwel is gefchied; 

fouden niet qualijck : paf- Het kabd j^fl. aen twee>en Hannibal die /vlied 

len aue ue osoe van man- ■ _ 1 • /* 1 1 1 t /* 

nibal in 't kort mede aen- Tot£ Antiochum,die hen waenden alsghelegent 
gheroerd, maer alfoo ick £) oor fi ; ne toekomft, maer men heeft hem haeft bejegent 

niet van meeninsh ben /rv 1 1 r 11 \ 1 j> 1 " 1 

hiftorien , maer alleen (Door raed der imeeckelaers) verkeerd' en met den neck: 
Hechts der voomaemfter Maer Co de vorft in 't end' , niet al te hart van beek 
zee-vaerden te verhalen, Verftandigh oordeel leend aen Hannibal fen reden, 

moet ick die beginne ter . o, , ir 1 1 1 

plaetfen , daerfe hunnen Beveitight hy hem , tot een hooftman van de leden 
oorfpronck van daen ne- [) es oorloghs,en beveeld hem met een wakend oogh 

™l' ^.nnochHs koninck Te letten werwaerts heen,den Roomfchen Arent vloogh; 
van kieyn Afien. Met des komt tij dingh,dat een vloot van tachtigh zeylen 

h Om*» Memmm Van Romen haren wegh,recht toenaCarien peylen, 

overfte van tachtentigh , *>. \ r . .. 1 J* v "> 

Roomfche fchepen. Daer over * Menemus de heerichappije voerd: 
i Poiyxemdas wierde Terwijl dat Hannibal vaft op fen luymen loerd 

'^S^^^^t^g^roft^g^T? 11 een vloteweyrbaer fchepen; 
meynen in hun voome- Dus heeftme wederzijds den zee-krijgh aengegrepen. 




bal in Syrien was , om Met boegé fheegh gebeckt, en maecktë haeft tot fchanden 
rerfamX! " De voor-vloot Hannibals; die defe mie verftanden 



Heeft 3 



TWEEDE fcOECK. 6; 

Heeft, daerom (overmidshywiftevan 't * verbond 

Dat Room met Rhodus hadd') geraemt een and'ren vond; 

En is om fijnen luft met wrake te verladen 

Van voor'ge nederlaegh,de Rhodier fcheeps Armade 

Omtrent * Mangnefien ghevallen op het lijf} 

Klampt eerft den Admirael c Eudanum,dien hy (lijf 

Omcingeld en benard , en flaet de flincker vleugel 

Der Rhodiers: maer vermerckt dat de ander vlerck,den teu- 

Van d Apollonius los maeckten tot de vlucht, (gel 

Dacht hy dit te verhoen, rraer werd (op dit gerucht) 

Van alle kant befet,en op de vlucht geflagen,* 

(Doch mids fijn wijs beleyd) met kleyne nederlage. 

r\ Es Antiochus werd door dit verlies gheterght 

Tot vrede, onder des fich Hannibal verberght: 
Ontfiende den Romeyn, gheïijeteen god der aerden,- 
Komt na veel dolens, in Bithinien, teaenvaerden 
Van e Prufias de macht,en heerfchappy ter zee$ 
Hervat fen oude haet,die hy ghevoelen dee 



* Die van 'teyland 
Rhodus waren bondge- 
noten der Romeynen. 

b Afmgnefea is een 
ftad in Carien , by den 
vloed Maeandrus , daer 
den Magneet fteen eerft 
ghevonden worde , ende 
van defe ftad fijnen name 
Magneet ontfangë heeft, 
defè ftad werd nu Menec 
ghenaemt. 

c Endanttm> Admirael 
ende overfte der Rhb- 
dienlèr Schepen. 

d AppoUoniut , Vice- 
Admiraelvan Hannibal. 



e Twjïasjtoninck vai? 
Bithinien , dat nu Buf> 
fia , Becfangial ghenaemt 
werd. 







4£ ■ * 

■ 



ƒ Daer leyd een ftad 

Aen die van /Pergamum g bond- vrienden der Latijnen; ghehceten Pergamum ir* 

Diefohunvlootekomt.fchicktHannibaldcfijne 22£C'S5 

Eumenem te gemoet, gemoedight tot den ftrijd; ter een Pergamus in a- 

Maer fo Eumenes met fen fchepen , fich bevlii t £ en ' ofte ^ toli f > in ^ e 

r » J Provintie Troade , by 

den vloed Caicus, daer den treffelijcken medecijn Galenus uyt geboren is,defe houde dat het Pergamum geweeft 
is, daer wy hier van fpreken. g Bondvrienden ofte Bondghenoten. h Eumenes 3 koninck van Pergamus. 

Te nad'ren, 



6*4 DER ZEE-VAERT LOF, 

* Libyffa , anders Bi- Te nad'ren, om met fchicht en fabel fich te rechten, 
tyanias , oft in <t Griecks Heeft Hannibal gereed een nieuwen vond van vechten . 
tw* ^ghenaemt , is een Want hebbende in < t eerft de peefen uytgereckt, 

kleyn ftedeken niet veer , n • • j / C • • 1 n. i 

van Nicomedien , daer En vechtende den itnjd op 't hittighlte verweckt; 
Hannibal fijn leven en- Heeft aerde potten vol aagdiffen ende flangen 
t^tt^t™* Op voordeel tot het werck met voordacht laten vangen. 
kennen geven j Die werpende tot in des vyands fchepen , dat 

cvf* AnMis Lityfa De po tten mor(len,en de flangen flinger rat 

tttrnmabtt terra. * r . t . . ° P ... 

* c t gratïchrift beftaet De menlchen vliegen aen,in arm en been te bijten, 
in defe eygene woorden^ £)j e al verbaeft van fchrick , om c t luydft ten aftocht krijten» 

A nno'm VN d i ° ntfiende dit gedrocht,meer dan haers vyands fwaerd; 

o Maer Hannibal vervolghtfènzeeghbaerlijckenaert, 

iït t' R ^ n ^ aet Eumenes , met de Pergamoifche vloote,- 

Verwinnaer blijvende der Roomfcher bondgenooten. 
n « ' a DievreedWerfochten,aendenkoninckPrufïam, 

7sJ|£1&hct £ Door Romens afgefand j dat Hannibal v ernam, 
dmbal , den fwagher van Vertrouwende dat hem den koninck mocht verraden ; 
Hannibal inSpagnien. j-j ee f c met vergift ge-end fijn grooteoorloghs daden» 

b Hfinno een ione f . "., Vr- / j ° P \ 

Hamilcars , den broeder Diens graf * Liby fla , (op den oever van de zee) 
van Hannibal. Me t defe Ie tt ers eert , * T>its Hannibal fijn fiee. 

c 9s4föwbal een lone ' i ' J 

van Gifgo, een der voor- 

naemfte van Carthago. «* r Aer hierentufTchen,gaet het wijd beroem de Roomen 
NumSem koninckvan iV1 Met kielen over-al beyd' foute enfoeteftroomen 
e vtica , nu Biferta, Van 'swerelds vochte deel 3 doorploegen heen en ween 
ende van den fommigen Want nadat * Scipio in Spagnienieyde neer 
B / ^S^nuBile- Den Hafdrubal, en doen weer in Italien aenquam; 

dulgerid. Hy tegens Africa de wapens dat'lijckaennam. 

g .pit ;«wta -»* £n in siciUcn , Romen bondgenoot >) 

die Titus Qumtus f ia- \ o. v 

minius in Macedonië de- wtrulten doet,een welgemande oorlog hs vloot, 
de, alsmede tegen de E- £)j e na behoeftigheyds vol-ladingh' is ghevaren, 
fchaT aeT den "komnck En land in Africa, de Roomfche Leger fcharen; 
Pruiias,daer hy desHan- Daer mee ten ftrijd geruft, verflaet hy elcks geweld 
nibalis dood veroorfaek- y^ b Hanno/ A fdrubal,en * Syphax uy t het veld. 

h Dit was 'Patfftis v&- En heeft van* Vtica , /Numidien en Carthagen 
mdimM den leftenPhi- -pot Romen in triumph, den lawerkrans gedragen. 

lippus koninck vanMa-_. r \- n /> • n *• •- P 

ccdonicn.endc na hem Diens afterlingenfteets,( t zy in Ffcmijml tocht, 
fijnen fone Perfeus,ovcr- <T zy dat h yEmilius met den Macedoniers vocht, 

Tr^f'en è*m ' T Z Y dat de ' Gracchi met de Numantijners ftreden: 
Gracchus gbebroeders , Of c t zy dat ^Marius Metellum op de fchreden 

oorlogen teghen de Nu- 
mantijners in Africa. £ Cains Marius , die namaels (even Burgemeefterfchappen bedient heeft, (Luy- 
tenant van den Burgemeefter Cecilius Mctellus, zijnde inde oorloghe tegen Iughurtham des Mafliniiïa bafterts 
Manaftabali (bne,nu koninck van Numidien) onderkruypt Metellum fijnenftaet, endedringht fich felven in tot 
veld-heer des oorloghs in Africa. 

(In Africa 



TWEEDEBOECK. 6g 

(ïnAfrica benijd) Iugurtham te onder brenght,* 

Of c t zy dat * Sylla,(die met Marij haet v er menght) 

In Afia bekr^jghtdenkoninghMithridates: 

Of 'tzy oock dat den Parth door b Cinna aen de Euphrates 

(Met oorlogh werd beftoockt) de fchipvaert niet alleen 

Ghebruyckten als bequaem tot hen gedienftigheen : 

Maerkeurdenfè als een faeck en middel, die nootwendigh 

In fulcke tochten (die hoe liftigh en behendigh 

Voor heen beleyd) moed zijn, beërft en voorn aem ft ghe- 

wricht, 
Waer door liet gantfche werck moeft: werden uy tgericht. 

/~JElijck datbreeder aen c Pompeius heeft gebleken, 

Die tachtigh zeylen, min als duyfènd,heeft geftreken 
Op de Africaenfche kuit, èti land fen heyrkracht aen, 
Sich makende f t bewoonde Afrijcken onderdaen 
In veertigh dagen tijds; van d .ier hy weder keerde 
Na Romen, daer den Raet hem met triumph vereerde. 
Voerd ftracks fen benden uy t i talien wederom 
Te land na Spangien,en verflaec ^ Sertorium j 
Bedwingende met macht de trotf heyt der rebellen, 
En /end " Perpennammet fèn aen hangh heen ter hellen; 
Houd in fen t'buys-reys 't veld van 'tflaefsontfèhedeftael, 
En treckt tot Romen in triumph ten tweedenmael. 

*T'wijl /Ca^far vluchtende den Syllam is ontweken, 

En fich tot Nicomeed' in Ponten houd verfteken, 
Tot dat fen t'huyfvaert hem beloofden heylige vree; 
Dus gaet hy fcheep,en werd ghevangen op de zee 
ByPharmacufa, van een vloot vrybuytersfchepen> 
Die hem l thien duyfend pond rantfoen gelts afgenepen 
Verlaten hebbende ; daer op hy fich begeeft 
]Sa Carien,daer hy een vloot geworven heeft, 
Daer mee t'zeyl gaendevan {■ Milet, omfijn gefellen 
(So hun dees fchuymers felfs mbeelden) te beknellen* 
En vindfe aen { t eyland,daer hy uyt vrypoftigheyd. 
Dat hyfe wilde doen ophangen heeft voor feydj 
Hier heeft hy s' aengetaft , en voertfe mee ghevangen, 
Haer doende, na fen voorfeggh',tot Pergamo hangen» 

'M" Iet tegenftaende, dat van Carfar, dit gefchal 

De gantfche zeeftrand' Ianghs, vervulden over-aL* 
So werter nochtans in Cilicien, defer flrafTeq 

I Niet 



a Lucius Co v neliut 
Sylla , namaels Di5ator 
van Romen , een vyand 
des voornoemden Marij, 
bekrijght Mithridares 
kon i nek van Pontus en 
Bithinien. 

b Ptib.^omelivu Cinna 9 
namsels Roomfch Dic- 
tator, bekrijght het ko- 
nincknjck der Parthen, 
nu ArschofteCharaflen 
ghenaenit. 



c Cntim Pompeht$ 
dien vermaerden veld- 
heer der Romeynen. 

Anno Mvndï 

3883. 

JEtatis Roma» 

671. 
Olym.i74-An j* 

d Sertoriu? een Ro- 
meyn , werpt bemfèlveri 
op teghen 't gherreené 
beft, en verfterekt fich in 
Spaengien,alwaerby van 
Pompeius verftaghen 
word. 

e Perpenna Vento , een 
hovaerdigh rrenfche uyt 
de ridderfchap van Rö- 
men, na de doodSertorij 
des (elven heyrkracht te- 
gen Pompeium voeren- 
de, werd lijn volck verfla- 
gen , en hy met iïjn gant- 
fchen aenhanck uytghe- 
roeyt. 

ƒ fat fis lulitts fa[tt 
den treffelijcken Veld- 
overfte ende altijd Dic- 
tatorvan Romen. 

g Inde befchrijvingh 
ftaetvijftigh talenten, nu 
word yeder talent ghere- 
kentopóoó croonen,of- 
te twee honderd pond 
vlacms; 

h Milet , nu ter tijd 
Melixo, de voorn icmfte 
ftad van Carien eertijds 
geweeft. 



6$ MER ZEE-VAERT LOF, 

Niet eens ghevreeft, noch oock getracht om af te fchaffen, 
De fchuymersvan der zee 5 te meer wijl Romen met 
InlandIandfchetwiften,ophet raathuysis befmet: 
So datter weynigh achtster zeevaert werd ghenomenj 
Door welck verfuym, dit fchuym gedrocht,is opgekomen* 
En heeft fichfo verfterckt,datfe oock niet zijn te vreen 
Slechts met den roof, van fchipen goederen alleen : 
Maer dwinghen oock ter zee ; eylanden ende fteden. 
Waer door dees guytery, verderreft oude zeden 
Van dus langh vrome luy ; jaluyden van verftand 
Van ouden edeldom,die mede hun van land 
Begheven, om by dit gheboefte, rijck en heerlijck 
van oude tijden vTrfchik Te worden, die voortaen dit keurden ; als oft eerlijck 
niet veel vandeteghen- En t loflijck waer ghedaen, te nemen and'ren 't haer: 
woordige heden-daegh- Q m d atmen p fa zee q uan fuys niet wert ghewaer 

a im cum potentU Wie dat de heelers zijn^die end'lijck door dit pluyfên 
awiti* fine modo, mode- s machtigh wierden,datfe toorens,wapenhuyfen, 

ttinaHe inv<*dere,polwere, - T 111 l 1 

& lajhre ommlsaiüft. Vy erteeckens,bakens en zee-havens, ancker reen, 

in BeU.fugurth. Oprechten langhs het ftrand,enbruyckbaer diepen deenj 

• d ArchTefe^^u ^ at meer * S) m ^ en om ^ un macht voor elck te ontbloocenj 
Calamo genaemt. ' (Spijt recht en red'lijckheytj veel roof-fchip-rijcke vlooten. 
c nAüïum, een ftad op rjj e n j et alleen met gaw' matroofèn tot het fpel, 
Go"S-od V e a £epS ninde Verfochte fchippers, of bevaren ftuyrluy.wel 

d samothracien, eer- Voorfië zij n, noch oock flechts,tot dienft van goede faketïj 
tijds Sames.genacmt,om £> e f c hepen fneegh ter vaert ten oorbaer deden maken : 

dat het een eyland is dat f . r <=> , . , . n . , . 

aen 't Thracifche gebied Maer,oock (o prachtigh,toegheruitet,aat de haet 
behoorde , wierde het Des volcks veel grooter (mids degrooteoverdaet) 
^°dl T ,t C t e ernS Werd, dan de vreefe van 't ontfaghder roof-galeyenj 
mandrachï ghenaemt. Dier tenten achter op y kayuit en galderyen 
e Leucadien , eenen Stijf waren overguld,- de dekens en tapijt 

uytftekende hoecklands __ J • • 1 1 j • t» r — 

in Epyren , op den in- Van purper zij de, oock de nemen Room te ipij e 
ganck vandeGoiffoLe- Verfilvert waren } voort enfachmen noch en hoorden 

*Ts«*o, , nu ter tijd Lan g s ftrand niet dan g ef P el > mufijck en fangh-accoorden* 
het eyland Cephaionien. Banckettenopgedifchtmet allerley cieraet, 
g ^rgos, nu Nauplia Ghevancklijckheden van beyd'hoogh en leege ftaet; 

Navale , een ftad m Mo- An/Y - J 11 **» %. 

rea aen de Goiffo di Na- Afloffingen , van veel ghevangen Capiteynen, 
poiïgheleghen, daer van Tot fchande ftreckende en nadeel den Romeynen: 
%££&£& Die dulden moeften, dat dees roovers in hun pracht 
koninck was. De gantfche middel zee,braveerden met haer macht. 

h r4wr«»,eenflede-E n( j at f e tra d en op J e heyl'gh' gewij de drempels, 

keninLaconien,namaels „ . . .* 1111 1 L 1 

Cereapolis, maer in de wechnemende* het goud en beelden, uyt de Tempels, 
oorlogen der Wandalen Van b Claros/ Aótium, en ^Samothracien, 
^Su^r^eucadien/Samos^Argo^n^T^narien; 

Van 



TWEEDE BOECK, 67 

Van * Epidauro, h Ifthmos, en in c Hermione, 
^Lucania, infghelijcks, Calabren niet verfchoonen, 
En loopen langhs de kuft Campanie,halen daer 
De Roomfche burgers , die in hun lufthuyfen haer 
Vermaeckten,die(etotafloffinghpijnlijckquelden: 
Of wierpenfè in de zee,en toonden hun geweiden 
So vreeflijck over-al, dat dies den koopman ftil, 
Sijn fchepen om 't gevaer der fchuymers binnen hil. 
Dus werd de neringh flap, waer uyt dat elck vermoeden 
Aenftaende diere tijd, indien men't niet verhoeden 
Intijds, en met geweld bedwanck dit fhood' gedrocht: 
En wederom de zee daer door in vryheyd brocht. 

T\ Aer op de Roomfche raad in c t left door veel romoeren, 
Pompeium/thooghft gebied beveft,om uyt te voeren 
Het oorlogh, tegen deesbenijdersvanden vree: 
Om die te dempen , en te drij ven uyt der zee. 
Hier op Pompeius, heeft den oorlogh aengegrepen, 
Wtruftende ter zee vijfhonderd oorlogh fchepen; 
Doet lichten,honderd en noch twintigh duyfèntman, 
Te voet gewapend, met vijf duyfent peerden, van 
Sijn eygen ruytery, heeft neffens hem verkoren 
Noch vierentwintigh raads-perfonen (dat te voren 
Beftemd was) hem tot hulp,op dat door haerlie plicht, 
Sijn over-al gebied, moch t werden uytgericht. 
Daerna, Pompeius deeld , tot e Hercules pilaren, 
De middel-zee, in derthien deelen te bevaren; 
Daer toe oock fijn Armad',in derthien hoopen deeld, 
Dier yeders opficht, hy een over-heer beveelt: 
Om elcks beftemde wij ck te fuy v'ren,langhs de kuften, 
Van 't ftroopende geboeft ; maer onder des,fo ruften 
Pompeius felve niet, fijn macht is over-al, 
Hy felf, zeyld in een vloot van feftigh in 't getal, 
En jaeghtfe voor hem heen (gelijck de heunighbyen, 
Die voor een fchrale wind haer in de korven vlyen) 
Tot in Cilicien, doch, verdelghtïè niet, voor dat 
Hy eer ft,de kuften van Italien ,(uy ver hadd: 
Met die van Lybien , Sicilien en de ey landen 
Sardinien, Corfica, en naeft ghelegen ftranden; 
Veelfchepen nemende, maer handelde beleeft 
Den ghenen, fo genaed' van hem gebeden heeft; 
Te meer noch om dat dees de and' ren (hem ontdeckten,) 
Die 't meefte quaed begaen voor hem haer hielen reckten 

I 2 Ter 



a epidauro , nu ter 
tijd Pigiada ghenaemt, 
hier heeft eertijds den 
Tempel van j£fculapius 
geftaen,leyd mede aen de 
Golffo di Napoli in Mo- 
rea. 

b Jflbmos is de ergh- 
te van Corinthen. 

c Hermione, nu Caflri,' 
leyd mede in Morea voor 
aen de Golffo di Engia. 

d Lucamen, nu ter tijd 
Bafilicata , een landlchap 
in Italien legghende , tuf« 
fchen Calabrien in't oo- 
ften, en Campanien (dat 
nu Terra di Lavoro heet) 
in 't weften. 

Anno Mvndi 



3 8 9 



o. 



e Dit is de gheheele 
middellandfche zee tot 
Fretum Hercules, ofte 
't naw van de Straet toe, 
daer de ftad Gibraltar 
leyt. 



08 DER ZEE-VAERT LOF, 

Ter vlucht,(door dien haer mifdaet onverfoenlijck fcheen,) 
a i Wechfendende hun wijfs en kind'ren land Vaert heen, 
in Glicien.daer nu chii- En brengen weerom uyt Cilicienslandes itrepen 
ilopolis icyd , djck.be-. y oor a Coracefium,een vloot gemande fchepen. 

hTde^Golff^de^S Verwachtende aldaerPompeiurn, tot denflagh; 
cnde werd nu Scandeb- d\q komende , en in den felven boven lagh, m 

rogenaemt. Vervolghtfe op de vlucht, na ftadtoe,diehy dad'lijck, 

b LttcHilns Burgemee- & i . t ' 7 / i ' 

ftcrvan Romen. : Belegerd ende wint , haer nand'lende genaed lijck; 

c Ttoiomem koninck B e fluyten een verdragh,daer in fy al hun fteen, 
7^IIS";»koninck Eyianden, fterckten,en bemuurde vaftigheen, 
van kleyn Afien ofte Pompeium dragen op,- en werd alfo gekorven 
N ï olien ' ^ ru Het kabel van den roof 5 in 't teghendeel verworven 

e Ftm!?ri4,ecn Roomlcn ' o 

krijghs-overfte ,verfochc De vryheyd van der zee ,• lodat den handelaer 

hulp aen Lucuiius teghen Q e zee weer vayligh maeh sebruyeken fonder vaer. 

Mithridates,die hem fulx ; ö ö ö J 

weygherde uyt vrees dat 

Fimbria hemde eer van T\ Es kloofd Pompeius voort de groene pekel baren, 
foeé koninck overwon- ^ En i an a j Q Afien, daer b Lucuiius de Barbaren 

nen te hebben ontdra- A 

ghen (oude. * e water en te land , valt dapperlijck bevecht,- 

ƒ Lmüyum , eertijds Lucuiius, die voorheen door Sylla afgerecht 
Sr » t^ cr„' Ten oorlogh wacker, eerft met byftand uyt ^gypta 
leyd , aen de GolfFo de Van c Ptolomeus , met een vloote henen (chipten 
Cor ° n - Na Rhodus,enaldaerverftercktefïjn Armad' 

ncflTus genaemt! C Seer loof'lij ck, doende d Mithridatem groote fchad': 
h Neoptotemué 9 oa&ff- Schoon dat hy e Fimbriam fen hulp ter zee ontfèyde, 

MithSalis?' 5 k ° mnCkS H Y Hjckwel korts daerna by / Leu&rum nederleyde 
i Dit waren groote yfe- Des Mithridatis vloot , en daerna wederom 
re pennen die onder wa- g < te yland £Tenedos,met * Neoptolemum 

ters inde boeghen der / ' . . . ,. j i • i_ 

Galeyen vaft ghemaeckt Den onder Admirael , die van des komnghs wegen 
waren, daer mede (alflè Lucullum heeft verwacht j die met fen vloot daer tegen 
°P ^ kande ™, J^* Kloeckmoedigh aenkomt , felfs met fi j n Galey voor-uy t: 

aen quamen) d een den i r» i r r n n ' ' 

andere inde grond boor- Daer op dat den Bar bar vergeefs len iteven ituyt: 
^n- , . , Die anders hadd'gemeent Lucullum met fèn 'fpooren 

k Tmanes koninck r • r l t 

vanMediéen Armem'en. Ter Ineeger vaert voor in tot finckens toe te booren. 
/ m. cotm was mede Maer, foo 't Lucuiius fwayd, de pen ter zijden fchampt: 

Burghemeefter van Ro- ^ j ^jj- k fr Ga , aeQ boord te and k ] 
men neffens Lucuiius. .. 11 J ' , ; n , J \_ r i r 

Qdcedomen , een Strijd dapper voor de vuylt, en brengntlo veelte wege, 



ftad recht teg.en over ^ at ] Neoptoleem aen 't vluchten heeft gekregen. 

Conftantinopolcn , in de . J . « i i r j ö 

hte van Bofphoms , to komt daer na te Room, beklimt den eeren trap, 



eng 



ofte Fremm Ponticum, Verkrijght voor deeerftemaelhetBurgemeefterfchapj 

die aldaer 7 ftacKeo i(dat w j j^ y: fc J aerna t t opperhoofd gckorCO, 

xs een kleync mijl; breed * J Ir ft > 

is, defe ftad is nugantfch Om Mithndates en ^Tigranes, te veritoren, 
verdeftrueert , en op de ^ et openbare krijgh j fchoon l Cotta (onder dies) 

ScOTumgeherten. ^ By w Calcedonien vecht met merckelijck verlies: 

Door 



TWEEDE BOECK, 6 9 

Door eerdicht onderftaenj fo heeft nochtans dees fchade 
Den Mithridatem weer met tegenfcha beladen,- 
Wanneer Lucullus hem in 't heyr voor n Cyzicum 
De lijftocht onderfchept, en flaec by ° Rhij ndacum 
Sijn voedertroffen eerft, waer doorhem werd benomen 
Sen voorneem, en gedacht Lucullus fwaerd,te ontkomen, 
Stilfwijgend'met fen vlood na Griecken,eermen 't wift; 
Maer hy die afgerecht op diergelijcken lift, 
Verlpied dit ftil vertreck, recht fo hy wil verfchepen, 
Komt tot hem zeylen, heeft (en kielen aengegrepen, 
Verov'rende den buyt /en drijftfe op de vlucht; 
Selfs Mithridates vloot voor vliegende gerucht, 
Enlaet het overfchot fijns volliks in f t gebieden, 
DerHoplie, die daer mee oock onderftaen te vlieden, 
Tot ? Granicus revier $ daer werdenfe onderfchept 
Van 't Roomfche Leger , dat terftond den fabel rept; 
Hier flaet Lucullus weer by twintigh duyfent mannen, 
En doet fijn zeylen voort voorwind in c t vierkant fpannen» 
Soeckt Mithridates felfs te vangen ,en vei Ptaet 
Als datter van Atheen, een vloot na? Lemnos gaet, 
Sterck vijfthien kielen , toegheeygent Mithridatem, 
Die 'Ifidorus voerd';dees zeyld hy na en flaet hem 
Met al de fchepen,dicht aen Lemnos fchorre ftrand, 
En ftuurt een deel fijns volcks inde aenkomft op het land, 
Den vyand in fen vlucht te ftuy ten op haer fabels; 
Dees hacken dat'lijck af de Afiaetfche kabels, 
Op datfe driftigh (en met minder voordeel dan 
Lucullus) ftrijdende tot hemwaerts dreven an: 
Maer hebben weer als voor de nederlaegh behowen, 
Daer op den Roomfchen held weerom beftaet te bowen 
'T f Egeifche pekelveld na c t Hellefpontfche naw, 
Op dat f Voconius (die derwaerts heen te flaw 
Sen vyand hadd'vervolght) defchepenhembelaftet 
Lucullum wederbrocht^maer Mithridates paftet 
Voor haerluyaenkom(l,dathy met fen vloote voort 
Door "Bofphorus geraeckt, aen Pontus oevers-boord. 
Hier komt een ftercke ftorm fen fchepen hart beftoken, 
En heeft het meeftendeel op c t ftrand tot gruys gebroken; 
Deand'ren zijn van land gedreven, 'tzeewaertin: 
Maer 't groote fchip,alwaer fich Mithridates in 
Begeven hadd' (de ftrand niet dervende ghenaken 
Gheduyrende den ftorm) komt endlijck aen te raken 
Een jacht met roovers, daer den afgeftreden vorft 

1 3 (Ontgaende 



Anno Mvndï 

3801. 
^£tatis Roma* 

680. 
Olym.175. An.A* 

n Cyfytu plach een 
ftacj te zij ti in kleyn A- 
fien , aen de zee Prcpon- 
ticum,ofte de Thracilche 
zee,tegen over Gallopo- 

lis. 

o Rhijrtdacum , is een 
reviere niet veer van de 
voorn ftad, nu den vloed 
Supidis genaemr. 

* p Cjranicm ,ofte Gre- 
nius Amnis , nu Laflara 
ohenaemt. 



cj Lemnos, een eyland 
by denheydenen Vulca- 
nus toegewijt,wert oock 
Ophiufa gheheeten , om 
datter veel ilanghen op 
zijn , naderhand Diofpo- 
lis, maer nu Stalimene 
ghenaemt. 

r Jfidorpuy een Capf- 
teyn des konincks Mi- 
thridatis.bevel hebbende 
over vijfthien fchepen. 

f De Egeifche zee werd 
nu de Archipelago,enby 
den Tu reken Mare Al- 
bum , ofte de witte zee 
ghenaemt. 

t Voconius , een 
Roomfch Capiteyn , die 
van Lucullus ghefonden 
wierde met eenige {che- 
pen Mithridatem te ver- 
volghen , ende hem 't 
vluchten te beletten. 

u Bosfho: m werd oock 
den SleuteWPonti,ende 
by den Turcken Bogazin 
ghenaemt, werd ghefeyd 
12 ftadien , dat is ander- 
half duytfche mijle breed 
te zijn. 



7 o DER ZEE-VAERT LOF, 

„, , , (Ontgaende * 't een gevaer het ander kiefèndorft) 
*» s^i/*» j««^. Sij n hjr betrowden op, en itellende in de handen 

Der dieven,de eere van fijn tergende vyanden. 
.""„',. i DochkomtermeetelandKreyftna^Heraclea, 

b Her ach a eenoude r i 4 i i i i 

ftad in Cilicien ofte Ca- Daer hem Lucullus met ien heyrkracht volghden na. 
ramanien , omtrent bet £> es Mithridates voor ; Cabira fich verfterckten; 
ge TKLa aU by S ptolo- Daer tegë ( t Roomfche hey r met moed en wapens wercktë, 
mens Cebira, een ftad m En flaet fen vy and op , diens Koninck hulpeloos 
to^TÊS^ (Voor vluchtende) het land Armenië verkoos: 
gen Zina heet, van Po,n- Daer hemTigranes^die als koninck defer landen) 
peio Diopolis genaemt. Heeft met een nieuwe heyrkracht dapper by geftanden. 

Hier treft Lucullus den Armenier in 't ghevecht, 
Heeft honderd duyfend man ten veldflaghneergeleght; 
, rr- Verovert meteen ftaend' geweld ^Tigranocerte, 

d Tigranocerta , een r-i-«. i 

ftad in Armenië aen de Beleyd e Artaxata, waer van Tigranes herte 
reviere Tigris , nu Sul- Verfchrickten ,en treckt op tot defer ftad ontfet; 

Anno M vn d i ^ aer toe Lucullus met voor-oordeel heeft gewet 
o Sijn wapens, en verflaetineenen veldflagh weder, 

iEtatis Romx ^ e £ ant f cne heyrkracht, van /dry vorftë, vluchtigh neder: 
•o So dat Lucullus roem , ten hemel fich verheft, 

e Artaxata , ofte Dien volgens in fen eer, een harden neer-fmack treft. 
Artafata, by den fommi- Wanneer fijn benden, midsde ondragelïjcke koude, 
ghenNafuana doch nu O proerieh tegens hem veel rebellye browden,- 

meeft Ardouil genaemt, r & ö. ] .. . > 

een ftad in Medien , dat In dees verwernngh, valt den koningh Mithndat 
nu Servan heet. Op ( t heyr Luculli, dat hy in onord'ningh flaet. 

ƒ Lttcullm verflaet in L J ° 

eenen veldHagh dryko- 

ningen,te weten, Mkhri- TT Ier komt Pompeius met den raed van Romens ordre, 

dates ^ n ^ s v ^.^ n Lucullum't regiment desoorloghs af te vord'ren; 

vin krmenien, endeder Dat Mithridates fo veel zielen heeft gekoft; 

Parthen koninck. Dat metTigranesnu fo dapper was begoft. 

En is gemoedight op Bellonas koets gefeten 
Te vyand, heeft den krijgh triumphelijck gefleten. 
Want of welden Barbarontfiendein c t vlackeveld 
Te ftrij den , werd nochtans voor de eerftemael geveld 
In c t vluchten, en daerna op de oever van Euphrates 
Ten tweedenmaelverftroyt,- dat felven Mithridates 
Sijn laetfte nederlaegh , ter nawer nood ontloopt,- 
Dus werd de fuyl fijns rijcks bowvalligh neergefloopt. 
Met komt Tigranes na dien flagh den veldheer groeten, 

g Ovid.de triMb. Hb.s. En ft elt de kroon fijns rijcks voor des Pompeij voeten, 
* guoqHisefuecft major, Tot teecken van fijnfelfs verkleyningh , dat fijn macht 

^uftotm lU m ''e (Verfoeckende den vree) ter neder was gebracht. 
ne!ofaca\7 m """ g ' Waer door de g gramfchap van den veldheer,fich befadigt, 

Eu 



TWEEDE BOECK. ?% 

En heeft Tigranem los met vryheyd weer beg'nadight, 
Trecktmet len Leger voort tot daer hy neder leyd' 
De 4 Albanier en Hibeer, en weer fijn bey rkracht fwayd 
Na * Syrien,enwint c Arabia,en"Iudea> 
En werd verwittight in fen Legher voor e Petrea 
Van Mithridatis dood , fb dat hy wederkeert, 
En voorden derdenmael, totRoomen triumpheert" 
Alswinnaervan hetrijck van/Pontus, Licaonien, 
Armenien, Meden,Cappadocien, Paphlagonien; 
Van 't land van Colchidis, Hiberien en de Albaen, 
Mefopotamien,by 'tfteyl geberghu Aman. 
Van Paleftijnen, voort van Syrien,en Cilicien, 
Arabien , Iudeen , en 'tlandfchap van Phoenicien. 
Hem volghden in triumph den koninck van de loon 
Ariftobulus,met Tigranes konincks (bon, 
Daer by veel Edeldoms, en Afiaetfche Heeren, 
Met zegeteeckens,enTropheên in grooter eeren. 
Daeroa de Admiraels der zeevaerts dieven, mee, 
Verthoondenintriumphjfijnheerfchappy terzees 
Waer door fijn lawerkrans tot h drymaelwerdbepereld, 
Dier yeders luyfter toond een ' derdendeel der wereld. 
Want wijl de * Afrijckfche blinckt fo bloeyd' de Euroopfche ƒ Nota, dek landen 
ajans* waer over ^ ier g ne %d 

Maerde ' Afiaetfche krijghteen fuyv're water-glans ™£^Jl ^* 

Door zeevaerts-lofs- triumph ; na wekken dat de faken vencheydene piaetfen 
Van 't Roomfch ghemeene-beft (door m ftaet en baetfucht ?? han! hu y d f rdae gh- 

, , x ° ■ v iche namen ghenoegh- 

(raken) 
Der raeds-verwanten, dier elck 's and'ren ftaet benijd) 
In een verwarringh,al 'tgefagh en eere quijt. 
Vervallende fo feer,dat(oft wel vele lmarten) 
Maer n eenen Cato (die de faken recht beharten, 
Indien men 't hadd'erkend) tot Room gevonden wertj 
Maer Cefaer onder des fen voorneem kropt in 't hert, 
Treckt onder ° huwlijcks fchijn, Pompeius op fijn zijde : 
Waer uy t den Philofooph, voorfiet de aenftaende tijden 
Vol fwarip-heyds, en werd van Cefar hart ehedrey ght,- 

P. c J ./-.i /i i " i \ k, Afnicken overwon- 

ie 't voorneem in fijn hart (daer toe hy was geneygntj nen cn d e daer over ghe- 

Ghelijck een fchildery door doodverw eerft begonnen, triumpheert hebbende,^ 
Sach leven in gheftalt, als hadd' hy fchoon ghewonnen. 



a tAibamen en Jberien 
werd nu tot eé" landfehap 
oftghebied der Turckera 
geftelt te zijn,endeGeor* 
giano geheten. 

b Spien,nuSotyen» 

c Arabien , nu Aya* 
man. 

d Fadea , nu Terra 
San&a,ofte 'theylighland 
ghenaemt. 

e Tetrea , anders Pe- 
tra , een fterekte in Idu- 
mea , dat inde H. Schrif- 
ture Edom, namaels Na- 
bathea^ende om de fteen- 
achtigheyds wille oock 
Petrea gheheten wierdej 
de fterekte Petra levd op 
eenen rotsfteen,want Pe- 
tra eenen fteen te fèggen 
is. 

Anno Mvndi 

39°3- 
i£tatis Romse 

691. 



?gr 

faem aengheteeckent. 
g 'T geberghte sintam 
mis fcheyd Cicilien van 
Soryen, legghen ontrent 
A'eppo en Alexandrette, 
werden nu Monte Ne- 
gro gheheten. 

h Pompeius heeft dry 
triumphelijckc inkom- 
ften tot Romen gedaea. 
i Te weten , over de 
doenmaels bekende dry 
derdendeelé der wereld, 



hy in Europa met Span- 
gien en andere landen, 
befichteverov'ren. 



i Indeveroveringh van Afien werd mede de overwinninge derzeeroovers geftelt. 
m Trudis avaritiam>cujtti fcedijïima nutrix 
slmbkiorfu&veflibulisjoribuscfUe votentum Excubat. 

n Dit is Cato den Philofooph ,anders fat o van Vtica genaemt. o Cefar geeft fijn dochter Iulia aen PgtUI 
peius,om hem daer door op fijn zijde tekrijgen. 

Want 



<?z DER ZEE-VAERT LOF, 

ANNO MVNDI W Aöthem^Sclavonienteheerfchenwerdbelaft, 
g En b Gallia,daer hy ' ' t bevel heeft aengetaft. ö 

jc^s n ™<r> Treckt over de c Alpes met fijn Legioenen henen, 
/ctatis ixom^ , \ ƒ, j j. i_ •• ft 

• • Daer hem in aentocht eerit vyandigh zijn venenenen 

Ol 80 An 4. ^D'Helvetij, diehy flaetendrijftfeuythetveld, 

Jsjwonie», eertijds Leyd e Arioviftus en 't Germanifche geweld 

by ptolomeum illyrien \ n ftaende veldflagh neerj en dempten de /moerafTchen 

«ramt, »» &^£ Met doode i Belg** hier, de h Nervij hem verraffchen, 

Dalmatien en Croatien ^ o » 7 n -> * 

Sec. en andere. En flaen lijn heyrkracht eerit, derhalven hy 't gevecht 

b G^/^^atisyranck- Hervattende,heeft al de Nervij neergheleght. 
byfonderc rijekerT be- Vervoerd fen Benden, om » Sicambrien te befetten; 
paek, voor defen Ceko- Maer fo den Rhijnftroom hem den overtocht beletten, 
£±££!fl£* Doet hy daer (by ghebreck van fehepen) overflaen 
Aquitaniam Lugdunen- Een houte \ brugge,daer fen heyren over gaen; 
fem , Belgicam en Nar- ]vlaer foode inlanders hem en fijn geweiden vlieden, 
pae^n^T'weft^aende &oet Ca-far't Roomfche heyr ten aftocht op ontbieden, 
Spanfche zee , ende be- En ruft fich fehepen toe,en wapend fich ter zee, 
^on^f^^l Is de ^eieerfte, die 't /Atlantifch vocht doorfnee, 
Tours en Bourbon &c.' Met oorloghs kielen, om het *> Britfche land tefchenden 
Lugdunenfis , paek in 't Met Roomfche flaverny,en ooreloghs ellenden^ 
de zee T LX begrijp" k de eer ft' die't Roomfch gebied uy tbreyd,veel wijder,dan 
Bretangié, Normandien, Men c t droogh bewoonde aerdrijeks-kreyts beoogen kan. 
Anjou.FranccChampai- Dj ena vce l veldflaehsen veel ftrijdens, de Britoenen 

ene , Bourgongien en n © r . J ,J. T 

Lugdunum,datnuLyons Vermeeiterd,en vericneept temggh lijn «Legioenen 

heet. Beigkapaelt in 't ^a Gallien, dienstrotsen wederfpannigheyt, 

r t '£tt S "7 °P f» beuckelaer, in ruft ter neder leyd. 

fommigen, begrijpt Pic- Diensdravende geluck, bereycktdenlaw'renTuylband 

cardien , Boubngien , Vervelende 't gedoogh, dat niereen tweeder muylband 

Vlaenderen,Artoys,Bra- o ° * 

band ende voort alle de 

Nederlanden ,fo aen de weftzijde van den Rhijn legghen. Narbonenfis paelt in e t zuyden aen de middellandfche 
zee, begrijpt in fich Provenze, Languedoc, la Daulphine,Savoyen en andere. Defè alle werden doen ter tijd in 
Celtogalatien ofte Gallien begrepen. c Alpes> een geberghte (cheydende Duytfchland en Vranckrijck van 
ïtalien. d Hdvetij, dit zijn de Switfers. e Ariovijttu ,anders Ernft ofte Erneft,was een maebtigh koninck 
over gantfeh Duytfchland , ofte Germanien. ƒ Vele oude Schrijvers, als mede Cefar in fijn coramentarien, 
fè<>ghen,dat de Nederlanden ofte Belgica vol broecken en moeraffchen eertijds geweeft, 't fèlve met het woor- 
deken Tatades , dat oock meyren en ftaende wateren beteeckent , (lellende , waer aen niet te twijöèlen is, alfbo 
«tfelve noch buydenfdaeghsgenoeghfaem bevonden werd. g Bel^^ dat waren Nederlanders. h Nervij-, 
waren ftrijdbare volckeren in Waiïch-Vlanderen, na 't fchrijven van fommige die van Oudennaerden,maer Ce* 
far fteld defelvc niet verre van Toürnay en Dornick , wacr uyt blijekt dat defè Nervij een groot larf J bewoond 
hebben. i Sxambri, waren de Gelderfchen tufichen de Mafè en den Rhijn. 4 Defe brugge werden 

by Nieumegenoverdewaelgeleyd. / De AtUntifcbe zee heeft haren naem van Atlas, koninck van ■. 

Mauritanien, die een groot Mathematicus zijnde,haer ghelegentheyt befchreven heeft,is de Spaenfche zee,haer 
ftreckende tot de hoofden toe,të weten : Calis en Doeveren, al waer Caefar defêlve overfcheept. i» H Brit- 

fchcUnd, eertijds Albion, nu Brittania ofte Engelland. n Legioenen , komt van liet woordeken Legio , dat 

zijn uytghelefene, fulcken Legio hadde thien Cohortes, dat waren honderd ende fes duylènt voeckneehten,endtf 
feven honderd en dertigh reyfighers. 

o Lucan» hb,i*bcl-civil, NullafidesregnifioijSjOmHKquepQteJlai 

Impaüens confortis eriu 

( 



TWEEDE BOECK. n 

(Met al teveel gefaghs) 't gheen Caefar eerft gefayd, 

Nu opwaft enontluyckt, tot CaefarsMajefteyt. 

Dus fiet hy voor hem,want twee fchitt erende ion nen 

Sijn 's oordeels onbcnijd op aerd'niet fchijnenkonneni 

Wijl Csefars groot gefagh gelijck een blixem klimt, 

Dat fpijt Pompeius , diens geluck niet min begrimt 

Van C^far werd,dus foeót d'een d'ander te ondericheppen: * ^ toifl miiïm mofm 

Des fich de wapens van geheel Italien reppen tal» faifis fier* frbegit : 

Vyandieh tot malkaerj hier baerd de grootfcheyd * lift, "f* cla f im in P ea ° ïe > 

En dele voed de lnoo vergitte Burger-twilt ,- haben: amicmasjmmici- 

Sodatde fchotfefpijtPompeiusRidderfchappen tiasqu e mnexre,fed ex 

j~ f /\ * J | 'i r i« commodoe(iimareinw,ffiS" 

Om byftand, met de voet - heet op Italien trappen ^ vu J m s HMm £ gem 

Voor 't Roomfchghemeene beft, dat bloot vankrijghers »««» fo»nm haben. c. 

macht Saluft.de C on j wat. C at ih 

De komfte Csefaris al ftervende verwacht. tijd in den raed hoogh 

fprekende, fèyde, dat fich 

J) lens Sabel al verkeerd' op 't vaderland gheflepen , ffi„ghf des J ^r?ogSb^. 

Gebloedverft, en gedoopt, in de opgelpalckte ftrepen hoefde te bekommeren, 

Sijn c s medeburgers, die uyt vaderlandfche min, want fo ° djckwikak hy 

J . r ti , r u • maer met lijn voet tegen 

Verkoolen met den raed te ontvoeren ( t inood gewin, d'aerde trapten , hy ghe* 
Dat Carfarhadd'beooght; die (Ichoon Italien beefden hcel Italien m et heyr- 
Van 't oordeel-loos beftaen) gelijckwel voorder rtreefden: g^J ^ 
Van meeningh, om met een de vluchtende des raeds grooten nood in vollen 

En 't Pompeianfche heyr(dat hem,fo c tfcheen,veel cjuaets ^aed verweten, dat hy nu 
Te brouwen) t'eenemael te dempen, doorde wapen,- . AnnoMvNDI 
Maer hierentulTchen, heeft Pompeius nietgheflapen, o 

Bevind fich met fen heyrkracht tot b Brundufium,- i£tatis Rorrise 

Sich ruftende ter zee,om na c Dyrrachium • 

Te ontfeylen Csfars komft,- die hier ghedacht te ftuy ten qj viï1 x g \ An 2 
Pompeius vloot, en doet der haven mond befluy ten / Brmdufmm , een 

Met vlotten, wijd en breed van Bakken t'faemghehecht, oude ftad in italien , nu 
Met bohvercks tranffen , dicht van hout daer op gheleght: ^iSSffo'^ 

Des fich Pompeius met fijn vlote vind benepen, Venetien 5 in de Provincie 

Send meteen voorwind heen een deel der befte fchepen, Safentini, ofte Terra Hy- 

s^ • i i« 1 i i il il i druntina ; dele ftad werd 

Om te vermelen,dit ghekoppeld bollewerck; m Brindifi ghenaemt , is 

Die met ^en top-feyls koelt, met (helle voortgangh,fterck een Aerts-Bifdom , ghe* 

Beftooten, 't drift' gebow, verbrekende de banden ^^t^ ** ' 

Der balckên, onder des (b komt de nacht op handen: c DynachiumAatr te 

Daer op men vyerwerckuytwerpt , dat van allekan t voren Epidamnum, maer 

De over blij ffels van de vlot-bruggh' raeckt in brand. $"] d ^u^ll^fm 

Dit maeckt den deurtochtveyljdaer op met ftille trommen Albanien, ïeyd aen de 

BeveeldPompeiusaldekabels in tekmmmen , %££&£ "* 

De boegen van de wal, daer mee den grooten held 

K Met 



74 DER ZEE-VAERT LOF, 

4 Nereus (eenfone Met vrow en kind'ren ploeght door a Nereus pekelveldj 
Oceani en;Thetyos)werd Beooght fên vaders land van verre, voor het lefte, 
by den Poëten n ee e n fa ^ Tot dat hy 's avonds, aen de iEpyrifche geweften 
leen, dooTdlédei groo- Sijn gantfche heyrkracht land; maer Caefar midlerwijl 
ten Ocean (dat is, de Treckt eerft na Spangien, om aldaer fen vlamde pijl 

ZÏÏ&S&fc Te flin g' ren door ' c S etros der Pompdaenfchc fchilden ; 

is , uyt den wekken een En op dat Caefar hier vergeefs geen tijd en (pilden, 
minderzee , ofte Goiffe B e i e g e rd hy de ftad * Marfeyllien in fen tocht. 

voortghekomen is , ende o / ir». t 

werd hier by verftaen de Maer liende,dat hy op dees velten niets vermocht 
zee, tuffchen itaiien en Door beuckelarenkracht,hervathy 'tRoomfche lemmer, 
T ^arfeyihen , een En daeght,op hoop van meer gelucx,den< rhoonfchë fwem- 
feer oude ftad,geiegen in Op 't fwalpend zeegebaerjhier komt de bondgenoot (mer 
Provence,in het gedeelte y an c t R 00 mfch gemeene beft/theerfchfuchtigh kroonen 

vanVrancknjck,dat Nar- __ >, r w ö i i i • 1° 

bonenfis piagh te heeten; van Cadars Monarchy,met omgekeerde piecken, (root 
defe ftad was eertijds \ n < t grauwe pekelfchuym en burgerbloet Bekliecken. 
IhS^nlS t Nu ruft men wederzijds , gheen kiel ten oever bleef, 
Roomfchen konincks Die oy t met zieligh vleefch op dunne golven dreef. 
Tarquinij. £> e dapp're ^Bruttus, maent fen krijgers langshoe gladder 

c Den Marfeylliaen, r _ ^r \ \ r ii ö ,V ö 

overmïds dat defe ftad Ten aenval,met belott van zeghe,des te radder 

by den uytioop der re- Schiet elck (èn harnas aen, dus worden f t hittigh bloed 

STSd^z^Mctdyinhetvy^totfaderbtandgCToed. 
Pompeius. Daer op den Marfeylliaen met ingekorte kabels, 

d Deern BmttM, Ad- $ en ft ae l e nebben bood, op de uytgetrocken fabels 
cX. V3n C C epenvan Van 't algebiedend 3 heyr; de Roomfche wreecktorts fmolt 

Voor 't Griecx geblixem eerft,des Bruttus gramfchap,ftold 
Hem 't hittigh bloed, van vaer,en werpt fich om de eere 
Van Caefars lawer, in de (pitfèn der geweren 
Met de Admiraels Galey - y terftond een naargheluyt 
Verbaeft de ftemmigheyd van Caefars zege-fluyt : 
Schoon dat den Admirael fen Palinuur verfhoefden, 
En vaft te vyand-waert , met fiere wapens fchroefden; 
Veel fchepen gaer gedreght,en boord aen boord gereeckft 
(Hoewel vol fiere moeds) nochtans van 't alderweeckrV 
e Tagm , een dapper Verflonden worden,met de aengeklampte wracken : 

R 7 m De Marfe y iiianen Schoon dat de ftoute 'Taeg/ich in de allarm dorft fmackë, 
waren eertijds mede Om ƒ 't Grieckfche vendel, af te rijten, van de ftangh j 
Griecken.ofte gebruyek- £> e d 00 dfche pijlen,neep,die maeckt hem 't leven bangh. 
Ze wSnved S Hoewel dat £ Lycidas quetfuuren niet en gapen 
GaiHfche Griecken ghe- Tot Caefars eeren, van de gaergekletfte wapen; 
heeten ; j p„ De dre£gen,die geklampt ten aenval werd gemeend, 
meyn. V ermortelde nochtans lij n krakende ghebeen t. 

b Lygdas, een kioeck w at helptet * Lygdas met fen felle ftoute fchinck'len 
«en! * " " el " Al kervend' deur en weer,het roomfch gevaerd,te rinck'len? 

En dat 



i TyrrbeHMéytcnvroQm 
Romeynfch Soldaet. 

^ Argus , een Mar- 
{èilliaen. 



TWEEDE BOECK, 7jT 

En dat hy met een fchoot ■ Tyrrhenusxle oogen blend? 

Wanneer Tyrrhenus weer fen blinde fchoten fend 

En wreeckt met * Argus dood, fijn uytgeroofde oogen ? 

Dus heeft de eygen wraeck,der Romers overtoogen 

De Grieckfche dapperhey d ;ine vrowdezeg'-godin 

Kroond Bruttum met haer hand,en draeghd het bly gewin 

Des lawers C#(ar op, die voorttreckt om te ontfutflen 

Door openbaer geweld, en bloedige fchermutfelen 

De ^Ibeerfche lawerkrans,van 't Pompeiaenfch gebied; 

Daerafmen metterhaefthem overwinnaerfiet. 

Maer 't licht geval, datfteedsmetC^fargaet teftrijde, 

Kieft oockby wijlen eens der raeds- verwanten zijde. 

'T zy dat m Antonius, die Ca^fars vaendel plant 

Ter "Adriatfcher zee, Dalmatiens oever kant, 

En werd van c t fchrale fwaerd des honghers hart benepen; vene^^heydend" 

Het zy dat ° Libo op fen luymen (defer fchepen itahen van Dalmanen en 

Dier p koppcld bolwercks lafh het uytgehongerd volck 

Te bergen dochten door Thetyos pekel kolek) 

Haer aenkomfl: heeft verfpied ; terwijlen dat de knechten 

Die uyt Cilitien hier voor 't recht Pompeius vechten, 

Met de onderwaters reecks, van de een tot de ander klip, 

Den doortocht floten toe; daer op ? Vulteius fchip 

Niet wetende 't bedrogh,het uy terft komt te lijden,- 

Hier gaen de deghens uyt, maer die van Caefars zijde 

Met haren Capiteyn, hun fiende overmant, 

Sy c t achten vayliger, haer eygen ingewand 

Te (cheuren met haer hand, en vallen in den fijckel 

Des doods vry willigh voor de aenftaende doods perijckel. 

Dus heeft het quaet gheval haer minnaer hier begrimd. 

Die ondertuffchenweer op Caefars heyren klimt. 

En donderd over hem, in de Africaenfche velden; 

Daer j Curio,het al, in repen roere ftelden. 

En terght den Africaen, diens (abel girft van leer: 

En howt denRomer,met fen gantfcheheyrkracht neer. 

Terwijl komt Caefarmetfèn Legherinltalien, 

E n fcheept fich over, van f Brindifi na t Theflalien. 

Hierin het open veld,hy voor fen vyand lagh: 

Maer veel tefwack,om hem te locken tot den flagh. 

Watr aed? fen Legers helft aen de Italiaenfche ftranden 

Daer af Antoni voerd de heerfchappy in handen, 

Verhinderd fijn geluck, en 't dralen valt te wrangh 

En bitter, voor de hoop,van c t Caefarlijck verlangh. 

Wat raed ? als yeders raed fchijnt radeloos te falen, 

K % Sogaet 



/ Ofte Spaenfche: want 
Spangicn na de revierc 
Iber , oock Iberia ghe- 
naemt worde. 



m %J^Carctis Antonius 
Luytenant van Cajfer. 
« Ofte de Golffb van 



Sclavonien, die noch on- 
der Casfars heerfchappije 
ftonden. 

o Oüavitts Libo , een 
overfte van de zijde 
Pompeij. 

p Die van Caefars zij- 
de maeckten een manier 
van bolwercken oppon- 
ten en balcken^aer me- 
de fy 't gevaer meenden 
te ontkomen. 
^ Vtdteittt, overfte van 
een deel fchepen vanC*-* 
fars zijde. 



t Cmio i zijnde ghe- 
weeft voorfpraeck der 
ghemeente tot Romen, 
nu de zijde van Csfar 
verkoren hebbende , valt 
met een deel fchepen in 
Affica. 
ƒ Anders Brundufium£ 

t TTjefahen^cnhnd^ 
fchap in Macedonien. 



76 DER ZEE-VAERT LOF, 

So gaet den veldheer felfs, ftilfwijgend' om te halen 
De pylaers van lèn hoop ; hy fiet het blinckend' hoofd 
Des Sonnen voermans, werd in Hefpers fchoot geftooft; 
Den donck'ren avond valt , de woleken dick en duyfter 
Berooven al ( t gedard ,haeraengenameluyfter. 
Het gantlche Legher ruft,de forge ruft op hem, 
Des treet hy uyt len tent en geeft fijn opfet klem, 
Als of hy ronde deed,gedoft in flechte kleeren; 
Dus naderd hy de ftrand,en vind na fij n begeeren 
Een flechte viflehers hut; hier eyfcht hy met een klop 
* tAmyclM , een vif- * Amyclas voor den dagh , die dateli jeken op 

fcher , woonende daer ^ A , j, i ° j /ij 

omtrent den oever der Oereien van de aerd^hem opende en verltaende 
zee in een flecht biefen De oorfaeck van fijn komft, hy Csefarem vermaende; 
™Tcxtfi; om Hoe foud> ick (feght hy) met u in den donck'ren nacht 
hem over in Italien te Gaen tergen,beyd' i£ool en oock Neptunes kracht; 
brenghen, D aer gifter avond ons de teyekenen des Hemels 

Voorfeyden fo veel ongeftuymigh wind gcwemels. 
Het root verdeyldgefwarck der Sonnen onderganck, 
Speld harden noorden wind; de Maen en was niet blanck 
Noch helder (pits gehoornd: maer heeft haer nieuwe aen- 

ficht 
Heel treurigh opgedaê, want (ïilck eë dompigh maen-licht 
Beteeckend harde ftorm; 't ftrand-ruyfend zee-gerucht, 
Het (pelen des tonijns, en malle meewen vlucht, 
En duyfend dingen meer my niet dan onweer (pellen; 
Doch waer toe wil ick al 't gewichel u vertellen? 
Ift dy (b hoogh van nood'? 'k (al 't lijckewel heftaen. 
Dus zijnfe beyd' de ftrand af in de boot gegaen. 
Amyclas maeckten zeyl,en (èt fich voort aen c t ftuuren, 
Deurgaen(è zeewaert in ; met werekt Neptuyn fen kuuren, 
En met (en elger roerd , de groene kokken om; 
*T geluyt der Tritons , maeckt de zee-(yreenen ftom. 
i£ool die bulderd uyt met vreefïelijcke buyen. 
lupijndic flingerd door het noorden en het zuyen 
'T veelpuntigh blixcems-vyer,en datelijck,(b deund 
Hy met fen donderftem, dat locht en water dreund. 
Doen (prack Amyclas,fiet ! dit was c t dat ick ons (pelden; 
Hier isgeen ander kans,het (alons leven gelden, 
Ten zy wy gaon weerom ; maer C*e(ar onvervaert 
Seght,hoe,der Goden gunft heeft Cae(ar oy t bewaert, 
Des danck ick geen fortuyn, al waydent noch (b krachtigh, 
Dit trooft dy , want ghy zijt mijn (cherm met my deelacb- 
<T is Cae(ar dien ghy voerd,en met hem fijn geluck: (tigh. 

Daeronr 



TWEEDE BOE CKi tf 

Baerom,zeyl voort,verneer dy felven niet in d-nicfc." 

Betrow dy ( op fortuy n die ons hier komt beproeven) 

Te geener tijd, fy fal dy eeuwigh niet bedroeven. 

Nawfweegh de veldheer,of daer komt een dwarrel wind, 

En fmackt het zeyl,dat fchoot en tow en c t rae-gtfbind 

Aen flenters vlieght,den tijd gedooghden 't niette maken, 

Met valt de zee daer op, dat kiel en fteven kraken. 

Hetbootjenvaltinfwijm; hier Caefarenfènmaet 

Die waren even rij ck,en even kloeckin raed. 

De duyfterhey t verbargh hun beyder oogen 't veer-fïcht, 

Doch toond Iupij n de wal,door c t fchitterende weer-licht, 

Dat de oogen fchemerden, en fchrickten,te elckens, dat 

Den fwarten gruwel,van c t geflicker, werd omvat. 

De grawe zeegod, fchuurt de onderwaters gronden, 

En weid de fanden op , die bars met ope monden 

Verbeten op den Prins , fteeds happen na de boot. 

Dit duurd en weder duurd; nu Caelar meend fen dood 

Zy hier voorhanden, des * veraerd hy by fich felven, 

En feght, ó Goden ! is c t aldus in u gewelven 

Befloten f dat ghy hier door de ellementen ftorm, 

In een fb kleynen fchuyt,de Monarchiale vorm 

Des Roomfche rijcks bevecht !fo weet ick dat mijn beenen digh Frwce was , veran 

Te machteloos zijn, voor uuytgereckte zeenen; ^ e b in ^ t e e y ^ r en f hap ' 

Al word ick dan van veel aenftaende eer berooft? «g 

Ick offer u,nochtans, het lawer van mijn hoofd: 

Waer in mijn naem voltoyd,met alderhande ftaten 

En eeren-titels , roem tot eeuwige cieraten 

Sal dienen,die fb veer Pompeium inde macht 

Te boven gae,ghelijck den dagh de doncker' nacht. 

Des vrucht ick niet, ó Goön ! u uytgetrocken pezen: 

Wanneer mi j n grooten naem,flechts fteeds gevrucht magh a ^j>niHsms van de 

D maeghfchapCasfaris,die 
tot Romen een voorftan- 
der des volcks was, ende 
Casfars fake in den raed 
fterck aendreef , waer 
over hy met den voor* 
noemden Curiouytdcn 
f aed gheworpen wierdej 
defe verkoos de zijds 
Csefaris inden oorIogh,is 
defelve die naderhand 
met O&avius en Lepi-» 
dus , C*(ars dood aen 
Brutus ende fijn medege- 
lellen heeft helpen wre- 
ken , ende Ciceronem 
heeft laten ojnbrengen. 



* Datis,hydievaa 
natuiren (ghelijek hy in'c 
aennemen van defè reyfc 
noch metter daed bewe-* 
(è) een uytermaten on* 
vertfaeght en ftoutmoe* 



wefen. 
So (prekende, terftond het fchuytjen met een hort, 
Wipt door de barningh heen,en vaft ghefchoven word 
Op 'tklippige gefteent, vandaerfè eerft vervoeren ; 
Hier treed de veldheer op, en vind fen volck in roeren 
Omhem tefbecken,hem omhelfden wellekom. 
Daerophem c sand'ren daeghs, dicht by Dyracchium, 
a Antonius de reft des vollicks dede landen j 
Des Caefar wel gemoed de wapens neemt in handen, 
En bied Pompeius, flagh telev'ren,die verlockt 
In'teerfteCaefarflaet: maerwerddaerna gerockt 
Ontijdighomteflaenj daerinmenhemontfteldfagh, 

K 3 Door 



?8 



DER ZEE-VAERT LOF, 




Nota bene. 



Dit bwmftaendefigyrtjen Door dien,hy tegenwil>töt den * Pharfalier veldflagh 
voorlamdcZl^TJrdifo Moeft ftemmen , en verlieft door c t omgekeerd gheva!, 
'tfeiveverfuyrnt is , dient den s cn va fl. e Leghcr met fen krij ehs-macht b eer en a!. 

Le}erkierbyvcrmaent,mettc Ö f1 _ '»,« r- Cl 

viüen dencken , dat dit de Vertr eckt iwet twee or dry Raedl neeren,en fijn ilavca 
tactLZbtZ!rc^r r iZ Hy oorloft, datfc fich aen Caefar overgaven. 

Amyclas) afbeeld. 

a 'Tbarfalien was een A - ^ * * A *n 

groot veld in de Provin- T\ Aer gaet de e groote Heer f e voet tot in a Tempee, 
de Theflaüen , by den *^ Herberghend'in een hutby viiTchersaendezee: 
!£? ™S5ie S : Tot dat de morgenroot haer aengheficht blancketten, 
men nu de goifib de Sa- Hy met fèn kleyn ghevolgh, fich in een bootjen fetten: 
lonichi noemt , daer den En roey< j <j e zce ft ran d lanehs, tot datmen end'li jek fagh 

flao-h tulkhen Caelar en — , JL r\ i ° ri • j r 't 9 » 

Pbmpeius gefchiede. Een c s Roomlchen koopmans f chip,dat op ien anckerlagh, 
b Dit moet verftaen Diens fchipheer, dat van verr' dit fchuy tjen fiende komen, 

geweeft was,ende nu on- En haelden 't ancker op , en letten € t zeyl vierkant 
gheiuckigh endight, aPt y oor w ind/ Amphipolis voorby, langhs Hellas ftrand. 
gSht werd "dieren! En wierpen 't ancker eerft aen H eyland/My telene, 
boven dat hy die feifc c t Alwaer Pompeius fijn i Cornelia vand wenen, 
IS' ,th Z otfcm- Die ' £ on geluck van <t alghemeen verlies beklaeght; 

men door quaden raed 

van fijn mindere : endelijck oock dat fijn cere verduyfteit werd, door den roem ende eere C«{üris,die om fijn 
geluck ten Hemel verheven word. c Pompeitu werd by den Romeynen oock toegenaemt Magws, dat is,de 
Groote, om fijner groote daden wille, d Tempcc, dit is een luftige warande, gheleghen tuflehen den Bergh 
OfTa en Olympus^daer den vloed Peneus tuflehen deur loopt, e v^mpkipolü^naeti Amphiopolis,nu Gifopo- 
Ii,een ftad'aen de zee-kant in Thracien, dat nu Romanien heet. ƒ MyteUne, anders Lefbos,maer nu 

Metcline ghenaemt. g Cornüid i de dochter Mctclli, huyfvrouwe van Pompeius, 

Hem 



die inden oorlogh te- 
ghen de Par then verfla- 
ghen worde,daer aen de 
huyfvrouwe van Pom«* 
peius te voren ghetrowt 
gheweeft is. 



TWEEDE BOECK; * 

Hem fïende,fey tfe ach! wats dat u faerwaerts jaeght, 
Tot my onfafghe vrou,diemet meer onghelucken, 
V in dit quaet ghe val hert-feerigh kan verdrucken: 
Ghemerckt dat dees mijnquelluherte,6 Groote ! quetft 
Wat fien ick,nu een zee voor teghenfpoeds,ghe(chetft 
Opuwes harts panneel? die met de droeffte droefheyt 
Cornelia na 't (chip,als in der dooden groef leyt. 
Ickfëgghe na een (chippen huur (chip 't is te flecht; 
Is dit, ó Groote ! (die voor defen hebt berecht 
Vijfhonderd kielen, die de minfte meer als dele 
Geweeftzijn) uwenftaet? offou't Cornelia wefen? 
Die fteeds met ongeluck gefwangerd,mededeeld 
Pompeium haer geval ? Ach (feghtfe) wat verfcheeld 
Het luck,van 't ongeluck ? Indien ick waer geftorven, 
Voor dat der Parthen ftael,den draed des levens korve 
Mijn's eerften * bedd'genoots ! wat fouMetelIus kind 
Gheluckigh zijn geweeft ! wat waer ick waerd bemind? 
En na mij n dood geroemt, hadde ick 't onfaligh leven 
Verlaten, daer ick nu, maer over ben ghebleven 
Tot hertfeer van Pompee,dien ick den bitt'ren finaeck 
Mijn 's aengeboren ongelucks deelachtigh maeck. 
Daerop, Pompeius haer met wijfheyd, weer bejegend. 
Ghy (feghthy) kentmiflTchien 'tgeluck niet, hoe gefegent 
Diens eygenfchappen zijn,* 't heeft tweederleye aert, 
Diens * goed en quaet geval, beyd'heyl en onheyl baert. 
Ghy hebt (Cornelia) miffchien 't vuyr uwer ooghen 
Gheworpen op 't gheluck, dit heeft u licht bedrooghen: 
Door dien 't my langer dan c t gewoon is heeft gediend. 
Des wy diemenfchen zijn,die 't goed geval,als vriend 
Beminnen 5 moeten 't quaet geval,(ó lij dfaem dragen, 
Op dat wy machtigh zijn,ten tweedenmael,te fchragen 
' T bowvallige gheluck : op hoop van wederom 
Tefienherwaflen, dees verfoordeluyfter blom. 
'T en is niet buyten hoop , dat dees ons droef ellende, 
Weer fal verkeeren, tot een bly gheluckigh ende, 
So wel als ons voorleen voorfpoedige geluck, 
Afvalligh, ons toefénd den niew-ghelanden druck. 

_ b jfttaKa is een ftacl 

^^ A dat Pompeius met Cornelia defe reden in Pamphüien , een Pro- 

Vol-end hadd',neemt hy haer,en is in't fchip getrl Jen, vincie in N / °I ie 5 » dd j 

\/t^r- i_ i i J i ^ r i i voornoemde ftad werd 

Met iijn en haer gevolgh,en voort van daer gdeyld; nu Sattalia geheeten,diec 

VoorbyPamphilien,tOthy^Attaliapeyld. haven aen de zee een 

Daer landende, fich tot hem, wederom verfamen Sff^llS 

Een 



Jghtidfacis Ah de mem } 
currffortuna recedat, 
JVaftfragio lacrymas 
eripts ipjê mo ? 
JfdcDea no jkibilifluam 
fit levü, orbefatetHïi 
J$u& fummttm dubio 
fub pedefimper habtt» 



* DER ZEE-VABRT LOF, 

Ben vloot Galeyen,die daer uy t Cilicien quamen, 
Metfeftigh (in ( t getal) raedfheeren, diealdaer 
Mee voor 't ghemeene beft,hun Helden in c t gevaer. 
Hier komt de tijdingh,dat Pompeius oorloghs fchepen 
(Noch onbefchadight, van de nederfege) grepen 
Een verfch en nieuwen moed $ dat Cato weer een macht 
Van c t eerft verftroyde volck, te (amen hadd'gebracht. 
e ^r/^,ccneylandDaermeed 3 hytot c Corfoughefcheept,ennaAfrijckeri 
vooraen in demond van Ghefeyld was, om ( t geluck van Caefar wat te ontwikken 

de golffo van Venetien. ¥ i» • • i_ j n • j j 

* In d overwinningh,des Pompems met den raed 

Tot niew verfterekingh, van hun heyrkracht,overflaee, \ 
Waer datme nu bequaemft des d oorloghs fètel planten, 
d Cferloghsfetel^fte Van daer me wederom fichmocht te vy and kanten: 

Sedem belli , ioo de lom- . . , - i , f 

m ighe fegghen. Op dat haer hoop wat bots,nu voor den tweedenmael 

Door Bontgenootfche hulp mocht vy eren op haer ftaef. 
Daer na veel raedflaghs , hun den beften raed ontflipten: 
Door dienfe raemden , tot PtoPmeus in iEgypten, 
De trowfte toevlucht, voor den tegenwoord'gen ftand 
Te nemen, overmids het plichtighe verband 
Van vrundfehap, die voorheen de koninckPtolomarius 
Des defên vader, hadd' genoten, van Pompeius. 
Die voorige deughd' wardeerd' (betreffende de kroon 
^Egypti) als een daed,die waredeughden loon 
(Door defèn jongen vorft,tot hemwaerts,als weidader) 
Behoord* te erkennen, om de liefd' van fijnen vader. 
Ditftemdmeeendrachtigh,wantyEgyptenlaghhaernaeft, 
« , ^ a j • Des fich Pompeius met fijn gantfeh gefelfchap haeft, 

e Pelufinm.ttn ftad in _ ... r . .... , r \ cl 11 ii • t 

Agyptei legghende by En gaen geh jek lijck icheep, veritaende dat den koningh 
den inganck des Nijls, Ptol 5 meius,datmael tot 'Pelufiumhielfèn wooningh. 
" tSfëlpE Set derwaerts heen fen gangh , genakende de kuft, 
miaten ghenaemt , in de Hy (tot denkoninck voort) een voor hem henen ruft, 
Hariemfche chromjek Boodfchappende fèn komft j daer over fb vergaerden 
*ƒ Defe Ptoiomeus was f PtoPmeus (overmids fijn jonckheyd) de albedaerden, 
toeghenaemt Dionyfios, En wijften fijnesraeds, beftaende in 't getal 

van Ptoiomeus Auktes. (In lulcken raedflagh,van ïo hooghgewicht'ge laken) 
g Defe dry perfonen Beriep tot PrinfTe beuls, die onder haer beftaken 

waren, namenlek, Fotni- — i'riJ i r» • i 

iïus den karaerünck des £en al te inoode moord, Pompeium aen te doen : 
koninghs , Theodotion Van meeningh Cxfar door dien doodflagh te vergoen 

thoricam geleert hadde, En werd Achillas met een vilichers boot geionden 

ende AchülaseeniEgyp- Pompeium uyt het (chip te halen,met befluy t 

jenaer, ^ rechten c t opfet van * t moordadigh fchelmftuck uyt. 

Pompeius 



TWEEDE BOECK. 



81 
) 



pOmpeius(eenighfins,krijght dies eenquaet vermoeden) 
Aenfiende 't flecht onthael, doch duyd het noch ten 
goeden; 
Schickt voor hem inde fchuyt, twee hoplie,met fen knecht, 
Dien yolgeode , hy tot Cornelia wend enfeght 
Het veerfken Sophoclis , * Wie onder 's kgninckl dakgn 
Heulfoeckfy al is hy vry, de Vorflen dienslbaer maken. 

Daer op hy fcheydende (met oorlof van fên vrow, 

Die vaft fen dood befchreyd', met hertelijcke row) 

In c t fchuy tgien neder klam,alwaer hem eener groeten, 

Gheheeten Septimus : maer vorder (b gemoeten 

Hem niemand vriendelij ck,noch met verheught onthael, 

Deshy te voorfchijnhaelteen boeck, inGrieckfche tael, 

Vervatende een* vertoogh,om defê te overlefen: 

Van meeningh , fb wanneer dat hy gebrocht fond' wefen 

Voor Ptolomeus, die in 't Grieckfch te ftellen voor; 

T'wijl vollighde 't gheficht Cornelia?, h#t ipoor 

Haers waerden bedd'-genoots, om de uytkomft defer faken 

Te a«nfchouWen. Onder dies (o komt de ftrand ghenaken ? 



t Eteajm Tyranni 
{jttisijne intrat in AomuWy 
Fitfervus^jtts liber et* 
fivenerit. 



a Een vertoogh reden, 
anders een Oratie. 




De fchuy t ftuy t tegen c t land ; elck recht fich over-ends 
Des fich ^Philippus tot fen Heer Pompeius wend: 
Hem biedende de hand,ten opftaen, met fo ruckten 
(Eerft Septimus) fen dagg' van leder , ende druckten 
Pompeium dwers door c t lijf j terftond Achillas mee, 

En Salvius,hen moordftaelruckten uyt de fchee, 

L En ftieten 



b *Pbilipp$tf eenvry* 
knecht van Pompeius. 

Anno Mvndi 

59*9- 

JEtaüRomx 

707. 
Olym. 183^.3. 



U DER ZEE-VAERT LOF, 

En ftieten op hem toe , des fich den veldheer ftreckten 
Ter neder, en fich met fijn tabbaerd overdeckten: 
Verdichtende ontfinck de fteken met gheduld, 
En heeft alfo den loop fijns levens hier vervuld. 
Sijn vrow en de and're die den moord van verre fagen, 
Die gaven een ghefchrey, diens weder-klanckghewagen 
(De gantfche zee-ftrand) dee , en dat'lijck ai beducht 
Seyl makende , hun voort begaven op de vlucht. 

T Erwijlen werd het hoofd Pompeium afghefneden, 
. En dat'lijck uyt de fchuyt de onthoofde naeckte leden 
Geworpen op het ftrand; Die,daer fen knecht (nadien 
De iEgyptenaers veriaed, van c t lichaem aen te fien) 
Heeft afgewaflehen, wind het by ghebreck van doecken 
In een verfleten hemdden fteld fich voort aen c t foecken, 
En hout te fprockelen, tot de uy tvaert van het lij ck. 
Met komt een oud Romeyn (die eertijds, te ghelijck 
Ten oorlogh, met Pompee gheweeft is) ende feyde; 
f De uytvaert ofte Wien zijt ghy? die alhier het * lijek-vyer gaet bereyden 

begraefFeniflè Pompeij Ter uytvaert van dien Held,alleenigh fonder pracht? 

word gecelebreert door of fonderRoomfch ghevolgh en burgherlijcke klacht? 

twee gennghe perionen, i i & i i i & i A i? 

t e weten f fijn knecht Die voormaels ghewaerdeerd werd van de Heeren vad ren 3 
maeckt de toe-bereydin- Tot Room verwelkomt, op triumphelijcke rad'ren 
Kat wï^ct Ghefcten, en omringht.met konincklijcke fleep. 
branden ; een oud man, En dat tot drymael toe de al-om bewoonde ftreep 
die eertijds fijn Soldaet y aa R ome f WO eghden, door de triumphale booghen : 

peweeitis^oetlijnlijck- .. . , ^j „ , l i ° J 

oratie , ende gaet met Alleenigh werpend op Pompemmhare ooghen 
hem geiijck met Alexan- l n delen eeren-ftaet 5 wat daerenteghen fie 
^^Ta^^t Ick nu in armoed' hier? wat is < t voor eener,die 
humUis , \nam in vim In dees ellend' verdwaeld is, befich met hefteden 
gbriofia. Soarmelijck in -per a erden,dees te vroegh bedroefde onthoofde leden? 

haer dood , als eertijds ^t M . r jj • l i_ •• i i 

heerKjck in haer leven, Phihppus feyddaer op, ïckben een ^ vrij e knecht 
daervandenRoomfchen Gheweeft,by mijnen Heer Pompeius,die hier leght 
Poet feer wel feyt: Vermoord,en van'tcieraet fijns lichaems,gantfch gefchon- 
TotemURebpts, Daer aen ick nu voor c t lelt met dienite be verbonden (den: 
Et certam pnfins vix Gelijck ghy hier aenfchowt ,• Voorwaer feght den Romeyn 

habet hora naem. tv 1 1 1 ♦ 1 • j t_ j* 1 111 

Ovid. dePomolib.4. Dees eeredulde ick niet, datgny die houd alleyn. 

Des wil icfcu in als behulpigh zijn in defên, 
Op dat ick aen de eer, mach mee deelachtigh wefèn: 
En achten *t voor geluck, den braefften kapiteyn 
(Die oyt te vy and brocht den Roomfchen oorloghs trey n) 
Te hebben aengetaft,en met mijn hand ghehulpen 
Sen afch ter uytvaertjhjer met aerde, te beftulpen. 

Daer op 



a Lucitts Lentttltts, een 
Roomfch Raedflieer, foo 
te voren mede gevlucht, 
en in <t ghefèlfchap van 
Pompeiusgeweeft waer. 



b Den koninck van 
jEgypté , wiens voorfaet 
van Pompeio overwon- 
nen geweeft, veel welda- 
dé doen ter tijd van hem 
ghenoten hadde. 



c luhus Cafarfbtckl 
fich by den volcke (door 
't ontladen der fchattin- 
ghen) bemind temaken» 



TWEEDE BOECK. 8 5 

Daer op fy met hun tween op Deltas fchorre ftrand, 
Het lichaem hebbé (na'tRomeynfch gebruyck) verbrand. 
Terwijl fcheept " Lentulus uyt Cyprus^ langs den oever 
i£gypti, en verkend dit lijck-vier (langs hoe droever) 
Vooryetsbefonders,maerghenakende,enkend 3 
Philippum niet, daerom hy vraeghd' , wieliier vol-end 
Heeft s' kvens uurgelas, diens doode leen hier ruften,* 
Met naderd' hy , en fèt fijn voeten op de kufte 
Werd kennende den knecht Philippum,en verfacht; 
Miffchien (fèght hy) zijt ghy c t , ó Groote! die u vlucht 
Hier feker hadd' ghegift, daer de overwonne b flave 
Nu fijn weidader doet , ten Helden hemel draven. 
Dit fèght hy , en al-eer hy op fên hoede docht, 
Werd van de/Egyptenaersghevaè en omghebrocht. 

\J{ Aer ondertuflTchen na den veldflagh van Pharfalien, 

Scheept Caius Caefar met (en heyrkracht,uytThefTahë 
Na Afia, en ontlaft c van fchattingh'tdienftbaer volck, 
En maeckt fich fo bemint -, komt langs de foute kolck^ 
Van daer in Africa, te Alexandrien landen,* 
Daer Theodotion , Pompeij hoofd in handen 
Van Caefar ftelde,die van 'tfchellemachtigh fey t 
Verfohoot, en wend fich om,en bitterlijcke fchreyd: 
Wanneer men hem denringh Pompeij heeft ghegeven ; 
Diens vrienden, fo alhier ghevangen,fchenckt hy 't leven, 
En fchrijft na Romen, dat fijn hert noytmeer verheught 
In fijn vi&ory was, dan dat hy 't quaetmet deughd' 
Vergolde , van die geen fo teghens hem in handen 
Eerft wapens namen aen; en dat hy fijn vyanden 
Het leven bergen mocht; maer, dat hy oock met ftraf 
Bejeghend' and'ren/die hem ftraffens oorfaeck gaf, 
Gefchied^om quader cjuaet fich van den hals te weyren-: 
Derhalven,hy (ter wraeck Pompeij, en ter eeren 
Van d Cleopatra) felfs denPothinum verflaet, 
So dat Achillas (die deelachtigh aen 't verraed) 
Gevlucht is,nahet heyr deskoninghs van i£gypten. 
Die c tfelve datelijck (eer Csefar hem ontflipten) 
Te vyand brenght te veld, aendoendehem een fwaer 
Enforghlijck oorlogh;want,het e Roomiche Leger,daer 
Beftaende in W ey nigh volcks, heeft eerft gebreck gheleden ~ ^ g^gSS 
Aen water, overmids den vyand afgefneden feyd) op haer verheft 

Des waters toeloop hadd'; de tweede vaerbeftond, was 'of 

Wanneer hy de aenkomft van fen vyanden bevond: C*far, C ' c 2 e va * 

L % Die 



d Cleopatra was de 
fufter des jonghen ko- 
nincks Ptolomeus,nu van 
haren broeder uyt haer 
Rijck verdreven zijnde, 
ende derhalven teghen 
hem in c toorlogh,werd 



84 DER ZEE-VAERT LOF, 

<t Dit Areenae was een . r r \ i j j i . 

haven daer de fchepé Ge- Die hem len ichepen met geweld te ontvoeren dachten * 
faris lagen,die van 't vyer £) a t hy ghedwongen op de vlammen af te wachten, 
dateer maeckter , orn < T h j „ Areenae met fchepen fteecktin brand; 

devyandenaf tekeeren, ö r L /-- r r ir U J 

in brand raeckten , ende Maer, in het derd gevaer,iich Gadarlelrs bevand. 
verbranden alfo met ee- w ann eer hy tot ontiêt des fcheeps-ftri jds, nafen kielen 

nc een goet deel der itad XT i j n t j i r- j J L- 1 

Aicxandrien , infonder- Van land iteeckt,daer hy van lijn vyand,op de hielen 
heyd de feer fchoone en- By b Pharos vier-baeck,wierd' fo dapperlij ck beftreeft, 

te,^SÏoS^ Dat h Y fich bu Y ten boort in zee geworpen heeft. 
lomeus,toegenaemt Phi- Met dies (o werd het (chip deurboord en gantfch verbrokë. 
ladclphus, g efticht hadde. ]yj aer Caefar is f t geweld ontfwommen en ontdoken. 

baeck, waseenvandefe- Enilaet ten lellen (io c Mifraims vorlt verleid 

ven wonderen des we- <t yEgyptifch heyr) met groote neerlaegh uyt het veld 

relds ftond o P eenkleyn Dcn o n b e dochten Prins; die na dien veldnagh,nimmer 

eylandeken tegnen over 3 ö ' 

den mond des Nijis,daer Te voorlchijn weder quamjdes CadTar 't vrouwen timmei* 
Alexandnen leyd ,defen -j^r heerfchappy beroept, en Cleopatratoond' 

Toren Was konftigh en- r> . ,. ri • i i i iri 1 t» 

de hoogh op eené bergh Si j n hetde, overmids hy haer tot heerlchter kroon d 
ghetimmert van marmor Van c t over-oijlfche rijck ; van daer hy landwaert henen 

fteen door bevel des ko- Na 5 ien V( ^ eyft en voort van J aer mct €tnen 

nincks Ptolomei Phila- 7 / \ _ 

delphi, diens werckmee- Na Alien , en howt m itaende veld-llagh neer 
fterSiftratus vm.Tiinitts d pharnaci heyrkracht,die ter Roomfcher tegen weer 
fii/^ 5 datis,%yp- In Ponten lagh geruft ; dier twiften hy ter neder 
tens vorft ofte komngh. Geleyd heeft,gaethy t'fcheep,enkomt tot Romen weder. 
d '*«**» was de Gee r t aen fi : n vr i en d en met d ees WOO rden te verftaen, 

fone van Mithridates,ko- . . «' f ' V 'i • 1 \i t niiii 1 

ninckvan Pontusen Bi- Q ictyuamjck^Jacb, ictyï>an)hoc haeft hy hadd' gedaen. 

thinien. 
e Vem t vidi t vki,vtAc]x _, ' ! *' f « .-.. , 

dty woorden in latijn een jyi Aer Cato onder des ter reede ïnArnjcken, 
fonderiinghe aerdigheyd $ en f e ylen aldereerft doet voor f Cyrenen ftrijcken; 

hebben, die met geender- rv c - 1 n r -r» •• 1 

hande talen fooweikun- Daer Sextus, jonghfte loon Pompeij,hem ontmoet, 
nen gefeyt worden. Die van fen vaders doot hem de eerfte boodfchap doet, 
ƒ ^«.nuCorene, Waer over dat het volck na nkmand wilde hooren, 

leyd in Barbarijen , in de 7 

bocht Af^»«s^f« ge- Dan na dien dapperen man, diely terltond verkoren 
naemueghen over c t ey- Tenoverfte van haer ; die defenlaft voorfchand 
an g Den landwegh van Te ontfeggen heeft gedocht in fulcken droeven ftand: 
Cyrenen tot Vtica was Daer fb veel vrome luyhunfo getrouwelijck manden. 
een woefte landowe, vol Des fa < t ter herten neemt , en voerd' het volck te lande 

vergiftige Hangen en an- * . 7 . n .. 

der ongediert, dien Cato Van Cyrenaicam; onthende noch .gwoeltijn, 
metüjn gantlche Legher Noch winters wonden, of 't ferpentigh bits fenijn, 

tJocL nter ag CnCn r ^ ot ^ at n y met ^ n tros m Ct heyr^y h Scipionem 

h Defe Scipio was by En » Varrum komt,die ftracks hun heerfc happy, Catonem 
ghenaemt Mctellus, den Aenbieden, overmids dat hy ^.Libyens vorft 

vader van Corneha ; de T -, ' . J J .. . in 

huyfvxow Pompeij. * n hjn vermetelheyd, en trots , muyl banden dorlt. 
fDcfe Vano was Publius Maer Cato, niet verfien met uyterlijcke eere: 

'df rij iTn ptmïiu! Wi J ft van hem de tè ft ^ et > door dien het ho °gh regeeren 

verkoren hadde. GcCt) 



TWEEDE BOECK. 8 y 

Geen 'Onderfchout betaemt daerBurgemeefters zijn, 

So dat Merellus moeft hun aller veldheer zijn. 

Die datelijck c t bevel van Vtica belaften 

Aen Cato, die fijns ampts met voorforgh dapper paften 

Terftond te helpen, tot verfterckingh defer Stad, 

Als oockin c t Legher daer c t Metellus noodigh hadd'. 

Ï-J Ier van de tijdinghwerd verwittight binnen Romen 
Aen Caefar, die terftond fen reysheeft aengenomen 
Heen na Sicilien, fcheept daer met fen heyrkracht van 
Enin Libyenland met drymael duyfent man; 
Scheept wederom te rugh om voor den tweeden male, 
Noch fb veelkryghfvolcks van Sicilienskuft te halen. 
En brenghtïè by malkaer, haer voerende te veld' 
In Africa, daer l t heyr van Scipio , fich fteld 
Ten veldflagh al bereyd; fchoon Cato hem te onthouden 
Belaften van den flagh, hylijckewel betrowden 
Sich felvenalte veel ,• verwijtende hem weer 
Sijn bloodigheyd, waer door dat Cato al van veer 
Siet komen 't quaed gevolgh; en voor de hand bevonde 
Sijn radeloos beftaen, in 't geen hy onderwonde,- 
Behalven,dat indien 't hem alles na fijn wenfch 
Geluckten, hy nochtans (als een ftijf-koppigh menfch) 
Sich in (ea zege heelonmatigh dragen foude: 
So datmen fpeuren mocht , hoe leer het Cato rowden, 
Dat hy Metellus oyt ten veldheer gaf fijn ftem,- 
MaerCxfar onder dies raeckt dapper in de klem, 
Enwaertottweemael fchierop tonverfienftgeflagen: 
Indien hy fich niet (elfs te vyand hadd' gaen wagen, 
Enfb den flagh gefchutj des Scipio den moed 
Te vyand dapper groeyd,en treed met vaften voet 
By m Thapfacus in't veld de dwingh-land onder de oogen. 
Die op hem aen (niet min de wapens) heeft getogen, 
En flaetbeyd' Scipio en luba op de vlucht. 
En neemt haer Legers injwaer van een naar gerucht 
De Stad van Vtica al-om vervuld met klachten. 
Maer Cato,diefbquaetdetijdingh niet verwachten, 
Vertrooft de goe gemeent fo veel hy immer mocht, 
Totdat hy c s and'ren daeghs den Raed te famen brocht. 
Die hy van koopluy en gevluchte Roomfcheborgers, 
Dry honderd in c t getal tot raed en medeforgers, 
Hadd' neffens hem gefield,- daer tegen dathyfeyd' 
In n lovis Tempel met een fachte ftemmigheyd, 

L 3 Ghy 



4 Iuha. konindc van 
Libyen en Numidien, nu 
Belidtilgerid , een vriend 
en byftander Pompeij. 

/ feto was maer Vicc- 
Prcetor , maer Metellus 
Scipio was Vice-ConfaJ 
tot Romen geweeft, der- 
halven Cato hem het re- 
giment overgheeft. 



m Thapfacus , by den 
fommighen Thapfès, een 
ftad niet veer be-ooften 
Adrumetum, ofte Mahu- 
meta, gelegen, houdehet 
daer voor dat nu Capul- 
lia,ofte Coniglioro moet 
wefen. 

Anno Mvndi 

3921. 
^Etatis Roma* 

700. 

n Dit was een Tempel 
daer in men tot Vtjcarn 
den afgod Iupiteroficr- 
hande dee. 



8<$ DER 2EE-VAERT LOF, 

f Oratie CatonisaenG H y tROOmrcheMannen,dieU r t T' heydm 

den dry honderd verko Om 't yverighfl: bewijft , in dit fo leer vervallen 
rene Raedfmannen. £ n droef ghemeene beft : dat ghy met raed en daet. 

Ia goed en bloed,hebt bygheftaen,en noch byftaet. 
Omhelft mijn goeden raed - 3 behertight t'uwen beften 
Mijn reên,op dat ghy niet in quader quaet ten leften 
* Want de hoop m V erva | t d oor eygen vrees: want wie de * hoop verlaet 

b^ghfdfck^tdTmL En voor fichfelven vlucht, loopt tot een meerder quaet, 
fche c tleven,ghelijckden Danu,indienge blijft,te gader lal ghenaken: 
Poet %dOnd. hb.i.de Want Qx fa u minder achc> die ghene^je de f a fc en 

spe's facit , ut videat Vcrwerren, en daer na lichtvaerdighgheven op, 
êum tmas mdfy milos £> an dk } Co fchrap-ftaen tot den leften ader-drop. 

N èrfcb?%aal7q*Züe$ raeds-pleeght met malkaer , wat boegh ghy voor wilt 
H&c facit m vivat fefor, Om afte fchepen,uyt de haven der ellenden. (wenden,, 
„ue coyede vmüHs, Mij oordee i s f u wil, fich buyght na 't ongeluck: 

Lweracfo d ferro crura J * ?-'• i & i i /• i i 

ffimraptttct. Soud achten,dat des tijds benautheyt, delen druck 
In c t duchtent herte plaetft -, maer,fo u wil in 't lijden 
Stand vaftigh is, om methetongeluckteftrijden, 
Verdedigende (niet ontfiende het ghevaer) 
V vryheyd ; fal ick u alleen niet prijfen,maer 
Sal uwer vromigheyd my hooghelijck verwonderen: 
Wil daerom, als een hoofd,my felven niet affonderen, 
Maer als een meed'gefel,u bieden fteedsdehand, 
um En proeven c t laetft gheluck van 't lieve Vaders-land. 
MaLmmgeTaeTt/een c Twelck * Adrumetum noch oock* Vticafalwefen; 
ftad in Barbarijen aen de Maer, Romen felve, die van plomper val voor delen 
"ÏSSSofc. Wel weder opftondjoock of <t ons ghedeegh ten val, 
rina ghenaemt, in Barba- Lijf-bergingh voor ons felrs , ons niet ontbreken fal; 
^i^* Voornamentlijckdoor dien het wit van ons vyanden 

On(êker werd geftuyrt van de een tot ander' landen. 
Want Spangien rebelleert ter liefd' Pompeius foon, 
En Romen is 't bedwangh van Caefar niet gewoon; 
Maergroeyd in muytery ; deslegh ick,'t zijn nu tijden, 
Dat wy noch arbeyd, of perijckel moeten myden; 
Maer ïpieghlen ons,hoe felfs,ons vyandin perfoon, 
Sen leven waeght, voor lulck een ongherechten loon. 
Des lo in 't teghendeel de onfekerheyd verruckte, 
Dat na ons voorneem, ons het oorlogh wel gheluckte, 
Merckt, hoe gheluckigh en hoe vreedlaem , onfen ftaet 
Soud' welen,die (oock,lchoon 'tgheluck ons tegen gaet) 
e HmatX)iU*jib.2. Met heerelijcker c dood ons nimmer magh befchencken. 
Duice,& decorum e ft pro Doch,niettemin,wiIt met malkander overdencken, 
wma mn. £ n raed fl aen wat u d unc kt, waer in ick my betoon 

Tot 



TWEEDE BOE CK, %? 

Tot uwen beften ; bidd' de al«om goede Goon 

Tewillen voor u deughd (een middelhelpen ramen) 

Tot een belooningh, 't beft dat uw' behowd te famen. 

Hier meed' end Cato, die dit hebbende ghefeyd, 

Beweeght de aenhoorders, met dees fijn ftandvaftigheyd: 

Dat fy hun vor'gh ghevaer, door dit vermaen vergaten^ 

Hem achtende,als onverwinlijck,daergheen vaten 

Het ongeluck op heeft. Daer na 't en leed niet langh, 

Als Cato wend den ruggh, de twiften gaen in fwangh. 

Des raeds dry honderd vaft haer eyghen werck verfoeyen,» 

Om datfe haer te wil op tegen Cxfar roeyen 

Van ander' laten (daer hem al de werelt,als 

Een Roomfchen veldheer eerd) en fchortenophun hals 

Het jock des oorloghs,voor de vryheyd der Romeynen : 

Daer Cato en Pompee,met al de Capiteynen 

Selfs vluchtigh, lieten gantfchJtalien,overgaen 

Aen Caefars zijde -, wat dan willen wy beftaen 

Dochlangher teghens hem ? dit fèyden de voornaemfte 

Maer de andere (die hier van warende onbefchaemfte) 

Beraemden middel, om de opperften des Raeds 

Te vatten by den hals, van meeningh,om wat baets 

(Door overleveringh, by Csefar haer) te erlanghen; 

Dat Cato heeft verftaen,die brieven hadd'ontfanghen 

Van luba, Scipio , daer door hy werd verfocht, 

Te ontbieden, werwaerts heen, fy met hun legher-tocht 

Sich keeren föuden ,♦ heeft dit antwoord hen ghefonden, 

Dat hy tot Vtica haer komft niet raadfaem vonde. 

Met komt de tijdingh , dat Metellus ruytery 

Recht toe na Vtica Catonem quamen by: _ 

Die * Marcum Rubrium het opficht der dry honderd * R^SSefS 

Belaften , ende heeft fich dat'lijck afghefonderd to,en < SSkfe^2lw 

Met den Raedfheeren , heen het peerd-vclck te ghemoet, Cato en Pompei^. 

Alwaerhy dit vertoogh totdenRitmeefters doet. 

r^ Hy Helden (fêght hy) f t is om my niet dat ick kome, 

V hulpefbecken,maer,ombyftand van veel vrome, 
En tot befchermingh, van dees Roomfche £ Burgery, b Sewte ctöpqfö 

'T welck zij n Raedf heeren 5 oock ftaet u 't verkiefen vry, 'fi vims **"** **» 
Indien ghy Cato licfft als luba , fult begheeren ^*™9*$& 

Tot uwen Capiteyn $ niet , dat ick my dier eeren 
Selfs toeftell' , maer om u te legh'ren in de ftad 
Van Vtica, ghemerckt ick daerom herwaefts trat, 
Om u te openen den voorraed voor veel jaren: 

Des 



88 DER ZEE-VAERT LOF, 

Des 1b ghy wilt, ghy kond u felfs,en ons bewaren. 

y\ E O verften, hier op verfoecken,wat vertreck, 

En nemen met haer volck,hun oordeel en befpreck: 
Wijl Cato de uy tkomft (met de Heeren raeds-verwanten 
* Op cenen aerden Op eenen * aerden hoop) verwachten door gtiefanten. 
hoop , ofee een opghe- D aer Marcus Rubrius , van Vtica ghevlucht 
oopt erg en. Boodfchappen komt , een niew oproerige ghérucht. 

Het welck tot Vtica door den dry honderd rhannen 
C T volcktegenshaerluy deed' vyandigh t'fa^ien ïpannenj 
Waer van 't gefelfchap dat by Cato is, verfchrickt 
Verliefende den moed -, maer hy vol moeds vercjuickt 
ANNOMvNDl En troo ftf e < t b e ft ny k an j fcbickt derwaerts in der yle 

i9 tu Om de oproer tot fijn komft te fliflenj onderwijlen 

Der ruytcrs overheen dit antwoord brochten, dat 
Haer ruyterije, gheen befbldiagh noodigh hadd' 
Van Iuba,by aldienhun Cato mocht verftrecken 
Ten veldheer ,maer het docht haer ongeraen,te trecken 
Tot binnen Vtica $ voorwendende c t ghevaer, 
Dat van c t Barbarilch volck , hun te beduchten waer : 
'T en waer, dat Cato met den raed, daer i n voorlage, 
Of toeliet, datmen eerft de inwoonders ginck verjagen, 
Of doodfloegh, en daerna ,daer veyligh binnen quam. 
Dat Cato , al te wreed oordeelden , ende nam 
Een weynigh uy tftel, om van defè faeck te fpreken 
Met den dry honderd, is daerom in ftad gheweken 
Haers raeds te pleghen,* maer 't mom-aenficht raeckten af, 
Se ontfagen Cato niet, maer toonden hun wel ftraf 
Met dreygen , fo men met gheweld haer wilde dwingen 
Ten oorlogh, diefê nu noch nimmermeer ghehingen 
Of toeftaen fouden ,• oock werd binnens monds gefêyd, 
Men moeft tot Caefars komft , de Roomfche overheyd 
Behouden in de ftad ,• maer Cato,de(e woorden 
Laet deurgaen ongemerckt,als of hy c t niet en hoorden: 
Maer dacht des niettemin , in wat een droeven ftaet 
Hy niet fo fêer hemfelfs befet vand , als den raed, 
Die met hem was, terftond werd hem de mie gefonden, 
Dat,wijl de ruytery fich heerloos heeft bevonden, 
Te paerde op fat, om te keeren weder heen; 
Des Cato inder haeft , een fluckfèn henghft befchreerj 
Heeft,ftootfê datlijck na, en bid haer dat fè wilden 
Noch eenmael laten fien , den blixem van haer fchilden 
Tot voorftand van den Raed,en fo veel brenght te weegh* 

Dat hy/è 



TWEEDE BOE CK, h 

Dat hyfè te Vticaghewapend binnen kreegh; 

Befet ftads poorten , met de veftingh ende wallen, 

So dat het herte den dry honderd komt te ontvallen 

Tot ftraf-bekende vrees; doen werd de Held ontfien, 

Dienfeuytverbaeftheyd inhaer t'famen-komftontbien: 

Maer derwaerts gaende, van den Raad werd wederhouden, 

Die niet gedooghden, dat hun fchermheer vallen foude, 

In handen,van dit boos, fchelmachtigh, trouweloos, 

Verbaftert Roomfchevolck: dat hier de glans verloos 

En luyfter van de eer $ verlatende een (6 trowen 

Standvaften vechter 3 voor het alghemeen behowen. 

Doch Cato, hebbende vertrooftden Roomfchen * Raed, *. Nota - Hier moet 

Hy op < t verfoecken, der dry honderd, tot hen gaet; it^LÊ^tn 

Die hem bedanckten, eerft voor dat hy tot haer cjuame, Roomfchen Raed , ende 

Aenbiedende daer na, hunluyden altefamen «j* 5 **? hondc rd mannen, 

rri r* Ji fl. u f " aC macr eenen verkoren 

Tot fijnen dienite , daer hy met vertrouwen op Raed was, dieom rebeiiy 

(Ghelijck fich felven) mocht onfeylbaer bouwen op; ofte oproer te verhoeder» 

Behalven,dat hy llechts ten goeden haer verftonde, (aIf °£ Men van ve r- 

Tjril U ary Ö r T j meughen waren) tot den 

Indien ly allegaer gheen " Catoos welen konden: Raed betrocké wierden. 

Ais hebbende meedoogh in hun flaphertigheyd : * Dit is, indien fy alle 

Want datfe tot noch toe in hun ftandvaftigheyd £££ftg ft 

Verflauden , was gefchied aen Caefar om ghenade konden. 

(Voor hem) te bidden, voor en eer fy felven baden 
Tot haer verfchooningh, c twelckfo Ca?far c t hem ont(eyd 9 > 
Sy felven geen genaed' begeerden, maer bereyd 
Hem waren voor teftaen , en voor fijn vryheyd vechten: 
$o lang 'tzieltoogend' bloed haer zeen wen konde rechten. 
Daer op,eerbiedelijck fich Cato, wederom 
Betoonden, enbedancktdeomftanders,die al-om 
Hem byftand bieden,fèght, c t is tijd dan dat ghy fendet 
Tot G3e(ar,en hem bid, op dat hy te uwaerts wendet 
"Wslijfs behoudenis',* maer wat belanghthet mijn, 
Daer is gheen fpreken van : want die ver-wonnen zijn 
Het bidden toeftaet ,• oock,fb paftet deri verdamden 
Te knielen voor £ t gerecht,of bidden den vergramden. 
Ick (feght hy) die altijd onwinlijck hebb 7 gheweeft, 
Hebb' nimmer Caefar in rechtvaerdigheyd ghevreeft: 
Maer machtiger altoos in delen hem verwonnen,- 
Daer 't teghendeel ghetuyght,het helder licht der fonnen, 
Hoe hy fich felfs *gheboeyd en overwonnen vind: b ^ omodo ~ t autc ^ 

•Ghelijck hy doende, nu c t ghemeene-beft verilind, tandem bic Ubero impera- 

Pat ick voor langh ghefien,hy lijckewel verfaeckt heeft, b ^£^tZ ? ^' 
So 't nu de naeckte waarheyd elck bekend gemaeckt heeft. m *' ■ %m ? tran - 

M Dit 






. 



- 
- 



9 Ó DER ZEE-VAERT LOF, 

T\ It hebbende gefeyd , fcheyd Cato van haef af. 

Verftaet de tydingh, dat de hey rkracht op den draf 
(Van Caefor) komt recht toe, na Vtica ghevlodenj 
Daer op,fèght Cato, hoe dan komen fy , ö Goden ! 
Te velde tegen ons, als tegen menfehen aen? 
En wend fich tot den Raed, die hebbende gheraen 
Om haer te bergen , t' wij 1 den tijd bequaemheyd gave. 
Des hy de poorten fluyt, behalven die ter haven 
Na zee toe ftrecktenj want daer gaende,deyld hy uy t 
Met ordre onder haer de fchepen , en befluyt 
Dat alles met verdragh mocht toegaen, om te komen 
Een yeghelijck na fij n ftaet onfeylbaer binnen Romen. 
Met dies Oótavius (die Vtica befèt 
(Voor Caefars aenkomft) hiel , om onder des te bet 
Den Raed te bergen) vraeght Catonem,in ( t vertrecken 
Der Heeren , hoe veer elck fijn heerfchappy foud' ftreckeu 
In c t buyten-ftads gebied ,• des keerd fich Cato om. 
En tot (en vrienden fpreeckt : Wat wond'ren wy ons,on? 
Dat alles metonsgaet ten uyterften verderve! 
Ghemerckt,dat onder ons,in 't midden van het fterven 
De eergierigheyd begeert' totheerfchappije heeft,* 

ANNO MvNDlTerftond, verftaet hy dat fich 'tpaerdevolck begeeft 

3911. Ten optocht,en beftaen deinwoonders van hen goed'ren 

a Defer Philofophen T e plunderen,des hy de oproerige ghemoed'ren 

cLZ^twIZml Te ftülen,derwaerts haeft,dier eerften hy bevand 

üjck , Apollonides een Met buytgheladen , felfs hy ftaende-voets ontmant; 

van de Stoicfche ende ^ t j e an j* re fi e nde, voort van fchaemt ter zijden weken : 

Dememus , een van de _ — . t n i r \ w <? 

Peripatetifche meeninghj Daer op gaet Cato heen der itads gemeente ipreken. 
wekke Stoken de leere Haer biddende, dat fy genaed' verfochten,an 

de Peripateticen volgh- Die fulcks beloofde , gaet hy wederom na ftrand toe, 
den Ariftotelem. Omhelfènde aldaer, fen vrienden, die van land doe 

b Dele van 't maegh- /f T r j j> v' a?i r* i 

fchap Csfaris , was ghe- (Hem leggende adieu) aricheepten,naiijnraed; 
naemtLuciusCaelar,me- Behoudende fijn fbon flechtsby hem,* dit verftaet 
tZll Sc tC S^tylius die jonck , maer niettemin ftand vaftigh 
cavoor Caefar ghevlucht Voor fchande keurden, dat hy kiel en fchepen laftigh 
was , door dienhy infijn s ou d' val!en,tot fijn felfs lijf-bergingh, daer nochtans 

vertoogh aen Cadarem r .. , u , , J n . 1 * ° ° . . . . 

tot af-?adin g he der bur- Sl J n veldheer c t lelt ghevolgh , verwachten, welcker kans 
gerlijcke oorlogenen fijn Hy met hem tot in 't end deelachtigh wilde wefèn; 

rl e .,^C- DitCatofiende ' diedeesfiecktete g henefen 

daen hadde,ende nietuyt Den <* Philofophen heeft belaft, maer doen gheen vrucht, 

metftu ^ vreTfevanCu' DCS ^^ ^ ° rdrC V °° r ^ and ' ren °P hun vIuch C > 

rio! Uy Van u< Twelck hebbende volbrachtjkomteéder^ bloedverwante 

Van 



■ - 



velit,quam utfye&et Catonem, 
jam partibus non fetnelfra- 
£lis,ftantem nihilominusintet 
ruinas publicasreftum. Licet, 
inquit,omma in uniusditio- 
nem concejjèrintj cuftodiantur 
legionibus terr<e>clajjibus met- 
na , Crtjarianus portas miles 
obfideat,Cato qua exeat,habet. 
Seneca in libsw bon.vit.malA 
fiant, ca}>.2, 



TWEEDE BOE CK. 9 Ï 

Van Casfar , (die fich eerft met den dry honderd kanten 

In vyandfchap tot hem,en nu als afgefand 

Tot Caefar, om genaed' te bidden werd gemand) 

Verfoeckende de hulp van Cato,om fijn bede, 

Te willen ftellen,in een wel gecierde reden; 

C K en fal (feyd' hy) voor u, ó Cato,niet ontfien 

Te vallen om genaed' , voor C^far op mijn knien, 

la kuilen hem de hand om u fijn gunft te erlangen,» 

NeenLucius (antwoord' hy) indien ick my ghevangen 

Wild'geven, om genaed' en gunfte van dien man, 

Behoefden ick maer flechts te gaen tot den tyran, 

Dat ick niet ben van fin,*want ick wil fijner Tonden * n«» videojnquam.quid 

Geen dienftknecht zijn,noch oock aen dé tyran verbonden h ? heat % tm J s iTZlt 

J 3 f.1 ( . f ■ r t chrm >'* convertere ammun 

Met eenigh danck-loon zij n, veel minder, dat ick lal 

Sijn onrechtvaerdigheyd hem prijfen te geval ; 

Alwaer't maer dit alleen, dat hy de macht van c t leven 

Te fchencken, treckt tot hem,die hem niet is gegeven; 

Doch, overmidsdat dees gevarelijcke tijd 

Sulcks mede brenght, wil ick,dat ghy gedachtigh zij t* 

Mijn vrienden,enmijn foonj daer opfo onderrichte 

Hem Cato in c t vertoogh,des Lucius fijn plichte 

Voor c t left hem aenbied,neemtfênaffcheyd en vertrecktj 

Des Cato wederom fèn gangh na huys toe ftreckt, 

Alwaer hy metfen lbon en and're fijner vrienden 

Veel reden overweeght,dietot haer voordeel dienden. 

Verhalende hun ftanden tegenwoord'gen ftaet, 

Met diens beginfelen,en des fijn fbne raed 

Sich oyt te onthouden van c t gemeene-faecks regeren : 

Om dat het doen (gelijck f t de waerdigheyd en eere 

Van Catoosfoon betaemt) destijdsghelegentheyd 

Niet toe Iaet , en indien hy de onrechtvaerdigheyd 

Den dwinge-land te wil verheft, foud' de eer beimetten. 

Dit feggende ginck fich ter avond maeltijd fètten 

Met fen gefelfchap, en de Overften der ftadt, 

Inwelckerby-zijn, hy veel fchoone reden hadd', 

Betreffende de deughd , en ander eygenfchappen; 

Daer van fy endlij ck tot de Stoicfche meeningh flappen: 

Dat niemand dan die " vrqom en wijs zijn,vry verlof 

In alles hebben, daer de boofe, plomp' en grof 

Maer werelds flaven zijn; f twelck datelijck b negeerden 

Een' Ariftotelift • maer Cato, die beweerden 

De Stoicfche meeningh, doen veel heftiger als voor; 

Waeruyt, men lichtelijck mocht mercken,wathy voor 

M 2 Ghenomen 



a Diftut» eil ah eruditif- 
Jimis viris,ntfifapicntem libe- 
rum ejfe neminem : Quid e si 
enim UbeYtas ? foteftas viven- 
di,ut velis-,quis igiturvivitut 
vult, nifi qui reftafequitw. 
fervi igitur omnes impobimon 
enim ita dicunt eosejfcfervos, 
ut mancipia,quxfunt domino- 
rumfafta nexu aut aliquo iu- 
recivili :fedfifervitus fitfi- 
cut eil obedientiafrafti animi, 
&abje8i, & arbitrio carentis 
fuo.M.TCicero. 

b Anders ontkenden. 

c EenAriftotelift,oftc 
van 't gevoelen Ariftote- 
Ies,diemen de Peripateti- 
fchs fè&e noemt. 



os DER ZEE-VAERT LOF, 

Ghenomen hadd' te doenjmaer hy om 't quaed vermoeden 
(Dat hy vermerckten aen fijn vrienden) te verhoeden, 
Vraeght na den wind,en of de fchepen onder zeyl 
Vertrocken waren, oock den land'-wegh,ofdie veyl 
En vry was,voor de geen (b derwaerts heen verreyfden, 
Waer over 'tquaet vermoen der vrienden weerom deyfden. 
Die (cheydende, ginck hy (gelijck hy was gewoon) 
Een weynigh wandelen, na defen hy fen fbon 
Seer vriendelij ckomhelft,daer na fijn vrienden mede, 
Veel vriendelijcker dan hy na gewoonte dede: 
Waer uyt,dat yeder weer een niew vermoeden nam 
Sijn f s opfets,die fo haeft hy in fijn kamer quarn, 
Sich werpende op het bedd', en heeft fich daer begeven 
In c t overlefèn, 't geen dat Plato heeft gefehreven 
Van de eygenlchap der ziel; daerna hy tot de wand 
Sijn oogen flaende na 't hoofd vandeledekant 
Daer rniflende fen fwaerd, fo doet hy tot hem komen 
Sen knecht , en vraeght hem wie fen fwaerd heeft wech ge-» 
Daer op in'tleftfènfon en vrienden tot hem gaen, (nomen? 
Seer droevigh weenende om fen heymelijck beftaen. 
Des hy haer overdwars aenfiende heeft beginnen 
Te vragen, waerrrien oyt hem fach berooft van finnen. 
Want(Teght hy) byaldienickvolghdequadenraed, 
Vermaend my,fo ick dwael tot afftand van de daed: 
Maer laet mijn finnë ruymt haer meening vry teontledigë, 
En ftelt my weer ter hand mijn fwaerd , om te verdedighen 
Myfèlven,fö wanneer mij nvy and mygenaeckt: 
Doch by aldien (mijn fbon en vriend) ghy ugeraeckt 
Met afterdocht bevind, is 't vremd dat ghy met banden 
Niet achter op mij n rugg' gaer koppeld beyd' mijn handë, 
En leverd' my alfo in handen des tyrans; 
Want my ontbreeckt om felfsmy felfs te doon geen kans: 
Doordien ick maer behoefd' mijn adem in te kroppen, 
Of flechts mijn gorgel met een koufleband te ftroppen, 
Of anders loopen 't hoofd te barften op een muur, 
C T verlangen tegens danck het leven valt u fuur. 

T\ Aer op dat van hem foon en vriendë weenend 5 fcheydë, 

En na een kort gefegh de Philofoophen beyde 
Oock treurigh van hem gaen; doe werd hem door een kind 
Sen fwaerd gefonden, dat hy wel ter fnee bevind, 
En leyd het by hem,fprack nu hoef ick niet te vreefèn, 
Des neemt hy 't Platoos boeck,en val t weerom aen't lefên: 

Daer 



TWEEDE BOECK. ?j 

Daer door hy raeckt in flaep, maer werd ter middernacht 
Ontwakend', en begeerd' dat tot hem werd' gebracht 
Den a Medecijn, om hem (èn hand (die hy gefwinde 
Des avonds met een flagh verfeerd hadd') te verbinden» 
Welck teecken 't huyfgefin met levens hoop verquickt. 
Terwijl heeft Cato oock fèn dienftknecht heen gefchickt 
Na ftrand toe, om tefien hoe 't met de fchepen ftondej 
Die weder-boodfchapt, dat hy b Craflum heeft bevonden 
Alleenigh aen de wal,fcheep gaende,maer de vloot 
Dat die was onder zeyl; oock datter was een groot 
Onftuymigh weer in zee. Dit hoorende,ver(uchten 
Hy (waerlijck over die fo 't zeewaert moften vluchten. 
Schickt c Butas wederom,te kijcken offer geen 
Van allen door de ftorm gekeerd was, land'waert heen. 



a 

tbes. 



Ghenaemt Clean* 



b Defè Crafius is een 
van de nakomelinghen 
Van den rijcken Marcus 
CrafTustot Romen ghe- 
weeft. 

c Butas , een vrije 
knecht van Cato, dien hy 
veel in de gemeene laeck 
ghebruyckten. 




Die gaet,en weder komt, feyd datter niets gewaeghden 
Noch om noch by het ftrand, dat hem doe wel behaeghdê. 
Des gaet den dienftknecht wech, en haelt de kamer toe. 
Daer me fb ruckt hy uyt het fwaerd en levens moe 
Door-rijght fêningewand; maer,fbhy 't warfcheleven 
Noch voelden, dacht hy noch een tweede fteeck te geven, 

M 3 Maer 



9 4 DER ZEE-VAERT LOF, 

* Anders een Geome- Maer vaIt van c * bedd',en ftoot een Meters * tafel om : t 
trifche tafel. Op welck gerucht, terftond,een moord gefchrey al-om 

Der dienaers werd gehoort, daer op fen foon en vrinden 
Geloopen komen, en hem bloedend' leggen vinden • 
Die, alhoewel c t gedarmt hemuyt de wonden liep, 

b Den Medccijnmce- Hy nochtans leefden, des men om * Cleanthes riep," 

Die komt en reedfchap maeckt de wonde te verbinden. 
Maer Cato onderdes een weynigh weer befiriden, 

* C*to een voorbeeld Komt tot fich felven, * en den meefter van hem ftoof. 

ende proeve der ftand- »? ri_j i j j r i_ 

vaftigheyd , eyndight fijn En met * en handen voort hy na de wonde lchoot, 
leven met een affchuwe- Die openende, hy de darmen ftucken fcheurden, 
lijckedood. g n g ee f t terftond de geeft, diens uyt-eynd' elck betreurden 

Tot op fijn vyand toe,- ja Caefar felfs, wanneer 
Hy c t hoorden, feght hy,ick mifgunne u defe eer, 
O Cato ! aengefien, ghy my de eer benijden 
V lijf te bergen 5 want hadd 3 Cato konnen lijden 
Van Caefar defè deughd, het fbud'hem niet fo feer 
Verminderd hebben, als vergroot aen Caefars eer. 

Anno Mvndi T-I ï er na is Caefar met triumphe weer gekomen, 

3912. (Kroondrager en Monarch va't wij tberoemde Romen: 

^£tatis Romse Met al de rijcken, die dees waren onderdaen) 

7 10. Tot drymael heerelijck, ter hoofdftad ingegaen. 

En werd ten vierdenmael verkoren Burgemeefter. 
Vertreckt na Spangien weer; want (Tegt hy) wie en vreeiler 
Pompeius kind'ren niet, met haer vergaderd' heyr, 
Dier jonckheyd niet ontfiet een machtightegenweyr 
Te brengen op de been,om c t moe ghekrieght Italien 
Te tergen weer op c t niew,fo eertijds in Theflalien 
Hqn vader heeft gedaen; wie dit ghevolgh betracht, 
Ghevoelt wel dat met recht men dees gherotte macht 
In tijds te dempen dient. Daer op is hy ghetogen 
Het heyr fijn's vyands,met fen heyrkracht onder oogen, 
En flaet,met groot gevaer fijns lijfs, een dapp'ren flagh, 
rr ■ jr n u Daer in, ftrijdendeom c lijf-bergingh, boven lagn. 

c Ca[ar in delen flagh J \ . .. ' p o > o 

tegens den fonePompeij, Dit was den letten llagh die Cselarneertgeitreden, 
vind hemfelven foo be- En komttot Romen (als verwinnaer) weer met vreden. 
lijftegingh ftLXda'n Vertoonende in triumph fijn blijdfchap defer daed. 
om de eerevande over- En werd daer over van c tghemeene volckghehaet, 
winning» r .Als hebbend' een Romeyn, en geen Barbaerverwonnen. 

d In de Roomfche ,. r . t /! 7 . ,", , T 

fprake Ditiator, welcke Sodatie dien triumph niet welgnedoogen konnen, 
DMatnra hy fich felven En tegens hem in haet (fchoon dat hy werd beveft 
geweld dede beve- ^ ^ geWeIdigh heer}.toenamen ; die op < t left 

By de 



TWEEDE BOECfi, 9s 

By de opperde bedeegh tot heymelijck c t (amen (pannen. 
Dat hem betreden dee de hey rbaen der tyrannen. * Dit ïs te fe ggê" "» ^ 

Verlatendedeesfchoon*verwednwlijckteMaeght %£$£$&. 

Van 't Roomfch ghemeene beft, tenftoel, die C#farspeius, Cato,Scipio,Len« 
fchraeght. *** ende "g ander ^ 

_., lil t ir» iini verloren te nebben, ende 

Ghebruyckende hun macht * tot lalt van laod en lteden niet vmveduiijckt van 
Ter eewiger tyranny , tot op den dagh van heden. CaÊ ^ ar > di e de ghemeene 

° (aeck foo fèer niet, als fijn 

eygen eer beminde; want 

C\ Ch! of de* burgher-v ree door eendrachts vafte band ft altoos wel andere Cae- 
In'tfevenvoudish fnoer, van 't bondigh Nederland ' ars heeft konnen beko- 

_ n i n iiii ai i ni men, maer met lodanigt e 

So valt beiloten Jagh! dat Alexanders label mannen , als Pompeius, 

Een c Gordiaenfche ftrick of feven voudigh kabel Cato en iulius Caelar iel- 

Veel eer door^korve, dan de Spaenfch-geduchte macht, IfiS^. 

Of c t Ooftenrijcks geweld, of eygen ftaetfucht wracht feyd op alle de Roomiche 

Door fchijn van Godfdienfidat u eygen mes verftonde Keyfe« ,ende navoighew 

_ J * • |. , r 1111 ii van Caelar,maer op het ty- 

Deware eendracht, die u ( t (amen houd ghebonden ! rannifche ghebied in fich 

Op dat d Micifpa in u (preeckwoord immer bloey d, fciven , dat in Caefar ghe- 

Hoe € t kleyn vermogen door de eendracht immer gr veyd. f c r h a n p l^Sa^^m 

In (leed datvrooter macht door tweedracht kan verbreken- ontalli J ci f dae rna befeten > 

-/ A o L V « v- waer onder dat gceüertie- 

Wat fal, o Nederland, dan aen ufterekt' ontbreken ? rene Princen en oock ty- 

Ind'ien ghy vroom wilt zijn? beminnende in vree rannen gheweeft zijn , fo 

•% * ii i r r i ^ ï n' ï r wel als onder de dry man- 

Malkander , fo fal God u fterekte welen mee. nen s die den ftaet J mC & 

Die c t fcheurfieck twiften haet , beminnende den vredigen, fars dood voltrockenheb- 
Ea fal u grenfen voor uws vyands fwaerd verdedigen. |g£ïï$*2di f£ 

noeghfaem bewefèn , fo 
moet volgen,dat de ontuchtigheyd van Antonius en Lepidus de tyrannije moeten ingeruymt hebbé, die den wij- 
len leermeefter Neronis aldus afmaelt ; Explicantur Triumvivalis regni delicate convivia , & popino tnbuto 
gentiam injirmtPir : ipje vmo & [omno ma.rcid.hi dcficienteis ecftlos ad capitu profcriptoram levar. Jam adifta ron 
fatts eïi dicere. O hominem neqttam \ Sewc. Sttafor. 6, b Vrede- wenfeh aen de vereenighde Nederlanden. 
c Alexander de Groote inde veroveringhe van Afien , komt in Phrijgien , inde ftad Gordius (daer van delen 
ftrick ofte knoop den naem heeft) alwaer hem eenen waghen (daer men veel wonders van te leggen plagh) ghe- 
toond werde met delen ftrick, van peerboomen baften, feer lubtijl ghebonden,daer van ghepropheteert was,wie 
die oploflèn konde,dat die eens Koningh ofte Monarcha van de gheheele bewoonde wereld fbude welen ; Alex- 
ander dien fiende , ende niet konnende ontbinden , ontlcheed fijn label ende howt hem ftucken met eenen how 
aen veel enden , de verklaringh hier van laet ick den Lefèr. d Als Micilpa koninck van Numidien , die 

een fone was vanMaflinifTa, op fijn fterf-beddelagh,dede fijne beyde lonen (Adherbal en Hiemplal,metfijnes 
Broeders Manaftabili fone, Iughptha ghenaemt) voor hem komen, haer allen vermanende,hoe ly haer draghen 
fouden in hunne regeringhe na fijnen dood, (êyde tot hen : Voorwaer ick late u na een vaft rijck,foo ghy vroom 
zijt,maer een Iwack rijck,fo ghy boos zijt ; want door eendrachtigheyd worden kleyne dingen groot, maer door 
tweedrachtigheyd worden groote dingen kleyn. Dit is de fpreucke (fincordia res parv& crefcuni) by den ver- 
eenighden Nederlanden,als een guldene fpreucke ghehouden,ende inder daed bevonden; maer,of God gave! dat 
het volgende difcordia maxime aUabuntur , flechts altijds bedacht , maer nimmer aen ons mocht bevonden wor- 
den ; wy hebben ftofs genoegh om de waarheyd deler fpreucken te beveiligen aen de kinderen van Micifpa,ende 
oock aen Iugurtha (èlve; aen 't gemeene beft van Romen tot verlcheyden malen ;aen 't gemeene beft van Athe- 
nen en Lacedaemon: ja lèlls in 't begin der Nederlandfèher oorlogen aen onlè vyanden; ende dat noch meer is by 
onlê tijden aen degheunieerde VorftenvanDuytlchland, ende ontallijcke meer. 

En uwer 



A 



$6 DER ZEE-VAERT LOF. 

En uwer leewenheyr met ftalen beuckelaers 
Anders , het tegen- Betranflen, voor de liften twift des a Adelaers. 
woordighe gheweld des Die om de vette proy der.zegen-rijcke zee-vaert, 
Duycfchen Keyfer rijcks. L an g S ^i betuynde heek ,met barrevoetfe beevaert 

Seer fcharpelijcke dinght$en fal 't gerot gheweld, 
(Dat met fen kromme fnabb' de dienftbaer' duy ven queld) 
Verftroyen inde wind , en falfen blixem lemmer, 
b ofte, de macht des Op defe niet alleen, noch op den 'Taeghfchen fwemmer 
konincks van Spangien Ontfcheden,maer op al, die toe defcheur-füchtftaen, 
enPomigai. En om een dit of dat hand aen de 'wapens fiaen. 

c NulU [aIm bello, , , r , ,, ri_J i 

faccm te pofdmas omnes. Om haet met naet , en icnad met icnade te verkorten, 
FtriiUib.i i.<s£neid. £ n < t eene burger bloed, door burger bloed te ftorten. 

Deesfal hy treffen,de een, aen fijn ghewetensfêhat, 
En de ander aen de huyt, op dat een yeder vat 
Dat God rechtveerdigh is ; diens wreeck-vier dat verlwel- 

light 
De twiften zaeyers: en der kroonen glans verdellight, 
Die in dit duyfterhol haer glanfighfchijnfellbcht. 
Op dat , ó heylighland! ftcedsby u werd bcdocht 
De heylige beloft,dat God in 't land wil woonen, 
Daer de eendracht kerckë cierd,en vree fit op de throónen? 
Het welck u gunnen wil den drymael eenigh God^ 
Dat eeuwigh u toeval dit onwaerdcerbacr lot. 

Ende des tweeden 'Boecki* 



DER 






DER 

ZEE.V A ERT 

Derde Boeck. 



9? 



LOR 








Ellone * (die te gaer met Mars te velde torften 
'tGehamerd yfer,tot befcherm,van buyck en borften: 

Wen fabels blixems-flagh en dond'rend' vcld-gefchrey 

Iavlijn en flitfen ftroyd opMavorsoorloghs rey) 

Verbied (omweynigh rufts en adem locht tefcheppen) 

'T allarm trompets geluyt en c t nare brand-klocks kleppen 

Te waterenteland,beyd 5 krijgeren matroos; 

So langh,tot nieuwe twift heur ftael ten b rechter koos. 

Wefhalven dat den vorft c Auguft' de heyl'ge tempel 

Des achterfienden d Gods doet fluyten , aen den drempel *j cfen g^eeneiijck den 

' L degen van Mars en Bello- 

ne, om hun fcheydfman te wefen,diens degen dan langhft is,diens recht alder-grootft is,fo de wij fe Seneca feyd: 
lm efi in armüyopptimtt leges ptidor. e Oófavtu* Ca (ar ts4ugnslüi, Monarch* ende Roomfch Kt jfiy. a Den 
achterfienden God was^«««* >die eertijds by den Heydenen eenenkoninck ghe weeft is, den eer ften Politicus, 
ofte Burgerlijcken , die het grove woefte ende rouwe leven der menfehen veranderde tot een eerlijckefachteen 
reckelijcke burgherlijckheyd van leven , daeromme hem eerftdeRomeynenalseenen half God ghe-eerd, ende 
namaels Numa Pompilius hem eenen tempel ter eeren ghebouwd heeft,hem met twee aenfichten uytbeeldende, 
te weten , met het achterfte fiende op de voorgaende rowe manier van leven, en met het voorfte aengeficht fien- 
de op 't gene dat aireede door hem verniewt,ofte verbeterd was,door welcke manier van leven de luyden vrede- 
lijck malkanderen beminden; daerom hemde Romeynen in tijd des oorloghs gheduyrigh offerden; want als de 

N De 



Anno Mvndi 

3935- 
i£tat.Rom^7i3. 

a Bellonc, de (lifter vari 
fJ^Cars^bcyde God ende 
Goddinne des oorloghs. 
b Wanneer tuffchen 
twee partyen twiften op- 
ftaen , ende fich onder 
malkander door bereden 
niet vergelijcké konnen, 




,98 DER ZEE-VAERT LOF, 

Roomfche Keyfers tekrijgh pleghen tetrecken, befochtenfy altijd eerft den tempel van Ianus, ghelijck fy oock 
deden Co fy uyt den krijgh t'huys quamen. Want men oock deffelven vierdagen, die in 't begin van lanuario wa- 
ren (welckemaend daer van den name heeft) met grootcn yver en ftricke fuperftitje,moeft houden,en wie tu!cx 
niet doen wilde, moeft uy ter ftad gaen,of ftil Binnens huys blijven; defè vierdagen wierden oock (Voor de vier- 
daghen van Mars (daer van de maend Martis haren naem heeft) ghefteld,om dat den vrede Co veel iieifelijcker en 
aenghenamer was , dan het oorlogh ; delen tempel was gheduyrende dat de Romeynen oorlogh hadden altijd 
open,op dat yeghelijck om vrede te hebben offeren mocht j en wierde gefloten als 't vrede was over-al , gelijck'c 
eens gheweeft is ten tijde van Numa Pompilij , ten tweedenmael dat Marcus Attiliusen Titus Manlius Burghe-» 
meefters waren,maer niet langh,en nu by Augufto voor de derdemael, 

De bey de deuren toe; diens vredige portael 
Van 's tempels bow tot nuklemd voor de derdemael. 
* infemh hic compedi- Dat * fchilden, lancen en ghefcharde kortelafTen 

busjèrex Nu proncken aen de wand, delandluy des en paffen 

Mavrstenetftr: ntnt & Qo krijger noch foldaet: een tuynftaeck meteen boer 
Secma contos bic inam Doennu lo veel als oyt eenkrijgnlmanmetcen roer. 
impUcM , &fera pilo Neptunes krijghs-gheweyr van fchepen en Galeyen 
Kubig^m cnfes excedk Gheraeckt in 't wapenhuys; de vrede ftandaerds wayen 
bicfcabros: Van 't topaf , dat wei eer bloed-verffde vlaggen droegh. 

Tcrrë^cutonecUtriifono: De f childen f po0 ren,en al 't windvanck voorde boeeh 

Non jam tuba dHlcem ca- > L > £> 

ttordi werd atgenomen, tot bequaemheyd van de kielen: 

ExcHtiunt octilis fopo- Q m fe s te fnegher , ooft en weftwaerts heen te wielen 

Na ander landen, daer 't den koopman voordeel gheeft; 

Want elckgebruyckt den vreed', terwijl hy vrede heeft. 



rem. 



TT En leed niet langh daerna de Spangiaerds ende Francen 
(Met hittigh bloed gequeld) hunfwaerden ende lancen 
Ten Roomfchen oorlogh weer doen flijpen,rhaer bytijds 
Auguftus defe krijgh bevredighd' weder-zijds; 

. Doordiëhywasgeneyght*geëfnijdendftaelteontfchedert 
inqmt in TnnZh.'ZT.Z Tot twiften,die hy fach te flifïen door 't bereden. 
ft*».?. OmmapriHi ex- Maer fo 't verderf (dat fteedsBellone volghden na) 
r™*jJ£ mMrmü /l'"* De volck'ren Afiae en den Griecken noch fo drae 

Niet is vergeten , (van de Laeftghelede plaghen 
Des Pompeiaenfchen krijghs , en Brutti nederlagen) 
Begeeft fich den Monarch Auguftus onder zeyl, 
Tot bet'ringh yeders fchae,tot ftraf van yeders feyl. 
Land in Siciïien eerft, dier faken hy beharten, 
En fcheept van daer tot in het koninckrijck van Sparten. 
b CjxMum » een ^d Vernoegende dees ftad met weldoen, maer betemt 
tóif eyland in Propomi- De Atheenfche hovaerdy,dier tempel-b ow hy ftemd' 
de - DeOlympfcheIupiter,enoock fich fèlfs ter eeren. 

eerdjch oock plt'yulje- Van daer h Y overfcheept, om Afien te regeeren; 
naemt,nu Scio, nefltens Pranght dievan * Cyzicum hunmoetwil inde krop. 
kleynAfien,tuiTchen Lef- Helpt (uyt verdruckingh) die van 'Chios weder op. 

bosenSamus. - r x r , w , S-f c , ,. r , * 

V ericneept van daer na Tyr en Sydon,die hy ichatten: 

Om 



DERDE BOECK. <> ? r . . , . 

Om datfe tegens heni en c t Roomfch gebieden prattéri. *« zijn twee fteden in 
Herbowt « Thyatira,infgh'li jcks Laodiceen, kI 5? n M f gheweeft,o P 

_ r f ^-..t i 1* ri- ofte aen het water Lyco 

En (end Tibenum tot de Armeners , [die te onvreen gelegen in de Provincie, 

(SpijtRoom)Tigranes uyt den throon des rijcx verdreven] die van ouds Lydia ofte 

Die Arta vafdes hen ten koninck heeft ghegeven. ^gLÏÏTt w 

Den Parthfchen ^koninck fïch (uyt vrees van vorighe fpijt tes. 

DenRom'renaengedaen) tot vreed' verfoeck bevlijt,- 

Schickt daerom[(totden vorft AugunW) AmbafTaten, 

Die datlij ck hy verhoorden vredigh heeft verlaten. 

Verfchepende weerom, on komt tot Rhodus aen, 

c Verquickten c t felvigh en is weerom t'zeyl gegaen 

Na Griecken,en bevolckt met vry-ghemaeckte knechten 

d Corinthen , e Patras , en vereertfe met de rechten 

Der Roomfcher Burgerfchap j hier hebben hem begroet 

Twee ƒ Indiaenfche afgefanten , met een ftoec 

Van konincklijck gevolgh ; beramende verbonden 

Van vriendfchap wederzijds - 9 ter fel ver tijdverftonde 

Auguftus van <t £verraed,dat Romen door 't getwift 

Der Eed'len , tegens hem erdacht hadd', dat gheflift 

En door hem afgedaen werd, heeft fijn volgend' leven 

Ter over-zeefche tocht nadelen noyt begheven. 



»T*Iberius * na hem verworref c t Roomfch ghebied. 






c Verquicken , dat i*Sj 
(alfö 't eyland Rhodus 
van de Roomfche Bur- 
gher-oorlogen vermoeyt 
ende onluftigh wasghe- 
worden) wederom ver- 
luftighen, ophelpen ende 
met weldaden wederom 
verheughen. 

d Co imt ben, een eer- 
tijds beroemde ftad in 
d'Ifthmos van Morea, in. 
't gebied van Achaya. 

e Tatras , anders oocfc 
Patrae, een ftad in c t fèlve 
landfchap. 

ƒ Dele Indieefche 
Ghefariten quamen van 
Porus en Pandion , twee 
van de machtighfte ko- 
ninghen van Indien , tut 
fchen beyde de vloeden 
Indus en Ganges. 
g Dit verraed was ont- 



Diens broeders^ fone wreeckt de neerlaegh,die gefchied ftaen door eenen Egna 



tius RurTus,die fich ielven 
in 't af- zijn Augufti met 
gheweld tot het Burghe- 
meefterfchap wilde in- 
dringhen ; maer alfo dat 
beroerte veroorfaeckte, 
ende niet gaen wilde, 
maeckte hy een t'famen- 
Iweringhe met M.Genu- 
cius en Plautius Ruffus 
Auguftum te dooden. 

Anno Mvndi 

3078. 
AnnoSalut.i6\ 

t Tiberius Qauditis Nero Roomfch Keyfêr. h Ctfar Germannicus , fbne van Vrufw Geymannicpu des 
Tiberij broeder. i Teutoburger^ nu Duyl berger bofch genaemt,dicht by de leer oude ftad Duyf bergh in 't 
Cleefïche land,daer de reviere Roer inden Rhijn loopt,daer Quindilius Varro, een Roomfch veld-overfte, ten 
tijden Augufti, verflagen worde. £, Arnrinitts, op duytfch Herman ,een treffelijck veld-ovei fte der Duyt- 
fchen, ende een uyter naturen vyand en hater der Romeynen. ^ Segejtes , een duytfch Heer 3 den Ro- 

meynen meer dan den Duytfchen toegedaen. m Ingmomerns , een ve'd-overfte der Duydchen, zijnde 

den oom Arminij. n Bmfterfcbe gebied,dat was het land van den Broeck,daer van noch de Graven van 

Broeck haren naem voeren,welcke Graeflijcke wooningh't huys teBroeck noch tegenwoordigh, twee mijlen 
van de voornoemde ftad Duyf bergh, op de reviere de Roer leyd,dier gebied fich doen ter tijd verder geftreckt 
heeft dan 't nu doet. o C&cina, een overfte der Romeynen. p Drffjïaenfcbe gracbte , is nu den 

Yfel genaemt, fo voorby Deventer, Campen en Zwol loopt. 



[By ' Teuto burger-wald] is aen Quinctilius Varro: 

Wanneer hy c t Leger van ^Arminius [die in f t warren 

Leyd,met l Segeftes,] flaet ; wef halven dat den Heer 

Arminius , fich bevlijt tot nieuwe teghenweer. 

En ruft fijn heyrkracht, door behulp van m Inguiomer, 

In 't " Bru&erfche ghebied; waer tegen dat den Romer 

Germannicus , 't bevel aen ° Caecinam vertrowd; 

Die ondertuflchen c t heyr der Duy tfchen wederhoud: 

Tot dat Germannicus fijn legioenen brachte 

Den Rhijnftroom af, heen door de P Drufiaenfche grachte. 



N t 



En voort 



ioo DER ZEE-VAERT LOF, 

En voort de meyren langhs,en land ia de Eemfè, by 
Den hooftman Ledo , die de Roomfche Ruy tery 
Berechten; maer fo haeft de Bruóterfche bemercktet* 
Dien loofen omtr eek , fy hun veften ende fterekten 
Verbranden,en terftond ghevloden,maer in haeft 
* By Cafar verftact Van rf C2efarachterhaelt,en in de vlucht, verbaeft 
Gemwnnicus. Ter neergheleyd -, treckt voort Arminius te belagen, 

En komt de weghen door daer Varrus was verflaghem 
Alwaer de fchinck'len noch de velden (al te droef) 
Befpreyden in (en oogh; daerom hy die begroef. 
En voerd' fijn Leger uytde broeckige moeraflehen 
Derduytfchen, overmids die veeltijds door 't verrafTchen 
Belaeghden f t Roomfche volck , en komt na veel verdriet 

b 'T over-Eems ghe- ^ eer ^Y ^ en zee-gevaerd in ( t over b Eemf ghebied 
bicdisEmbderland. Hier gaet hy fcheep, en laft deheerfchappy te lande 

*Vitellium,om 't heyr te voeren langs de ftrariden 
mmads ^noch ' Keyfer Der Oceaenfche c zee ,• die (fo den tocht begint) 
werde. Onftuymigh werd beroerd met harden noorden wind: 

dcftMnd^ffcin"^'!! Die hoo 8 e v,oedê baert ; men wift van di j ck noch dammen, 
ende Wefer,iangsdekuft Om c s waters loop te ontgaen^het volck moeft tot de mam- 
van oidenborgher en la- (I a tot den halfe toe) door 't water, en nochtans (men 
lg er an ; Verdroncken in ellend , en fagen eer geen kans 

Te ontvlien, voor dat de vloed verloopen was, maer Csefar 
d Fifirgit. Komt ondertufïchen met fen fchepen op de d Wefer. 

ïeendtov^rTcXD^- Daer na veel rampeo oock Vitellius beland. 
fchen. En maken met den Prins e Seg'merus,een beftand 

ƒ 't Franfche Neder- Van vrede, maer dewijl hun voorneem niet geluckten 

land, anders üaiita Bebt- ,__,.. r J . . , ° . 

«ghenaemt, waer onder T- en inval ergens,fy teruggh weer herwaertsruckten 
Holland,Gelderland,Bra- Na 't f Franfche Nederland^ hier heeftme fich bereyd, 
begre^n^n meCr andcre En '* oorlogh t'eenemael ter zeevaert aengheleyd. 

Anno Salut. 19. ^\ Aer toe Germannicus fen voorgeraemde ordre 
& 20. (Antefus , Caecina en Silius te vord'ren 

g tstntefactcinaen g £) e op f lc ht heeft belaft) tot rüftingh van een vloot, 

SüiHs waren overften der c i r j r in j- r \ n.i_n 

Romeynen. Sterck duyiend lchepen , dier te iamenkomlt belloot 

h Bmvia. Me aen h Hollands vrye kuftjhier valt-me aen c t timm'ren 

dapper, 
De fchipbow wackerd,de een toond fich voor ander rapper 
In vindingh van fatfoen, tot veelderhand'gebruyck. 
Men maeckterplat geboomd,menbowter dick van buyck, 
Som voor en achter fcherp, men maeckt oock platte fcho- 

wen, 
Om werp-ghereedfchap, en fchipbrugghen,op tebowen, 

In 'e 



DERDE BOECK. 101 . 

ïn c t kort men werd ghereed , de vlote komt by-een , *. Dit , is ^ ^ et , uwe > 

1 fu 11 J j j i' rii ii. beginnende van Schenc- 

Aen 't eyland » HollaDd,daer de vliet iich deyld in tween, kenfehans , werd ais een 
Diens flincker arm de *. Wahl , fich met de Maes, vermen- t y Ia , nd ghehouden , ver- 

i i ^ iA . i mids'tfelveront-ommet 

S elC * > ,. (ltrengeld, revieren, endein c t noor- 

Diens rechter, blijft den Rhijn, waer langhsfich neder- den met zee bewatert 
De niewgerufte vloot; hier deeldmenna 'tbefluyt W TDeWaelisdeflinc- 

Des veldheers ('t Roomfche volck en bondgenoten) uy t ker ende de grootfte arm 
De fchepen, elcks behoef, op dat een yegh'lijck,onder des Rhi J ns > die fich by 

*. l i i t «.. t rri - , I r i SchenckenfcLans van den 

Sen vaendel, ordentlijck aflehcepten , in 't befonder. Rbijn afrdicyd) loopende 

Daer op dan Caefar fcheept voor af den oorloghs tros, na Dordrecht , iich ver- 
En dat'li jek maecktmen al de kabel touwen los. mengende met de mi C} 

^ i ••/- i i t i i r i van delen Itroom by den 

Daer dnjrtme henen op de blanckeloete golven, Romeynen v«haiu t by 

IViaer wend ter rechter hand, na de onlangs niew gedolven dé onien Wahl genaemt, 
Vifchrijcke - Drufi-ftroom ; hier bid Germannicus %£££££ 

Om byltand aen de ziel n fijns vaders Drufius: plagh de BelgijfcheFran- 

Op dat het waerd' gheheugh der onvolbrachte daden cen ' fo lan S bs d ^. e rev ' ie * 
(Diens o overfchot hy nuhadd'op fïchfelfs geladen) noemen , wekken naem 

Sen heldigh hart verniew : en fcheept kloeckmoedigh heen nuaileenïgh ghebleven is, 
Defoeteftroomenuyt,doorbinnenlandfchezeen. den ghenen ioo in <t land 

ei ju /ijt: c u ij van Luyck,Doornijck,A- 

En havend aldereerit op de Eems om ' 1 heyr te landen ; tred.t &c. ende daer om- 
Maer werd door onfpoed veel verhinderd.mids de ftrande trentwoonen,endeqi»aet 

tx L «ju *> 1 j /" i_ ij duytfch fpreken , die fich 

Den rechten oever, mdehoogef vloeden fchuyld, hAgros met Hollanders 

Des yeder ruy ter henghfl: fên ruggh' om 't land verruyld. en Brabanders den n?em 
Den fchrand'ren Batavier,op 't i fwemmen wel bedreven, van Bel -, i < die h ' er °°' k 

_^ i /- i n i i van rec h fs weghen mede 

Betrowden op len kunlt , het aengename leven,- toekomt) toe-eygenen. 

De lanckheyd van den wegh ontfeyder veel den foom [ De Hollanders ende 

Des oevers,maer 'tgeluck heeft aen den Wèrftroom, ^^JkZ^™. 

D e meefte hoop geberght; daer legerd fich den veldheer ' »» Defe ghedoivene 

Ter eener (daer Armijn met al het duytfch geweld neer P, ru i is & achte . , is den Y * 

•t» J \ •• i, J fl. r Jï n. L iel, doen ter tijd genaemt 

Ter ander ) zijd , des ltrooms len vyandsKomlt verwacht, ^p Dmfiana , ofte de 
Daer op Germannicus fen ruyterije bracht Dmfiaenfche vaert , die 
Aen 'tover-wefer ftrand, door een verfpiede drooghte: 2SïïdSJ5 
En maeckt terwij 1 een bruggh' daer over, om de hooghte broeder des Keyfers Ti- 
Des oevers , met fen heyr te vayl'ger op te treem ber ü) heef f ^ en g rav J; n > 

• . «. /y-, iwt ^> «iii om o° or delelve te lche- 

JVIaer hierentuflehen, trecktHeer r Canovalda,heen pen na de binneniandfche 
Door 't driftigh water, met fen Batavierfch e benden zeen en meyren derChau- 

Te vyandwaert,daer op de Duy tfchen rughwaert wenden, ^"S 

te onderfoecken. 
n Germannicus,na c t ghcbruyck der heydenen,aenroept de ziele fijns vaders Drufij,om byftand in fijn voor- 
nemen, o Dat Drufius voormaels niet hadde konnen te weghe brengen,te weten,de ondervindinghe der Co- 
ïomnen HercuIes,alfo hem de Oceanifche zee inde wege was ; nu Germannicus voor hem ghenomen hebbende 
met dele vlote te efFe&ueren,daerom ter geheugenifTe fijns vaders delïelven vaert gebruyckende,hem oock met 
eenen gebeden,met de exempelen fijns goeden raeds te willen helpen. p Overmids het aldaer hooge wa- 

ter was. cj Hollanders waren goede fwemmers in defe gelegentbeyd 5 befiet7*or.Ai'.2. r C*rw*fd4,, 

Heer ende Overfte der Batavieren ofte Hollanders. 

N * En 



io* DER ZEE-VAERT LOF, 

En vallen ophemaen,ftracksmaecktme 't veld-getief$ 
Den Prince Cariovald' vecht als een Batavier: 
/Hierblijcktddcfeeck- Schoon dat hy valt tefwack/wijcl: daerom niet een fchrede, 
heyd ende vromigheyd Is vec h ten d^ voor de vuyft ghedood-wond overleden: 

der Batavieren, die liever r n i nii 

met eeren willen dood Met al den edeldomfen's itams hetmeeitendeel. 
vechten , dan met fchan- j^a d ces fchermutfel brenght * Stertinius 't gheheel 

den vluchten en leven, -^ i 1 i_ r i r> j 

zijn deerftediedenaen- Der ruyter heyrkracht, tot ontiet der Bondgenooten 
val doen tegen de Duyt- Te vyand, die niet min ghemoed daer onder ftooten. 

m^nenr^ ^ R °" So dat den ftren g en Duy tfch het herte vry befwijckt, 

t sJm«^,eenover- En vechtende aerflendein fen vafte Legher wijckt. 
fteder Roomfche myte- Met dieskomttijdingh, fo den avond-ftondgenaeckten, 
rje "' *t isfkvifch veld Dat fich 't Arminifche heyr ten ftrijde vaerdighmaeckten 
fchijnt over de Wefer in In 't ' Idiftavifch veld ; terwijl den Roomfchen Prins 
? s f l van Brem , en ' ofi 2 Sen eygen heyr beproeft , bevindfe allefins 

in die contreye gheweeft Jo J r * 

te zijn. Geneyght tot vechten, des io naeit den ochtend-hemel 

u De heyrkracht Ar- Dianas fleep verjaeghd ,• diens purper goud ghewemel, 

minij beftaet meeft in A * i_ J> „ j J u j t • I . 

Mansfeldfche en Heffen- Als voorbood van den dagh de Legioenen weckt, 
fche volcken ; want hy Daer op c t H Mansfeldfche heyr vyandigh nader treckt, 

werd befe d^fe zfn^ En vechten nand voor hand > tot dat de Roomfche benden 

* Armimtu, fiende In orden op haer aen Arminij heyrkracht fchenden : 
dat hyde nederlage fou- £ n gantfch ter neder flaen ,• die felven bloedigh fmet 

tn^ditmeT^d Sijn * aengeficht,enflaet door 't Roomfche Leger,mct 
om van fijn vyandenin't Denlnguiomer ' y desfy 'tbeydezijn ontkomen, 
wotkn "*" ^^ * En neDDen tuffchen de * Elve en Wefer opgenomen 
x eJiibü & nfirgü, De alvluchtendedes heyrs ; vertoonendewatfchand 
by den Romeynen ghe- Haer ftond te wachten , fbfy dulden in haer land 

"TW*"« ofteVic 7 Tropha^en, opgericht tot nadeel en verkleynen 
tory-teeckenen. Der vrije Duytfchen, en tot eere der Romeynen, 

z. De opfchnft der Door welcke ritfingh, c t volck met niewgekropte haet, 
d US : " Veel felder als voorheen, hand aen de wapens flaet: 

Debellatis inter Tot c s vyands tegenftand, fo dat den Roomfchen vechter 
Rhenum Albimquei n twijffel neerlaegh ftrijd ; 't ontbrack hen beyden echter 
gjjg^ Noch aen beleyd noch hart 5 doch 't fwaerfte moeft in' t left 
monimenta Marti & Het meefte wegen, want den Romer haddet beft. 
Iovi , & Augufto fa- Die ftaende op deruymt, fen wapens kon bedwingen, 
craviflè. Daer tegé 't duytfche heyr inde enght malkander dringen, 

De hcjX^chtm vm Verhinderende de een des and'ren worp enflagh, 
tiberivs gesar, Wefhalven den Romeyn ten leften boven lagh. 
dcvokkerentHficbcn den Die na de ze g e prees de kloeckheyd fijner Helden. 

Rbijn ende de Elve over- & * .. ] J r n 1t 

wonnë hebbende door oor- En voort ter eeren Mars , lupijn en 's Keyiers, (telden 
hghMken defegedenck- Sijn zege-palen op, dier *: opfchrift duyd'lijck feyd', 
t MarT,lrHpiter7Jdc' AhJ&°? dat denRomer hier den Duytfch heeft neergeleyd. 

gaftftf) ghehejlight. 

Na defen 



DERDE BOE CK, 103 

"VT A defen veldflagh, voerd Germannicus feti benden 

Daerde* Eems en Oceaen bewat'ren de uyterfte enden 
Van Duytfchland,en verfcheept fijn vlote, hier van daen, 
Tot op de Golven,van dengrawen Oceaen. 
Hier, datelijck begint den Hemel te bewolcken. 
Den noorden wind verheft , en roerd de groene kokken 
Ten duyft'ren Hemel op, diens nevelachte lucht 
Belet den fchipp'ren c t fien , en 't krijtende gerucht 
Der krijgers (die op 't land in de oorlogh de gefïenfte 
En befte waren) hier belet zijn van goe dienften, 
By gene fo ' t verftaen j terftond den noorden wind 
Schiet barftende om, en weer in 't zuyden hart begint. 
Daer op de foute vloén fich hemel-hoogh verheffen, 
En op de fchepen in als halverotfen treffen. 
Hier raeckter een rond-om ; gins moetet ancker uyt, 
Daerdrijftmefbnderzeyl,endeesfenftevenftuyt 
Te barften op het droogh der buyten-landfche b klippen. 
En gene gaet voorwind en ftroomfen ancker flippen. 
Hier barft de beetingh af, daer kerftme fpriet en maft. 
Gins knapt het tow aen tweën,en 'tfchipvolck komt in laft. 
Nu worptme ballaft uyt,dan c t grof en ombelompen 
Laftdragendegediert, voort valtmen weer aen ( t pompen, 
Maer al en helptet niet; veel dieder landen aen 
De eylanden, door gebreck en hongers-nood vergaen. 
Veel die 't verdroncken aes der paerden eetbaer kiefen, 
En houden c t lijf, terwijl den c veldheer de Embder vriefen 
'T lijf berghden aen haer kuft ; hier komen voor en naer 
So c t onweer overgaet, veel fchepen weer te gaer. 
Som roer en mafteloos,en machteloos van mannen. 
En zeylloos fommige voorwind hun kleeren (pannen, 
Enzeylen c t fb te land' ,* dekloeckftevandevloot 
E>efwackfte liepen voort; oock die door onweers nood 
Ghedreven komen 5 aende ^Brittenlandfchekuften: 
Dier e konincxkensdie weerom herwaerts henen ruften, 
En landen mede ; nu aen c tf liegen elck fen beft,- 
Hier eenen monfters fagh aen c t Brittenlandfch geweft 
Met hoofden meer dan een ; den ghenen aen een eyland 
Sagh menfchen fonder hoofd gaen grafèn in het weyland. 
Een ander fagh in zeeMeyrminnen menfchgelijck. 
En defe vifTchen ongelijck een koninckrijck. 
Wie dit niet hadd' gefien moeft onecht zijn geboren, 
En wie c t niet looven wild, kreegh goed koop Midas ooren. 



a Te weten, in Ooft- 
Vriefland , omtrent de 
plaetfe daer nu Embden 
leyd. 



b Defe klippighe of 
rudfighe eylanden , zijn 
de eylanden tuflchen de 
Eems, Wefer en Elve, als 
Hcylighe-land , Rottum, 
Borckom,Schiermonick- 
oogh, Wranger-oogh en 
Ameland , met meer an- 
dere van dewelcke eeni- 
ghe noch onbewoond en 
woeft zijn,doch meeften- 
deel bewoond en be- 
volckt. 

c Den veldheer Caefêr 
Germannicus werd in 
Ooft-Vriefland het leven 
gheberght , met fijn by- 
hebbende gevolgh. 



d Aen de kijften van 
Enohelland. 

e Veder ftadvanEn- 
gheland hadde te dier tijd 
byna een koninck. 

ƒ Ghelijck 't noch by 
fommige varende gheïel- 
len feer ghemeen is, wan- 
neerfe van eenige vreem- 
de onghemeene vaerden, 
ftrijden offchipbreucken 
t'huys komen,in 't vertei- 
len van haer avontueren 
en wedervaren , niet fon- 
der wel geftoffeerde leu- 
ghens daer van feheydenj 
ende vermaken haer ghe- 
lijck den Poet ièyd; 

Gaudent ubi vertict rafi 
CjarruU fecuri nerrarepe* 
rkhU nanUr 



De 



Dit waren de Hel- * JV ' 

evokkeren. tpv E Duytfche 4 Gatten en Oetmarfers,onder dies 

EÜffilï (Vernemende 't Romey nfch fchip-breuckige verlies) 



Aur 104 DER ZEE-VAERT LOF, 

a Dit waren de Hel- AW ^ 

(ifche vokkeren. t\ F, Duvtfche a Gatten en 

Romeynen Maarfi ghe- 

naemt,dier land ende ge- Met niew-gevoede hoop den oorlogh weer hervatten, 
bied fchijnc doentertijd s oc j at Germannicus tot wederftandder Catthen 

veel wijder gneftreckt te . •ij/*j r j 

hebbenen nu 't gebied Den Slims met dertigh duyiend mannen iend; 

van Oetmarfen doet. Maer felven met fijn heyr hy tegen AMalovend' 

fte'def Ó';Ü ™ Der Marfer veldheer treckt , en heeft fen voor'gefchade 

Germannicus overwon- Der fèhipvaert, wederom (door heldelijcke daden 

nen j r , . Te vyand) opgerecht; wen Silius vermand 

nen neve^Germannicut De Catthen, t'wijl hy felfs de Oetmarfers met haer land 

om dat hy een vroom, Veroverd en bed winghtj daer van de mie tot Romen 

SSdoS^h Ter ooren (ongeveynft^Tiberij is ghekomen. 

Prins is, vreefende dat na Die de eer Germannici benijden,en ontbied 

fijn dood des Germanni- pj em d at elijcken t'huys ' 3 die fchoon hy felfs voorfiet 

ILi^t^^^' Des Keyfers veynfery, en wat daer onder fchuy lde; 

dooven (en in fulcke ver- Nochtans goedienften voor ghehoorfaemheyd verruylde. 

getdheyd, als of hy noyt £ fa trec kt,betreed de heereli jeke trap 

geweeft ware) brenghen < ' J i 

foude ; want hy liever Der triumphalekoets^n 'tBurghemeeiterichap. 

hadde, dat fijn navolgher Doch met gheveynfdegunft d fijn c s ooms , diens fnoobe- 

in allen boofè r dan goe- *?. / ° 

dertierender als hy ware, traentingn 

op dat fijner feer weyni- Bearbeyd' om fen neef te brenghen (in verachtingh 

ghe deughden dan noch g < t vo j ck x Q f Qm J en ha | s £ yree p ^ na d e rhand 

gedacht mochtewerde. J . ' , r . . J r ... . 

e Cnems Tifo een Germannicus op 't noord den Cadarhjcken band 
vyand van Caefar Ger- Mocht erven, en den naem Tiberij/als in 't duyfter 
SÉI^S Mocht dempen met de fijn; diens heerelijcker luyfter 
regeerder in Afien , toe- Men nu al blincken fach; daer over hy bedacht 
ghefteid s niet fonder ver- rj oor fchijn van hooger eer , hem met een groote macht 
tóus^daerenboven is Te fchicken henen , om de twiftende rebellen 
gevordert gheweeft,om- Van Afia,onder 't jockdesRoomfchen Rijckste ftellcn. 
S^fooLÏh" Alwaer hetn 'Pifo (door Tiberio aengeraen) 
middel als hy fukks beft Vergiftight t ot den wegh der Helden in doet gaen. 

konde te wege brengen. 

Anno Mvndi XI A delen fo vervalt aen defès veldheers f (on e 

400 2. (Na des Tiberij doodyde^Gsefarlijcke kroone, 

Salut. 40. Die niet lofwaerdighs dan fen afkomftachterlaet: 

ƒ Qum Cafir C ali g H ' Veel minder yetwes, dat in zeevaexts lof beftaet, 

/*,RoomfchKeyfer,fone < T eQ waef dan dat ^ Rhi j Q totLeyc I en nem beroemden, 
van Germannicus. J . 1 1 1 "***-", 

g Defen toren die fcri omlijnd tooren-bow ter vierbaeck,hcm vernoemden 
Caligula op den uytloop Een forger voor ' t behow der fchipvaert hier te land', 
fcfec ^fbowden, w^S Maer voorder treckt hy niets dan fotterny ter hand. 
namaeis tot een wapen- 'T zy dat hy 't Roomiche heyr op't ftrandfet inde wapen, 

huys der Romeynen ge- 

maeckt; is daer na het huys te Britten genaemt gheweeft , diens fondamenten nu al door de zee wechge- 

nomen , maer voor eenighe jaren met laegh water noch grienen. 

Als 



DERDE BOECK. XOy ; oftefwaerdende, 

Als ofmer vechten fou, en doetfe fchulpen rapen; daem-ghefworene , die 

«Tzydathydcfcnbuyt (tot wonder van fen tocht) Anno sTlut.' 44. > 

In 't Capitolium tot Romen met hem brocht b clafidms G , rrnanmCHi 

En blijft dus av'rechts in lenwreedelotheyd (teken, Roomfch Keyfer , des 
Tot dat de « lemmers 't doen van al fen boof heyd wreken. ^^edef" G ^? 

T\ lens vaders ^broeder (na fen dood) deeerfte plaets c otfw/eenftadïeg- 

In 't Keyfer-rijck beërft j die om een weynigh ftaets g endc °P den ^oeckdes 

Te hebben in triumph,door ooreloghfche daden, ^TddlktdlZ\Z t 

Neemt voor om Engelland van muytery te ontladen. want oftia is fo veel te 

En tot dien ey nde fcheept van i Ofïia, maer eer *J al f een mond f 

^ j J . ■» o • 1 te inganck van ecnighe 

Hy " Cyrnusis voorby,een ongeltuymigh weer rev i cre . 

Hemfnellijckovervaltjfodatlijnfchepenftrandenj d c;r»w,anders cv- 

»■» > ir • j j il • ' **t • -" 1 J /?cv? genaemt, een eyland 

Hy felfs in doods-gevaer,noch m'Ligunen landen. , ide m iddellandfchezee, 

Alwaerhy wederom fijn vlote ruften laet, 60 mijlen zuyden van 

En affcheept,maerdoorftorm by-na te gronde gaet. Gen ° a - . , , . 

ƒ . 1 /• 1 • 1 1 • r 1 « Leunen, nu net land 

Lij d voor de tweedemael fchipbrekingh , maer geraeckten van Genua ghenaemt, en 
In 'tleft behouden tot / Maflïlien,- daer hy ftaeckten byden Italianen ftjtafc 

De fchipvaert, en begeeft fich land'waert daer van daen,- * ^$ta,nii Marfey- 
Reyft dwars door c tFranflerijck,en komt tot£ Beunen aen* lien , een ftad in Vranck- 
Hier doethy (om dees zee by fchipvaert te onderhouwen) ^ ck » * n het landfcha P 
Een vierbaecks^ toren, tot fensnaems geheugingh bowen. g Anc f crs Boukngien. 
Hier fcheept hy over 'tnawder Oceaenfche zee, h Defeviertorenftaet 

En op de f Tames komt in Engelland ter ree. niet , «* A va " *™?; 

i • 1 t / (Y n m 1 1 rr ir werd byden runcen/', 

Hier dwinght hy c t woeitegraw,en itild delielrsroemoeren, Tem «ordu ghenaemt 
En gaetfijnheyrenfeheep de zee weer overvoeren, (ta nu fo chclit^pde 

_. , ö t J * J 1 1 ir t •• 1 r 11 ftrand.dat de zee daer te- 
Beland ter haven daer hy Vranckrijckwasontleyld. een aen fpoelt, ende der- 
Van daer hy over-land fijn wegh na Romen peyld. halven niet langh meer 
Daer komende, heeft voor dien dapp'ren tocht genooten ftaen , fal konne " ' f ra ° c ,ï 

. J .. . . 1 r ö van de zee ween gelpoeit 

De eere des tnumphs, die ielven hy vergrooten worden. 

Met fchipvaerts eeren i krans,- dit zijn de daden al, » T« mts is de re f er f 

r^* j r n • il L.jt» 1 van Londé in Engelland. 

Die delen Prins vo!brenght,de Romers te geval. k SwtonmsycMd.M 

Ctaudius in fijn triumphe 

XJ A welckersdood,geraeckt(dë / beul van fijne^moeder, °? ^ °PP er , fte ™° rfte 

JL>i r~ r . % l , r . J . , ' desPa!eys,onderdebuy- 

lyran lij ns w meeiters,en verrader van lijn broeder: ten der vyanden , een 

fcheeps-kranflfe , neffens 
deburger-kranflTe, heeft opgerecht,tot een bewijs en betuyginge,hoe dat hy de zee Oceanus overgevaren,ende 
fo veel als bedwongen hadde. / Claudius Nero Domums Keyfer,de lefte uyt het Cajfanfche geflachte. 

m Nero (overmids fijn moeder Agrippina hem van het (chandelijcke leven met fijner dienftmaeert Ati ê 
fbeckt af te trecken, eenighfins met dreyghementen , als mede hem verwijtende, dat hy door haer hulpe tot de 
Keyferlijcke waerdigheyd gekomen was ; krijght eenen afkeer van haer,ende befluyt ten eften oock omire haer 
te dooden/twelck hy oock volbrochte. n Nero doet Senecam fijnen ghetrouwen leermeefter oeck doo- 
den,hem te lafte leggende,dat hy aen een grouwelijcke t'iamen-fweringe(lo eenige Edelen tegens hem geftemt 
hadden, ende daerom geftraft wierden) fchuldigh ware. o Brütamicus (fone des Keyfers Claudij, zijnde 
den fwagher ofte fchoon-broeder Neronis) werd byden folven Nero verdacht, alfo Agrippina Neronem ver- 
weet,dat Brittannicus nu tot fijn juren gekomen ende de rechte ftamme des Keyfers was, ende dat hy een inge- 
plante ende van buyten aenghenomen fone was , door de ongerechtigheyd fijner moeder tot het rijck gheko- 
meni dies Nero hem met vergift verradelijck doet fterven. 

O Eer en 



NoMvndi 10 * DER ZEE -VAERT LOF, 

402 j Eer en echtfehender , ja veroordeelaer ter dood 

AnnoSalut. so. Ter liefd^er hoeren, van fijn eygen* bedd'genoot 

a NeroomdehoêrcEn^Chriften-moordenaer) aen 't Keyferlijck gebieden,, 
Poppea te gelieven, ver- \ n wekkers regiment,niet deughdelijcks gefchieden. 
JMaST^ Den • knecht fijn heer gelijckt; Iudea door 't geweld 
Keyfers Claudij , maer Der Ioden, c t Chriftendom met tyrannijequeld. 
om de beroerten des DéChrirV gefartfer werd gefleyptvoor 'srichthuys drempel 

volcx neemtfe weder tot " 

hem , verwillight Anice- En valfch'lijck overtuyght,een fchender van den Tempel 
tum ( die Agrippinam lerufalems te zijn j hoewel den Chrift gefant 

feggen (dochtegens fijn Wil 's Keyfers landvooght [om de loon niet te vervelen] 
ghemoed) dat hy met H em tot l e ru£alem aen 't Priefterdom bevelen. 

Oaavia overlpel bedre- _ , ^ i i« i n • n i<- i i 

ven hadde , des hy haer Maer Paulus, die den aert en Pneiterlij cke haet 
verfend in'teyland Pal- Wel kenden, fïch beroept ten rechtftoel daer hy ftaet, 
^Vod^ laC£fe 3l " Dic f s Keyfers is,om daer gematight recht te erlangen; 
b Nerouytdertelheyd Werd des gefonden van den landvooght als gevangen 
de ftad Romen op veler jsj a R omen met eenfehip van* Adramijtten,tot 

wegen inden brand ene- _. ,. nri_ i 111 r% 

fteké hebbende, leydhet Dien eynd verlelichapt, met een honderd-hoofde rot. 
den Chriftenen te laft, Scheept van Cefarien , en land den and'ren morgen 
S^rjare^kTotZydon^aerfehaervanfcheeps-behoefverforgen. 
ftrafFen en pijnigen. En voort weer onder 't zeyl voorby Pamphilienskuft, 
c Ditis, datfijnover- Verkiefen/My ram beft voor Lyciens ancker ruft. 

ften en land-vooghden T T . ■ j r !_• j r^ 

haren Heere in tyrannije Hier komt een ander fchip ter reede uy t ^gypten, 
fochten eelijck na te vol- Dat na Italien wild' , daer in fy overfchipten, 

taies cateiu } fo de vrow Van weer en wind ter ree , niet verr' van t Lalea. 

is,zijn oock de katjes. Hier achtmë (chippers raed,hier geld maer ftiermans kzzéi 

d Dit isdenApoftelp. „ .. Ui rr . -, ... b . i &ö 

Paulus , diens fchipvaert Des Pautl achtmeniet , en wil 't weer 't zeewaert leggen, 
alhier befchreven werd. Enfbecken op de ree * Phenicien ancker-grond. 
Aüorvm 26. 27.2* Dus gaende 't zeyUen noorden oofte wind ontftond, 

e Adramytten, nu Lan- _ r p. r . 111 r 11 

dermiti , een treffeiijcke Verlelichapt met gneblaes van graw en inawend weder; 
zee-ghehavende ftad in So datmeniet vermagh den boot te laten neder, 
vinde Ab^dus" nu Aveo CWtot behow des fchips,te roeyen voor de boegh: 
ghenaemt. Op dat haer [wind en ftroom] niet aen de klippen floegh. 

ƒ iü>M een haven in Des WO rptmcn waren uyt den fchepe tot verlichtingh. 

Lycien, nu Myrrha, leg- _ , _r 1 r 1 1 1 • 1 . « 

ghende dwars vandeey- MaerPaulus rechthchop,vermaend metondernchtingh 
landen Cheüdonie. Het volck tot goeden moed; wan t [fèght hy] my verfcheen 
hef ooft^ynde vaTa?- Gods Engel defe nacht, diefeyde my,datgheen ' 
ta, anders Candia. [Van die hier zijn gefcheept] fal fterven in de baren: 
.ƒ,?"- nu J e -Des [feghthyl ickvertrowhy fal ons oock bewaren. 

mee (daer by nu een fte- _. L ° / 1 1 n 1 1 • 1 

deken leyd Sana Paulo) Daerom zy elck gheruit, een eyland inde zee 
ghenaemt , leyd op het Sal ons lijf-bergingh zijn j terftond een yeder dee 

Tand c7ndien? n h " ° y " ^ er °P <*en kfi ^J ns arnpts,den ftuurman gift de ftrande 

Na-by te 



7 



a Het diepïoot man- 
nen is een manier van 
fpreken binnen fcheeps- 
boort,wanneermen wer- 
pen wil, fteecl: ofte mand 
men 't malkander toe, 
buyten om de \ oofd- 
towen , ende werpt het 
voor by 't '.chip in , om 



DERDE BOECK. i© 

Na-by tewefèn, en derhalven 't dieploot 4 man de, 

En twintigh vadem vind y maer na wat wachtens, riep 

*Tfa mannen,werpt noch eens/vind vijfthien vadem diep. 

De fchipluy met den boot (derhalvenj willen vlieden: 

Des Paulus roept, indien dat yemand van u lieden 

Het fchip verlaet, die fal,fo wel als wy,vergaen» 

Daer op dat fabel-ree de krijghs-luy komen aen, 

En kappen 'ttowaen twee 5 de boot die laetmen drijven alfo & ff fi& voortganck 

r i r i 11 i 11 ir i r\ met het loot te ghemoe- 

Den vluchter werd door dwanghghenoodlaeckt lcheep te ten. 

Des Paulus tot vermaen fich wederom be vlijt, (blijven. 

Verfekerd elck fen lij f, en noodfe tot ontbijt, 

Om 's herten flawheyd met wat fpijfe te verquicken . 

Terwijl der fonnen ftrael komt door de woleken blieken, 

Vertoonende van verf een inwijck onder 't land: 

Waer op men dat'lijck loft de zeylen uyt den band; 

De riemen buyten boord, de anckersjngewonden, 

En daer op aengezeyld j hier ftootmen op de gronden 




En blinde rudfen, met het voorfchip dattet fteeckt: 
Des 't achterft van 't geweld der baren ftucken breeckt. 
Hier y eder nufen beft,wiefwemmen kon die fwomme. 
En de and'ren van he t wrack op planck en berders kommen 
Gedreven op de ftrandi fo dat tweehonderd man 

O z Enfefea- 



io8 DER ZEE-VAERT LOF, 

Enfefêntfeventigh,tot c s lijfs behoudingh,an 
Het eyland *Melite, belanden - } diens Maltefen 
4 Het eyland Melkt Hen fêer veel vriend'fchap en gedienftigheên bewefèn. 
werd nu Malta geheten, «Xvcrgifiiffcfcnijn, noch adders fcllebcct 

ende moet derhalven by Y i ö 1 ■ i_ \ j ^ i i . 1 t 

Maltefen de inwoonde- (Tot elcks verwonderinghj doen Paulum hier geen leed, 
rendeflelvé eylands ver- Hier Pauwelus geneeft veel fiecken ende krancken. 
^blyïJnfen , eenfecr Hier na dry maenden elck fijn huyfwaerd doet bedancken, 
oude en voortreffelijcke Voor herbergh en onthael j verfchepen met een kiel 
ftad m Sicilien. rjj e van fen winterlaegh in ' t kort daerna verviel 

c Rbegmm , een «ad , n f . t 

eertijds gheftaen op de Ter ree voor * byracuyi , en landen na dry dagen 
uyterfte hoeck van ita- Tot c Rhegium,en voort met fwoele zuyde vlagen 

lri:'S f cS;Tot i Puteolos ; hierreyftPaul„s m etderot 

teghen 't eyland Sicilien En honderd hoofdman af na Room, en e danckten God. 

over, is nu niet meer dan 
de plaetfe van te fien. 
d Tuteoh, is een fèer 

oude ftad inde Provincie m At Nero onder des ter fchipvaert heeft bedreven* 

Campania Feiix, ofte fo- VV T it i • /•• i r i 

men <t nu heet in Terra ls onvertelbaer, want daerniets ahs ghetchreven. 
diL*voro, alwaerdezee Al ruft hy dickwijlstoe, noytworter yetsvolbrochtj 
een inbocht heeft, ghe- Befonder dat hy eens / Achayen heeft befocht. 

naemt Smits Tmeola- r . i 7 i n i 11 11 

nuit fcn doenmaelsonderitaen, de enghtedoor te delven 

e Paulus, na gedane rey- Vanilfthmos , dat (of fchoonhy met fijn handen fèlve 

*££X*z£ Steeckt Ct eerft de fchu P in de acrd ') blj j ft le ss hen °™<>l' 

pel voor alle zeevarende ïïiaeckt : , 

perfonen , wanneer hen ^jjj }sj ero we d er0 m in 't vaderland gheraeckt. 

God van groote en lange ~ , , • 1 1 x * jrj 1 

(niet min van ghemeene En n^maels onderwind dat nawMegeer derf dencken, 
en korte reyfen) thuys Door h fchipvaert aengeleyd fijn moeder te verdrencken. 

wefen!* ' danCkb3€r tC Maei ' f ° detl V0S te fwack <C bedr °g h niet U Y tcn kan > 

n'gii. nb.2. o£neiL So voerd men met geweld de leeuwen in 't gefpan. 
Dij {fi qua eft ccelo pk- £j et j^ft nu wat ^ w j| . c t ver dichte lack geweven 

Pe%ïï*?tF««"iïg»«, In 'tfchellemachtigh breyn, roofd Agrippinam 't leven. 

& pramia reddant Op defèn tijger ftuyt het C^farlij ck gedacht, 
De f lt *Aoha a b p £0 i _ Diens bloed-bevleckte hand fichfelfs om 't leven bracht. 

meus Hellas, ende nu Li- 

vadia genaemt, een groot landfehap in Grecien. g Iïihmot , is den enghen hals van Peloponefèn," 

nu Morea ghenaemt , daer de ftadt Corinthus leyd. h Nero by fich fèlven overlegghende , om fijn 

moeder van kant te helpen, ontbloot delëlve van hare krijghs-wachten , ende allengf kens oock van hare vrien- 
den,haer befehuldigende van verraed teghens hem; maeckt Anicetum den Admirael van Mifenen uyt,om door 
middel van een loos fêhip, 'twelck in 't water komende van een (budefloopen,haer ommete brenghen; maet 
fulcks mifluckt ; waer over hy den Anicetum verwillight, om met den fwaerde haer te dooden, het welck alfö 
volbracht zijnde , doet hy een Hechte uytvaert over haer. Endt is aho het fèlve valfch , dat fommighe hier van 
verderen , dat hy haer fbude hebben doen opfnijden , om de plaetfen te fien daer hy van haer ontfanghen en 
ghedraghen isgheweeft, 'twelck fy fchijnen te befluytenuyt de woorden die Agrippina (prack teghen den 
moordenaer, die haer aenviel om te dooden , hem haren buyck daer biedende, fègghende : P'entrem feri. Als 
of fy wilde fegghen,dat hy dien buyck flaen foude,dicfulckeen monftruum voortgheteeld baddc. 

Hier 



DERDE BOECK. 1 iop 

O Ierland mijn Mu(a acn uyt Thetis blawe baren $ 

Terwijlen 'tRoomfcherijckfïchruftop vier pilaren. 
Dier twee Italien tot malkander kanten in; 
Want A Ottho alder-eerft, flaet b Galbam, in c t begin 
Sijns Keyferrijcks, terwijl dat c Aulus fich bereyden, 
In Duytfchland^n het heyr van Ottho nederleyden. 
Het * quaet fijn meefter loond : want (b hy voorgedaen, 
Hem nu alhier gefchied> terwijl d Vefpafiaen 
In c t Ioodfche oorlogh, van fen hey rkracht werd verheven 
Tot Keyfèr , en den naem Auguftus hem ghegeven. 
Terwijl deflelven e foon , de RoomfcheKeyfer-moord 
Van Galba > in de ftad Corinthus heeft ghehoord, 
En daerom wederkeerd ; die anders voorghenomen 
Hadd' Galbam in fijn ftaet, eer biedighlijck, tot Romen 
Te wenichen bly gheluck $ maer komt als onverwacht 
In Syrien , en heeft dees tijdingh eerft ghebracht, 
Sen vader, dien hy vind metKeyfèrlijckeeere, 
Verfëlfchapmet ghevolgh van de aldergrootfte Heeren, 
Raeds-plegende te gaer,om hem als Keyfèrs foon, 
Te ftellen, in de plaets fijn c s vaders, om de loon 
Te brengen onder c t jock: op dat Vefpafianus 
Terwijlen buytens lands, door hulp van f Mucianus 
Sen rijck beveflighde : om des te meer gheweld, 
Te brenghen teghen ( t heyr Vitellij te veld. 
Daerom dat Muciaen , fijn benden doetvertrecken, 
De naefte weghen , die door minder Afien ftrecken, 
Na de enghte ^Bofphorusjhierfcheepthy al fen macht 
Ter overvaert : op dat hy Thraciam bevraght 
Met wapens, en beveeld h Bizantiumfèn fchepen 
Te mannen, na den eyfch,met krij gers, die gellepen 
Op * Tiphijs konfte/ twelck ghedaen,(b treckt hy voort 
Door ' l Servien , en ruft: fich aen den oever boord 
Der * Adriatfcher zee, alwaer dat oock fijn kielen 
Te reede voor de ftad 'Dyrrachium vervielen. 
Terwijlen fo verklaert fich w Primus voor denRaed 
Veipafiaenfchj hoewel met Muciaen in haet 
Hy dapperliijck bevecht, Vitellij meèd'genoten. 
Daerop verkofenbeyd' de Keyferlijcke vloten 
De Flaviaenfche zijd'; want 'Baflïis overmand 
Die van ?Ravenna>om c t ViteHiaenfch verband 



w Hier by moet verftaen worden de zijde van Vefpafianus. 



telli,fo tot Ravenna lagh. p 

diole, anders Romagna ghetiaemt. 



Anno Mvndi 

4034. 
Anno Salut. 72. 

a Salviia Ottho Key- 
fèr na 

b Servius Cjalbtt 
mede Keyfèr* 
c AhIm Vitcllius Keyfèr* 
t Sucpe in magiftrum fce- 
lera rediermt JtlA. Seneca 
in Tbjeff. 

d Domitim FUv'ms 
VeïfxtfiMHS Roomfcli 
Keyfèr. 

e Titus Flavitts Feipd- 
fianus , Keyfeï na fijn va- 
der. 

fAfucianusJandvooght 
van Syrien,houd de zijde 
van Vefpafianus. 

g BoSfborm enghte,' 
is de zee fo Thracien, nu 
Roman ien van Afien 
fcheyd. 

b Bizantium, nu Con- 
ftantinopolen geheeten. 
t De konft der zeevaert 
werd alfoo ghenoemt na 
de Argo-nautus Tiphijs, 
gelijck daer van den Poet 
feyd; Ars tua Tipbij.jaceC 
fi non fit in aquore flvffus» 

i Servien^een landfchap 
in Grecien, eertijds over- 
Myfiën genaemt , pa'en- 
de in 't zuydweft aen de 
GolfFo van Venetien, in't 
weften aen Dalmatien,in 
't noorden aen de reviere 
Danubius ofte Donaw, 
in 't zuyden aen Mace- 
donien &c. 

j^ Adnatifcke zee, ofte* 
de GolfFo van Venetien. 
/ IJyrracbium , een 
oude ftad , nu Durazzo 
genaemt inMacedonien» 
aen de GolfFo van Vene- 
tien. 

m Antonim Primus 
kieft de zijde van Vefpa- 
fianus , neemt eerft den 
oorlogh tegen de mede- 
ftanders va Vitellius aen, 
is een kloeckmoedigh 
krijghfman. 
o Baffus , overfte Admirael der vlote Vi- 
Ravenna, een oude voortrefFelijcke ftad in Italien,inde Provincie Roman- 

O z Te laten 



iio DER ZEE-VAERT LOF, 

ftad^Sard'j^niet Te laten flippen i dit heeft Cxcina verftanden, 

vecrvan Mantua , aen de Die met fen heyr terftond (in vriendfchapfèn vyanden) 

revjere Padus in Italien ${h aenbied < twelc k ontdeckt af* <t vijfde legioen; 
b FaventiMs , een J _ , J a > 

hoofdman ViteiHjjvan de Die voort in boeyens (om deeslchande te verhoen) 
Mifenfche vlote. j_j em {] uv ten . niettemin, flaet Primus by " Cremoae 

c Mifene , een Itad TT . .... > i_- n •• j j _i r 

met een zee-haven aen Vitcllij Leger op; bier ftrijdende, denione 

de Thyrrheneefche zee, (Maer niet met kennis) flaet fijn eygeln vader dood. 

in de Provmcie Italië, nu N d f f begeeft de *Faventijnfche vloot 

Terra di Lavoro gne- ' r o J ... ■ 

naemt. (Die tot c Milene lagh) iich mede tot de zijde 

d Den Keyfer Aulus Vefpafiani , des Vitellius, te ontglijden 

Vitellius werd leer fchan- ~ £ -it r- t •♦ 1 j „ 1_ L- 

delijcke van de krijghs- Begintde hoop fijn's njeks , en werd na groot ghevecht, 
knechten getyrannüeert (Tot ftads verwoeftingh) fèer moordadigh ^neergeleght. 
ende omghebracht , foo D Vefpafiaen , 't gefchende weer vergoden. 

Corn.Tactt. in fijn ver- T r t in--/* f jtj 

teiimgen der Romeypfche T'wijlTitus , oorloght met de itijr-gebreynde loden. 
gbefchiedgnijfen m *t 3 > Dier moetwil dat hy toomt,en morfeld gantfeh tot gruys 
cTsóf*"! 1 '* ° P nS ' Ierufalemsgebowjenkomtverwinlijckt'huys. 

e Dit zijn de weghen Dies voegt mijn Callioop, haer fluytveers,tot waerderingh 
tothetKeyferHjcke P^ Der zee-vaert, endefeght, de Csefarlijckeneringh 

f Trajanus , eer hy In de oorlogh,nimmermeer,bepeyrlden lawer-krans: 
noch Keyfer werd , be- Qf zee en fchipvaerts lof , gaf eerft de water-glans. 

dwinght Daciam, anders L 

Denemarcken,en brengt 111 

Duytfchland wederom TT7 Ant de edelheyd door deugnd' en dapperheyd verkre- 
in fijnen ouden ftand, vv Veel reeder dan 'tgeflach^de'Palatijnfcheweffenfgen, 

derhalven den Poet la- . ° r CT - . /• 1 ° vo 

venalis in fijn feite Saty- Ten throne treden m, fjo m m € t i rajanjebegout 

llfekJdc ] Z % t^ (jermanmeus verbeeld, en Dacicusbefchowt. 
daer in fijn figure ofte Die Vlpiusvoor 's hands door daden heeft ontfangen. 
Ce'dit vee^^ Terwi j' g Domitiaen de vliegen op gaet vangen. 
Dackm & fenpto ra- En * Nerva, deughdelijck, denCsefarlijckenftaf 
Mat Germamem atffo. Beheerden,diens gefagh hy na hem overgaf 
Anno Mvndi ^ en d e f en * Spaenfchen Prins, die de eerfte is (een geboren 

4o4J- Wtlander) tot de waerd' des Keyferdoms verkoren. 
AnnoSalut. 83. rjj e verbeyd'devloên,den^DonauenEuphraet, 

D omitiani. ^ en over t oc ht fij ns heyrkrachts, fteenebruggen flaet. 
Anno Salut. 00. rjj e ooc k de roode zee, rond-om 'Arabien boeghde, 

Nerva?. £ n j oor j en Qcean met fhege kielen ploeghde, 

Anno 100. des Totdaerdeblanck'Euphraatmet^Thetisfich vermenght. 
Trajani. r . 6 

g Flavius Domitianus, Keyfer zijnde, een fóne Vefpafiani, ende een broeder Titi,flaet uyt den ghefljchte in 
boof heyd, was veel tijds alleenigh,en vingh dan vliegen, die hy meteen priem doorftack,daerom als op een tijd 
eener vrae»hde, wie by den Keylèr in 't Paleys was,wierde hem geantwoord, niet een vliegh. t Cocceius 
Nerva Keyfer ,uyt (eer edelen gheflachte geboren,neemt tegen fijn danck het Keyferdom aen. i Vlpitts 

Nerva Trajanm Keyfer, geboren uyt de ftad Italica in Spangien, van Raedf heeren geflaehte,is de eerfte Keyfer 
die een vremdelinck ofte uytlander was. ^ Hy heeft over de reviere Euphrates, infbnderheyd over den 

Donaw,een geweldige fteene-brugge laten maken, / Arabic »,anders Ayaman genaemt. mTbetisdz 

moeder der wateren ofte de groote zee. 

Daer 



DERDE BOECK. ttt 

Dacr oockhct ftorm-geblaes in doods pcrijckcl brenght 

Dien overbraven Prins j ten waer dat hem 't verander 

Des weders had ontfet; Co dat hy Alexander 

De Groote hier gedenckt, en heylighde diens ziel. 

Daer by geval een wel- gerufte vloot verviel 

[Die om haer koopmanfehap na Indien wild 5 ] te reede. 

Daerhoorende van c slandsen vollicks vremdigheden, 

Beklaeght hy de ouderdom; niet dat hem die verdriet: 

Maer datfè hem beneemt de krachten, en verbied 

Hem fchipvaert te onder ftaen, om tot de laefte enden 

Des aerdrijeks (datmen noyt tot noch toe niet bekenden) Hjckte doen 

Te fchepen, niet alleen, uyt nieuwigheyd, aldaer: 

Maer , om te breyden uyt den Roomfchen Adelaer 

Sijn vlercken,en beflaen beyd'" ftruyflen ende tijgers; 

Ia,toonen,datter niets voor afgerech te krijgers 

O nmoghlijck b zy te doen 5 defe heeft fen c mfters foon 

Als erfgenaem desrijcks,deRoomfche lawer-kroon 

Na hem op c t hoofd gefet^ die als een dapper Keyfer 

Sen voorfaet is gevolght; een over-werelds reyfer 

Tot r s rij cks vermeerderingh, die over zee te fcheep 

In Engelland beland, enfcheydderBarb'renftreep 

Van c t Bondgen ootfeh gebied ,met groote fte ene muuren; c <> » 

Diens boegen wederom de pekelbaren fchuuren e *"*" ' nu Atach 

Tot op de Franfche kuft,van daer na Africa, 

En dempt der ^Mauren twift,en fcheept terftond daerna 

In Afien, en dwinght de oproerigheyd der c Parthen. 

Maer in fen t'huyfvaert, om de * wis-kunft te beharten 

Heen na Sicilien zeyld , op dat hy ondervon 

Den op enonderganckderfterrenendefbn. 

Maer fo der twift ontftaet by de overwonnen loden: Molf"^ * de Wet 

Hy derwaertsvaert, cnheefthaerf Manlidsfnee verboden. g Turba medkoyum 

Rey ft door Arabien, tot in i£gy pten, vierd ?$*<$** re i ew - 

Pompeius uytvaert daer , en fijn begravingh cierd bimduu" "'^* 

Met Keyfèrlijcke prael; Wel (fcght hy) is 't gebeente **4* comes i $&**'> 

Diens grooten mansgehuyft infulc\een naw gejieente. 

Maer doe in hem de ziel fèns levens deur ontfloot, 
Seght hy, * der Artïïen veelheyd doen den Trim de dood. 

Maer ghy * mijn zieltje die dit lichaemplaght teleyden, 
Dat u omvangen heeft, «tfchijnt dat wy fpllen fchey den, 
Ghy om een fchraelder woonft,des fal u (èhotfe hoon, 
My niet befchimpen meer,gelijckge waert gewoon. 



a By ftruyflen ende 
tijghers werd Africa en 
Afia verftaen. 

b Defeonmogelijck* 
heydmoet verftaen wer- 
den in krijghs-faken,ofte 
doen dat met den fwaer- 
de verrecht moet wer- 
den, ende by de onerva- 
rene onmog'Iijck fchijnt, 
is de afgerechte moghe- 



Anno 119. 

c T.ts£litts 9s4dri(tnH$ 
Keyfèr , des Trajani fu- 
fters fbne, geboren in de 
Italianfche landfehap Pi- 
cenu, nu Marcha de An- 
cona genaemt,in een fte- 
deken gbeheeten Adria, 
daer van de Adriatifche 
zee haren naem heeft. 

d Mauren , zijn de 
tolckeré Africe des land- 
fchaps Mauritanie,dat nu 
het koninckrijck Maroc- 



genaemt. 

* Wis-kunft fullen 
fömmige Duytfchen be- 
ter met bet woordeken 
jiftrohgM 9 dkt Afoono- 
mia verftaen , dat maer 
een gedeelte der mathe- 
matica ofte wis-kunft is. 

ƒ Manlids fnee,ofte 



J3>u£ trnnc abibis in lo ca. 
Wt dele laetfte reden 
des Keyfèrs Adriani te- 
gens de ziele , foude men 
befluyten , dat hy by fijn 
leven een gheduyrighen 
(èlfs-ftrijd ghehad heeft, 
ende dat fijnen inwendi- 
gen geeft fijne uytwendi- 
ge daden dickwiUtebe- 
(potten plagh, 



Met dies 



u* DER ZEE-VAERT LOF, 

A \Jt ïvi ^* ^ es verv K e ght de geeft ; terftond uy t edlen bloede 

ANNO MVNDI Senaengenomen^foon (die toegenaemt de goede) 
4102. «Tgebiedin handen neemt, en Princelijckregeerd. 

T° TiL^L Tetwï ) 1 *Aureliusdewerelds-wijfheydleerd. 
Keyfer , eet font Aurdi Die (doen de c Parcen deên den Antoninum treden 
Fuivi,Burgemeeftertot Voorgaender Keyfèren pad) c s rijcks Aed'ler heeft be- 
Romen * fchreden 

b Marcm tAntoninus , v ■ . , r . c 

t^Hreiim Keyfer , een Die in weliprekentheydmet Hemels breyn begaert, 
fone Annei Veri, Schout (Tot de edele natuyr) veer boven Ca^fars draeft. 

c 7W«, zijn de dry Het lof der koopvaert was by hem in waerd' gherefèn : 
fatale fufters,die de Poë (Maer ^Cincinatum heeft hy dit ghewin mifprefen, 
tenfabulere,datdemen- Die waer der ampt verftiet,alleenigh om 'tbejagh 

lcben op haren beftem- . *,. 1 1 j rl. 1 • L 

denfterfdagh 'tievenne- Desnjckdomsj die* voltreckt,dat wijl neyd niet vermagn. 



men. 



Anno Salut.1^2. HT Erwiil heeft 'Pertinaxfen edelheyd doen bloeyen; 

d Cincinarm , een -*- •*-!• 1111/ 1 1 r 

Boomfch edelman \ ver- Niet uvt den bloede , (want de wereken meer verfoeyen 
laet fijnen heerfchenden Dan't Keyferlijckghefagh, den * Commodum verheft) 
to daer in hemden Maer in man h a fte deughd', die <twit der eelheyd treft. 

Keyfer gelet hadde,ende . T « 1t «1111 i s n 11 

treckt tot Capua om Hy ieerd het oorlogh beyd' te land en fcheep beleggen ; 
koopmanfehap te doen; Weet oock wat Admiraelen Veldheer is te feggen. 
Sraft^nie^'de hande- Heeft al de rijcken, meeft (die onder c t Roomfche ftaen) 
lingh ter zee verachten- Doortoghen en befeyld , voor hy <tenle/len,aen 
de , maer de gierigheyd Deffèlfs beheerfchingh komt j maer, fo hy dood geflagen, 

Cincinati , die fich niet ,, f ni • j 1 „ \ c J 

met het fijne verghe- werd den .frneeltbiedenden,£ verkort, en opgedragen 
noeghde, maer na meer- De Keyferlijcke waerd', van c t aengeteelde cjuaet 
t W iw!s^r.j./^/. Dertrouweloofheyd , die tenleften weer verflaet 

Ommsenimres Denkooper,en verkieft- Severum,diefichheldigh 
Vmus frmajemsjtvi- \ u burger-krijphen,en te vvand een gheweldigh 

»a y humanaÓL pulchns TT P 1 r 1 1 ▼-! n r 

Divitijs pannt. verwin naer neert betoond; maerte*Eboracumiterft: 

Anno 181& 194. Des ^Bafliaenfenfoon des vaders plaets beërft. 

e t/Eims fvüimx Maer gantfeh onwaerdelijck, va vaders deughd' verbaftert. 
§MSX D " hem ' Opiliusomfijnerondeughdlaftert 
opghetrocVen, fijn vader Diens eygen ondeughd fèlf s fen voorfaet overtreft: 

W n UCCefrUS *** *° En Ke Y fer zi J nde [ aIs men m Varius verheft, 

^fimmodtu, Keyfer, Ter felver hoogheyd] inBithinien laetfen leven. 
M. Aureli fone. Wat Varius belanght ? is fo gantfeh overgeven 

fDidius Itilianus Kev- t» •! J ^ 1_ 1 r\ r 1 1 

fer , vanBurghemeefter- Tot moetwil, dat hy meer een wond er-fchepfel,dan 

lijeken gheflachte, koopt 

hetKeyferrijckvandekrijghfluyden. g CUudümtts. Emitttrfok virrute potefta*. h Severus Key- 

fer, eenes Roomfchen edelmans fbne,gheboren tot Lepti,een ftad in Aphrica. i Eboracnnt, nu Torke,eer- 
tijds een machtige konincklijcke ftad in Engelland. £, *JM. Antomnus Baflianus Keyfer des voorgaen- 

den Severi fone. / Opilitts Macnntts Keyfer, een flecht onedel perfoon, die fijn ouders niet en weet, 

otte ghekend heeft. m M. Antoninm Farittf, toeghenaemt HdiogabalHS^zyfafa* voornoemdea 

Bafliani foon, meer een monfter dan een menfèh ghelijck,in fijn leven, 

Een red- 



DERDE BOECK. 113 

Een redlijck menfch geleeck, en werd dacr over van a ^i^^dtr Am* 

Senkrijjgs-heyr omgebracht.Na defen komt een fchrander 0» Severm Keyfer , des 
Vernuftighdeughd1ijckPrins,(geheetcn«Alexander) "fC^Vt" 
Ter heerfchinghjdie belaeght fen vy and dapperlijck Keyfer, ge borë uyt Thra- 

Te water en te land , vermeerderende c t riick. cicr Iand » y an ^f_ erfcbe 

t^ 1 r ï t> r t» t_ ouders , die felrs een 

En heeft den Periiacn en Parther overwonnen, fchaepherder geweeft is, 

Tot dat hem oock de dood in Vranckrijck heeft verflonnë. maer om fijn groote 

fterckte en raddigheyd 

M« t An-»i / i« t r 1 1 1 des Üchaems in den oof- 

E t werd den grooten * Thrax (die op 't Arcadilch veld iogh,gevorderd tot amp- 

Defchapë eertijds hoedelin'tRoomfch gebied gefteld. ten en bedieninghen, dat 

-km "ij 1 1 ul „ i_ r i j hyten leften oock tot de 

Maer wijl door domme-kracht en grove c boerfche zeden, Keyferlijcke eeregheko- 

Hy <t field op tyranny,*begeven hem de leden men is. 

Des Roomfchen Keyfer- rij cks, en kiefen Gordiaen, c . if ritas odlHm Sa " 

\JtJf J C- CA' r> II' v«%beU*mQvet. 

Midigaders lijnen loon, die van Cappelliaen * Alfo Keyfer m*. 

In Africa ghedood zij n,werd des tweeden d fone «■"* in groufame 

Ia'tC^farlijckeamptghcwaerdigktotdekroone SE^E* 

Sijns vaders* die (hoewel noch jonck vanjaren) ftracx krijghs-heyrenaiienfkens 

Sich opmaeckt, en verflaet den wreeden boerfchen Thrax. beginne af te vallen, ge- 
'Ten leed niet langh,or hem werd mede on derkroopen krijghs- macht hem af- 
De opper-heerfchappyj de poort des rijcks gaet open. fao&t , en verkoren ee- 

.Philippus (alhoewel van vremd en ongheacht ™ g ££ t£ï2C 

Gedachte) treed daer in, en neemt de hooghfte macht, tentigh jaren) ten Keyfer 
Door fchijndeucht die hy veynft: maer heeft die grijns ver- endefijnfoon Gordianus 

f i J ' ° J tot herrij'twelck den raed 

ICnOVen, van Romen fêer wel be- 

En (chuyl tfè namaels met aen Chriftum te f gelooven : Tiele 1 maer Cappdüanus 

Ontfangtdoor'sBi&hopsraed^^ 

Maer end tot £ Dietnchs Bern m 't veld des levens loop. op (om het ofar-rijck 

aen hem te brenghen) en 

T flaet den jongen Gordia- 

'wijrDecius,doordwangh desvoluks,moeft aenvaerden nus dood, brenght den 

De Keyferlijcke naem, en datelijck de waerde jg» ^^^ 

Tot Room befetenheeft; deelhebbende in fen hand verhanght. 
De overwinningh, van de ' Scythen neven *'t ftrand d Gordianus Keyfer, 

Euxini,wcrd verraen, door iGalIus,die ontdeckten %£**££!! "' 

Den vyand 's Keyfërs raed , die voort fen wiecken reckten, Anno Mvndi 
En c tRoomfche heyr verfloegfydë Keyfer met een fpronck, 4209. 

Vlieght van den oever in de maelftroom en verdronck. Anno Salut. 147. 

e M.JhIIhs Phihpptts 
Keyfèr,geboren van flechte ouders in der ftad Voftris,anders Bofra,nu Bidumi genaemt,in<t fteenachtige Ara- 
bien. ƒ Den oudvader Origenes heeft hem door fèndbrieven tot den Cbriftelijckengheloove gebracht,ende 
is van den Roomfchen Biflchop Fabianus gedoopt met al'e fijn gefinde. g Dietnchs Bern is de ftad Verone 
inItalien,doorTheodoricus Veronenfis,koninckderQftrógotthen,ghefticht; by denDuyrfchen Ditrich van 
Bern. b < Z)(?««jiCr)'/«',vanvoornameouders,gheborentotB'-ibalo in Vngeren. i Scjthen t 

waren volckeren komende uytTartarijen en RufEen, door deMaeotifcheen Pont i(che x zee in Europa. 

^ gallm Keyfer Sip afkomfte isonbekend,ontdeckt den raed fijns voorfaets aen fijne vyanden_de Scythen, 
door welcke middel hy fich in <t Keyfèr-rijck ghedronghen heeft . 

P Daer op 



ii 4 DER ZEE-VAERT LOF, 

Anno 157. T^Aer op fich den verra^r de heerfchingh onderwonde. 

gewSt/^ En * vrije Roomfch ghebied ter dienftbaerheyd ver- 

Mauritania. DOtlde, 

t /^m nunquan Doof d Q 1 icx s cy thë,flechts uyt luft tot heerfchappy,- 
s*». *» Medea. Tot dat 4 ^Emihaen de Romers maeckten vry 

b raierianvt , Keyfer y an Scy thfche dienftbaerheyd,daeromme hy Auguftus 
g m ebot £$*££. Van 't Legher werd verklaert • des Gallus feer ontrnft is, 
len gheflachte , was een En ruft fich tot hem op, maer * fneveld in den flagh. 
groot tyran der Chniten. Terwijl b Valedaen (die doein 'Rhetienlagh 
Anno Saint. 259. Daenvan fijn heyrkracht mee Roomfch Keyfer werd ver- 

c Rmt* , is het land ' J J .. .. . J , 

dat noch Swaven heet, So Jimihanusheyr dees tijdinghnu ter ooren (J<oren$ 

meteen ghedeeke van Ghekomen is, verflaenfy hun verkoren Heer, 

wXTden"!," «t En gaen Valedaen toevallen ,- des te meer 

noorden den Donaw, in Wijl binnen Room den (bon deffelven,werd verheven 

in ^"den^'ebèr 6 toe Tot mede-heerfcher ; des den vader fich begeven 

Alpes. Ten optocht heeft, en voerd fen heyren neffens hem, 

d s^or«, koninck in En valt in Perfènaen, denkoninck^Saporem. 
V Annof£T'i66 Hicr fchied ' ecn g root g ev echt,den Keyfer werd ellendigh 

° Den Keyfer Vaicria- Ter eew'ger vangenis gegrepen, ende fchendigh^ 
nus , als een flaefin Per^ Gedwongen (Room te fpijt) te knielen op de aerd' 
Hen ghevanghen zijnde Ter voet banck Saporis, wanneer hy klimt te paerd\ 

ende lijn loon den tijd *■ ~* • J L 

fijner regeringhe met 

flcmpé en dempen door- »-p Er wijl n a c t Keyfèr-rijck geweldigh werd gedongen,- 
fo^fnSS l Sodatfich'tfeffensinterheerfchappijedrongen 

rannen in't rijck tot Key- Wel e dertigh Keyfers , wijl Galienus in welluft 
fers opgheworpen ; maer Gefeten , niet gedenckt aen c s ri jcks gemeene ruft: 

even als vele ichepen in n ii_r' ij™ rii ri 

een naw gat met harde Maer itervende belpreeckt de Roomlcheheerfchappije 
ftorm malkander niet Den Ed'len ƒ Claudius,die doenmaels totPavijen 
oSteS H« konincklijckekleed werd l aengeboden met 
in den grondrijden ; fo Den naem Auguftus jheeft fich datelij ckgefet, 
hebben defe dertigh ty- Qm 'slands gemeenefaeck,voor o vervaLder rotten 

rannen malkander mede /e . tr t r. t < 1 **» t \ 

tonder ghebracht, de na- g (Sarmaters,t iaemgerocht van Scythen ende Gotthen) 
men der feiver zijn defe: Te hoeden, en meteen c t bowvallige gefagh, 
vS 1 ^^^ Terechten °P> geüjckhetby de C*farsplagh. 
lutj>oft^^ (ter zee) te vyand wielen 

humus Iunior , Lol- Dan oyt voor hem gedaen,van tweemael duyfènd kielen. 

Iianus , Theodatus, 

Vi&oria Muiier , Vi&orinus , Victorinus Iunior, Marius Faber, Tetricus , Tctricus Iunior, 
Zenobia Muiier, Odenatus Palmirenus, Meonius, Herodes , Balifta , Herennianus, Thimo- 
laus, Regillianus, Ingenuus, Trebellianus,^milianus,Celfus,Cyriades,Saturninus,^lianus. 

Hebbe dele alhier ghefteld , orame of den Lefer luft hadde, om Sextus Aurelius, Orofius, Eutropius, ofte den 
Grieckfchen Mnnnick Zenoras te lefèn, omme die te gevoeghlijcker te vinden, ƒ FLvius Clatidim Keyfer, 
van af komfte uyt Dalmatien, uyt den feer edelen gedachte Claudia. g Sarmati , waren Polacken en 

RulTen; Scythen waren mede Rullen aen d'ander zijde des Tanays ofte Don. Gotthen waren volckeren gheko- 
men uyt Gotland , ende voort volckeren woonende aen de Baltifche zee. 

En treft 



a Hellas ,\s Thracien, 



DERDE BOECK: ÏÏj 

En treft de Scythen aen by * Hellas fchorre-ftr and; 

Haer wiecken maeckt hy vlugh',haer fchepen hy verbrand, dat nu Romanijen heet.' 

b De Scytifche volc- 
ken hadden al voorhenen 
de eylanden Candien, an- 
ders Cféta , infghelijcks 
Rhodus enCyprus,voor- 
ghenomen te overvallen 
met macht Van fchepen. 

Anno Mvndi 



Vervolghtfe land-waert op, verjaeghtfe en verflaetfè. 
Befetfe in woelt geberght,in wilde en euniere plaetfen. 
Alwaer 's in ongemack, van hongers-nood enpeft 
Vergaen; des Claudius verlaet dit naar geweft, 
Ter Scythen kerrikhof,en laet fen fchepen varen 
Na Creten, Cyprus, om de eylanden te bewaren 
Voor dit Barbariich volck, dat tot den roof geneyght, 
Voor langh met b overval dees kuften hadd' ghedreyght. 



4*37- 
Salut. 17 j. 

c Brand-fieckt , anders 
pefte, een dochtervan 
Bellone. 

cl Van 't fterven defes 
Keyfèrs werd gefeyd, dat 
alio men der Sybillen 
boecken ende prophe- 
cije onderfochte van we- 
gen der groote fterfte die 
doen in Italien was , der 
Goden befluyt , ter uyt- 
komfte,te wetemdatmen 
gevonden foude hebben, 



TyT A defes oorloghs end,de c brand-fieckt (ten verderve 

Italië opgeblaeckt) denKeyfer mee doet ^ftervenj 
Die op fijn ' broeder f t Roomfchgefagh beruften laet: 
Maer 't vollick onder des verheft tot defen ftaet 
ƒ Aurelianus , die de meefte macht ter weyr bracht, 
Des fich Quintilius te fwack kend, om diens heyrkracht 
Te wederftaen,en doet fich haeftfgh ader flaen, 
En tapt het leven uyt ; (b dat Aureliaen 

Sijnvromigheyd,vermengtmetwreedheyd,terregeringh,dat by aidien de voor 
AÏleenigh meefter is. Doen heeft me's ri jcks vermeerineh naemftet*rfoon vanRo- 

O . J o men,iicn leirs ghewillign 

Den vromen.? Tacitus, gewaerdight en verlocht. ter dood begaf, dat aif- 

Diens^ broeder na fen dood het weyg're dwaefheyt docht, dan de pefte ophouden 

En dringht fich felven in, maer,foomen hoord' gewagen ££ $££&£. 

Dat ' Probus Keyfèr was, werd hy tcrflond verflagen. 

DesyederProbe heyl by defèn Probus vind: 

Want Probus anders niet dan Probitas bemind. 

Hoewel fen krijgers hem ^.Improbitas bewefen, 

Heeft l Carus Probe ftraf de moordenaers doen vreefèn. 

Dien Carus,met fijn foon, treckt over m Ctefiphon 

Ten Perfer oorlogh , daer den blixem overwon 

Sen leven,des fijn » foon bekleed des vaders ftede : 

Maer ° Clotho doet hem haeft den (elven pad in treden. 



meene beft fijn leven op- 
geoffert hebben, derhai- 
ven hem de Romeynen 
eé guldene colomne,met 
eenen gulden fchild , tei 
eeren fouden opghericht 
hebben. 

e Quintilius Keyfer, 
broeder des Flavij Clau- 
dij. 

ƒ Aurelianus Keyiër, 
eenesRoomfchen raedf- 
heeren-Ackermans fone. 

Anno Salut. 281. 

g T.Annius Tacitus 
Keyfer,men feyd uyt den 
geflachte CornelijTacitï, 

weygerde het Key(èr-rijck,overmids fijn ouderdom,maer werd gedrongen het fèlve te aenvaerden. h M.An- 
mta Florianm des vorigen broeder,aenbood fich felvë na fijn broeders dood ten Keyfèr,heerfchten maer twee 
maenden. * Fr obus Keyfer,geboortigh van Syrmio,een ftad in Pannonien,nu Vngeren,uyt raedf heeren ge- 
flachtei'T'r^j is op duytfch te feggen vroom, gerecht ; Probitas billickheyd ofte gerechtigheyd jPro^,dat recht 
is. ^ Improbitas, onvromigheyd,want fy brochten hem om 't leven. / C arus ^ e y^ er 5 een edel 

Romeyn. m Ctefiphon, een ftad in Parthia legghende,daer den Tigris en Euphraat fich van malkander 

fcheyden. n Numerianus, Cari fone. o Clotho , een van de dry Parcen, ofte fatale fufters.die 

de Poëten fabuleren,dat den menfche den draed des levens affhijd. p Tfiocletianus Keyfèr,gheboor- 

tigh uyt Salona in Dalmatien,van fleehte ouders. 

P 2 In alle 



"KJ V PDiocletiaender Chriftenen Tyran, 

Auguftus werd verklaerd 5 t'wijl de oproer dapper an 



*ito#k.jötó.%*< DER ZEE-VAERT LOF, 

mmm HercnieHs Key- i n a u e landen grocyd , des hy tot hem een * tweeder 

Ier, was een wreed boe- «i * r i •• i • n. j i r i_ i 

rifch menfch 3g eboorti g h Ter heerfchappije kielt, dees leggen vayligh neder 
uyt Vngeren, diens ou- De mifverftanden, daerop met de ontfcheede macht, 
XZ % dt ianl Sy ^ gantfeh bewoonde aerdrijck hebben 't faem gebracht 
vooghtjmaer hy hem tot In eenen lawer-krans. Dees beyde aldus verheven, 




AnnoSalut. 310. Niet meer vertrouwen dorft)^ Galerio beval 

b Gaiertu Maximia- <T gedeelte fij nes rijcks. Daerom oock fij n gefelle 
SS£ V gheb n r n Maximiaen beraemd • Conftantium te ftellen 

Dacianpenf is van Hechte . r ., . 

ouders, heeft aidaereen Voorhem in c t Keyier-ampt: maer deieknjght berow. 
koeherdef g eweeft,maer T'wijl Diocletiaen leefd by den acker-bow, 

nu 10 hoogh gheklom- t« i s-* i » i a r r l. •• i 

men, dat hyd! dochter En laet Galermmde Afiatfcherijcken 

Diocletiani krijght ende Met Grieckenland ,* dus word Conftantius Afrijcken 

Ke ^ w ? d# . „ r Met Vranckrijck, Spanden en Italien toegeleyd. 

e ffmftantuu Keyfer, , J i r l r n t_ i_ r ! J i i_ J 

geboren onderden Dar- Die weygh righ deler girt, Hechts met beicheydenheyd, 
daneren in over-Myfien, K.ieft Vranckri jck,voor fijn deel,met de aen gepaelde kuft& 

dat nu Servien heet , van r \ t j \ > %i i_ • j 1/1 

machtighe ouders j want En laet de d ander voor die meer gebiedens luiten. 

den Keyfer Fiavius ciau- So dat Galerius , e Licinium verkieft 

dm was fijns moeders Ten Ke y fer ne ffenshem ; terwijlen fo verlieft 

d 'confkmtius , om de -f Maxentius fên hoop; (èn voorflagh magh niet vloten. 
meefte ruft wille , is te Met heeft de kille dood, Conftantium doorfchoten, 
e"t" g dTnd^S I« * Engel-eyland , des den grooten* Conftantijn 
en laet de anderelanden, Moeft na hem in fijn plaets Monarch en Keyfer zijn. 

die hem toegheleyd wa- 



ren, varen. 
e Galerius 



kieft Lici- U Y neemt het oorlogh aen,en flaet de baftaerd vorften: 
nium een overfte der by- " Dier heyden afgod aen de leugen is geborften. 
g d ^' totfi J nenmede - Door dieneen * faligh Prins 'tbowvallighChriftendom 
5 f ^Maxemius, den (Met Keyferlijck gelagh) pylaert, en wederom 
fone des vorigen Keyfers yft Diocletiaens Chrifthatig-h bloed-vergieten, 

Maximiani , tracht oock — « « t vit ^>i «n 1 r 1 • 

om Keyfer te wefen, Een honderdvoudigh tal van Chrilten op doet lchieten. 
maer fijn rijck duyrde Hy bowd Byzantium,die fchier ter aerden plat 
StÉTSt; La H h neergefloopt en noemtfe' Conftantinusftad. 
feftejaer fijner regeringe Hy houd en vaft gelooft de K vindingh van fen Moeder, 
verfloegh. >_ Voor alle tegengift te wefen fijn behoeder. 

Anno Mvndi Ed werpteenChrifti'wond-ftifdndeonftuymezee, 
4274. 

Anno balut. 3 1 2. g Confiantintis Magnm Keyfèr,des Conftantij (bne, gheboren in Enghelland; by 
overwint de Keyfêren Galerius, Licinius en Maxentius. h Saligh is fo veel gefèyd als geluckigh. Pi Con- 

flantinopolis,'\s op duytfch te fegghen,Conftantinus ftad,eertijds Byzantium gheheeten. £, Men feyd dat 

fijn moeder Helena 't heylige kruysfoude gevonden hebben} daer op de Roomfche Chriften den heyligen dagh 
de Cruys-vindinge gefondeerd hebben, daer in hy een groot geloof föude gehad hebben. / Dat oock de dry 
nag'len deflelfs fijn moeder tot hem föude gebracht hebben, dier een hy aen den toom van fijn paerd ende oock 
een aen fijn heimet fbude gebonden hebben,tot een medecijn voor alle vergift en teghenfpoed,ende den derden 
inde zee foude geworpen hebben,om de baren hem daer mede onderdanigh te makenjmaer alfo het den Poëten 
gheorloft is te fabuleren, fo derf ick hier wat te vrypoftiger mede deurgacn. 

Enftild 



a Mefopotamut , hia 
Diarbech genaerat. 

b Tontus, nu Becfan- 
gial g^enaemt. 

c Ruymdranck ofte 
purgatie. 

d Nicomedia^eettiids 
eentreffèlijcke ftad in 't 
Pontifche rijck, nu meeft 
door de Grieckfche en 
Turckfche oorlogen ver- 
woeft. 



DËRDÈ BOECK. ii? 

En ftild de baren, die hy vaylighdes doorfhee, 

Met fchepen vol gewoels,van boots en oorloghs-knechten> 

Des nawlijcks tegen 't rijck fich vyand op derf rechten : 

Ontfiende Conftantijn, en fijn geduchte macht. 

Maer 1b hem de ouderdom ontreckt des lichaems kracht, 

Begint den Perfiaen (op 't wapen-punt) de Chriften 

" Mefbpotamiam te ontweldighen; hier miften 

Den Keyfer 't oud'geluck, vermidsfijn onbefcheyd 

Den vrede alder-eerft den Pers heeft opgefèyd. 

Des treckt hy c t harnas aen, den fabel uyt de fcheedej 

En wapent fchepen, daerfên heyris in getreden, 

Nietfonder hem, terftond met de anckers op de plecht, 

De zeylen uyt den band, des land de vlote recht 

I n b Ponten, daer den vorft, door 't warme bad fen leden 

Van de oude ftrammigheyd in meeningh is te ontkleeden e Te weten> c|Jt»l 

Voor fijn begonnen reys,en drincktdoor artften raed ttous , fimpns, en c*«- 

Een c ruym-dranckmetfenijn ghemenght door vrienden ^^ a J!f d 2 Keyrers# 

. J J o ö ƒ DesConftantinine- 

naet. ve,gehcQten DalmatiHS, 

Daer van tot d Nicomeed' hy end'iijck is gheftorven. 

En laet dry e fbnen (die tot heerfchappy verdorven, 

Met fijnen /neve) ' t rijck ; dees volght de voetftap na 

Sijns ooms, maer de ander dry gebroers, tot leyder fcha 

Vervallen door de twift $ Dalmatius den neve 

Werd in een loos allarm de moord-fteeck eerft gegeven. 

De broeders opgeftoockt tot vyand'lijcke haet: 

Door Arriaenfch l krackeel en nijdighpapen-cjuaet, 

Malkander gaen te keer , om alles te befpannen 

Ter hooghfterheerfchappy,waer onder der tyrannen 

Getal, den meefler maeckt,en de eerfte twee onterft 

Doordoodflagh; maer daerna Conftantius die fterft. 

En voor fen dood , befpreeckt fen Keyferlijcke ftede, 

De afvall'ge ^Iuliaen , die c t Chriftendom beftrede 

Met opgebeten fmaed; die na veel oorloghs rey ft 

Daer f t nood-lot hem de ziel des lichaems affcheyd eyfeht. des grooten Conftantini 

Dusfcheepthymachtigh heen na Afia, om de Parthen broeders fone; hywier- 

rr\'*. - r- l. ia. \ • , i i 11 den toeghenaemr deat- 

(Dit was ii]n hooghlte roem) in 't vlacke veld te tarten, valiighe, om dat hy voor 
Doen nu fen heyren aen den over oevers-kant ' heen Chriftum bekend 

Euphrates landen , fteeckt hy 't fcheeps-gevaerd' in brand: ^ ende daerna ver " 
En heeft der krijgers hoop tot vluchtë,gantfch verbroken. 
Nugaetetaen't gevecht, den Keyfèr werd doorftoken. 
De dood-fteeck hy gevoeld ,• nochtans de lafter-mond 
Roept, Galilee du winft, den Prins is dood ghewond. 



erft mede een ghedeelte 
in'tKeyfêrrijck. 

g Onder c t deckfèl van 
voorftand entegenftand 
der Arriaenlche kettery, 
werden de Keyferlijcke 
ghebroeders , door aen- 
porringe der nijdige pa- 
pen en biffchoppen , tot 
tweedracht gheftoockt, 
ende komen alfb alle om 
inden oorlogh, (ondes 
erfgenamen inde Keyfer- 
lijcke beiittinge te laten. 

Anno Mvndi 

4326. 
Salut. 364. 

h Inlianm Byz,antitts t 
Keyfer tot Conftantino- 
polenen Romen , was 



P3 



Daerna 



, ~ r . - ti8 DER ZEE-VAERT LOF, 

a IfivUnmKtyk^teti 

fone Varroniani , een jfj Aerna c t verltroydeneyr komt wederom te lamen. 
GravevanSegedunumin £ n ai uv i anum aeti in c svorigen ftede namen. 

°b & rSentianHs Key- Dit waseenChriftlijck Prins,die c toorlogh voerdenuyt. 
fer,zijnde een Hooftman £ n vrede met den Parth en Perfianen fluy t. 
de [ k m!:TmNkbia, Sterf infent'huyfvaert ,desdekeurelijckeftemmen 
ende oock' ifnjc ghe- b Valentianum,tot c Niceen, eendrachtigh ftemrnen 
memt,eertijds een voor- -r; ot Keyfersmiddelerwijl den ftrengenduytlchjbekncld 

name ftad in Bithinien, ' c --iijr <-P i t» ■ u 

datnuPurfienheet,daer DenFranlman, wijlden « baxen Schot den Britten queld. 
het treffelijcke ConciHü Den* Scyth / Pannonien terght, de Gotthen^ Romanyen 
SS^^Veiwoeftcn.dcsdevorfttothcmterhcerfchappije 
weeft. Sen broeder*' Valens (die tot de Arriaenfche 5e& 

Anno Salut. 367. De al-om gewetens dwinght) met Csefars lawer deckt. 
d Saxifche volcken Dees heerfcht na broeders dood dry iarë 't rijck alleenigh. 

waren fo tulichen de re- r T 111, ^> • j- r l\ 1 • 1. 

vieren dElveen de We- Hem volghde' Gratiaen,die met len < broeder,eenign 
fer woonden , defe fpan- En heyligh in c t ghebied uytmunte, door den raed 
v^ e e ae d n e E S „S„T n Van ' Theodof , die mee den KeyferHjcken ftaet 

e Dit waren Sarmati- Na deler dood pntfanght; dees leyd' len vyand neder 
fche Scythen, te weten, j n c t over-hemèlt veld, door f t ongeftuymigh weder 

nu die van PodoIié,Mol- TT 1 1 • • u r j j 1 r n. c 

davien en witte Rufllen. Van hagelend en inee; dat tot der boolen ltrat 

f Tannowen, nu Hon- Der Goden ve!dheer,voor fij n hey r tot by ftand gaf. 
ganjen. Sonu't beftemde perck fijns levens is verloopen: 

g Romanyen, eertijds j •• 1 / u J r 

Thracien , daer nu Con- Set hy depoort des rijcks len beyde lonen open. 
ftantinopel leyd. £> es ft e y m Arcadius fen fetel in het ooft. 

RomraCT fai ^e wefter- n Honorius in c t weft vervult fijn vaders krooft. 

Iche landen. 

nU£*Z*&ï A P ™ Arcadi r vooghtvaneer en eedve rgeten: 
^ vaUmiamuKc^st SenPnns,ter Go tthen krijgt», ompgeldswilmaeckt ge- 

tot Romen , zijn beyde beten* 

des eer en Va entiam o- y an meeningh, om het rijck doen vallen in de hand 
Anno Salut. 381. * Alarici, vermerckt men c t heymelijck verftand 

/ Tbeodoftw Keyfer, Deflelven, die het loon ontfanght van een verrader, 
uyt den ghcfladitc des Xerwijldat * Stilicon Honorij mede-rader, 

tCevlers i. raiani seboor - * J 

tigh , was tevoren een Met fijn vertrowde Prins den felven pad in flaet. 
vooght der twee Keyfe- Die weckt de r Alaners op en /Swaben, die hy raed, 

renGratianienValentia- L * 

ni, hem werd het rijck in 

't weften onderkroopen van eenen Eugenius,die door de Franfchen en haren hoofdman Arbogaftus aengeftijft, 

die oock voor hem te velde; komen,tnaer van God en den Keyfer overwonnen en verflagen werden^daer op den 

Poet Claudianus dit veerfken gepaft heeft; O! nimium Meüe Deo 3 cuifundit ab antm y ^Alolm armatas acies^ui 

mïlitat <zther,Et conjwativenimtadclajftcavetiti. m Arcadini, Keyfer in't ooften. n Honoritu, 

Keyfer in c t weften, o Rnffimu GaUictu genaemt. p Impulit amemes, auritfc cupidine c&cos 

Ire fitper gladios , (upertfe cadavera patrum, 
Et cafos calcare dttces. Lucan.lib.7 .bel.civil. 
9 -^/*n««,koninckderGotthenr t Stiliconyfen vooght Honorij,van af komft een Wandael. r Alaners, 
anders Alami^nztmt, waren volcken uyt Sarmatien,dat nu Ruffien heet, uyt de Provincie Severia en Rbezan. 
ƒ Swaven, waren de volckeren die noch huyden ten dage Swaven h«eten ; maer hebben doen ter tijd hare land- 
palen wijder uytgebreyd,dan rw Swaben-tond is. 

Ten 



DERDE BOE CK: n 9 

Ten Italiaenfchen roof jdaer toe hy oock de Wandalen, 

Met den * Borgondiershitft, en meent het (b te handelen: 

Op dat hy in c t gevaer des oorloghs^fijnen foon 

" Eucherius , op c t hoofd mocht fetten 's Keyfers kroon. 

Dien handel merckt den landvooght b Gildo in Afrijcken, 

En tracht fich (elven mee met (cepters te verrijcken. 

Diens c broeder, als belet des onrechts,die verfbcht 

Tot Romen,(b hy aen (dees mie) den Keyfer brocht, 

Ombyftand, datmen hem voltreckt met macht vanfche- 

En fchickt hem henen, daerhy dapper mee benepen (pen, die fijnen broeder aen 

Sijns broeders vlote heeft, en flaetfè uyter zee. 

Maer Gildo,die 't ont(lipt,word op de naefte ree 

Ghevangen, en door laft van Mafkezelvcrworright. 

Terwijl de groote (tad, op 't uy terft' is befbrright 

Voor c t heyr der d Wandalen en e Gotthen,dat verftapt 

Van alle kanten,en op 't hoofd der wereld trapt. 

En kneveld het gebeent , diens merrigh werd verflonden j 

Ontzeenuwd al de leen daer 's rijcks gebied op (tonde. 

O ntluyfterd kroon en krans van 't Caefarlijck gefagh. 

Ontpurperd alwatoythet Capitool vermagh. 

Ghefchonden en gefloopt de o ver-oud' gebowen. 

Gefchondë't eerbaer rood en puyck der fchoonfte vrowen. 

"W" A dees verheeringh werd ïtalien gantfch door-rent, 

Gepluyftert en beftrooft,gebrand,geblaecl:,ge(chend. 
Ten bleef hier by noch niet,(è manden (chip en kielen, 
En 't eyland mede van Sicilien overvielen. 
Des meefter zijnde, voort te (cheep na Africa. 
Hier ftuy t haer op(èt, want Neptuyn in ongena 
Haer dapperlij ck bevecht met ftorm en woefte baren. 
So datfe met verlies , fchipbreuckigh meeft vervaren 
Te ruggh', enandermaelberooven'toverfchot 
Der Roomfcher fchatten,daerna komt den Keyfer tot 
Verdragh van vrede , (met / Ataulphus haren koningh) 
Met fulckbefpreck, dat flechtsfen fabel tot verfchooningh ^^warenvoic- 
ltalise ftreckten , des den Barbar wend fèn heyr, keren uyt de' eyianden m 

En tot de£ Gallos veld' de fpitfc van fen fpeyr. de ooi * cn B akifch f z f • 

* * * ƒ Den komnck der 

Barbarifche Gotthen,die 

^y Aer na heeft ^ Attalus met groot gevaerd' van (chepen, Room verwoeften , was 
^DentrotfenAfricaenmetoorloghaengcgrepen. pS^SSSZ 

ftingh van Romen, ende 
werd defèn Ataulphus doen koninck in fijn ftede. g (jallos zijn de Franfbyfen. h tAttaltu , een 

edel Romeyn, in Spangien oorlogende met de Gotthen, verlaetdien oorlogh,en begheeft fich met een groote 
machtvan fchepen na Africa, neemt het fèlvighe in , ende fteld aldaer amptluyden en bcvelhebberen, als ofhy 
Keyfer ware ? raaer werd van 's Keyfers wegen gevangen,fijn eene hand afgehouwen,en in ellend' veifonden, 

Maer 



* Burgmdiers , wa- 
ren de inwoonders uyt 
hoogh en neder Borgon- 
dien. 

a Eucherius, {bne des 
vooghtsHonorij. 

b Cjildo, eenftadhou- 
der Honctij in Afrijc- 
ken. 

c Majkez-el genaemt, 

e fijnen broeder aen 
den Keyfer (om des on- 
rechts wï Ie, te meer alfo 
hy hem in fijn afwefèn 
fonder oorfake fijnen fb- 
ne omghebracht hadde) 
verklaeght , ende derhal- 
ven met Keyfers byttand 
ghefbnden werd fijnen 
broeder Gildo te bekrij- 
ghen. 

Anno Mvndi 

4376. 
/Etatis Romae 

11Ó4. 
Anno Salut. 414. 

d Wandalen 3 waren 
volckeré fb omtrent Po- 
meren en Cafluben , in- 
(bnderheyd inde Wen- 
difche Marck uytgefpro- 
ten waren , ende alle na 
ïtalien toe fackten,omme 
dier rijekdommen te be- 
rooven : als oockomme 
hare landen van over- 
vloedigheyd des volcks 
te ontlaften, ende andere 
wooningen voor haer te 
fbecken. 



iio DER ZEE-VAERT LOF, 

* Heradem™ Ho- M £ ^ t na , t fa „^ g^h d aerom - Heracliacn 

nono den Keyfer gefon- & i ö n & r ö 1 r - t 

den , om den acnhanck Hem met ien aenhanck itraft, en heert te met gedacn 
Attali te verdoen , werpt $ en gantfche macht ter zee; deef' fiende dat de Taken 
C £ Theod^êe twee- Hem wel geluckten, dacht fich mede op te maken 
de van dien naem , Key- Tot Keyfer, ende ruft vier duylènd fchepen toe, 
fer m't ooften. £ Q va j t | ta ij en aen> maer krijght de neerlaegh doe 

. ™ _ ££ Sen heyrkracht landen fou 5 des vlucht hy na Carthagen 

in c t weften,des Theodo- Met wey nigh ichepen, daer hy endlijckis verflagen. 

fï broeder. 

ken H %ZZn C l™dl f) E Keyferen gebrocrs van beyde weft en ooft, 
noorder quartieren va« Acnvaerden de oude reys,en laten in hunkrooft 
Polen Pmyffen en Lyf- Twec b Kcy f crcn gc broers , Arcadij beyde fonen. 

land,hadde eerft de Got- I o ' J •• r i_ i 

then uyt hare landen ver- Diens ouditenTheodoosde Conitantijnlcnckroone, 
dreven. Als een Godvruchtigh Prins , vroom en trouwhartigh 

d Svttben , waren de /• t l%# 

hoogh en neder-Saxen- ICnraegnt. 

fche Duytfchen,en voort Terwijl* Valentiaen gcduyrige öorloghdraeght: 
tUTZ 2*E 7 an ' Hunnen/ Swabé,en • Sarmaters/C Aen^Ftancken, 
naem daer van behouden h Alaners, * Scythen, m et meer and re die der jancken 
heeft - , Om uy t te roeyen flechts de Roomfch geduchte macht : 

e Sarmaters jtmen de « . , « /•/ r \ i_ ri_r t^» i. n t 

RuflTen en Mofcovijten. M e * al haer fcheurfieck enheerich-iuchtigc gheflacht. 

ƒ omzijn Franfche Dit lockt den wandalaer, op c t Meyremins ghefchater 
vokken , fo tufTchen de Wt s P angicn,mct fen heyr,en draeght hem over 't water, 

reviere Seyne en Rholne f/ & i . A /• • i t» Pt ■ 1 - 

woonden, Tot dwangh in Arnca , den Roomicnen onderdacn, 

Anno MvNDiDie c s Keyfers tijtel eert; io dat Valentiaen 

4416. Ghed wongen werd tot vree,en naderhand ^-doorftoken. 

Anno Salut. 454. Diens dood dat 'Genferick ter liefden heeft ghewroken 
Anno 461. Der * Keyferinne; t'wijl in c t ooften «Martiaen 

g Fr*ncks»>vnrcn de Een heerfchappy ge-end, en wederom daer acn 
WSjSKS DenGrieckfcnen- leewgefteld; na welckers overlijden 
die fo voort den Rhïjn p Severus komt , doe quam ltalien te ontglijden 
langs woonden tot Hol- Het Keyferli jek gefagh ; de vremden nemen c t in, 

land toe; want dele volc- # . > J ttti.Fi* tr r i r 

keren eemjds overblijf- En kielen alle daegh,lchier Kcyiers na haer fin. 

fels waren van het ver- 

woefte Troyen, ende hebben eerft hare wooningh by de Sarmatos aen de Maotifche zee ghenomen, daer van 
zijn (y in Vngerland ghekomen,en hebben aldaer de groote ftad Sicambria ghcbowt,daer van fy oock Sicambri 
zijn ghenoemt worden ,die naderhand Ghelderland bewoonden,en 't felve Sicambria noemdenjhebben nader- 
hand de weftkant van Vranckrijck mede bewoond en ingenomen , ende hebben 't felve mede onder Francken- 
Iand begrepen. h ./^iww, waren volcken uyt Ruflie,tuflrchcn de revieren Tannays en de Nieper, uyt 

de Province Severia,ofte by den RuflTen Siewerfki Stom genaernt. * Scythen,vtaKti RuflTen en Tar- 

taren in 't ghemeen; alle dele volckeren.onder der Gotthen koninck Attila, beftreden Romen,maer werden in 
eenen fèer grootcn veldflagh verflagen, van 't heyr Valentiani,wacr in men rekende,dat over beyden zijden aen 
de kant van twee honderd mael duyfend dooden ghebleven zijn. k. Keyfer Valentianus (de vrouwe 

van eenen Maximus, een edel Romeyn, ontfêhaeckt hebbende) werd van den felven, ofte door raed deftèlven 
doorfteken. I Genfertcl^, koninck der Wandalen. t Eudoxia ghenaemt, des tweeden 

Theodofi dochter. » tJfóartianus , Keyfer in 't ooften, was eenoverfte der militie, des Keyfers 

Theodofi , komt door Pulcheria des Theodofi fufter tot het Keyfer-rijck. o Leo , Keyfer in 't ooften, 

is de eerfte Grieck gheboren, die tot het Kcyfcr-ri jek komt, f $rvert*s t aadcn Sevtruuws, Keyfer van 

Romen , gheboortigh uyt Lucanien, 

Want 



DERDE BOECK; 



I2Ï 



tyAnt daer de wapens voor geë wapens meer verftreckë: 

Daer kan men 't met a voor gheld ghekoftegunft vol- * Ami nntiu $**< 
trecken. 
Alfo heeft b Gyferich , archliftigh neergheleyd, . 
Den 'Bafilifcum, die vermids fen gierigheyd, 
Noch nawelijcks omtrent dekufte van Carthagen 
Beland', of heeft de ^Stad hem veyl te e koop ghcdragen. 
Den Prince (die den/ aert der gierigaerts wel kendj 
Stracksmand enwapendal de fchepen daer omtrent, 
En brenghtfe onder zeyl > fchickt onder des vereeringh 
Vangoudeftucken, aendengieraert,met begeeringh 
Vijf dagen fijn bedenck : of dan hy een van twee 
De ftad fbu ruy men , of flagh leveren op zee. 
Maer Bafilifcus, doen hy ' t kats-hoofd hadd' ontfangen, 
Streckt lijckwel 's morgens na Carthago toefen gangen. Et &$&* urbium 
Des zeyld den wandalaer kloeckmoedigh tot hem in 
Dit baert hem vrees op vrees, fo dat hy in c t begin 
Het ftuyr te vyand bied j de and'ren volghen alle: 
Des Gyferich hem is van achter aenghevallen, 
En flaet hem, dat hy felfs ter nawer nood ontquamj 
Daer op der Barb'ren vorft Italien voor hem nam 
Vervolgende fen zeegh, met fchepen te over-raflchen. 
Des Bafilifcus om fen fchand-vuyl af te waffchen, 
Sich haft daer tegen aen, en ftuyt fen vyands vaert 
ïn c t eerfte landen op de blixem van fen fwaerd : 

Maerlang in twijfel zeegh,want niemand eerft wil wijeken; £ende dat - de &*&*?* 
In c t left moet Genferijck voor Bafilifcus ftrijeken. 



Het gheld dat ftom is, 
raaeckt recht dat krom 
is. 

b Cjyf.ru.b, koninck 
der Wandalen. 

c Bafilifcus 'Patricius, 
een Romeynfch overftc 
van een armade fchepen, 
werd gbefbnden om den 
Wandalen de ftsd Car- 
thagote ontnemen,die *t 
niet moghelijck fcheen 
voor der Romeynen 
komft te kunnen hou- 
den. 

d Herat* Oda 1 6 t 
Ub.3. 



Tortas vir Macedo . & 

fübruit a-mulos 
Rages muneribw, munera 

navmm 
S&vos illaqueant dttces. 

e Want alfo Bafilifcus 
noch by de 280 ftadien 
(dat zijn 3$- mijlen) van 
de ftad Carthago was, 
heeft den koninck defel- 
ve omme een fomme 
gelds aengeboden te wil- 
len laten houden. 

ƒ Den koninck we- 



'J'Erwijl Italien vaft met^fe&en is verdeeld. 

Hier h Anthemius heerfcht, Servandus gins beveeld. 
Nu Ricimer , en dan Olybrius van ooften 
Ghefonden , om het doorgefoolde rijck te trooften. 
Nu hier Licerius, dan Nepos daer ghebied. 
Terftond Oreftes>die Auguftulum het lied 
Der droeffenilTe queeldj daer af den Roomfchen waker 
In flaep valt,onder dies der Rughen Odoaker 
Oreftis vrouwe vanght, Auguftulum verfend 

tijn ghefprotene woord 
Fattien ghenoemt. 
h Alfo Italien om delen tijd van de menïghte der tyrannen,ende t'elckens nieuwe opgheworpene Key- 
(êren, aenghevallen wierde, wekke de lommige maer eenen dagh, de fbmmighe wat meer gheregeert hebben 3 
hebbenlè defelve met den naem Diales ghenoemt,ghelijck daer zijn gheweeft Ant hemiw^ervandiu, Ricimer , 
Olybrius, Licerim^ Nefos^Oreïles^H^HÜHlns^Odo^cer, koninck der Rugianen,ee n volck onder den Vefigot* 
thos behoorende ; mijns oordeels, uyt het eyland Rugen in de Baltifche ze e. 



een worm by 'thart heb- 
ben leggen, die altijd om 
meer leyd en roept - 3 en 
daerom dacht,dat het by 
een gheven niet blijven 
(oude, dat oock de gieri- 
gaerts gemeenelijck bloo 
zijn, hem met giften op 
te houden, tot dat hy lich 
ghewapend heeft tot te- 
ghenftand , en hem op 't 
onvoorfienfte overvalt , 
en verbaeft te rugg' doet 
keeren. 

g Se&en, anders rot- 
ten, af-fonderingben , by 
ons veel met het uyt La- 



Q^ 



ïn on- 



I2 i DER ZEE-VAERT LOF, 

Anno Salut. 478. j n onghenade, daer hy ftorref in ellend: 
iEtatis Romae En heeft deffelven kroon en rijck aen hem ghenomen. 
1229. T'wijl *Zeno tot de kroon in c tooften is gekomen; 

a Zeno Keyfer tot Die VOO rheen van fijn foon werd vromeliick berecht, 

Conftantinopolen , dele J , , , . J . * 

was een vader Leonis des Maer itervende op hem dees noogh bedieninghleght; 
tweeden , ende wierde £)i e r f <t we l) in dien ftand aen Keyfèrlijcke gaven 

V kroo!r f ° ne felV£ 8he " Ontbrack ,fen mildheyd doet nochtans *Theod'ric draven 

b TheodoricHtty den Als overwinnaer,van Sarmaet en felle Scy th, 
Duytfchen genaemt Die- In open b ae r triumph, tot der rebellen fpijt. 

tenen van Bern, koninck r n. i i i u i i» 

der oftrogotthen ; defe Beveltighthem met een door guldene medahen 
waren uyt bet oofterfche rj es odoakers krans,en rijck-ftaf vanltalien. 
^t'^SSlS Die met een machtigh heyr den Odoacrem flaet, 
gdijck oock de Vefigot- En tot Ravenna hem feer fchaad'lijck dooden laet, 

thos uyt het wefterfche 

ghedeelte deflfelfs haren __ n r i i /- ,-» 

oorfpronck hadden. ]sJ V c Anaftafius, een ketter van de iecte 

An no Mvndi ^Eutychi, krijghtinhand den rij ckftaf; dees bevleckte 

44 j 5 . De ware Chriftenhey d,tot veler herten-leed: 

Anno Salut. 493 . Daerom e Vitaliaen hem dapperlij ck beftreet. 

c AnaïtafiM Dicorm £ n Conftantinus ftad met Scy thfche macht braveerden, 
gSjSSST Tot dat hem ƒ Mariaen te ruggh' uyt Thracien keerden. 
d Derkettery Eutychï, Daer op hy andermael het oorelogh hervat, 
den e L D fer f aen 'e^nvcr- En brenght fen fchepen voorde Keyferlijckeftad; 
vdghtde wawCtóftcn- Hier werd£ Archimedes (wiens kunft byna verloren 
heyd. Lagh onder de eeuwen) nu van Proclus weergeboren. 

^:Z™JÏZ Diens fpieghlend'criftallijn, het ^opgeglommen root 
jaren veld-hoofdman ge- Wt Phcebus wagen haelt , en leyd' daer mee de vloot 
WC f ft Jw: er y nu& ld Vittaliaens in de afchj den Keyfer, des te wreeder 
hoofflman d« Keyfers. De Chriftenen verdruckt ,♦ moet dulden, datmen neder 

g Archimedes , den Der^amptluy huyfenrucktjdie flechts doorblootedwangh 
S$ffii& Met 's Keyfers dreygement den volcke maeckten bangh. 
gevonden de konfte om Wat geld hier , 't Roomich gheiagh ? het recht, al gaetet 

met fpiegel-glasdefche- kreupel, 

pëvandehitteenfehijn- _._, t r- i e^ Ti j« iv n . 

fel der fonnen in den Komt endehjck,op<t werek; hy,die dit woelt gepeupel, 
brand te fteken , c tweick Met zielen-dwangh,geritft hadd' tot een quade faeckj 

zijnde) voor den dagh In dees beroerde zee,tefien,in f ttop verheven. 
brenght en door eenfe^f- Deskomthier >Themis aê 'tfchipbreuckigh ftrad gedrevë: 
vlttaHaniaébmnd'fteeat! En bloot, haer vlammigh fwaerd, den burger, tot een ftraf, 
h Twee ftadhouders Die tegen Key(èrs-recht fen moetwil oorlof gaf, 

^S^S Tot hu y fen ftormer y ; maer hy^ic'tvierontfteken, 

Chriften kereken te gaen verkondigen 's Keyfers ghebod, tot voorftand der Eutychianen; maer werden van de 
gemeente om defêr oorfaken overvallen, konden nawelijck hare handen ontkomen,de oploopende ghemeente» 
ionder aenfien, haer vervolghende,ende haren moed niet koelen kunnende aen haer,ruckten hare huyfèn onder 
de voetjfonder dat den Keylèr 't fèlvige weren konde. * De goddinne der billijckheyd. 

En 



DERDE BOECK. 



113 



... i . x t Triftes babent exit fit 

En c t onrecht ((onder met gherechtigheyd te wreken) f editi0 fi & iyrmni, 
Laet deurgaen; krijght,in 't end^een onverwachte loon. Anno Saint. yJ> 
Den groote Keyiervooght,diefchopt hem uyt fen throon. a /»#««« Keyfer, ge- 
En heeft hem met de ftrael des donders doot * ghedagen, b f ra . in £? 1 on g hea ^ 

LuuwviLHvu» ö ö ' plaets in Thracia; eertijds 

Desheeftmemet * lullijn de elpenbeene ichrage 

Ter hooghfter macht bekleed; dees voor fen fterven,gaf 

^luftiniaen ,fen rij ck,fen kroon en Keyfers ftaf. 

Die op den Perfiaen ontfcheed fen oorloghs label, 

Door c Belifario fen veldheer, die tot Babel, 

Wt d Celefyriam des rijcks rebellen jaeght. 

En daerna van den Parth,vanTygris oever, draeght 

Hetzege-lawer : voort van daer hy naltalien 

De Gotthen flaet op f t hoofd; des t'fijner eer medalien 

Den Kevfer munt ,daer op e cieraet van 't Roomfcherijck. Arzerum, ende het ander 

l . . . | r ! i n ... J Diarbechgenaemtword. 

Dustreckthy in triumph ,• daerna net weiter-njck 

Vervalt in burger-twift, daeromden veld'heer ruften 

Een fcheeps-armad' , en land' daer mede aen.de kuften 

Siciliens, en herfteld deffelven ftaet in vree^ 

Vervoert fijnfchepen weer door deongebaende zee 

Na Africa,en dempt den oproer der ty rannen. 

En weer teruggh' voorwind fijn zeylen uyt doet fpannen 

Tot in Sicilien,daer hy dapperlijck vergroot 

Sijn vlote -, onder des hy f Vitthigen ontbood 

Te velde, en verilaet deffelven oorloghs heyren: 

En voerd hem in triumph , op 't Keyferlijck begeyren 

In Conftantinus ftad ; met dies het hollend'luck 

DatBelifarius gediend heeft,keert in druck. 

Des Keyfers ongunflroofdfijnaengenaem ghefichte, 

Daer toe fen goed, en klincktfenheldige gewrichten 

In 't fchakeld' yfer, dat hy ? bedelde ter nood, 

Slechts om een penninck, of een drooghe beete brood. 

T : Wijl^Narfes c tover(chotderGotthëgatfchverdelghde. werd veldheer in Belifa 
Diens handel fich de tweed 3 'Iuftinus namaels belghde: ^fjjUs j mtorKtJ 

Desidreyghtde 'Keyferin denNarfem'tfpinnewiel é* a^ti ■ 

Te leeren drayen, maer dit dreyghen dat beviel 

Haer felven alderquaetft,want hy ontbiedfe een kluwen 

Te willen fpinnen, dat haer 't hafpelenmagh gruwen. 

Met fchickt hy heen,en bied de t Longobarden aen 

Volckeren eertijds ghekomen uyt den Cberfonefm Cimbrica ghenaemt,nu ïutland,ftreckende van de reviere Ey 
der, tot de hoeck van Schagen in zee ; defe volckeren hadden haer gheboort-plaets verlaten, ende woonden m 
Pannonien , dat nu Vngeren heet, van daer heeft Narfès haer ontboden in Italien te komen, ende quamen alfö 
onder haren koninck Albuino twee honderd duyfènt man in Italien , ende namen het land in dat noch na haren 
naem Lombardijen heet ; den naem van Longobarden gaven haer de Romeynen , om datfè langhe baerden 
droeghen, die niet ghefchoren wierden; ofte na 't ghevoelen van fommige fbudenfë lange bardefanen,of yfcis 
aen hare fpieflen ghehad hebben, die de Romeynen longobarden noemden. 



plaets in Thracia; eertijds 
een koe ende verekens 
hoeder geweeft. 

b Iu\ünianm Keyfêr, 
des vorigen Iuftini fufters 
föne, geboortigh uyt Ily- 
rico , nu Selavonien ghe- 
naemt. 
c Belifarifis, een trefte- 
lijck veld-overfte Iuftini. 
d ftlefyr ia, is het land 
van Aüyrien en Mefbpo- 
tamien , dat nu het eene 
Arzerum, ende het ander 
Diarbech genaemtword. 
e Den Keylerliet ter 
eeren Beli(arij,een goude 
munte flaen , daer op lijn 
aengheficht uytgedruckt 
met dit omfchrift: Beïi- 
fdritis Romanorum deern, 
f Vitthigen ,anders Wi- 
nges , koninck der Got- 
then , werd van Belifario 
ghevanghen,en tot Con- 
ftantinopel in triumph 
omghevoert. 
g Het gaet Belifarius gc- 
lijck den Tomitaenfchen 
ballingh in (en 7 Elegia 
hb. 3, de tYtjlibus finght: 
Nempe dat, &qHOCHnque 
libet forttina rapitcfe: 
Irus & e ft fitbito, qui 
modo Crafiis ertvb. 

Anno $66. 

h Narjes , een Eunu- 
ehus ofte ghefnedene, 



fèr,des Iuftiniani dochter 
fbon. 

j^ Malo in confilio foe* 
mina vincunt viros. 

I Diens Keyferinne 
Sophia ghenaemt. 

$ Longobarden , waren 

y- 

in 



ix 4 DER ZEE-VAERT LOF, 

4 Vermkis in itaiien Sen gunft, waer door hy haer Itaiien onderdaen 
het Keyferdom eêeynde Ter wooningh maken (al ,* die dit niet flof aenvaerdens 
hadde , ordineerde iufl*. rj us worc | en < t riïck vermeeftert vaa den Longobaerdea. 

nus een ftadhoudcr , die , n i ^ r e ^ r ■•• i i 

cot Ravenna , uyt den De luy f ter werd verdooft van 'tCasfarhjcke goud. 
naem des Grieddèhen Een Keyfers *Amptman tot Ravenncn rechtfpraeck houd; 
% !> rZrim Conjkmu Door raed Iuftini, die voor dat hy overlede 
ma Keyfer , van edelen b Tiberium verkoos, tot Keyfer, in (èn ftedej 
h flborm° niïaaÜm ' Deef'metdenLongobaerd'de oneffenheden flecht: 
Anno ï77. Terwijl c Mauritius de Perfen nederleght. 

c Mauritius Keyfer, Maer op den Keyfer ftoel geieten , fteld noch * laeger 
gheboren uyt Cappado- Het Roomfche BiiTchopdom,dan Grieckens mijterdrager. 
berij! en °' terman " Werd onmild tegen 't volck, en komt daer door in haet. 
Anno M v n d i S° dat hem d Phocas met fen kinders dooden laet, 

4 j4 7 . En neemt de heerfchappyj dees fteld den Roomfche mijter 

Anno Sahit 5 84. Tot aller Kercken hoofd, en is een ftraf * verbijter 

* Hy fteld den Pa- Des burgerlijcken ftands ; waer uyt men vaft voorfiet 
triarch tot Conteino- Dat ph 0C as moeft van kant, of <t Keyfer-rijck te niet. 

pel boven den Paus van ' * J 

Romen. 

d Thocas fafi* > was >j* Erwijl f Heracüaen fich ruften in Afri jeken, 

tevoren een landvooght X t r L." i rt. j>j n r j •• f 

in Scythia. In lchij n, als or hy woud den Perliaen doen wijeken. 

* Thoau fujfocavit Maer heeft met voorberaad' fen (abels eerft gewet 
Ecdefitm & ^p^- Op Phocas^daeromfcheepthyheen^en landen met 
Anno Salut.<Si2. Sijnfoonin 't Thracier rijck , alwaerfê met hun kielen 

e Heraciianw , een Conftantinopel alste vyand o vervielen. 
Iand-richter ofte vooght ƒ Heraclius terftond heeft Phocas daer verdampt 

l } A nèracL Keyfer^en Te ft erven, en verheft fich felfs in c t Keyferampt. 

fone HeracHani. DeeP heeft tot drymael toe,met opgefteken vane 

g m* homet de valfche Itl vddflagh neergheleyd de macht der Perfiaaen. 

Propheet,die gantich A- ,— , -i - w i /•- •/* r ^ 

fia ; Africa en het befte Ter wijlend Mahomet met fijn vergifte feel:, 
deel van Europa,met fijn Arabien (al-om) en Africa bevleckt. 

fchadelijcke leere vergif- 
tet heeft. 

Anno 6za. 'T Vergif,door ftiefmoers ha£t,na vaders dood, verrucktë 

h Conjkntintu Novus ' Den nieuwen h Conftantijn,diens ■ fone bet ghelockten 
Keyfer, den fone Hera- D en ftaet fijns Keyfer-rijcks: dees doeld op'tfelve wit 

chi, werd van lijn ftief- c .. , J *. ir- l-k* * f p i 

moeder vergeven. Sij n 's grootvaers , in geloot j is een < Mono thehth. 
Anno 640. Hy ruft fich oock ter zee, met fchepen na Itaiien, 

i constantitu Keyfer, l n fchijn, als of hy daer uyt dwangh der yfêr' traliën 

^esvorighenConftantini EnbocyenS)Vri j enwil ^ 

i MonotheiiftersM is Maer (b hy landen,tot l Tarenten,met fen vloot, 

eenes willensjdit was een 

kettery die dreven , dat Chriftus maer eenen wille hadde , van den Biflchop Gregorius tot Conftantinopel èn 
Macarius Biflchop tot Antiochien, verworpen en verdamt. / Tmtnten , de ftad Italië , daer namaels 

het vermaerde Concilium van Trenten gehouden is,ghelegenin l t landièhap Magna Grecia, nu Calabria Supe- 
riore ghenaemt. 

Bewijft 



12 



DERDE BOECK. 

Bewijft hy datelijck fen averechtfche gangen; 
Schoon dat hy boven wa«rd' tot Romen werd ontfangeti: 
Beroofd hy korts daer na de ftad van haef en goed. 
En met den roof van daer de * Tyrrheneefche vloed 
Langs in Sicilienfcheept, om'tfelve tebepluyfèn: 
Maer werd na waerd' beloond in 't bad tot * Syraculèn. 



£ De Tyrrhénëefcnc 
zee is die (o tuflchen Si- 
cilien en Italien en Cor- 
lica leyd. 

a SyYacuferi) een voor- 
treffèlijcke ftad in'tey- 
land Stcilien. 

Anno Salut. 670. 

y ConFiantinm C&fir 
des Conftantij fbne. 

c Str aceenen , warert 
völcken fo uyt Arabien 
quamen, fo met haer ge- 
buyren in twift hadden 
geftaen over hare afkom- 
fte,want fy niet alleen en 
fuftineerden , dat [y van 
den zade Abrahams wa- 
ren , maer oock van Sara 
af komftigh,en derhalven 
{ich Saraceenen noem- 
denjende haer tegenpar- 
thye , als die uyt Ifmaei 
den fone Hagargeipro- 
ten, den name van Haga- 
reenen gaven* 

d Tropontide , worde 
de zee genaemt, tuflchen 
Callipolis en Conftanti- 
nopel , na het eyland dat 
Propontide ghenaemt, 
maer nu Marmora heet, 
dies de zee nu mede Ma- 
re Marmora ( maer by 
den Turcké de witte zee) 
genaemt werd. 

Anno 687. 

e Iftjlinianus C<efir t by 
fbmrriigeluftinusde der- 
de ghenaemt. 

ƒ LeonciHé, r-^renby 
Iuftini*-^ ver ^ acnt j dat 
hj ioude na 't Keyfèr- 
rijck ftaen , wierde inde 
ghevanckenis geworpn, 
maer twee jaren geieteil 
hebbende , breeckt hy 
uyt,ter rechter tijd fö Iu- 
ftiniaen by den volcke in 
haet was,ende werdKey- 
fèr verklaert en aenghe- 
nomen. 

Anno 697. 

g Te weten , fijnen neusafgeine^n» * hhannes Tatricitu wierd van Leontins als overfte in Africs 

hefonden,ommedeSaraceene*tebekrijghen. * Profpera ammos eferttnt. Senee. h Htfmarm 

bcrins, een landvooght des Keyfers in Afriep werd van het Volck Keyfèxghemaeckt. 



rv lens fone * Conftantij n, in c t Key ferdom beftreên 

(Te water enteland')werd,vande c Saraceên. 
Dit volck ter zee geruft,de witgeichuymde baren 
Tot in d Propontide , vol fêven ronde jaren 
Beploegen tevergeefs; maer eynd'lijckmet verlies 
Vanfchepen en van volck, vertrecken ; onder dies 
Sy wederom te land' Conftantinopel quelden: 
Tot datfe Conftantij n verfloegh,en uyt den velden 
Brocht tot gehoorfaemheyd > maer fo hy overleed, 
Sen foon « Iuftiniaen de ivoorc ftoel bekleed; 
Een hater van de ruft, die c t parekement verfcheurden 
Van Saraceenfch verdragh: maer felfs te laet betreurden 
Sen roeckeloos beftaen, des elck hem hatigh is; 
T'wijl redd' f Leontius fich uyt de vanghenis: 
EnKeyfèr werd verklaert , Iuftiniaen ghefchonden 
«T cieraet fijns t aengefichts , en in ellend' verfbnden* 
Daer na * Patricius vol treckt des Keyfers laft : 
En nood' den Saraceên in Africa te gaft 
Op Mavoors ftale (pi js ; op hoop dat <s Keyfers fbrge 
Tot dagelij ckfche hulp en toevoerd' blijft fen borge. 
Maer dit valt anders uyt,de hooflche *weeld' verfuymd' 
'T noodfakelijck ter kroon, des geeft men't woede ruymt. 
Den achteloofen vorft verwaerlooftdus fen benden, 
Die warfch van haren Heer, hemlafteren en fchenden 9 
En den ^Tiberium verkiefèn in fen ftee, 
Die met fen kielen door de pekelftroomde zee 
Sich land in Bofphorus,fpijt hoogh getoornde muur** 1 
Van 't Conftantijnfche hof, den Keyfer moeft Wuuren 
Dat hy had voorgedaen ; fèn neus af en geK> e yd 
In yfer'fchakels, t'wijl Iuftiniaen vergro^/d 3 
Sen ballinckfchap, en ftoockt tot al^rley romoeren, 
So datmen hem ter ftraf wild' tc*den Keyfer voeren. 



Oj 



Dat 



n6 DER ZEE-VAERT LOF, 

a Dit is den Hertogh Dat merckt hy gaw en vlucht tot den « Avarier vorft j 
in Qoftenrijck , te dier Met wekker byftand hy te veld 3 en wapens torft, 

%$£*££*£■ E" me£ * Bul g a " er tulpjbdcgcrden de veftea 
rienghenaemtwierd. Conftantinopolis, en wintfe oock tenleften; 
b Buiganm , waren Neemt wra k e van f en voorgeledene geweld, 

volckeren ghekomen uyc • i i- i 11 

Scythia,Sarmarica,oftc Enfijn tyrannen beyd tyrannighhjck vergeld, 

Ruffia nu genaemt, om- Ghepleeghde tyranny 5 maer in c t bloedgierigh wreken 

r in d/ cïfcte t Blijft hy door tegen-wracck,der opper-hoofdluy fteken. 

loopt ,endc daerom wier- 
den volgaros ghenacmti -p. y s k ri ; R ht « Philippicus c t gelawerd goud op <i hoofd. 

ende ten leften by den ±_J Jo 11 o o r 

Griecken Bulgaros ; na- Maer om lij n kettery dier eere werd berooft: 
men neder- Myfien in, fc nd Anaftafius ghegeven,die dewetten 

noemden haCr Bul8anen Der Roomfcher Paufen houd voor heylige ghefetten. 
Anno 71*. Die als der kerckenfchild fich tegensMahomet 

c ^Hippie-H* Barda- Enwat den Paus verdampt,met wapenen verfet. 

mm Keyfer een , fone Pa- pj ^ £n wapen( J vec l ter zee bequame fchepen, 

trien Nicephon, van een J . r . _ 1 x * 

gantfch edel gheflachte. En heeft de Saraceente water aengegrepenj 
d Anajhfws tAnbe- Metoorlogh, en beveelt tezeylen, inder ijl, 
"' 3£i*i. i„ M- Na . Alexanders ftad,op de oever van den Nijl, 
gypten. Die te overvallen ; want de Saraceenen,vielen 

In Syrien, om hout, tot dienft van maft en kielen. 
f iohanrtes s en pre- ^° nu ^ en ^ Predick-paep (die door des Keyfers raed 
dick'-paep der groote Is heerfcher van de Armad') deestijdingeverftaet, 
kercke tot Conftantino- Verwiffelt hy fen laft, en heet uy t Rhodus haven 
rmn vanTKe?"- Sen fchepen t'zeyl te gaen , maer hy (die beter gaven 
made. In 't feggen dan in 't doen hadd') werd niet veel geacht^ 

Sen raed verworpen,en hy felven omgebracht. 
De fchepen al verdeyld na Griecken wederkeeren, 
9 Genaemt Theodojïus En c t Keyferlijck gefagh een & Tollenaer vereeren. 
Tèrfms Adramjnenm f3 at Anaftafius verftaende, tot hem aen 
AnnO rT q Ghewapend komt, en meend den Tollenaer te flaen. , 

Maer f t averechts geluck doet hem den flagh verliefen, 
F nTheodofium nu opentlijck verkiefèn 
b Leo ifaunuKcykr, (Getier van het rijck) tot Arthenius ftraf; 

geboortigh van Iiauna. -n;««k.»A ir i ir 

1 chryfopoien , eenftad Ulen n Y Q%r macht ontiet, en maeckt een paep daer ar. 
ïn Thracien , werd op Gelijck hy nagels oock (wen h Leo tot ' Chryfbpolen 
SS Servet: S"^ de r *Vers kroon) fich tot Conftantinopolen 
ren werd. Ten Pneiter fcheyreUaet, en nefFens hem fen foon,- 

* Fram [Mrmytg- Want fiende c s hoofs * be<V>gh,fo walghdë hem der kroon, 

Hypolyto, 

£Q" V ruft fich Mars ter zee op 'tMey remins gefchater: 
ItTtiZT^txt Met Manoniets gefmd' , en oorkght op het water. 
fa e c y eenen. ert0gen * a " Nu land * Amortheus en Athinus met macht 

In Span- 



1*7, 



DERDE BOECK, 

In Spangien, doen " Mafald de Saraceenfche vraght 
Aen Grieckens oever loft $ daer toe der fêlver volckcn, 
Dry duyfent fchepen , nochlanghs de Afiatfchekolcken 
(MetHertogh^Solymas) zijn by gekomen, dees 
Vervullen 't Thracier rijck, met onverwachte vrees. 
Het rooven gaet in fwangh,de Keyferlijcke ftede 
(Te water en te land') werd dapperlij ckbeftreden. 
Het platte land door-rooft , c Bulgarien bepluyft. 
Des werd den Saraceen gedwongen, voor de vuyft 
Te vechtenden verlieft wel dertigh duyfènd zielen. 
Terwijl dat voor d By zants het Legher (en de kielen) 
Met brand-fïeckt,hongers-nood,en koude werd beftreên. 
So dat men 't overfchot van c t heyr der Saraceen 
Met de overige thien Galeyen, heeft fien glippen. 
Daer op een ooften-wind de helle t aen de kli ppen 
Tot gruys en fpaenders (mijt j dier overige vijf 
T'huys komende aen haer maets, vertelden hun bedrij f. 



a JUfafaldós, een ÖVér'- 
fte Amptman der Ara- 
biers. 

b ArchifitrapasSoly- 
w^anders Hertogh Zu- 
lemon genaemt, een Ad- 
miraal der Saraceenfche 
fchepen. 

c Bulgarien , eertijds 
Mcefia Inferior , ofte het 
benedenfte Moefien ghe- 
naemt. 

d Verftaet Conftan- 
tinopel. 



Anno Mvndi 

4Ó90. 
Anno Salut. 716. 

e Omme defên tijd 
floreerde Vriefland door 
hare fchiprijcke zeevaert, 
zijn de eerfte die van we- 



T'WijlDuytfchlandinhet noord dekoninckli/cke e Vrie- s e n nd vo«-en , C ende der- 
/! L-1 



fèn 

Doorfchipvaerts lof verrijckt; die om de gulde Vliefen 
Te winnen, wijd en zijd de pekelzoute zeêh 
Beploeghen, gins om hout,denoordfche ancker-reên; 
Dan hierin c t Franfche-land , en halen moft en wijnenj 
Daer inde Deenfche Sond fy c t alder-eerft verfchijnen, 
En voort door c t / Baltifch meyr op£ Wijffels oever aen: 
En laende fchepen vol,met ziel-verquickendgraen. 



roeren . 
halven in 't vertollen in 
de Sond noch groote ge- 
rechtigheyd hebbévoor 
anderen. 

ƒ H Baltifcbe meyrhy 
den onfên de Beid ghe- 
naemt, in de ooft- zee. 

g De Wyjpel isóerc- 
viere fo by Dantiïck inde 
ooft-zee loopt. 

b Staveren , eertijds 

Den koopman eroeyd en bloeyd : de zee-vaerts roem van een machtighekoopftad 

f. c , ' * in Vriefland. 

^tav ren, . i . r^Mm , by den 

Dennaem 'RadbodhidoetdoorgantfchEnrópadav'ren. Friefen Radboud g h e - 

naemt,een befaemtko- 
ninckderVrieièn j maer 
alfodefe een ongodlijck 
menfèhe in leven was, 
komt hetdatmen hier te 
lande na hem deughnie- 
ten en diergelijcken, den 
naem van rabbaut plagh 
tegheven. 



<J O nu, in c t Grieckfche rijck,de vijfde K Conftantijn 

Van vaders wegen raeckt de Keyferlijcke lijn : 
Hy metfen tyranny bedeckt fen voorfaets feylen. 
Hoewel hy onderftaet de wat'ren te bezeylen 
Met groote heyrkracht , om het Saraceens ghefagh 
Tedempenjmaer vermids fèn roeckeloos be-jagh, 
Dat / Artabafdus fpij t , hy wederom moet keeren 9 
Om fijn befteken vuyl fich felven af te weyren. 



Anno 743- 

k^ QonïianttnHs .J§>uin~ 
tus Keyfèr , des Keyfers 
Leonis fbne. 

/ zAnabadm was een kloeckmoedigh Heer,maer van ghemeene ouders gheboren; defe valt op een tijd (fo 
den Keyfér met een vloot fchepen tegen de Saraceenen trock) tot Conftantinopel de tyranny aen, om oorfake 
dathy verftaen hadde,dat den Keylèr hemheymelijck na 't leven ftonde. 



Terwijl, 



Anno7yj. n8 DER, ZEE-VAERT LOF, 

* De 7*^« wa^eniji Erw jji ecn m achtigh a volck door c tCafpifche ghe* 

eertijds een woeft wild X J / i ° ad 

volck: , gheneerden haer oergnt, 

met jagen, woonden tuf- rj es Alexanders poort ontgrendeld' , ende terght 

btïr-Sltr; De Armenier en * AlbaenjdeGrieckengrillighfchurcken 
daer van Alexander de Van dees verbaefde mie, en vlieden voor de Turcken. 
Groote in beOoten zijn D j er Conftantinus eerft by dertigh duyfend man 

geweeft , ende nu lo leer . . n . t i u i 11 1 

vermenighvuldight.datfe In veldilagh nederleyd j dees volcken werden van 
daer uycghekomen zijn, £) e Saraceenen, met de fchadelijcke feóte 

^::e"ke n „. ter VanMahorn ë tvergift.Terwijlenfo verweckten, 
b zwanen , waren Den Keyfer oorlogh in Bulgarien , doen c Puppijn 

MvTc*rZi en 'pon" Met FranfcI:lie t»y ftand > m0eft der Pau]( ~ en borftweer Zijn: 

tJEuxinuïï Georg°ia- Op dat hy 't kercken-hoofd (voor 't fwaerd der Longo^ 

naghenaemt. baerden) 

vanVmnck^L koninck En des d Aiftulphi trotsin 'theyligh Choor bewaerden. - 

d A&uiphtts , ko- Nu fcheept den Keyfer met twee duyfend kielen, na 
ninck der Longobarden. Bulgarien , en dreyeht 'Pagan in ongena, 

e T^^komnckvan « ° «r 1 ^ in- n. 1 1 t 1 

Bulgarien. Sen vallche Godidienlt aen te hangen , maer de vlaghen 

Anno Mvndi Van wind en water, ftaen ter wrake Gods, en plaghen 

4738. De Conftan tij nfche vloot, die t'eenemael verderft^ 

Anno Salut. 776. My fdven werd melaetfch en feer ellendigh fterfh 

ƒ Leo Keyfer,des Con- 

iDifptejïfiitia* mom. M Et k° mt de v j erde / ,eew nyt gttmmigen gheflachte: ^ 
ti,& non temnere Mvos. 4 Maer werd va God veracht,door dié hy * God verachte, 

g hem de Keyferinne g Irene met haer foon den fccptcr nemen op 

Leonis , dier lone (on- _, , , . . . * . r 1 n 

y&«*»w ghenaemt,ende Tot dat b Nicephorus haer beyden geert de icnop. 
raede Keyfer. Maer wijl 's rijcx vorfté hun het Griecks gebied mifHanckë: 

destori^Leonis koe- Verwerf de' Groote Kaerl den fcepter voor de ^Francken, 
der,dringhtfich felven in Terwijl de Denen en de Noordmans,al voorheen 
tot Keyfer. ^j et p r i nC elijck gevaerd', beploeghden al de zeen; 

Anno 001 . Terwijl dit machtigh volck het Franfche land befpronge, 

1 Carolm -jMapnUs , •* . - • n f O tl it 

Keyfer in Duytfchland en En beyd deiteden, en inwoonders hart bedwonge. 
*t Roomfche rijcks in Totdat den koninck Kaerl, met Franfche tegenweyr 
2S£*£v55£ Vaa ' Beunen fcheept.en floegh 't Barbarifch plonderheyr, 
rijck, geboren tot ingel- Endwinghtfè tot verdragh - } des raemtmewederzijen 
heym^twee mijlen van [> at t Godefrids gefïnd'moeft ruymen m Normandijen: 

-^Hie^moetmen Franc- Maer ongheruftengantfch ghenegen totdenbuyt; 
ken verftaen ,ende niet So ruft fich Godcfrid, twee honderd kielen uyt, 

«r g ?c; &« En valt in Vr i efland > p ran s ht °p <c fcher p der <*?*&* 

uyt Franconia , ofte De fchattingh van de luy^maer vallende in "Saflen, 

Franckenland , daer nu 

Spiers, Worms, Wirtfburgb en Franckfort am Mayn de voornaemfte fteden zijn , ende is al(b het Keyfêr-rijck 
aen den Duytfchen gekomen,ende niet aen de Fran(by(en,gelijck fy haer roemen. / Bennen, by de Franfcnen 
Boulongien. f (J<?^/«^,koninck der Denen ende Noordmannen. nt Normandijen, is de Provincie in 
Vranckrijck,die haer namaels noch in ghegheven wierd ter wooninghcdie voorheen Neuftrien ghenaemt was. 
n Saffen , dat is het land van Weftphalen. 

Verneemt 



DERDE BOECK. 129 

Verneemt hy 's Keyfers komft , en fway d fen heyrkracht 
Maer ftarf,voor dat hy weer quamin fen Hartogdom.(om: 

DAerna den grootenKaer'lvol-endet binnen Aken Ahno r ^ a ' ut * 8 *5- 
_ - ,° 1 1 1 5 1 tt A. 1 a Lodoviciu Tiw~ 

Sen levens loop,daerom de keur ghe V oriten, maken Keyfer der f ranc k en . 
Tot Keyfer in fen pIaets,Prins * Luyd'wijck,Karels foon . * Mkbaei R*»cal>e 9 
Terwijldat^Michaelbekleeden'sKcyfersthroon ^jjggffi* 

Dien ^Leoisgevolgmf) in ( t ondergaende Griecken. c Leo eerder Griec- 

Daer^Thraulusin*t ghefpan der kroon begeerigefiecketi ken > een hoofdmans fo- 

_. r , ,.. 1 1 .. iT 11 , ° nedcskri]2hivolcks. 

Op c tfarckelijckghewijd met omghekeerde trow, d MtC b ae t Trsmfa, 

Tot Keyfèrmoord ,ontfcheed'[in 'tkerckelijckghebow,] Keyfer der Griecken, ge- 
Senda^,enflaetfenHeerinGodfdienftaenhetouter. ^van Hechte ouders 

dö' 111 1 -in uyt Amonam, een ltad in 

Dus worden langhs hoe meer dekroonenjanckers itoutef. hooghPhryghen,wasdie 
De voorloop vande fucht de groote tomben meft: g hene die Leonem met 

En die den droeffem lickt finoort in dees pratte peft. ^ tg e h ^ c ^eyferdom 

dwanck, ende naderhand 

TN ( t weften onder des deRoomfche Papen,banden * en< * ° uter i n fen Go f 

X r> t- t vr r i_ • 1 r n i dienft °P Kers -nacht 

Der rranckenKeyler,omghennghemifveritanden, vermoorden. 
In c t Kloofter,en met een herftelden in het rijck, 0! nimmmdommmdiin- 

e Lotharius, den foon vanKeyfer Luydewijck. mZu^hoc^ Mfc ? 

Die om de hebb'luftjmetfên Broeders ,in c t verdeden ymgiorUuntn 

Van c t erffelijck befit,gheraeckten aen r t krakeelen. ^fZ^Ztdis t"'™' 

Dat endelijck,tot fulek een bloeghe krijgh vervil : ^ZZmln/diL H „ot 

Dat nauw'lijcks yemand meerden Noorman weder hil. èomftpantamaiow 

Die met fijn plonderiheyr , de al-om naburighe kutten M T£Z /TT T 
Van c t Franlcheland verderft , en noordwaerts over ruiten Ante omios ficems h«+ 
Een machtighfcheepsge(werm,datna fen wenfeh beland, ^ 5? 
Aen c t koninckü jek en groot vermoghen Enghelland. Anno Salut. 840. 

§,. 1 1 r 11 1 > \ r n e Lotharius Keyfer, 

Hier werd de felle dagg tot moord en root geilepen 5 des Lodovici fone. 

Daerfchend enblaecktme, gins den/koninckwerd gegre- ƒ GenaemtEdemonc. 

En wreedelijck vermoord; fb haefl: nu dit gebroed (pen 

Vervuld is met den roof, en fat van menfehen bloed : 

Sy de uytgeroofde fteên en de al verwoede ftreepen 

(Met bloed in puyn vermenght) verlaten, ende fcheepen 

Te ruggh,na Holland toe,* daer doenfe even c t fêlf. 

Deïnwoondersalbevreefl: na 'tkonincklijckghewelf, 

Te g Noordwijck vluchtë,en op Voorburgh hun befchan- > Tot N OOI d w i : ck, 

}viaer c t Heydenfche gefpuys de opgetrocken tranfen (fen. als mede tot Voorburgh, 

Vermeefterd, en verflaet al wat fich reppen dorft ; waren , fterckekafteelen, 

kil 1 .•.. 1 , .fin 1 r r eertijds ge bowd van den 

vallen dat hjck aen de tichel fteene korft, koninck Aurindüius,foo 

Van'tfteygerend' ghetoor'nd,en floopen f t tot de fooien menfeyd. 

Deraerden- fetten voort het overfchot in kooien. 

En trecken landwaerdin verwoeften op de vecht, 

R De 



ijo DER ZEE-VAERT LOB, 

* wmOit. ^e Biflchoplijcke * ftad.en hebben plat gheflecht, 

<t wijck, te "Dttyriit- * Duyrfteder Wijck,en 't Slot van h Iulius tot Maghen ; 
fedT *£ÏÏÏ£ Voort Nederduytfchland met onmenfchelijcke plagen 
gbenaemt. Al-om benepen; t'wijl den Keyfer in den ftap, 

b Miusfiot, nu het si jns vaders treed, en doet fich^fchey ren in de kap. 

Valckhof ghcnacmt tot J ' '■ . * . * 

Nimmeghen, het flot tot 

Gulickpiagh oock iulius T} Iensfbne ''Luydewijckdebinnenlandtfche twiftcn 
flot te heeten, want men ^ , Nd K fer j- d - fteed'fï jns Vaders)weder niftedo 

feyd dat defe van Iulius l-i »,*«{. C-i j Pv iVl n. il 11 •. 

Cajfarghebowd zijn. Terwijl Theopnilus den Grieckichen itoel beklimt; 
c Keyfer Lotharius Dicopden Hagareen vyandeliick vergrimt, 

begheefc fich in 't Kloo- n , £ ? ■ n L • i J A • k J 

fter daer hy een heyügh En Zozopetram iloopt ,• mids Amarumni benden 
levenieydeenJefterftten/ Amoriumgheheel tot fpijtdesKeyfersfchenden. 
beften, werd in de kap Maer, wa ntden SaraceenNeptunesacker ploeght, 

A^NO MvNDI^ eC k ttoenaCt driften rijck,diens vlotte W^ 

4818 Na deAdriatfchezee^n'tLandfchapvan^Crotona 

Anno Sabt.8 5 tf. Verwoefte,defghelijcks^Ragu Z a en^ Ancona 

dLodovicwdetw'cdu Vcrdcrrchjlo begheef t lichden Venetiaen 
Keyfêr der Francken. Te water,met den Grieck,en vallen dapper aen 
tot cSSf** De Mahometfche Vloot ; verflaenfe,datfe alle 

e Zoiopena , een ftad In c t uyterfte verderf, door <t fwaerd enfchipbreuck vallen. 

in Syrien, zijnde de ghe- 

te^^hslbK^! D ° cn nn Thco P hilus van dealgeduchtedoot 
feenen. Wert overwonnen,deckt hetblinckent kroonen root, 

f ****** een ftad Detl Schedel fijnestfoons 5 een menfche vol ghebreken 

in hoogh Phryghien, des . . -\. , r l r • i i n t 

Keyfers Theophili Va- Diedroncken zijnde van ien <naiaet werd dooriteken. 
derland. Terwijl den Hagareen Carthago pranghden af 

leghen in Masna Grefa", Tot Zee-vaerts oorlogh,weyrbaer fchepen,maer te laf, 
dat nu hoogh Calabrien Met kr ij gher hart gheruftjfc hoon datfe landen dapper, 
L m n r r In 'Longobaerden en Raguza,des niet flapper, 

h tf^afoecnlèerou- & 6 > 1 r 1 

de en eertijds vermaerde Metteghcnruitingh,door Baiihj onderhand, 

ftad in Sclavonien. Het Roomfche en Gricckfche heyr dé ^Soudaë overmand, 

italielen 'dc'goive vin Dic felfs gangen werd, maer door verdichte logen, 
Venetien. Sich felven vryden,en den Keyfer heeft bedroghen. 

*Micb«i , Gefartot Hervatten wederom fijn Zee-vaert,en beftrooft, 

Conftantinopel denfonerv -. IfL i J m ~ • t_ c i r 

Tbeophih, werd van fijn D en Grieckichen koopman, maer n Onpnas, 't overhoort, 
üakomelingh [genaemt. Der Roomfche fchepen,maeckt tot tweemael toe te fchan- 
'qL£*- 'TébóSé^ ] Dc Hagareenen,dier Galeyen hy verbranden. (den 

defe was van gamfch ge- Daer na Bafilius met fen Heeren op de jaght : 
onder 6 Ê'ih&lè 'hf Wert van eê fchic htigh • hert verfcheurd' en omgebracht. 

vangenen tot Conttanti- 

nopel, eertijds gebracht ende verkoft geweeft,ende nu gantfch wonderbaerlijck tot het Keyfêrdom gekomen. 
/ VerftaetLombardijeninltalien. m SW^^dcnOerften HooftmanderHagareenen. » Nicetx 
Oriphas y Hooftman der Roomfche en Grieckfehe fchepcn. & Een fchichtigh hart is dat ghefchoten is , ende 
fchichten ofte pijlen in 't lijf heeft. 

Nu komt 



4* 



DERDE BOECK 



n* 



JJ V komt den * kaelen Kaefl na Lodovici fterven, 

Der Francken kroon en ftaf in *t wellen te be-erven. 
Hy ftraft de moetwil van de Noordmans , en vereerd 
Sen neve Dieterick fop heerfehender begeert') 
Den Graeffelijcken krans, daer onder hy verpanden 
Hem Vries en Holland beyd' , tot erffelijcke landen. 
Spij t b Lcyder Burghgraef, en ipijt Valckenburger Heer, 
Hy fteld hem in 't befit , en leyd fen haters neer. 



Anno Salut. 87?. 

a C ar olm CalvMs Kef- 
fer der Francken, een fo- 
ne Lodovici des, Keyfers 
Lotharij broeder; 

b Doen Keyfër Karel 
de Kale fijnen neve Die- 
terick , als Grave over 
Holland en Vriefland fet- 
te, wilde den Burghgraef 
van Leyden en den Heer 
van Valekenburgh hem 
niet aennemen ; maer we- 
derftonden hem ; doch 
dcnKeyfèr handhaeft fijn 
willekeur,en fteld hem in 
't befit. 

c Lodovicus ^Balbui 



"KT V 's doodes fickel quetft des Keyfers levens ader, 

Derhalven c Ludewijck , den lifper na fij n vader, 
Ghefalfde Keyfer werd : maer c t doodelijck d vergift 
Den dagheraet fijns rij cks 't gewenfchte leven kjiift. 
So dat de Roomfche kroon, na f s rijcks belchreven wetten, ^óLöij Caïli foneT • 
Vervalt op koninck c Kaer'1, die toegenaemt de Vette. 
Dees heeft Italien van c tgheweld der Saraceen 
Verdedight, endefchanck denNoordman ende Deen 
(By middel van verdragh,metRollon haren koningh) 
Hetlandlchap/Neuftrien,tererfFe!ijckerwooningh. 
Maer doe den Keyfer nu acn ziel en lichaems kracht 
Verlwackte, fog vervalt fen roem, en werd veracht 
Van 't Princelijckgevolgh,- verduyftert werd fijn ftarre, 
En 't eertijds bly geluck,dat grijnft hem toe van varre. 
Hy werd verworpen en verftooten uyt hetrijck, 
En leeft (maer fterft in c t left) by b Coftents armelijck. 
T\ Oen * Leo in het ooft op f t zee trompets gheklater 

Den Saraceen verlockt tot fcheeps-gevecht te water. 
'Tzydat * Andronicusdoor Sammonaxverraed 
Sich van fen zeevaerts lof te ruggh' verleyden laet, 
Desniettemin vertrecktMmerius met fij nichepen, 
En heeft de 'Arab'fche vloot kloeckmoedigh aengegrepcn: 
Verfiaetfe uy ter zee , en maeckt fich meefter,van 
Sen vy ands kielen , komt daer mede zeeghbaer an 
Ter Keyferlijcker ftee ,• daerna des rijcks behoeder 
Aflij vigh werd,en laet het Keyfer-rijck fen m broeder. 
Terwijl » Arnulphus fwaerd Italienstwiften (lecht, 
Daer °Guido,om de kroon,metBerengarins vecht. 

i Leo de vijfde Keyfer in Grecien,des vorigen Bafilij fbne. t tAndronkm was een overfte der Grieckfche 
fchepen, maer een dood- vyand van ^ammomx^ die een raedf heer was : defè ftroyden uyt,dat den Keyfer den 
Andronicum na 't leven ftonde,waer over Andronicus tot de Hagarenen vluchte } daer mede fijnen vyand Sam- 
monax oorfaeck ghevendc, hem by den Keyfer verdacht te maken van verraed ., die eer hy tot onfchuldigingh 
cjuam geftorven is. £, Imenus Logotbete } cen overfte van c s Keyfers fèheeps Armade, inde ftede Andronici. 
I Zijn de Saracenen,dic met haer fchepen uyt Arabien quamen. tn Alexander Casfar, des Leonis broeder» 
w ssirnitlphtis Ofar in Duytfchland,een fbne Carolomanni, ende des voornoemden Crafli neve. o GuUo 
en Berengarm , waren twee Hertogen inltalien,den eenen van Forum I«ïium,en den anderen van Spoktenjdefe 
trachten mede na het Keyfèr-rijck, R. 2 Hier 



d Hyis.nahetfchrijven 
van fbmmige, vergheven 
worden. 

e Carolut Crafins Rev- 
ierden fond Lodovici de 
ttoecde. 

ƒ Nevjtrien^ti Noof- 
mandijen , een landfehap 
in Vranckrijck. 

g Övermids de(èn Key- 
fer het geluek ontvalt, fö 
ontgaet hem oock fijn 
Princelijcke fleep , ende 
met een fijn waerdig- 
heyd , ende gaetghelijck 
den Roomichen Poet 
fêydj 

Dftmjttvat , & vult» ri~ 
det fort una fereno, 

Inde libatas cmtfa fc- 
cjHunthr epes. 
At fimul intonuit , f#- 
gtpint: nee nofcitttr »///', 

Agminibtts cormtnm c^rn 
modo cénttus erafc,. 
Ovid.Triji.lib.i.Eleg.4. 
h Coftents , is een ftad 
in Switfèrland aen de Bo- 
den- zee , niet veer van 
daer in een kloofter , is 
delen verworpenKeyfêr 
armelijck gheftorven. 



il% DER ZEE-VAERT LOF, 

Hier roept de * Slechte Kae^l om by ftand { sKey fers heyrc; 
Anno Samt 895. DieNoordmansrebelly uytFranckreychs palen weyrcn 

4 Karet de Slechte, x , , % i *, t t n ' i ■ • "*" . ,' ; 

koninck in Vranckrijck. Maer c t heyr der • Hunnen nu uyt Seythia verjaeght, 
b Dek Hunnen wa- ValtinPannonien, en duytfchland heftig h plaeght. 

▼an den Scythen uyt haer Maer krijght de nederlaegh,en vluchtet uyt den velde, 
land verdreven , fochten Befluy tende door hem,des Grooten Karels ftam, 

andere landen, komen m ~ . ' \ r- i n i *r r - i 1 

Pannoni^datfe namaels, Die voor denFrancken eerithet Keyfer-rijck bequam. 

na haer afkomfte , Hun- 

*TiZ%£ V- D lerghlijcken aenftoot lijd den Grieckfchen ftoel , diens 

Keyfer in Duytfchland , VOrften 

des Amulphi fone ,is de ^PorphyrogenitunijhetKeyfer-njckontmorfchten, 

lefte Keyier van des Ca- -c r / u • i j L 

roli Magni gheüachte. En • Lacapoenum (die met inghedrongen macht 
Anno Salut. 913. Was Admirael ter zee) den rijck-ftaf toeghebracht. 

d Conftaminus Tor- Doe c t machtigh fcheeps-gefwerm de/Roxolaner Scythen 
tbjnynuns Keyfer in Mzoetis baren fchuym , en k Tanais vloeden fpli j ten 

Grecien , des vonghen* ri • nji i i /f 

^eonisfone. Na Conitantinus itadj daer voor hun aenkomit 3 met 

e Romanm Lacapx- £ cn teghen-ruftingh, haer den Keyfer heeft verplet. 

Z iJykn^dwng. Maer de omloop van 'tgekck Romanum * wierp ter neder, 
ƒ Dit waren Mofco- En field' den Conftantijn tot Heer en Keyfer weder. 

wijtfeheRuflen. p g Franckens * Koenenraed fen lichaems kracht verloor, 

by denRuflchédeSwar- En Saxens i Vogh'laer in fen plaets ter kroon verkoor; 

te zee ghenaemt. Die Duytfchland voor c t gheweld der Scy tifche Hongaren: 

S&j££*S In '« * lacke ™U> he ^> °P <£ f P its vaQ fi J n heyrfcharen. 

faifki in Mofcovien (ich 

ftreckende , werd den j^ V ^, Ottho die een Roomfch gefalfde ,deeerfte uyt 

? h^eml'ncmo ïm- Den Duytfchen Keyfren is,en op fen label ftuy t 
periacomimitditt. Der 'Sclaven moetwil, met deHongarifchefchilden; 
ANNO Mvndi siaet Berengarium , en Italiens twiften ftilden. 

4881. Herfteld de m Hierarchy te Romen, en fen» foon 

Anno Salut. 97 J* (Met raed des opper-paeps) gheeft hy de Keyfers kroon. 

in Lnckent'e"e e r"° gh T ' wi J l Grieckens«eyfer beyd' verftand en ziel verflemptë. 

i Henrkvu Hertogh Wanneer PNicephorusde Saraceenen dempten, 
van Saxen Keyfer toege- £ n c t ey l an d 9 Creten vrijd\veroorfaeckt veler haet; 

naemt de Voghelaer^om _../. , , J 111 1 j 

dat hy een groot liefheb- r Zimiices neemt de kroon, en dood hem door verraed. 
berder vogeijaght ware. De Griecken ©nder dies met niewgelande tochten, 
r k ft r\lfSi eK S; AU oock de Saraceën Italien bevochten. 

ier der Duytlchen , des /•■iii^t»* 

Henrici fone. Doorftroopten c t gantfche land; des Ottho de Arents vaen 

/ Sclavos, waren mede 
een foort van Scythen, die op Italien dronghen, ende het landfchap Illyrien innamen,dat noch huyden Sclavo- 
nien heet. m Hierarchy is de opperfte kerckelijcke macht, want hy eenen Paus inghefteld hadde, die 

de RiOmers verdrevenen eenen anderen verkoren; derhalven hy fijn vorighe keur handhaefden, ende den (elven 
weder in (lelden. n Ottho de tweede Keyfer der Duyt(chen,desecrftenOtthonis fone. o Ro+ 

mantts Imior Keyfer der Griecken. p Nicephorus Pboea* Keyfer der Griecken. 1 Creten, nu Can- 

dia ghenaemt, r lohamu Zimifces Keyfer in Griecken» 

En wape- 



DERDE BOECK. .33 

En wapenen des rijcks te vyand heeft ontdaen : 

Op dat hy die verdoe jmaer 't mift hem,want de held'ge 

In handen vallen van de hoopen, der « gheweld'ge. 

Den Keyfer vlucht na ftrand en fcheept met kleyne (leep, 

Den oever af ; met dies, een roover komt,en greep 

Hem met fij n kleyn ghevolgh ghevangen, ende zeylden 

Heen na Sicilien, daer fy dele buyten veylden. 

Werd aen een koopman, die hem kenden, dier verkocht; 

Den Keyfer inder haeft b wift wat hy gelden mocht. 



a Fortes fortttna ad* 

b Keyfer Ottho de 
tweede is een voorbeeld 
van de onbeftandigheyd 
des ghelucks , die den 
veldflagh voor fijn vyan- 
den verheft, werd vluch- 
tigh van de zeeroovers 
ghevangen,van een Scla- 
vifch koopman ghekoft, 
ende komt allo wederom 

Men teld den roover <tgeld,doe heeft den Prins befchreden tot fijn voorgaande ftaet 

en heerlijckheyd. 

Stn.in Mcdea. 
■Rapidafartuna , ac levis. 
Praceps^ regno eripmr, 

& ex'.lio dedit. 
finfide regnis cnm knis 

magnas upes 
Huc j-erat, & ïHuc cafus. 

HetRoomfcherijcktendeel,*nadefen,fovervil ' } 

De ftad van Romen, in een warr'ge wederwil, 

Met Duytfchland, en verwerpt de Keyfèrlijcke wetten. 

Des treckt den Keyfer op,en handhaeft fij n ghefetten 

Met macht van wapens, e en vermeefterde c t geweld, 

En wat fich tegensfijn ghebod te weder fteld. 

Hy raemd (op dat fèn dood de inghelande vorften 

[Begeerigh tot de kroon] met twiften niet bemorfchten) 

De Keyfèrlijcke keur •> dat van nu erffelijck 

By feven Hemmen blijf de opdraght van het rijck. 

Dier wereltlijcke macht hy boven c t gheeftlijck fielden : 

Want vorften kranfen, een hy meer dan mijters telden. 



Een afgerechten henghft, en is den dans ontreden. 
Hervat den oorlogh met den Griecken, ende won, 
Wanneer de c valfche pijl fijn dapper leven fchon. 

tx Es d Ottho defès naems de derde, na de orden 

'M Sijn c s vaders, (na veel twifts der vorften) is geworden 



met een vergiftighe pijl 
doorfchoten. 

AnnoSalut. 984. 

d Ot 1 ho de derde Key- 
fer der Duytlchen , des 
tweeden Otthonis fone. 
Defèn Ottho is een in- 
ftelder der (even Keur- 
vorften. 

e Seneca in OElavia. 
Extmgüere hoilem ma* 
xima ejt yirtm 'ducis. 

t Een Roomfche Buf- 
ghemeefters vrouwe, die 
in (choonheyd alle Ita- 
liaenfche vrouwen van 



Hy ftarf aen c t Roomfcht fenijnjterwijl de Grieckfchë ftaet dien tijd overtrof, den 

Hanght aen /Bafilius, die Bulgariens Princen flaet. 

Diens broedere Conftantijn (door c tvuyl oneerlijck leven 

Totopdenhooghften graedinluyheyd overgheven) 

Aen 't heerfchen komt; wanneer het Hagareenfche mes 

Gewet,ter fchipvaert, terght de eylanden h Cyclades. 

Maer ' Samus fchut den flagh,voèr dat de kielen landen; 

Verftroyd'en jaeghtfe aen dehardeenfchorreftranden. 

Met heeft de mag°re dood den traghen vorft gheraeckt', 

Die voor fen fterven eerft ^Argyrum Keyfer maeckt': 

Dooraenghebodenecht,met 'Zoeên,welckers trouwen, 

Een erffelijckekeur der Keyfèren, defèr vrouwe 



K eyfer tot hare gunft ge- 
bracht hebbende , ende 
vermerckende dat hy 
wederom na Duytfch- 
land wilde trecken , ver- 
gal hem. 

ƒ Bafiiïm Keyfer der 
Griecken.fone des voor- 
gaenden Romani. 

g Covfiantwm Keyfer 
des voornoemden Bafilij 
broeder in Grecien. 

h CycLiües , zijn de 
Grieckfchë eylanden in 
Archipelago,by <t varen- 
de volck Arfïïpel ghe- 
naemt,van dewelcke De- 
los degheboort-plaetsApollinis het middelde was. * Samtts , een landvooght óes Keyfers Conftantini. 
^ Romanns ïArgyrus Keyfer in Grecien , om dat hy des Keyfèrs Conftantini dochter ten hovvelijck nam. 
/ Zoe Keyferinne des Conftantini dochter. 

R 3 Heeft 



i 3 4 DER ZEE-VAERT LOF, 

* <jt€ich*ei Caefar Heeft toegelaten ; want Argyrus naw'Mjcks fterft, 

^è C SSS5^uUim ° (a Michel > be y deZoc en 't Keyfer-rijck verwerft, 
C^far in Grecien : Dcfe Dien* Calaphates volght, ter keur derKeyferinne; 
wasccnoverfte derfchc- Die na hem 's rijcks gebied alleenighdorft ontginnen. 

fn C pa g ph^onié n fi^ fche! Tot d ^ fy werd geterght doof man luft, en verkieft 
pen helpen pieken en Den c Monomachum, die der kroonen glans d verheft, 
teeren , derhalven he m Door vuyl onachtfacmlieyd^ deeskeeren beyd' Kaer leven, 

oen naemv^aiapnates, uat _ » /* «• i i •• 1 n /*• 111 

is,lapfilverghcghcvenis. In c t oude twijgen , des dennjekitat ïsgnebleven 

cconfkntmm Mono. Qp Zoeên e fufter , die 't raedf heerlijck oordeel vierd 
ke^u^dden gSkch^ In recht-fpraeck,en de kroon met de oude wetten cierd. 

d Senec.in 'Tbyeïl* 

Vbi non eïipudor ^p Erwi ji <] en /Beyervorft,dc Duytfche kroon beheerden. 

pietaj/fides Die Honganjen, tot net Cnnltendom, bekeerden. 

inïiMu vegoum eff. Wanneer den dapp'ré S. Franck,het Duytfche rijck bevrijd, 
in* Greden! d« zöeën Voor ft Longobarder ftael, en t' Wtrecht overlijd. 
fufter. Diens fbne h Hendrijck dwinght de Boemen en Hongaren, 

Anno MvNDiEnvrijdCalabrien van Turcken en Barbaren. 

49^3 • Kroont fij n vijf-j arige 'ibon ten Roomfchen konlnck, voor 

Salut. 1001. Hy Saxens Vorftendom ter fterref-plaets verkoor. 

ƒ Henricus Hertogh 
in Beyeren,Keyfèr van 't ^ _ , , r 1 1 1 n 1 1 

Roomfche rijck in ^ V werd de Duytiche kroon beftreden met de wapen. 
Duytfchiand. Nu werd fe neerehedruckt door afgunft Roomfcher 

Keyfer en Hertogh in A a P e n. 

Francken. Den Keyfer Hendrijck werd ghedoemt door Papen ban 

h Henriet Hertogh j n si nte Pieters naem ; maer weynigh wifter van 
Duytfchiand/ Dié goedëdienftknecht,dat een k knechte fijner knechten, 

* Geheeten Henricns Met fulck een trots ghefagh , de Princen fou bevechten. 
DaySani *?** * Ea roe men, dat de * rots, aen hem de kroon en ftaf 
Anno Saiut.io57 Des ri j cks ghegeven heeft, dien hy Rudolphusgaf; 

* Tena dedn Petroze- Daer doch fën voorfaet noyt die Gods-macht heeft ont- 

trut diadema, Rudolphaé. fanphen 

( c ken weet ntètvan wien) E n defe,dieonlanghs,noch felven 'thoofd liet hanghen 
aen fich getrocken heb- Ghelijck een foore bies : maer nu tot een Hiërarch 
^ÏS Ter kereken hoofd ghefet , bedunckt fich den Monarch 
fer Hendrijck de kroon, En c s werelds hoofd te zijn. Ontfiet fich niet, der eeren 
en gheeftfe Rudolphus, Alwaerdigh, dat een Prins.loopt barvoets,flecht in kleeren 

Hertogh in Swabcn: de- ^ r\ i- • 1 1 J 1 f 1 

fe tituieert fich dan een Om af-laet, aen dien ziel-tyran,dry daghen lanck, 
knecht der knechten , en Als waert een aerdfche God ,• dus onder des den Franck 1 
MMfcfet&g Van Y cder werd verdruckt,Rudolphusmen verheften, 3 

eyghen begeerlijckhcden 

overwonnen ,gelijck fijn dienftknechten,daer van fijn ua-fact eendienftknecht geworden is, om defelve,te we- 
tenen gencgentheden,met wereldlij cke hoogheyd te vervullen, ende is alfo ten rechten Servusfervomm. fed 
Hl Plant m inqmt, 

Non decetfftpcrbttm tfit bdtmmmfaynm* 

So langh^ 



DERDE BOE CK. 135 Anno 1099. 

Solangh, totHcnrijckhcm ten tweeden veldflaghtreften.^ tS^^T 
Daer lagh Sirit Peters kroon; den Paep tijt opter loop, FranckL' ' Keyfl ia 
Verlieft dcnRoomfchen ftoel,en ftervende fijn hoop» Duytfchland. 
Den Keyfcr end'lijck van de vorften,en door loghen, de t^ln Mufen" X 
Als mede van fijn * foon ellendigh werd bedroghen, fangh.goddinnen,dieeea 

En ftcrft van herten-leed,doen hy voor heen c t gheweld, gJ^Sfa &*!£& 
Des Keyfer rijcks fijn fbon in handen hadd'ghefteld. tifche fanghen gehouden 

word. 

ft Oud op mijn * Callyoop der Kroon begcerige fiecken in \gff* ^g 

Te roemen in u (angh,van de ondergaende Griecken. Goudftad genaemt, daer 

Want Pierus dochteren befpottcn defe ftof ; de .§*™ Wf 60 

^ t r 1 , r 1 1 ,-» ir veel hun vertreck badden. 

Om datle buy ten 't lpoor loopt van u Zee vaerts lof. d atutt*ntmoptknM 

De fbrgeloofheyt van de Keyfren , keert c Chryfopolen, eyghentlijck te fcgghen, 
NutotecnMoord-kuylom,endrijft^Conftantinopolen, gf JJ™ % 
Door de ongeftuyme twift ghelijck een lichte veer ; Griecken, eertijds Byzan- 

VeroorfaecktKeyfer-moord enkrijghtTyrannen weer. «umghenaemt. 
So dat de Grieckfche fteên vaft zidderen en fchureken, A *'™ "gjj^j • 
Midshaerbouvall'geftaetvoorde opkomfl: vadeTurcké. di/ishe^Keyfehjckege' 
Het koft u Griecken,want u Keyfer hcerlchappy , fagb,dat geüjck een fchip 

Wort van den Turckghedreyght met SnltaensMonarchy. ■■gjftSfCÏ 
Des (wijmt u Zec-vaerts lof, en ftoft ons treur-tonneelen aenfien,geholt,gefok,ge- 
MetZee- vaerts fchip-breuck,om uws uyt-eynds rol te fpee- acht,veracbt,datfomtijds 

)\ afciomtijds cocneerat)ge- 
V* cn * dreven werdt, door de 

XT V fien ick Duytfchland, vol Italiaenfch verraed : ebben en vloeden der 

Door < t wereldlijck krackeel en kerekeli jeke haet. veranderhKkereewen. 

t tl 1 r l t j 1 1 , j / 'tViflchersbootan* 

1 wee icnepen vol gelaghs/t een grooter doch als 't ander, dershetPaufehjckgefagh 
Die prangen mars op mars te windwaert met malkander, dat dc RoomfcheKerck 
Diernamen 'thackbortdracghtden'Adelaerhet groot, JBSSS 
En c t kleyne het Sleutel-kruys,dat lijekt ee fviiTchers boot. die metfenghefeilen vif. 
Hier 't Adelaers gefwicr de Hemel kruyfte fleutels, (tels, ^SS^c& 
De loef fteeckt,des de knecht der knechts,met veel gepreu- gi e0 ock het ghefelfchap 
Loeft met fen doggboot aen,fb hoogh als 't dragen magh; der viflehers noemen. 
Ditbellight haer de Kroon van'tAdelaerghefagh, * SffiJJSfi^ 

En roept,how,vifTcher,ftri jekjdiens mackers met gefchater *£** hy n t l - inban f tn * 
W t guyten op fen lchceps,her uyt, jou ichijt in t water. DUo üvidtana. 

How draghend,achter om,SintPieters fleutelkruys, Pone O******** 

Mnjckt voor geen Adelaers: & maer , terght g het heyhgh tf on (, e „ e c J eIigs imfia 
Een Yfer deur jou wand dat fbujelichtgheworden. (huys. daar* coiit. 
Maer Henderick de vijfd'ftond doe niet als een lorden. J, S3ffij£ 
Sen Iantjes met der vaert een boegh-ftuck haelden uyt, dom, legghende aen den 
En fchooten,dat de kloot dicht voor hem overftuy t. ^ hi i °'! *5J*' ?§r; 

Hier raecktet fpel te horr,terftond de viffchers kappen, daghgeSoodtn, «2e dê 
Met de Arends rceders heen ter h Wormfer reede flappen, ghefchiiien de$ Keyfer? 

Daer met déPausnedergeieyt:> 



I3 6 DER ZEE-VAERT LOF, 

Daer werd de twift geflecht ; den viffcher wert gepayd : 
Mids dat des Arents vlagh fo hoogh als fijne wayd, 
En dat de viffcher vloot haer Admiraelfchap maeckten 
In c s Hopmans by-zij n,die [indien der y emand raeckten 
Anno Salut. 1 1 28 y an v jff cners yloote vaft , of in qua gaten ftootl 

Saxen , Keyfer van Ghehouden ioude zijn, te redden uyt den noot. 
Duytfchland. Daer voor de viffchers, weer föo veel,in hem ghehouden, 

inSwTbêf H,Hertogh Datfy Sint Pieter voor fijnfcheeps-vaert bidden fouden. 

c Coumdus , Hertogh 

in Francken , Keyfer na t*x Q en ft ar f d e Keyfer , en * Lotharius Saxer Heer, 

L °d a Den°Keyfer werd Door Vorftelij cke keur, werd Roomfche Keyfer weer. 
ghehouden , naeft Godt, Hier Hertogh b Vrede-rijck van Swaben,met fen broeder 
Z b f hoe ^ er r de V rT" c Coenraed der Francken Vorft,braveeren,den ^behoeder 

ftander des Roomlchen ^ _ r . ... . ' n i r 

rijcks. Des Roomlchen njcks,op c t punt van iiael gewette inee. 

e Dkterichs Bem , is ^ot <i at nct Priefterdom een Goddelijcke vree 

I e n°Ke e yfer Wk werd* Hier tulïchen beyden ftaefc 5 daerna den Keyfer fliften, 
maer noch niet verr' ge- Door 't gantfche Roomfbh gebied de ontfonckte Burgher 

reyft zijnde ,ftarfby de twiften. 

RiviereLech,fovoorby r r . . ' - . r , , . , 

Aufburgh loopt. Volipeelende de rol fijns levens, op den wegh, 

ƒ Den Franck,is Con-Nj et verr > van , Dietrighs-Bern , op de oever van de Lech. 

radus, die Keyfer werd, a 

daer na Hertogh Hen- 

rijck van Beyeren oock 1 "^ En/ Franck fpijt Beyer komt ter keur in c s voor'ghen 

trachté, maer te vergeefs. *** ftede 

«^ ) * ^' Terwijl den grooten Turck feer ftrenghelijck beftrede 
Diarbech , een Provincie £ Melopotamiam,en keerd len machtigh heyr, 
in groot Afien. Na ^minder Afien,fbo dat ter teghen weyr 

wet/nu ïlj De Ch »ften Princen hun eendrachtelijck verbinden, 
naemt. En ruften tot den tocht haer al-om krijghs-ghefinde 

,- ^ odov ^ ko ^ t Te water en te land 5 hierkoninck 'Luydewijck 
met den nC Keyfer > op na En Keyfer Coenraed,in het Grieckfche Keyfer rijck, 
't Heylighe land. Hun heyren landen, en door hulp van Thracier kielen 

tuflchenCappadocienen- En land'waerd rucken op, na iLicaonien,docn 

de cüitien ie g gende,eer- rj e Grieckfch geveynfde gunft, met lijftocht fcheë te voen 

Cogne^henaernt!" ' ° De Francken,en het brood(met kalck vermengt)gebacken 

/ Matwei Keyfer in Heeft uytgedeeld, om 't heyr Conradi te verlwacken, 
Grecien. ^ et fï ec k ten . want [^ f tar f a [ dj e der at van 't brood; 

m Seleucie n , een itad _ *■■■-.■ t , i 

leggende opdefcheydin- Daerom den Keyier,met fijn heyr door hongers nood 
ghe van cüitien en So- /]\j a Griecken wederom te keeren) werd ghedreven. 

rijen, daer omtrent daer ^, , m , irr r i » i_ru 

nu AiexandretteHght , in En daer va daen, hy lcheep licn t zeewaert heeft begeven 
den hoeckvan iflus. Na Paleftijnen } t'wijl door l Manuelis raed 
ne [inde^Sgtel Den Franfchen Ludewijck fcheep na - Selencien gaet. 
hceten de Woeftijne Sur. En voerd fen heyrkracht door de Syrifche n Woeftijnen, 

Land 



Der Prineen c kruyfvaertf)met gelijckemunt d betaelden. 

Want Roger opentlijck voor vyand hem verklaerd, 

En met een machtigh heyr ter zee na Griecken vaert. 

Verwoeft de kuften van* Morea,tot de ftranden 

VanRomanyen,daer hy namaels mee belanden» 

En Conftantinus ftad vyandelijck omringht. 

Verbrand de voorftad tot de grond toe,enbefpringht 

HetKeyfèrlijcke flot,en vreelielijck beftormden 

Het buyten ftads ghebow,- de felle wraeck * vervormden 

Lufthuyfen, hoven,en ghefterckte vaftigheên ; 

't Werd alles om ghekeerd totpuyn enftof van fteen. 

T Erwijl den Keyfèr met de vorften van Euroopen, 



DERDE BOECK. 13? 

Land met veel teghenfpöets te left in * Paleftijnen. a TaUnynen ; anders 

Daer ftrijd men met den Turck,en vrijd het heyligh graf; Terra San&a , of <t hey. 
Terwijl Siciliens ' vorft.den Grieck (verdiende ftraf (den ^^g^^ 
Van wegen c t fnood' bedrogh , daer mee hy eerft onthael- van Sidlien. 

c Kruy (vaert noem* 
demen de tochten die te-< 
gen den Turck na c t hey- 
ligheland aenghenomen 
wierden^want al de gene 
foo daer henen ten oor-« 
logh trocken, ontfinghen 
van den Paus , of een lij- 
her Legaten , het heyligh 
kruys,tot eenteecké,datfè 
daer voor vrornelijck 
vechten fouden; van defe 
ordre des kruyces,is noch 
de ridderfebap van Mal- 
ta, hoewel Sinte Pieter 
voor defèn noyt Ridders 
gheflagen heeft, ten waer 
dat het Malcus gheweeft 

Haer kielen weerteruggh'in'tfchuym der Wendoo- wa r s > ^nochtans fijn 

~ , * -1 ö r i t- i i ii / naiaet hier in de konin- 

tn landen met triumph, en koninckhjck ghevolgh, (pen. g h en niet toegeven, ende 
Aen ftrand Italiens^daer de graghe dood verfwolgh oock Ridders maken ; is 

Dien kloecken-koenen-raed; diens Neve /Vrederijck.is ^yst^iXn'S 
Ghekomen totdekroon,diehemnietonghelijckis guldeVb'es)uyttedeelen. 

In deughd' en dapperheyd; diens grooten name klonck d !*$ c **»tF* w efl c<m+ 
't Cierted des Keyferrijcks.dat oy t ia Duy tfchhnd blonck. J*^£££. 
Maer c t groot ver derf(d at door deRoomfchepapé twiften^ mrejm4fmnt t 
De Duytfche vorften fchift,en op Italien hiften, n f '&*«" ». eertijds 

-r^T^rfi ï i- i ! n 1 reloponelus gheheeten. 

De Keylerhjcke macht; dier uytghetrocken itael * Anderskeerden qm,; 

In de oogen blixemde,den volcke)in de fchael en vernielden. 

Der reden overwickt ; bewij ft met wifle mereken, Anno 1153. 

Datmeerdehooghmoedin't gekroonde hoofd derkerc-„/^"^ 

Veroorfaeckte,ende lade c t oorlogh op fèn hals, [ken land. 

Dan felfs den Keyfer,die ter Papen dienft in als 

Sich voordeminfte acht: ja minder dan fen Adel, 

En houd defteghelreep, op dat den paep ten fadel, 

Mocht klimmen; die hch niet ontfien heeft,te ghelijck 

Te treden op den neck,desKeyfers Vrederijck. 

Sich eyghenende to e de woorden : * Ghyfult treden 

T>e draeckgn met de yoet, en yyand'len op de leden 
Tïeradd'ren: maer de vorft hem antwoord datlij ck weer: 
* USQet dy paep, doen ick (maer Sint Tieter)dek eer. 
Dit zijn defteenen daer de kereks-ghekroonde hoofden, 
Hun opper Hierarchy,op bowden,en berooofden 

S AllengC 



* Super AsfiAem & 
BafiltfcuM ambtilabis ± 
& eincttlcabis Leonem 
& drutsonem* 



è Non tifa 7 fed Petros 



t 3 S DER ZEE-VAERT LOF, 

« Alaca ndcrdcGroo- Allengskens 't hooghghefagh,der wereldlijcker macht, 
te badde wel een groot En hebben 't nu (6 verr' ghemuylband,dat de pracht, 
behaghen in de vieyery Eefl , op gheblafen Paeps,alleen derft onderlegden : 

van de Poëten Agis en r& Y >,.... j n_r 5 

Cleo, datfe hem in hun Dat * Alexander eertijds naw hjeks uyt dorlt leggen. 

veerfen voor eenen God 

S« ?B^ScSo?en S Wi jgbtftil mijnfangh-goddin, der papen miffeklanck 
en Pollux fouden moeten In't heyligh Choor,verdooft,door't neurië van u fanck. 
wijcken,maerhyontfa g h sineht,hoeden Vrederijck,maeckt vree met fijn vyanden; 

hem denCalifthenem om & \ , n - n i i- 11 

dathy fuicx weder fprack, Hoe Babiloniens*vorit,verwoelt, ten neyhgen lande 
te dooden , anders dan £) e ft ac j Ierufalem, c Cefarea, en mee 

hem meteenen betiigen- tt 1 i 5 /v 1 1 j 

de aen het verraed met V eel and re lieden, op den oever vande zee. 

Hermelao mede fchui- En dertigh duyfend man der Chriftenen verworghden ; 

dighte wefai. Maer wie So dat fich Vrederijckvoor overval beforehden. 

dele weclenDfpccKt in de ^ " 

macht Gods , die fehaer En met dePrincen van gantfeh Chriftenrijck befluyt, 
felveninveelentoeeyge- De groote heyrtocht,om denTurckfchen Soudaen,uyt 

ghepijnicht e g ndTope h n" Iudea wech te flaen 5 den Keyfer met veel Graven 
lijck als een ketter ver- En Duytfche Furften,met een wacker heyrkracht,draven 
dam? c 80 DoorHongarijen^nBulgarienjna'tftrand 

An. Salut. 1188. Van Thracien,en voort Bithiniens oever-kant 

u Genaemt SMadmnSy , , ,- • * , , • « t 

Prince van Babüonien . Met lc hepen aenghezeyld,en met hun heyren ylen 

c c^^,eenftadin Door Licaonien,na Armenien; onderwijlen 
iSr° °de h :!ddellfS Den Graef van Vlaend'rea , met der Deenen vorft te gaer, 
zee. Met twalef kielen hun tot byftand bieden,daer 

d Hier uyt mach men Den Graef van Holland komt, met d vijftigh kloecke fche- 

mereken , dat Holland in _ .-- ...... j n / 

dier tijd meerder in Daer toe Venetien,Sicihen, en deftreepe (P en > 

fchipvaert gheweeft is, Van gantfeh Italien,met Galeyen op deftroom 
dan vlaenderen en De- En GaleafTen,aen < Phceniciens oevers-foom, 

nemareken beyde waren. .. * ' 

e Thoenkien , een De eertijds itereke ltad van Tyrus overmannen. 
kndfehap in Soryen,ghe- Alwaer den Keyfer met fen ten.ten uytghefpannen, 
dT n em^s Ze ve™ e 1dt Te ruggh van't woefte t Sur , fen leger fwayden om, 
ftad Tyrus Hght, nu nau- Heen na de zee-kant,heetdcfchepen wellekom. 
weitjcks föhaduw van B eraem d en m iddelmetde vorftenBond -ghenooten, 

hier vooreaende luyfter. , . . . ,° * 

* Sm , een Woeftijne Om f Damiaten in i£gypten,met haer vlooten 
in Paieftijnen , daer van Xe brenghen in haer macht -, want hier de Nijlfche zee 
mC fmm^enf^s Wtbakende eenbequaemen vruchtbare ancker-ree. 
peiufium geheeten, ghe- Voor 'tPaleftijnfch ghevaerd : om c t legher in Soryen 
leghen by den uytioop yg tg Mifraims overvloed met voorraed te verblijen. 

desNiilsdiemenPeiutia- ¥T . « r i «• f 1 i r r 1 rt • *■ 1 • 

cum noemde. Hier Vredenjck,begheert iichlelven, in 'tghewoel 

g Miftaimi verftaet Der {chepen, en befluyt h Bellone hier den ftoel 
tg TTeLe fufter van Te Pinten jmaer al eer, den Keyfer dees gheweften 
Mars , «tweick fo veel als Beftormden,fagh hy aeo,de hoogh ghetoor'nde vetten: 
den oorbgh tefegghen Ter eener zijden, en ter ander, ront-ommec 

De yfre fchakel reecks,der haven mond befèt : 

Van 



ERDE BOECE 139 

Van de e*n tot de ander toor'n fa dat door raed derHeerea 
Werd [onverrichter faeck] beraemt weerom te keeren. ^ n Muncii . T . z ; 
Dès * Welhem c s Graven foon van Holland (die de trots Anno Sa j ut> t x * 
DerHagareenen (peet) wechzeylden, en op Gods * wMemm, fonevan 

Gheleyd\de naefte plaets ghelegenjoopt ter reede, Gr ^ F Ioris de d 5 rde 

-_ 'in , r°t- tt 1 L L J „/* v an dien naroe,Graet van 

En aen deiteven, voor c t ichip Harlems boegh, doetlmee- Ho n arK j. 
Een ftaelghetandefaegh,dievaftdaeraen gehecht (den b Brandige pijlen die- 
En vaerdigh na fen fin,hy voorwind henen , recht feo P de chriften rche P en 

o ft r i r i i i 1 uytlchoten , omme de- 

Na Damiaten zeyld , verlien met dobbel takels, féivedaer medeaé brand 

Envijldmettopzeyls-koelt,eensloefs,deftalefchakels te helpen. 

Aenflarden,datdekrackeenfchrickindeoorenklonck m / rs J^ eï het fWd 

Der Chriften vyand : maer in ftale loyfter, blo nek met bet kmys tot teeken 

Op Harlems fchild, de roem van Holland des te klaerder. ^erdervromigheyd van 

C . . \ f f e . y T den Patriarch tot Ierula- 

Schoon Damiaten,langhs noerelder,en vermaerder, i cm ghegeven wierd,om 

Beyd' veft en torens mand,- dier * brandighe gheflits, « haer wapen te voeren. 

Nochtansweerhcudeloos,den Batavier,op c t fpits fciföéSftS 

Van c t fcherp gevijlde ftaehdemoed te meer ontfonckten; Armenien , werd van de 
En vechtend' hiel,foo lansh tot 's Keyfers zeylen, pronck- dwardfeooroen onder 

___. .. . . r •• i » i / enetrocken , ende ver- 

Voor wind ter haven m - y en ipijt den Hagareen, (ten, § ronc k op j en IO# Iu . 

Veroverden de ftad,dieeerftonwinbaericheen. (buygen, mus des jaers na chifti 
Hier de oude Zee-vaerts lofvoorHollandfch roem moet ^fStag^ 
So 't Harlems c fwaerd en kruysop huy den noch getuygen . ƒ Annockun^ ftad 
Maer Keyfer Vrcderijck,in c t end 5 3 als in 't begin ghdeghen tuffchen de 

Des oorloghs,onverkeerd,neemt al de zeeftrand in : ïfeSSS 

Van Paleftijncn,tot Sorien,daer de baren, dat nu Aleppo Hght , dat 

En dwarelftroomen van fen d dood de oorfaeck waren. j* daer u voor houden > 

_. /- «t i •• i ♦ «il datAntjochiageweettis, 

DiensfoneVredenjckinnaemenvromigheyd g Hennen* Sext W% 

Sen Vader wel gheleeck; die nemende 't beley d Ke y fer van Duytfchiand, 

Desoorloghby derhand rmaerinfenjonghe jaren, CC \°u y tTowden c on : 

<t Brandfuchtighe e fenijn,fên ziele doet vervaren : ftantia, de dochter wü- 

Tot f Antiochien,daer oock de Grave [fterftl hêmifa konincksSici- 

„. tt ii i rn_«-Tjrr r r Iie , ende ertden derhal- 

Van Holland en len itee in 's Keylers grar verwerft. V en mede dekroone van 

TErwijlen g Henrijck heerfcht in Duytfchiand als Siciiié,maerdeSiciiianen 
X Roomfch koninck. ^ ad r den f é ™ den T J°* 

, r t_ 3 tr r ««• i j i cretum des konings Ro- 

En nu ter keur ontlangnt de Keylerhjcke kromngh. geri baftaerd foon gege- 

Wanneer Sicilien te onrecht de aen gheerfde kroon jf*° > dae ' °* er dit OON 

Der * Keyferinnen, gheeft Rogerus baftaerd foon . °\ GcnaemtP^/wj 

Dat Henrijck niet gedooght,maer rechten met de fwaerde die na hem Keyfer werd. 
Hetonrecbt.hemghedaen: enftraften,elcknawaerde, J^^^S* 
Dermifdaed, en beveelt len ^broeder hetgheiagh. metdenTurckgemaeckt 

Wijl 'Ridfaerd koninck depBrittoenen,met verdragh nebbende , werd hem 
Der Turcken ,Wcderkomt,terughuyt Paleftijnen: ^en^en^cieim 

Aenmerckende , fijns rijeks , gheftadigh ondermijnen, gheftraft. 

S z Van 



ï4 o DER ZEE-VAERT LOÏ> 



-, Van vreem de Vorften/t welck hy trachten te ve*hoen j 

itocenti* haddebc Eengroote fomme gouds,den Keyfer, te betalen : 



ƒ 



) , Maer werd ghevanghen,en ghedwonghen,tot rantfoen, 



hooren innocennm te Om dat hy buy ten laft,fijns Heeren,ginck bepalen, 
wefen, maer dfo dit veers Eenfchandelijcke vreed'; des Keyfer Henrijck ruft; 
meer verdragen mochte, Eenniewe heyrkracnt, nade Aiiatlcnekuit. 
ais de fnoodheden des Q m < t voorberaemd verdraghjderTurckente verbreken: 
en fluidighrd/oonnofel En 'taenghedane leed, der Chriftenen,te wreken. 
bevonden worde) den Maer *t mifluckt,want dedood Henrici,werd verftaen : 
UtomochtenTS^ Wier rij^g 1 * ' the Y r verftroyd , en elck fijns weghs doet 

twee lettertjens (in) uyt- (gaen* 

ghelatóu. t\ Aerna*Nocentius des Roomfchen rijcks vcrwoeder, 

Swab^^ ,H EtTrócn! Den vromen koriinck* Phlips , des Keyfer Henrijcks 

Keyfer ?an Duytfchland. broeder 

c Dat den moord de- Door loghens maeckt verdacht, enhitfteuytenckelfpijt» 

les i\.£viers door raed oer ^ - *• J 

Papen, gefchied is,blijckt Tyrannen op,die om dees God-vergeten nijd, 
daer uyt,want den moor- Van alle kant beftaen de kroone te onderkruypen. 
oX;l» e wi«eVpact Terwijl,door Papen < raed,demoordenaer, komt fluypen, 
den Keyfer omghebracht Ter Keyfers kamer in, en klooft hem ' t beckeneel : 
hebbende , vlucht tot Soo ( j at hy gheeft den gheeft,en laet het rijck ten deel 

Eggiberco den Bilichop . j ^ t ° i °i-r i i 1 t i 

tot Babenbergh , diemet Aen d Ottho,den tyran: die loo veel onneyls browden, 
fijn Broeder defen ver- Dat haeft denRoomfche Paep,fên voor'ge daed berowderj. 

vloeckten moordenaer 

d Otth, Herroghvan T) Oen werd,de rechte ftam^dejonghe* Vrederijck, 
Saxë,<eyfer va Duytfch- Siciliens koninck,weer beroepen,tot het rijck. 

land door tyranmie *- i . i_ i« i_ • j j j n 

An Sal t 212 Een dapper jonghehngh, intredende de frappen 
e 'predsncL, koninck Si j n<s Grootvaers,en begaeftmet waerdige eygëfchapperi 

van SiciHen , Keyfer van Eens konincks ; maer deflangh (die onder c t neyligh kleed 

Duytfchland,desHennci Qhefcholen light,enfteeds den Vree des rijcks verbeet. 
ƒ Defe veerskens heb- Hoewel fchijn-heyligh fèlfs den vrede (tandaerd fwayden ; 

be ick uyt den Hoogh- Nochtans eerfuchtigh veel vergifte twiften fayden) 

duytfchenovereefet.daer xr i j tr fl. A i i. • 

by den Hiftory-fchhjver Verbant den vromen Vorfr, en lteld tyrannen m. 
oock noch dit graffchrift, Doch Vrederijck verdraeght, en/ fchrijft hem defen fin. 

ter eeren defes Keyfers, 

voeghtjendealfoo'tfelve »r-ri i i t n t r* 

in t Latijn feer aerdigh K fagh voor langh de itad van Romen 

deffeiven lof uytfteide , Struyckelen,vallen heen en weer. 

Snu"" ^ «Rfiedenvalnunaderkomen: 

S'is der wereld hoofd niet meer. 

EPITHAPHIVM. 

nrmm^iË7c^ ***' mwoord ' Sinte Pieters fchips verfincken : 
Nobdkas oti Ghy vergeefs u onderwind. 

É^ometlnïiui Met leek? <t kan niet verdrincken ; 

FredericHs qmj*ctt intta. c t Blijft een fchip in ftorm en wind. 

God 



DERDE BOECK: 



141 



Styfir antwoor^* 



fam antwoord. 



God (die my den rijck-ftaf pereld) 
Wil,datyederfchepfel leert: 

Datick,VREED'RYCK zy derwereld 
Hamer , en een vorft ghe-eert. 

God wil, en de heyPge fchriften 
Leeren 3 dat dijn fonde doet : 

Dat dij n ziele, haeft fal fchiften^ 
En dan eewigh lijden moet, 



Dat is: 

Soo vroomheyd, edel- 
dom , verftand , 

Rijckdom en manne- 
deughd , de hand 

Des doods verduyuen 
konden, fiet ! 

Den Keyfer F RED- 
RYCK lagh hier niet. 



a Den vidcher op S. 
Pieter* fcfcuyt, dat is,den 
Paus op fijn mogentheyd 
en ghefagh. • 

b Het werelds-fchip 

S._ n 1 * 7 ./r 1 c- Tt« /- 1 1 1 des Adelaers,isdemacht 

O valt, den* Viiicner op Sint Pieters fchuyt betrowden: en <tge%hdesKeyfers. 

I>at noch onftuyme zee,noch wind mocht wederhoudë, c Beftraft den Keyfer 
Sen roeckeloos beftaen: en klampt met veel ghebaers To V ^Zt^ 
Het b werelds ichip,aen boord,des Roomfchen Adelaers. * Die eerft na der Pa- 
Schiet,uyt den koker der Propheten, f heyl'ghe pijlen : ^bT MmeiS 10 ^ 
Die c t Roomfchemiiverftand, op voordeel liet ^vervijlen, ft e id. 
Door e eyghen paffi,met vergiftigh haet en nijd. ' Door <fe ghene foo 

Door Papen hooghmoed / uytghefchooten, in den flrijd, £ eeft daer aen S hele * en 
Daer felfs den Reeder £ 't {chip lal voor den huyrlingh ruy- ƒ Met een laetdunc- 

men kende rrotfigheyd des 

% - > /•!. r 1 ./v.1 r 1 grooten vi.Tchers (die de 

Maer * t icnieten treft niet toe; den viiicner , op ien luymen, gantfche wereld fijnen 
Leyd' ander laghen,kieft met een'gher Reeders hulp, 
Een^Thuringhsfchipper;maer,alfbo een watergulp 
Hem fmackten overboord: den viiTcher gaw ghefleepen, 
Ter keure,haeldenuyt de Nederlandfchefc hepen, 
Een» Hollandtlch(chipper,die,om eens Sint Pieters rock 



vifch-vyver noemt) uyt- 
gefoogen. Want voorde 
viflehers but op den oe- 
ver d es Tybers ghefchre- 
ven ftaetj 

Scchjiam pro mart rego, 
mihiclimata mttndi 



Te kuffen, voorftaen fou,den eertijds Vreed'rijcks ^kock 5 Sunc ***& , Scripwr* re- 
Die nu den viflcher fpeeld' :maer ïo de grutten morften, 
Voor c t lefte,dat den Baes,al etend' is gheborften 
Diens 'fone Coenraet ,doen de heerfchappy verwerft: 
Maer twee jaer na hem,aen een (elfde fauce fteift. 



tta,pifcis homo. 

g Om den Keyfer 
*t rijck te-dosn ruymen, 
en de machtvan 't felve 
te difponeren en aen hem 
te trecken. 

Anno Mvndi 
£ O werd Graef Welhem dan van Holland (met den wille jio<5. 
der w Reeders)fchipper,maer niet langh daerna, de kille Salut. 1244. 
Dood, klampten hem aenboord; hy gaf 't ghewillish op h J 1 *»™™ * Land - 

r > J Z> b o r Graef van Heffen en 

Thuringhen , Roomfch 
koninck. 
i Wilhelmus Graefvan Holland Roomfch koninck. k. Inmcenüm , de derde, Paus tot Romen , eertijds 
desKeyfèrs Vrederijcks goede vriend gheweeft zijnde , maer tot den Paufèlijcken ftaet ghekomen , werd 
grooter vyand vanhemalsoyt Honorius, ofte Gregorius voor hem gheweeft waren ; want door fijnen 
raedende toedoen werd Fredericus in 't landfehap Apulien vergheven. / Convudus , koninck 

van Sicilien en Ierufalem,werd Roomfch koninck. m BydeReedersmoetraendèKeurenRijcks-Vcr- 
ften verftaen. 



3 



Doen 



ï 4 % DER ZEE-VAERT LOF, 

Doen fteegh de Reeders c t bloed door twiften inde kop, 
Van 't keurige krakeel: mids elcks goed dunckend' oordeel 
Een fchipper nafen hand ftemt,totfèn eyghen voordeel, 
Den vifïcher,die c t ghefchü wel eer tot vrede bracht : 
Anno 1 1 f f. ^* e weckten nu op c t hooghft de brabMingh in de-wacht 

0$ Richardus , koninck In f t left men kiefter tweedeen * Enghelfman ,die c t varen 
ran Enghelland , werd Gheleerd hadd 9 ,op de vloên,en Brktenlandfche baren, 
Roomfch komnck. Die ^ docht be(]uaem)dit konincklijcke fchip, 

In ftorm te wachten,voor zee,oorlogh,ftrand en klip. 
b AipbonjHs de tbiende, De tweede fchipper was een * Spangiaerd, die c t ghewemel 
ïESSSS* Der ftarren fon en maen met der planeten Hemel, 
koninck, iseentrerTclijcklneyghcnfchap, in ganck ? in plaets>en kracht erkent: 
Mathemathicus geweeft. £ n w i c k en kon,hoe hoogh dat Phcebus koetfe rent, 

Ter plaetfèn daer hy is,en hoe veer die gheleghen 
Is van fen rniddagh lijn ; dit docht elck,was te deghen 
Een fchipper van fatfoen,die op de groote zee e 

De fchipvaert hadd' gheleerd: maer op de vifTchersree 
De groeiden niet en wift; des moeft den viffcher mede 
. Sen aem daer over gaen, dees ftuurd' hem weer in vrede 
cJdtd»J(tLfiff^^f Spangien: wantons dient (feght hy) alfulcken man, 
in honnm) venit. Die onfè dwael-grond kent,en diefe mij den c kan. 

d AJJcmbeccHSy Ot tbo- 
mmnns , Candelow >en _ , _ . f 

caramannus , waren vier r^ V d Aiienbeccus,en 'tgheilacht der Otthomannen, 
de voomaemftc geflach- Met Candelorus,en Caramannus, t'famen ipannen. 
k^op^nderVlande^ Verlaten «tPerfifch rijck, en palen 't Turckfchghebied, 
te veroveren, endenamen In c t weften, daer den Phrijgh,den Grieckfchen oever fiet? 
de? "t feivTionder htt Bed winghen met den fwaerd', Natoliën, en de landen 
daer van Caramannus Van Cappadocien,tot des Euxini ftranden. 
Cilicicn toeviel , dat na £ n tergen op de vloêii (ter fchipvaert afgerecht) [vecht," 
Uto&aZÈlZ * Scbenrfuchtigh Gnecken , met gednyrigh fcheeps gh* 
heet. 'T» Erwijl, de Duytfchekeur eendrachtelijck verklaerden 

Anno 1 270. x e Rndolph,Habfburger Graef, der Keyferlijcker waerde 

e Rudoiphm&tzd van Beheerfcher,door beveldes heyl'ghen/dwinghelands: 

Habfburgh , Keyfer van _. , . , 1 r L- J 1. 1» 1 1 

Duytfchiand, Die hem aenminnigh, tot befcherm des heyl gen lands, 

/Verftaet den Paus Der Turcken gecflbl docht; hy heeft het rijck bevonden 

Anno' M v n d i Al " om door bur g her - kri J g h > en P a P en haet gefchdnden. 

Maer voor fen ftervenhy den vrede wederbaerd, 

g AiMfhmvim mfJfa daer mee vreedigh reyft na Spiers tengravc waert. 

[on, Keyfer van Duytfch- 

^«^.HertoghinOofté- Roomlch koninck werd gheltemt , des h AeJbrecht 

rijck , Keyfer , des voor- fdjicr gheborften 

noemdenRudoiphifone. yanfpijt is,die fich felfs ia ^t rijck demeeftedocfc 



DERDE BOECK. 14* „ r// 

~J a Hafenpjul , is een 

Endaerom,op de macht derwapens,heeft gefocht ' plaetfebydeKeyferiijcke 
Dees eere,en verkrcegh die,doen hy Naffawfch Grave, J^Jd^vtèk^ 
By a Hafenpful,in f t veld delaefte doodfteeck gave. tuffchen Keyfer Adolph 

£) Aermee,fo b fcheurden c t net, van Sinte Pieters vangft : cn hef ^|, h Aelbrechc 

En 't (chip des Adelaers,vervil door defe anghft, Anno 1208. 

Aen dager wal,nochtans, door 't ruymen ^van de winden, b Overmids den Room- 
Softevend'hetin c tleft,noch boven alle blinden, fcnen ftoel enBiflchop- 

Van Sint Hierarchus bocht; doen paften Albert,op cifgroo^ghevolgh mge- 

De VifTchers-zéghe,met (en marfleyls in het top : beeld hadden , dat hier 

Maer vifchten achter c tnet,en ( t was gheen weer te ftelten, mede t e met he P . 
Dus e bid hy om de zoo,maer krijght daer voor fint velten Keyferüjcfee keur bykans 
Op c t lijf ƒ ghewenfchtjdit fpeet hem,des hy op fen fy gheheel in handen der 

Sen.fabel gord , en loopt ftracks na de Galdery, ^?JS^**«- 

En haelt fen gowe band, terftond de Maets belaften Albertus en de toeval ee- 

Hy c t hoeckwand te afë; voort vertoond hy fich fen gaften, nig«Vorftenjteven hem 

_ J r , . f r^ \ r denrugh, tegens de kerc- 

En feght , ïck pas voortaen op Dogger noch fen maet, kelijck | ged * chte machto 
Het ftaet my toe,te zijn,beyd' viffcher en foldaet. e Derhalven hy ver- 

Met dies de Franfche * Phlips Sint Pieters boot voorby liep f ° cc r ktaen den fl Pausdo °' 

jt-v i ï * "* > ghelanten toeitemmingh 

Te loefwaertjdes het graw der Doggers uyt de ly nep, der Keyferlijcker keur. 
Kom af jou lichte Frans, * of 't yfer gaet der deur. f Den Paus weyghert 

Maer Phlips die roept, Ouyje va mon cours Monfieur. ww^egantfeh fchots 
Sint Pieters na-neef dies een fijn wind-veeringh ftuckent ^ e K eyferlijcke keur, en- 
Te boord haelt,ende fchiet hem 't' lely hackbort ftucken. dLSa^XSdöidS 
Noch ruften ( t hier by niet,want de overluyden van g Albertus gord , fijn 

Het vifleher gilde,deen,den Fraofman in den ban. %™ d a ™ ^ n e ^g 

En wilden dat hy ftracks Sint Pieters vloote ruymden, kroone op *7 hooft! 
Dier overman (van fpijt en droncken gramfchap fchuym- maeekt fich de Gemeen- 

iv ° L J te onderdanigh en treedt 

Öen / * , ' voor haer, feggende: lek 

Stuurt datelijck fen boot aen Hopman Alberts boord, ben Keyfer en Pausmis of 
Met pas en ^fendbrief,die bemachtichden hem voort !l y wi l de %en> ghelijck 

_ V r /Ui j 1 deoudeRoomfcheKey- 

DenFranfmanvoorgoe ' buyt,als vyand aen te randen. fere,dieoockf«ww/\w- 
Maer,voor de boot aen boord komt,warê beyd'de handen >#" geweeftzijn. 
Van - Phlips en Albert,gaer ghefloten tot verdragh: ^ vÏÏSSSSS 

Dies keert de boot weerom en laetelck fijn ghefagh. Paus niet voor fijnen 

Heer erkennen, 

£^ Aet nu (mij n fangheres) den Lütfenburger n Henrijck confidentie ' 
'ltalienvryen,vandertyrannyen fchen-rijek. £& futrj»um *&§# 

* J J J violare? 

i Den Paus keerd hem fijn fchild en helm om , en verklaerd hem voor vyand van den Roomfchen floepen- 
de doet hem in 't Confiftorium opentlijek verbannen, ^Hoscmqtie erumpie , qua non fwit i refacerdos, Pro- 
tintts hac vetiti crimims afta rea ejt. O vid. Tafi. lib. 2 . 4. Maer fèhickt Legaten tot den Keyfer,en Iaet fich we! 
behzghen, (nam placet facratus afpis idifculapij) dat Albertus Keyfer zy. / Gheeft hem mede brieven om 
Vranckrijckvyandelijckaentevallen,entebefitten. m Maer al eer de Legaten aen quamen, hadde den Key- 
fer met Vranckrijck^fich door huwelijck en fwagherfchap verbonden, u Hennen* , Grave van Lutfenburgb, 
Keyfer. 

Laet 



i 4 4 DER ZEE-VAERT LOF, 

* F ^«:*.Hertogb LactKcyfcr Albrcchts* feon,de derde Vredcrijck, 
inOoftenrijckjKeyrer. De kroon enfcepter,metfijnNeve ^Ludewijck. 

in Betren nTfa 6 " 0811 Laet vry den Roomlclien Paus den Ludewijck verbannen: 
m ^caniMgtiarttu, En c Karel in het rijck de Roomfche vierfchaer fpannen. 
koninckin Bohemen , en L aet d Wencelaus, onnut in flempery vergaen : 
K ftS: f tai n nci : En « Sigifmundi rijck, in vromigheyd.beftaen. 
inBohemen,Keyfer 4 Laet /Vrederijck de vierd,het rijck in vreeregeeren : 
« Si tf m ""^*^£ En na hem* Maximiliaen als Roomfche Keyfer eeren. 
in BXmcn'fnVngTren, Laet Keyfer*' Karel toe,een Chriften Monarchy ; 
Keyfer , des Wenecelai Singht flechts, hoezeèvaertslofftaeft aller heerfchappv. 

Broeder. & l r ] 

f Fredericut ,Hertogh _ ' m 

in Ooftenrijck, Keyfer. VJ Ant naw'hjck » Amurath, den Prins der Otthomannen 
g MaxManns^tt- ^t Afien werd verlockt (doen twiftendc tyrannen 
Keyfer? ° CnnJC ** J Q Griecken,maecktenlos, de langh ghedreyghde val) 
b Caroim Ghtintus, Of luyfterde eerften na het Meeremijns geichal, 

^cLiSnrijd^ narCba En Grieckfche water Goón 5 die hoorende trompetten, 
i Amnratbes Ottho. Sich den befnedenTurck,tot byftand veynft te fetten, 
mammsde gnote,de dn- rj es *.Cantacuzenijen ftracks in volgheweyr 
dc ^It« K ?Jw«- Der l Catalaner vloot, bemanden, met fijn heyr. 
nus, Keyfer tot Conftan- Maer m Paleologus,met de hulp der « Geneveefèn, 
tmopolen. Doet Cantacuzenum de Otthomannen vreefen, 

An N o M v N D I In Ct eerfte treffen . des den Turc kfchen Amurath, 

^ x l* In fchijn van byftand,der Galeyen ftrijd hervat: 

icltMn waren En ^ aet ^ en Genevees,veroverd meeft haer fchépen; 
volcken die op d'efcbey- En heeft daer mee de fteên, aen ° Hellas ftrand benepen.' 
dinghe van Hifpanien, en Neemt p Callipolis in;bekrijght nu opentlijck, 
SSr££S Bulgari e n,Myfien,en 't gantfche Grieckfche rijck, 

fchen Arragonen'tPy- 

reneyfche ghcbcrchtcm XT Aerfoonu ?Mahomet (deoneenieheyd der Griecken 

de Provincie Catalloma, 1V-1-, , T , v P, , ' . r f 

daer Barzelona de voor- Vermerckten,treckt hy op en veld de Turckfche piec- 
naemfte zee-ftad is j defe Voor Coniiantinus ftadj te lande,en ter zee , (ken 

tr 1 ai eV ^^"Hy«k|metfchcp e n,dicht^gh S heenb e %t C ndee. 

num byftand van fche- Den Keyfer r Conitantijn van meeningh om de kielen 
P en - Der Turcken [in 't belegh te water] te vernielen : 

m Iohannes Valeoio- ° 

gusy Keyfer tot Conftan- 
tinopolen , ncfFens den 

Cantacuzenum: Want defe Paleologen en Cantacuzeni,wafen tweede voorhaemfte en machtighfte geflachten 
van Griecken,die door haer onverfadelijcke ftaetfucht,ftedes om 't hooghfte gefagh twifteden,en hebben alfö, 
ghdijck der ftaetfuchtigben aert is, liever het oriderfte fien boven te keeren , dan een titeltjen van haer onverfa» 
deliicke begheerten te miffen; hebben tot dien eynde haren erf-vyand te hulpe gheroepen,die fijn gelegentheyd 
in defen waernemende, haer allen op c t lijf ghevallen is ; Ofragilis damnofa fetperbia fceptri. n Die van Genua 
helpen den Paleologum met fehepen en Galeyen. o Hellas , anders Romanyen. p Callipolis ,nu Galliopolis, 
een ftadindenThracierCherfbnefus gheleghen , anders S int Iuriaens arm ghenaemt. q Mahomet , de 
tweede van dien naem, de achfte Turckfehe Keyfer,by den Turck en Mecbemethbeg ghenaemt. r Conslan- 
tinHifa achfte van dien naern,de lege Chriften Keyfo tot Conftantinopolen. 

Maer 



DERDE BOECE; 14^ i 

Maer koud en machteló6s,ey(cht van fèn onderdaen, a hannes &km wa 

Een fchattingh,om de vloot (die den Venetiaen Dalmanen , en Theophi- 

Totbyftandhadd'gefchickt)met nootdruftte verforgeü. &£££&£ 
Maer neen,den Burger houd fen fchatten liefft verborgen, de dood , voor de poort 
In deaerde (omdaernaden vyanden totbuyt van'tKeyferlijckehof. 

Telaten)danhynufoumildlijckreyckeduyt: Anno Salut. 1453 

Om 's lands ghemeene beft met onderfland te ftutten ; A 7J 2 ? Ma J us ; 

»* r-n 1 1 ii/- • «ii r i \ * Het is aenmerckens 

Den Turck valt onder des(wantniemant wil hem icnutten) waer( jigh,dat den eerften 
Conftantinopel met dry honderd duyfend man Chriftcn Keyfer die van 

Seerheftighftormendcophetonvoorfienftean, XK£w&£ 

Hier « Sclavus by de poort en Paleologus ftrijden : ftantinus , en fijn moeder 

Om 't Keyferlijcke hof voor aenloop [te bevrijden] Heienaghenaemt waren, 

Der Turcken,* vallen beyd' door machteloof heyt neer. die^kft^verioor Con- 
DaerKeyfèrConftantijnConftantinoplenseer ftantinus ende fijnmoe- 

Voor 't left verded'ghen wil: maer 't is vergeefs geftreden j ó ^teT & nacmt Zljn 
Den Keyfer door 't gedrangh des volcks werd doot getre- c Aldufdanfehe men- 
Daer lagh de luyfter van den grooten Conftantijn (den. Jchenzijn, ais biaesbak- 

D- j n i> , n i j i n. •• ken, (die een vreedfame 

ie de eerite was,diens * naem,moit oock de lelie zijn. chriftelijcke regermghe, 

gbelijck een woefte en 

Cl Hy hebt my nu voldaen ,ö Mufa m et u ftemme. onbefuyfde zee verhef- 

\JT T . * virint'i ïi ren, ende beroeren , daer 

Laet nu dit u gheiangh, Hechts in de ooren klemmen, i n beyde het fchip van 

Der c vrede-haters,en warr-gheeftenjfelden ftil, Sint e Pieter en van Sint 

Verleyders die inftads en kerckelijck ghefchil, fSSSSuSS^ 

De herten,der ghemeent,door lcheuringhe verkrachten: komen fchipbrekinghe te 

Verachters van den Vorft,en wereldlijcker machten. jjj£ en ; g^hjekmen uyt 

Op datfe weten,dat door haer en haers ghelijck, w^pfeh^eüdTSl 

Vergaen is,menigh' vorft en menigh koninckrijek. *en der Rom«ynen,t©t de 

Daer door den Griecken/t lof der zeevaert is benomen. ü^ aen t dl J™S hen 

_ . 1 r 1 1 • 1 der Gnecken , en Duyt- 

Der Turcken zee vaerts roem,door lulcks is opgekomen, fchen üchtelijck bevroe- 

Op datfe leeren fich te wachten voor den val, den kan. 

Die in 't by fonder,haer op 't eerfte treffen fal. mn£T"j£™Z?l 
Opdatdegoeghemeent ,gheen oorfaeck heeft te klagen, /*>, fonumque apudeos 

Dat binnenlands feni j n veroorfaeckt haerlie plaghen. mn t H*»***& ***** 

Opdataendichternietinvolgend'eeWjlijnltor C ys Deorum magnifici, 

O! bondigh Nederland,uy t u weeld-minnigh hof domi p*n*j» **wvsfide« 

Tot leyder fmet ontleen van die die na ons komen. tlZ^d^tt^l Üft 

Op datme feggen mach den ftaet heeft toeghenomen fax cvwrat, *q»itatefc« 

Door d eendracht van dat volck, die leefden in een eew, *** t nm ^ e ?" b } k * m r 

_ lil r 1 m 1 fHrabanr. C. Saluft.dt 

Daer yeder borgner voor len heerdltee was een leew. «»/>m*. cw>7*»«, 

Daer liefde en billickhey t malkander waren buuren. 
Daer deughd en vreefe Gods de wacht hiel "op de muuren: 
Dier fpaerfaemheyt by huys, dier dapperheyd in 't veld, 
Den ftaet van Holland onbeweeghlijck heeft ghefteld. 

T Op 



t46 DER ZEE-VAERT LOF. 

Op datöer nimmermeer,het treurigh,ach ten leften 
Op volligh,endeklaeght dat dees bowvall'gheveften 
Van fcheurfucht ondermijnt, nu (chudden op haer laft. 
En dat de gierigheyd, met veel ghebreken, waft 
Tot vyandfchappen, die om haer byfonder faken, 
Een onghebonden hoop tot haer regenten maken. 
Maer dat in 't teghendeel,die nu en na ons leeft, 
Senherte nimmermeer aen dees gebreken kleeft, [baken. 
't Schipbreuckigh wrack aen ftrand,verftreck ons voor een 

a Feiioterftpit is, qüi Gheen * beter f P ie ghel, dan dat we in een ander laken ; 

Aüeno pericuio fapit. Is c t Romen fo ghegaen? viel c t dus met Griecken uyt? 

<PIaM ' Wy hebben tijdsghenoegh,ons voor de wederftuyt 

Te wachten, dats mijn wenfch j is nu haer zeevaertfchif- 

Se is loffelijck gheweeftj f t geval is licht en driftigh. [tigh? 

Wie daer op, op de wind, op ebb' en vloed betrouwt . ? 

Die heeft als fylie oyt op c t driftigh ys ghebowt. 

Sy bloeyden,rijpten, des iy in haer weeld verfmoorden. 

Wy bloeyë noch, God geeft datnoyt ons blos verfoorden: 

Op dat ghy Amfterdam, ó ! zeevaert-rijcke ftad, 

(Dat wenfch ick)bloeyend' blijft in zee-oegft rijcke fchat. 



Ende des derden TZoecki* 



DE R 






DER 



HZ 



ZEÈ-VAERT LOF. 

Vierde Boeck 




,"-*— ^ii) 



(Hl Roondragher * die ia 't diepft van dija lazuyre -J»gg*ÏÏ* 

kolcken, God der zeen. 

By wetten onderhoud dijn kout-diefchubde , * Oftefoverralshern 

* , i J P des werelds rond is ltrec- 

volcken. kende. 

Dievan^daerdeAtlasomdeonfichtbaer fpillenfneld, * Alfodenwater,gie- 

Door-fwerven 't criftallijn gheiijcke pekelveld. ter , anders Aquariusgc- 

~, t- i i i A i ö J i r i naemt,eenzuyder-fterrc- 

Die op dijn elgher kneult den moet der gramme baren, beeltenis is , daer in een 
Wanneer den zeehaen krayt moy weer voor dijn dienaren. fterre Foaahant ghe- 
Gheef dees ghefellen laft uyt' water-gieters kruyck SS^iibbc afbed- 

Te hóófen dees mijn dorr'-verïborde lawer ftruyck. den , als uyt de water- 

Maerdukomonderdesop.Argosvyer'gheluycken &££££* 

Van uyt den * middagh hier,ons avond aenficht pruycken. de zuyd wil) meeftin't 
Niet met dijn fpecery .noch koftelijckghefteent, ghebrayckjs,omdeAf- 

L J J P. punts-hooghte te vinden; 

ftelle die als een behulp-middel om mijne Poëly den weghe te banen, om des zee vaerts lof (in 't zuyden ver- 
kregen) op Duytiche rijm te fingen. c 't Schip Argos,een fterre-beeltenis, mede in 'tzuyder deelja geheel be- 
zuyden denTropinusCapricorni. d Vannytdenmiddagh,ofuytden zuydenjons avond- aenficht bet eeckent 
dele landen,die by de oude Geographi (infonderheyd fö ooftwaerts van ons woonden) Avondlander ghenoemt 
wierden, om dat van haer af te rekenen>de fonne alhier fcheen onder te gaen. 

Tz Of 



tot 
men 



148 DER ZEE-VAERT LOF, 

a Voor dat den wegh Of uyt ghemijnde erts, noch Elephants ghebeent : 
nadeindié,fofichrond-£) at; ^ er denlndiaen defwarte* Ethiopea f pen; 

omAphricaftreckt, ont- _-, . .. 1 >-r> ï j t< ! 1 

deckt waer, plachten de A oevoerd , die c t aen den 1 urck, de 1 urcken ons verkoo- 
>Ethiopers de fpecenjen Maer,met een heylige glants,die uyt den middagh blinckt, 
^tSSiT^ En onfe avond-ftarr'by haer ten hove winckt. 

uyt Indien te halen , en • • / r i r \ i n 

brochtenfe door de roo- Op dat wy (die ghewent zijn Mchemer-ichaw te hand'len) 
dezec,acn dciEgyptfchc [) en ongebaenden pad ten heeten midda&h wand'len. 

en Arabiche Turcken, ~ A D t n 1 a i- i n 

diefe aen de Chriftenen En Argus ooghen ilechtsopc Argosdicplootilaen, 
overbrachten , ende alfo En fo voort ballaftfchceps rond-om Afrijcken gaen. 
-ons plachten te ko- Ontfiendenoch c tgefchroock,nochfoorighfonncbradcn, 

l Schemer-fchaw daer Wanneer wy flechts met roof en kofllijckheên bekden 
by werd verftaen (alfoo rj en no l bepeckten buyck,en komen vayligh weer, 

den avond niet dan fche- n-« » i irti r i • 

mer-fchaw en is) delan- Toe-eyg nende ons ghelangti der zee en f chipvaerts eer. 

den fö alhier omtrent ge- 
legen zijn. \T7Anneer de d Taeghfche vorft fen ftalen lemmer repten 

c Argos Dieploot , is W . J f c 1 I 1" 1 c r 

eenfeerkiare ftarrein't En Mars te water dreer na ^konmcklijcke^Septen, 
zuyden , anders Canobus rj aer komende aen het diep bedoven pekel-ftrand; 

kSj^^ inghewand. 

den, Co na indien varen. En datelijck gheloft fen half verkofte zielen, 
d DeTaeghfche vorft, Qj e aenghedreven en te vyand overvielen 

otte den koninck van . &. ni t r rr • t i«- f *» / 

Portugaei namentiijck, Der mina relieden noort,van c t Konmcklijcke Fez. 
x>™ i ^»^ eerjte van Doen heeft ƒ Bellone felfs den moed'ghen Portuguees 
lenname. (Neptunes tegheval) denlawerkrans ghefchoncken,- 

e s? P u, ZènSell °P dat fen grootfche geeft te meerder mocht ontfonckcn. 
een groote ftadin ( tko- En pricklentot het aenghevanghen onderfbeck, 
ninckrijeke Fezin Africa W aeri rThetyos omhelft de Afrijckfche zuyder hoeck: 

iegghende aen de enghte i£; , J . - , , _ , -\ r , _,/ . n 

ofte ftrate van Gibraltar, Om te ondervinden, wat de h Ethiopiche Chrilten, 
ƒ j?^/o»f,oftedegod- In <t zuydenfcheyde van de Arabfche Mah'methiften, 

*$££&*, ° mfelfs de ^gyptfche Turck (die 'troode diep doorfnee 

aller wateren ofte de zee. En de Indiaen befbehtjte (choppen uyt der zee. 

h Die van iEthiopien 
te dier tijd waren meeft -m *• a r * i ■ 1 • i n ° a t 

goede Chriften. ]y[ Aer lo den l koninck nu tot ^Sagres in Algarven 

i Don Hemigo , kj>- Defchépen uytruft> werd door f t konincklijcke fterven 
Km ^Sagre^\n llgarven, c t Begonnen werek gheftaeckt,tot dat fen broeders foon 
een ftad in het uyterfte l Alphonfus koninck werd der Portugaelfche kroon. 
ghedeelte van Portugael, D i e was deflelven fins dees fchipvaert te hervatten 

byCapo bint Vincent. _. , r , /- i • i i«- i /■- i i 

iDonAifonfo de vier- Maerwerd genootfaeckt omienkonincklijck ichatten, 
ae van dien name , ko- BenefFens fijn perfoon te fetten in de fchael 

ninck van Portugael. Ghc(J|lfendc f en ri j C k OD 't punt van <t gladde ftad. 

En afterftalligh des denope defèr eeren, 
BenefFens c tkoninckrijcks vanPortugaels bcheeren^ 



Sijn 



VIERDE BOECK. 

Sijn * foon ten erve laet,die na Alphonfus dood, 
De roem van Portugael,queeckt op den (achten fchoot 
Des grawen Oceans;die met een wacker oordeel 
De middlen overflaet [en recktfe tot fen voordeel] 
VereyfTchende ten dienft van fulck een groot beftaen. 
En doet alfbo met laft fijn kielen c t zeewaert gaen. 
Omweghen door de zee na ander koninckrijcken 
Teontdecken, langhs het dorr' en brandighe Afrijcken 
Aen gheen zijd' de * evenaer, in andere Hemels fchaw. 
Ter ander zijde,fchickt hy aen c t bekroofèn graw 
Vruchtbare Nijlfche ftrand , ter zee ervaren mannen, 
Om met den Arabier den oever tebefpannen 
Op c t gladde parckementjmet Circkl pafTers punt ; 
Die recht de ftreckingh na het goud-rijck Indien munt. 
Op dat,wanneerme langhs de opghefochte trappen 



149 



Anno 1494. 

a Namentlijck , Don 
Joande groote^ de tweeda 
van dien name koninck 
Van Portugael , defe onr- 
decktveele te voren noyr 
bekende landen , op de 
kufte va Africa en iEthio- 
pien, endekomt fo verre 
met fijn {chepen, tot daer 
het de voorgaende oude 
Geographi, achteden on- 
mogelijck om der Tonnen 
hitte bewoont te konnen 
werden. 

b d'Evenaer by de Ma- 
thematici de linie des 
Equino&iaels genaemt. 

c Dit is den Tropieus 
Capricorni,welcke Circ- 



Der fonnen, zuyd'-waert klimt, door kenbaer eygeniêhap- kei van de fbnne aenghe- 
(Door 't ongebaende pad gebakend inde locht) (pe 
Der onderfoeckers,vry de ervaringh volghen mocht. 



daer de fönne wederom 
na 't noorden keert. 

Y) E opfoeckers onder des fons evenaer pafferen. cusIctardfeop^dS- 

En voort met fneeghe vaert des cfteen-bocks kromme ve wij te (als den Tropi- 

keeren cus Capricorni.,bezuyden 

Daer Phceb' van daen ghehuyfl: was na het d kreeften hoek: noorden defeivelinie in- 
So dat Matroos ontbrack den warmen winter-rock. ghebeeid werd , waer in 

Daer op dan «t ftorm gheblaes met Hemel hooghe baren, ^*J^j* lanshfte 
Haerdaglijcks meer en meer met onfpoedkomtbefwaren. t Defe was de lefte 
Doch komen end'lijck,by den aldergrootften t hoeck, e " zuydelijckfte hoeck, 

t^. 1 1 ri •- 1 1 • 1 1 1 1 van Arnca , des koninck- 

Die aerd-belchrij ver,oy t broent in het zeekaert boeck. rijeks Monomotapa. 

Hier komt de vreefe (door fteeds omgekeerde lucken) 

Met t'elckens niewe ramp,haer 's levens hoop ontrucken. 

So dat van oogenblick tot oogen bliek de no od 

Hen fchricklijck beelden af,de bleeckghe verfde dood, 



ƒ Dit is te verftaen 
op 3J graden fuydpools 
verheffinghe , alfoo het 
woordeken gradtts van 
de Latiniften ghenomen, 
ende beteeckend een tre- 



Door wan-hoop aenghepreft j de half- verdroncke zielen de,door fodanige graden 

Verlaten c t (uy der punt , met omghekeerde kielen, 

En bieden f t moe ghefbrght ghefronfte voorhooft, aen 

Den blijden fonnefchijn,die haer te moet komt gaen. 

Befluyten dat den hoeck by c t Hemel-licht gheméten, 

Op /vijf-en-dertigh treen,de£ ftorrem hoeck fal heeten. 

Belanden end'lijck weer aen c t h Lufitaenfche ftrand, 

Verwelkomt van den vorft op * Tagus oeverkant. 

Daer openende 't boeck der daghelijckfche fchriften, 









ofte treden , werd den 
aerdkloot afghedeelt , te 
weten, in 360 graden, in 
fijnen orbis ofte omring. 

g Storrem- hoeck of- 
te de tormenterende, 
wierdenfè genaemt,over- 
mids de ftorreme entor- 
rementé diefe a^daer lede. 

h Ltijïtaenfche , anders 
Portugael fche. 

t Tagus , is die treflfê- 



lijcke reviere,fbde ouden (chrij ven, dat goude fanden opwierpe, loopendedoor Portugael langhs de be 
roemde ftad Lif boa,by ons LiiTebon ghenaemt. 

T 3 Vertelden 



« Aifooaenkoninckïjo DER ZEE-VAERT LOF, 

groot verlanghen hadde, 111 , 1 «1 1 i \ -r - 

omme de indien te om- Vertelden hem 't ghevolgh van al de tegendriften^ 
decken ,door fchipvaert, £)j e aen j e ftorrem kaepjhaer herten maeckten banghj 

fiende°^ ól JScTmoft Dats (fprack den koninck) recht waer na dat ick verlanghs 
erghens in 't zuyden en- Want dits de rechte hoeck, die uw' geleen ellende, 
dighen, ende den paster Nu ve nxheldingh fal in groote blyfchap Wenden* 

zeeopenen,daerophem fi & & J * 

defekaepontdecktwerd, 'kSie (leght hy) groot gevolgh uytdeesontdeckingftaen» 
verheucht fich daer in, £) es w ü \ c fc dat dien hoeckfal heeten,nu voortaen 

d^p d An^ede^, Dcn * hoeckvan goede hoop 3 dit hebbende beflooten 
ofte kape de bonEfpe- Softeld hy order 3 om een afgherechte vloote 
, ra n Ce /V j / Te ruften tot de reys,van nader onderfoeck. 

b Palhd* mors Aquo p*l- 1.1 • 1 • 1 L 1- L 111 » 

fat pede paupemmta- Met werd deskomncks ziel het uchaem veel te kloeck, 
hem*s> En fchift fich van hem af; daer leyd de Prins b verfcheyderi* 

Rerumqtte turres.HoKtt, t*.. n 1 £a . ? L r J* J 1 1 

c Don Manoei, ko- Die «racks 'tverov ren noch van Indien onderleyden. 
ninck van Portugad. Prins c Manuel bekleed terftond deflelven ftee. 

d Iafon verkreegh eer- £ Q order ft c ld en op J e ndderfchap ter zee. 

tijds het gulde Vlies van . t 11 t-ti- n >*■ 1 * 

Colchos, door detoove- Die niet om f t gulde Vlies ltaet op d Medeas toov ren : 
rije van Medea. Maer om een e Argos fchip vol vliefen te vero v'ren 

dat fifon h eS P s tnGrl Door zee-helds dapperheyd | hoewel den gantfchen raed, 
cien't onfichelijckfte en Des konincks opfet,door ontradingh,\vederftaet: 
grootfte fchip , ja de y oorW eridende der hoop.onvaft gheftelde reden, 

GriEckiche macht ter 

zee was, fb wildendich- 't Ghevaer der fchip-vaert, en detfellefsmoey'lijckheden. 
ter alhier met Argos r_) at ock de koften voor den Portugaelfchen ftaet, 
lattf^en^ Door lanckheyt van den W egh,meer fchaden fou dan baet, 
ftaen ; ende by <t galde En ofdefchepen fchoon de p'rijcklen al ontflipten : 
Vlies , de eere en rijck- £> at hem te vruchten ftond den Soudaen van i£gypten. 

dom , loo daer door ver- _ 1111 r j« 11 1 r_ 1 1 , Jl 

kreghen werd. Dat noch behalven,or dit alles welgneluckt : 

ƒ Femand Lattrent^en Der Chriften Princen gunft t'hemwaerts in haet verruckt. 

Portuguees van groote 
authoritevt en aenfien, 

bequaem om groote en }")^ n koninck al gereet dees voorflagh wederleyden* 
konincklijcke faken uyt £ n gee f t f FcrnandLaurent den laft,van c t toe-bereyden 

g rafque de Cjama y Der fchepenjmaer hy felfs na waerde de ampten deeld, 
Edelman ende Capkeyn En£ Gama vande vloot de heerfchappy beveeld, 
3S&S££3: D« s fofe nu van als verfien en vaerd.gh waren, 
omdeindiesoptefoeckc. Op b leven broederen dagh, de Atlantiche blawe baren 

h Seyen broederen- Beploeghden met ghefind' : en feylden op ghena 

dagh, is den thienden Iu- » r L P 1 °, , , . A * 1 • 

lij foGama 't zeylginck. V an wind en water,langhs de kult van Aphnca. 
i dEylanden der For- En eer niet,na beneen c t gekromde yfer,fbncken, 

Elanden! 1 * Cananfche Voor dat DEylanden i der Fortunen fon wit bloncken 

i s. iacobs dagh, Voor uyt,en onderfchoot^ daer op me datlijck, van 
«t weick« den 2y.iuiij. Defchependandwaerd rocyd het naefte Eyland an. 

/^iïco/^,eenMathe- , -,. r <*• t 1 j mi 1 1 11 

matifch inftmment van Hier[op^Sint IacoDS daghJMatroos de holle tonnen 
kooper, omme de hoog- Met foete ftroomen vuld,en peyld de middagh fbnne 

«.derfonnentepeylen. 0pde / Afaolabc^'t VijI[ghdijckccnfwartCWolck] 

De 



i ji 



a Men vind niet dai 
onder de Canarifche Ey- 
landen een is,dat Sint la- 
cob 'niet, maer wel onder 
de Eylanden van Car» 
Verde.te weten,/We de 5, 
/^<?,zijnde hetgrootfte, 
neffens 'f de de Mciy, ftaet 
derhalven wel te denc- 
ken , datfè doen ter tijd 
dele Eylanden mede Fer- 
tunate geheeten hebben. 

b 'De tvpeehnghen^ 
een teeckendes Zodiax ; 



VIERDE BOECfc 

De Mooren, vallen uyt de bofTchen, op het volck 

Van Gama, dat verbaeft met Ichrandereghewichten 

Na ftrand en met de boots na boord roeyd' 5 ende lichten 

Het logghe ancker op,en noemen <t Eyland, na 

Den dagh, a Sint Iacobs land; met klimtmen op de ra 

En fhijd de zeylen af,voorhalendede (chooten : 

So gaetme voor de wind den zuyder Hemel blooten, 

Van ' t fchoonfte dagh cieraet , en fiet het b kinder paer 

Vergoden van den ftier,benoorden de evenaer. 

De kaep van goede hoop ghenaeckten ondertuflchen : 

Daer c Euronotus op , fijn grammen moet komt blnffchcn, 7S ode " . v ? nde " i] " et \ 

^ .,_,,«. t r i r 7 dat is , Phcebus den God 

Die d Tralcias bevecht,enlo met eenen mee der fonnen,uyt den {lier, 

De Lufitaenfche vloot fën macht ghevoelen dee. °fe teecken deflelfs, 

Dit maeckt > Ia Hagel warfch.die 't beter acht voor 't lefte ffigggSZ 

Te keeren wederom,dan langher c t lijf ten befte 

Te geven, op ghena, van weder ende wind. 

Dit ièggen,langhs foo meer, en heftigher begint. 

Dies Gama weed gheterght,om 't muy ten te beletten, 

De oproerighe amptluy,van haer ampten af te fètten , 

En kiefen ander' weer j werdfèlven/Palinuur, 

Die recht de ganghen peyld,en opficht neemt op 't ftuur. 

Met rept fich g Zephyrus, (o dat de zeylen puylen, 

En doen de aengaende ftreeck,in ander gangh verruylen, 

Beooften om de kaepj hierjanghs de wal ghezeyld 

Tot aen Sint ^Raphaels-kuft,en ancker grond ghepeyld. 

Hier gaetme met ghefchenck deskonincksaenfichtgroe- ft'ghwas. 

Die met een teghengift ghenooten giften boeten. [ten, leydondefCrop^ 

T'wijl by de fchepen vaft de tael onkunde Moor 

Verftaet en doet verft aen, door 't fienelijck ghehoor, 

En datelij ck bewijs, dat fich dees zeeftrand reckten 

Tot aen de roode zee,die langhs Arabien ftreckten : 

Dat volghens haer beduyd niet verre lagh van hier. 

Dit moedight haer op c t nieu, en noemden dees revier 

i Goed teecken^hebbende hun fchepen ende fiecken 

Verbeterd en vervar(cht,(y l t naefte ochtend kriecken 

Ter voor ebb' ftelden (chrap,de zeylen,ende gaen 

Na vMozambique,daerfe landen,en verftaen 

Dat haer 'Zacoeya, na 's lands wijfequamghemoeten, 

Met Saraceenfch ghevolgh, haer aenkomft te begroeten. 

Maer<t^thioopfchonthael,metvrieadfchapsfchijndoor-SrrSd:„ n 

ipeCKt 'y hoeck daer Mozambique 

leyd , werde eertijds by 
PtolomaEum PrafTum Promontorium gheheetcn. I Zacoeia, Gouverneur tot Mozambique , een loos 
men(ehe,en hart vyand van de Lhnften, 

Vm c i 



tijd des Mays. 

c Euronotus , anders 
Vulturnm , is den zuyd- 
ooften wind. 

d Trafcias , anders 
Circins , is den noord- 
noord-weften wind. 

e IanHaghel , byde 

Hollandfche zeevarende 

de gemeene Matroofèn. 

f Talwuur 3 ofte ftier- 

man. 

g ZephjYHSy ofte Fa~ 
vomus , is den weften 
wind, die haer ghedien- 



^ icus 

Capricorni in'tnoord- 
ooften van de Cape de 
bon Efperance,in het ko- 
ninckrijeke Quiloa, aen 
de Arabifchezee, die by 
Ptolomaeius Sinus Bar ba- 
rkas ghenoemt werd. 

* DereviereofteBaye $ 
daer defè fchepen lagen, 
werde BuenoSignio^dat 
is,goed teecken) van Ga- 
ma ghenaemt. 

^ Mo"(ambique , een 
ftad leggende op een Ey- 
land , dicht onder 't land 
dat Zanguebaer genaemt 
is,behoorende onder den 



ijl DER ZEE-VAERT LOp, 

* Ditvokk tot Mo- Van 't trouweloofè volck,dcn Portuguees ontdeckï 
zambique , fochten de 't Verraders «opfet,dathy voelden ea vermoeden, 
fchcpen der Pn-» Dat h t wac hten ftondmet wiifheyt te verhoeden: 

fen door veelderhande !: -» , / - 

pradijckcn te verraden 't Zy dat de fwanger' haet op c t Chriitelijck gheloot 
ende te overmeefteren, Verraderije baerd,die van den oever fchoof 

want dit een kloeck volck x » T i« i_ jj j i_ i j i • i 

ter zee was , die by haer Met Indiaens gnevaerd , om de aengnelande kielen, 
decompa(Ten,zeekaerten Op c t onverfienft te flaen en fchandigh te vernielen : 
endequadranten, om der < z datfe tracn ten,om te hacken af by nacht 

ionnen hooghte te me- J . i r 1 • i i 

ten , in c tghebmyckhad- De ancker towen,om de knepen m hun macht 
den, ende hun oock wel Xe krijgen onder c t land; dies niettemin, de forghe 
aCr /^«L°,een n groote ^es hooftmans heeftfe voor dees laghen al gheborghen^ 
koopftad by het uytioo- Die dat'lijck de anckers licht (mids dat hy hier ter ftec 
pen der reviere Coavi, ^fet lootfluv al voorheen, voorfien was die de zee 

daer den koninck orte __ , * t r , . , -. é 

den Keyfer van Zangue- V an daer tot Calecut ter lchipvaert kundigh waren) 
bit fijn hof houd. En is noord-ooftwaert op na * Quiloa ghevaren. 

Doch teghenwinden , daer opStiermans forghe waeckt. 
c Mombaz* , oock Doen dat de vloot voorby, en tot ^Mombazaraeckt 
een ftad in 4 t feifderijck, Ten ancker,daer opftracks een Barck met Saraceenen 
leyd «jniotf > Vanlandafwelghemandaenboort komt, defemeenen 

mijlen noordhjeker dan o » 

Quiloa. Eens loers met alleman te komen tot haer in. 

Maer Gama trowtfeniet,en weyrdfe,nietemin 
Ghedooghthy,datter vier deaenficnelijckft'van allen 
Op komen fouden,om met hem na hun ghevallen 
Te fpreken,die (hoewel gheveynftf) hem prefen feet 
Om fijn voorfichtigheyd,* en na bewefèn eer 
Hem raden haerlie ftad wat bet te willen nad'ren. 
En vallen föo temet in handen der verrad'rcn 
Inwoonders defes lands ; ten waer het wijs beleyd 
d Meiinde, mede een Des opper Capiteynsmet goe voorfichtigheyd 

ftad in 'trijck van Zan- Dees laghen hadd' verfpied,en waer c t alfo ontkomen. 

guebar , beftaende onder y oorC he bbende hun gangh recht opwaerts aengenomen, 

<t ghebied van haren ey- ö""& r ö * 

gen koninck, die de Por- Ter komnckhjeker itee d Meli nde,om aidaer 

tugueefé veel vriendfehap Te toetfen of c t gheluck haer eenmael gunftigh waer, 

omtUnt e vL P graden be- En brochtfe erghens aen de onbekende palen 
zuyden de linie , aen de By menfchen, die als fy met ware deughd' onthalen 
7Xo1^o(Js^b2 De vreemdelinghen,tot ghenefingh van haer fpoedj 
banen, ghenoemt werd. Die dus veel teghenheyds en onheyls was ghemoed. 

T\ Vs voed de forgh de hoop,terwijl de zuyde winden 

De graden korten,en terreede voor Meiinde 

De vloote landen deen $ hier de oude konincks (bon 

Wt 's vaders name komt, in eyghener perfbon 

Den dapp'renPortugueeSjbegroeten en vereeren^ 

Daer 



Jï 



VIERDE BOECK. 

Daer op dat Gama uy t den name lij nes Heeren* 
Ghelijckefrayicheyd,den koninck weder fchanck. 
Voorts met beleeft onthael fy wederzijds in danck 
Elck ander gunft en toeghenegentheyd bethoonden. 
Terwijl veel < Chriften die ter felver (lede woonden 
Veelvriendfchapdefehaers gheloofs-genoten deern 
So oock den ouden vorft,gheneghen om te ontkleen 
Sijn goedertierenheyd, voor deler vremden oogen : 
Aenbood haer, alles wat hy hadd'in fijn vermogen, 
Ghereed tot haerlie dienftj daer op den Lufitaen 
Hem heufTelijck bedanckt,die fïond om c t zeyl te gaén 
Na^ Calecute: desiohaeftden koninck hier van 

_.,• . . r * lil /!• oeijaec met ucn uaen 

Bericht werd, hun veriorgnt, eenkloeck ervaren nierman enc | e achterlijf den Plau 

ftrum ofte waghem 

d iEthiopiche kuften, 
ofte langhs de ooftelijcke 
kuftenvan Africa. 

e Arabia Felix y nu 
Ayaman gheheeten. 

ƒ Cav/K*wién y nu Chir- 
man,ende voort de cufte 
van Cambaia , langhs het 
uy tloopen der reviere In-< 
dus. 

g De fbn met twee- 



a. Hier woonden veel 
ifcthiopfche Chriftenen. 

b CodecHtc ,eeneende 
de voornaemfte ftad des 
rijckslndoftan. 

c Groote ende kleyne 
beer , zijn twee noorder- 
fche fteire-beelden , den 
kleynen beer , llaende 
dicht by den noord- 
pool, begrijpt de noord- 
fterre in fich , ende den 
grooten beer dte den 
circkel Ar&icusdraeght, 
beflaet met den ftaert, 



Ten leydfman,en begeert, wen Gama wederom 

Na huys wil fchepen,dat hy niet en laet, maer kom 

Ter haven in fijn rijck : op dat hy met haer fondé 

Genanten, die fijn kroon in heyPghe vree verbonden 

Met die van Portugael j daer op me weer ontfowt 

De zcylen,en voorwind de pekel baren fpowt, 

En komen de evenaer benoorden, ende faghen 

De rbeeren grooten kleyn, den heil gheftarden waghen 

Het noorder aipunt,om berennen,in haer rond. 

Degunftdes middagh-winds fteeds t'haren diende ftond^^ J$.£ r ' 

En volghdTe dienftbaer, largsde^thiopfchekuften: 

Voorby e Arabia en f Carmanien, en ruften 

Nieteer,voordatjdelonmettweelinghsluyfter blonck, 

E n 't aengenaem gheficht de h blawe berghen ichonck 

Beneffens Calecutjdies Gama fich verklaerde 

Den loots en ftierluy met ghefchencken elcks na waerde, 

Enfchips-betrowen voort ghelonden na beneen: 

Dat feldfaem in het ooghvoor veel 'Malabren lcheen. 

Die elck voor ander reed met (wart ghevelde fchoncken, 

Nieus'-gierigh ftrandwaert af, haer omgekromde^joncken °^ g G am ° m fc 

Door f t water repten, om te weten wat voorvolck, 

Dat hier beploeghen komt d'Arabfche pekel kolek. 

Hier Gama,door fen tolck doet vragen , waer den koningh 

Van Calecute, hout fenkonincklijckewoningh; 

Dat hebbende verftaen , beveelt hy datlijck een 

(Daer toeverordineerd)/Bandijt,om met haer heen 

Te varen na de ftad,die nawelijcks fen voeten 

Op 't land fet,of terftond in menighte ghemoeten 

Hem de Indianen, die verwonderd (door't ghedrangh) 

Om fien ; hem vander aerd' ophieven; maer niet langh 

V Daer 



na 

• 

h Het blaw gebergh- 
te ofte het vafte hooghe 
land , c twelck als 't uyter 
zee va verre geilen werd, 
blaw fchijnttezijn. 

i Aialabren , zijn de 
inwoonders va Calecute. 

4 Ioncke*-) een foorte 
vanfchuvtenjbyden Ma-< 
labren,als oock by de In- 
dianen, ghebruyckelijck, 
voor en achter hoosh 

t . »" 

hadde thien 
ter dood veroordeelde 
mifdadighers , met hem 
om hier en daer aen land 
te letten , om na der lan- 
den gelegentheyd te ver-* 
nemen, gheraecktenfe vry 
daer af ; 't was tot haren 
voordeel iö niet fe waren 
veroordeeld-delè werden 
Bandijten ghenaemt , als 
verbannen zijnde,in defë 
onbekendelanden, 




if4 DER ZEE-VAÊRT LOF, 

Monzaida, was een Daer na,tot fijngheluck, * Monzaida (defedrachté 
Saracecn van Tunis, die Van kleedingh kennend') hem ontlaften defer vrachte* 

>mft mael. 

oockde Spaenfche fpra- Daer na Monzaida,met den flaeffchen Portu^ueefe, 

ke.neemt hem op, A . 3 r . ,. , . . . ... . .o * 

Aen boort voerden lijn plicht eerbiedelijck beweie 
Aen Gama,die na langh en veelderleye praet, 
Hem 's and'ren daeghs met twee fijn ed'len varen laeÊ 

konincklijcke vertreck- ^ a b Pandarane,daer den koninck en *t ghefinde 
piaerfe, niet verre van Ca- Van c t konincklijck hof, te dier tijd was te vinden. 
Hcute daer den koninck En k • < t ver f oe ck Monzaide,voor den throoö 

doen ter tijd fijn hof was . X ,. ' ir u 1 

houdende. Des konincks; die [wanneer dePortugaellche kroon 

Geroemd werd (die fo verr'ten avond isgheleghen) 
Tot vriends verband met hem te fluy ten was gheneghen ] 
Verheughden in haer komft,enj fprack,ick wil gheenfins 
Ontfèggen , dit verbond te makenjinet dien Prins, 
j Dit meerder waerdigh isjdies gaet op mijn hegeeren, - 

Aen uwen Capiteyn bootfchappen,dat hy deeere 
My aen doe, en alhier fij n Ichepen voor den dagh 
Voor ftee laet komen,op dat ick hem (preken magh. 

(dighj 

An Sal t iaö% ")Eboodfchapwerdgedaen,enGamamaecktfichvaer- 

c 'p^ide Gamiy den Erkend fijn c broeder naeft hem/ 1 hooch bevelen waer«< 

broeder des Generaeis, Daerneffens Cceillo , die hy de opficht overal (digh* 

treed fo bngh in hetGou- De f G hepen heeft belaft; daer op den d Catoval 

vernement der Ichepen, r • i-- i n 

ende nefïens hem Nico- Van Calecute,met een pnncelijckeileepe, 
im cceiiio ,tot dat Vaf- En adelijck ghevolghjDon Gamauytden fcheepe 
?vedèr e ke G e r ™ ^ Komt halen inde ftad; hem hebbende feer wel 
d Den (awa\ is den En heerelijck onthaelt,op 't konincklijck bevel 
rechter van Calecute. f en k ove voer j. d aer toe den Catoval verbeyden 

e Den grooten Brach- . . . . . * f t 

man , is foo veel als den Den ' grooten Bracnman,die hem achtbaer heen geleyden 
opp^ften des Priefter- Tot voor des konincks hand : daer Gama feer beleeft, 
derwet. t? " * eX " Hem de oorfaeck van fij n komft aldus te kennen gheeft. 

"} Oor dien Emanuel,mijn Heere,die gheboren 
Ter kroonen heerfchappy van Portugael,ter ooren 
Ghekomen is, de roem van dy,ó machtigh vorft : 
Die c t over-groot ghebied op dij ne fchond'ren torft 
ƒ Het over-indifch Van c t/overIndifch-rijck, loo kreeghhy groot vermaken 
rijck, ofte het befte deel j- £) oor fc m hy ^ voorheen beluft tot hooghe faken 

reindusSeleghen. * " Dat falcke Princen paft] langhsde onghebaendepaen 

Te ploeghen zuy d-waert op den grooten Oceaen. 
So verr' de foute vloên bewat'ren 't dorr ' Afrijcken, 

En 



VIERD E BOECK: *^ 

Ën fóecken landen op,en foecken koriioGkrijcken. 

Op dat mijn 'sHeeren naem by yeder word 3 bekend; 

Byfbnder,fo wanneer ons reys tot fokken end 

Gheluckten,dat wy aen de Afiatfche ftranden 

In dit dijn machtigh rijck,ó koninck! aenbelanden ,- 

Met dy te rechten op,uyt ongheveynfle grond, 

Een eewighjVrundelijck en konincklijck verboüd., 

Daer op den koninck fprack met weynigh wederwoorden i 

Dat deeP aenbiedingh,fijn doörluchtigheyd bekoorden 

Tot toeftand,niet alleen, van vrundichaps eedeo, maer 

Dathy oock houden (oud (indien hetmogh'lijck waer) 

Den Portugaelfchen vorft,ghelijck fijn eyghen broeder^ 

Met laft hy CatovaI,den Gama als behoeder 

Teleyden na fijn huys,feer heerlij ck toe bereyd: 

Op dat hy daer onthaelt werd' na fijn achtbaerheyd. 

* t)e Saraceeneh leg* 

'T 'Wijl Gama nufoo dan de hoofiche treken merckten, gben lagen op dePomi* 

En c t gunt tot haren laft de 4 Saraceenenwerckten : £§££2 b^nko* 

Voeght hy fich endelijck aen 't & Pandaraenfche hof. ninck. 

En om vertrecken,van den koninck,ey(cht verlof. .. . b Dit isdaer den ko- 

Sijn onfchuld doende,dat fijn Heere niet vermoeden JlofhoXm datdTeftid 

Dat dees fijn reys aldus ghelucken fou ten goeden. Pandarane ghenaemt is, 

En daerom niet verfien was voor 't beleeft onthaeJ> Ie y d een mi J Ie van Calc- 

Vergeldingh hem te doen ; maer weer in Portugael è Lufitmia, is Portu- 

Ghekomen zijnde,(bud' hy andermael hervatten S aeI * 

Sijn rey Sj en brenghen tot vergeldingh, dierbaer fchatten J s "Zt'lZ™ 

En vreemdigheden,op dat t'hemwaerts klaerder blijck, mede by den Araberen 

De gunft des avond-vorfts van c t c Lufitaenfche rijcK. « Sawceenen omgintk, 

° j ende diendent Vaique de 

Gama aen. 

T Erwijl de Arabers , en de (chalcke Saraceenen e Gama fende , dac 

Oproerigh tfaemgherot voor <s konincks throon ver- JgSJf **$£ 
£n bidden dat hy doch hun voorftel gade flaet [fcheenen. verleyd werd, endeibcht 
En van den Portuguees fich niet bedrieghen laet ; h £ m cn< k d ?* fi i ncnIa - 

Voorfeyden hem voortaen haer ftadighe natrachten, oock fijnffighen wa™! 
En wat den koninck van dees fielen hadd' te wachten. ende neemt een konincks 

Hier voed den Arabier 't beginfel vande twift S^T^ Tr 

jbn neett den koninck aen den Portuguees ghehilr. ghefmd' , houd bet vokk 

Die dat'lijck laghen ley d op Gama en de fchepen. g£ }^f n e ' n en ve ' klaerd 

Maer c t mift hem , overmids Monzaida fneegh gheflepen buyt ; ten ^ Jthcmdcn 
De laghen ^onderkroop^ndienden't Gama aen; koninck de koopman- 

Diedaeropachterhaeld'eenkonincks^chip.ghelaeH ^Z^Slt 
Met koopmanlchappen,dat hy[overmids £ t ontaerden cut prijs ghemaedc wa- 
Des konincks teghens hemjvoor goeden buy t verklaerden. * en * 

V 2 Whalver* 



t tf DER ZEE-VAERT LOF, 
Wefhalven namaelsmet den geelen Indiaen 
^-.^- — r EnGamajveeleefchilsentwiftemziinontftaen. 

a Go*, een voortref- * 5 Jfj 

felijeke ende vcrmaerde Monzaida werd ghehaet,om dat (m c teerite landen) 
ftad van <t koninckrijck ^y Gama hadd 9 vertolckt,endaerom voorde handen 
Ö2Ö£ Der Saraceenen vlucht,dees dreyghden hem de dood. 
vierc Mandove , zijnde Maer Gama gund hem weer lijf bergingh inde vloot i 
een Eyland hebbende Die d at >jjj c k on der zeyl,en door veel teghenwinden 

aen d eene zijde de zee, J . . * ' i i i- • i 

aen de ander zijds na By * Goakortsdaer na ten anckerhaer het vinden, 
land, t wee uydoopen der Schoon dat ^Zabaiodoor fijn dienaer aen laet bien 
JS$T' C "" Sijn gunft en vrundfchap,om ghevoeghlijck te verfpien 
b Zéè*ia t Gouverneur Der fchepen weyrbaer macht 5 nochtans 't voorfichtigh 

tot Goa , fchickt fijn oordeel 

knecht f die een Italiaen -.- -, , 1 r i i* 11 1 11 

was) aen de fchepen , om van Gama wacker ooght [tot naerlie aller voordeel] 
die te verfpieden, 'twekk En werd de vonck ghewaer; des yeder gaw ter hand 
2SÏÏÏS? Deaackersopghehaelcde zeylen nvt de band 
lijck,fo beleed hydathy En c t zeewaert in ghezeyldjen na veel vaerlijckheden, 
ghekomen was, om de $y weerom landen tot Meiinde voor de ftede. 

dat^Heew nachwS ^ en koninck [dien haer komft verblijde] doet haer al 
om defeivighe in den Wat dat een deughdfaem Prins, fijn vrunden te gheval 
grond te helpen. $ j k onnen doen; en na ververfchingh van vijf dagen, 

c ZiinTitwr , anders 1 1 • 1 • ir\ \ r P 

Zmwbzr , een goed Sy van den koninck weer in vrundlcnapjoorlor vraghen, 
vmehtbaer Eyland, leg- £ n voeren den ghefant ter konincklijcker bee 

Ra^S,óp fog«- MCt haCr naLiffebon > d ° ch l00 P en f erft ter reC 

den bezuyden de Unie Aen 't Eyland c Zamzibar, diens koninck haer ver eerden 
iEqumoaaalis. ^et lijftochts overvloed; fo datiê weder keerden 

j'r 1 1 *i 9 i?' Vandaer 3 na 'tzuyde^langhsdekuften^Cefala,- 

o, v^eraia een lanuicnap _^ . . - - « *-* . • 1 **• 1 1 

in ifithiopien, ftootende Den hoeck van goede hoop,m weynich tij ds daer na 

in c t noorden aen c t landt Komt onder fchoots,fb datfe noord waerts weer gemoeten 

& ZS^W Der fonnen evenaer.en . de avond leyd-ftarf[groeten] 
berghte Manicam, onder Die c t noorder afpunt merckt ;hier voeldtme dat de tijd 
denTropicusCapricorni, £) oor l anc kheyd vande wegh des lijf-tochts voor-raed (lik: 

een landlchap dat veel — n 1 1 1 ». r r i 1 t 

goud en elpen-been uyt- Dat meelt de kranckeniror^fo dat om te ancker gronden 
Svert. Sint Iacobs ƒ Eyland naeft gehavend werd bevonden. 

tofaS™3Su^ Desftemtme't aen te doen^daer hebbende ververfcht: 
beergebeeldwerd,ftaen- Heeft Gama [overmidsfijn broeder hart gheperft 
de aidernaeft den noord- \f et fcheurbuyck werdlberaemtjdatCceillo fou vertrecken 

pool, werd daeromoock - r « J n J . 1 t» • 11 

de noord -ftarre ghehee- Voorheen naPortugael,en aen de Prins ontdecken 
ten. c t Bejeg'nen haerder reys'j hy (èlven^fbu fo dra 

db^G^J^R Si J n broeder,weder wat verquickten,vQlgen na. 
daer Gama op de uytrey- Daer op zeyldCceillo heen na Liflêbon ter haven. 
CaboV^E fnden CEn Gamas b * oeder fterft,die hebbende begraven 
2 g Tweedeen Eyland °P '* Eyland g Tierce,(b blijft Vafque langher niet : 
daer omtrent. Maer zeyld van daer, en werd op Tagus gonde vliet 

Verwei* 



VIERDE BOECK: * J? * Alfo komt Vafqms 

xr ,, . j« L iir ^eGamat'huys met twee 

verwelkomden verwacht van cd len en van Heef en, fchepen,daer op noch # 

Diehem^tenkoninckwaert met groot gevolgh vereeten. Ievende ^ drch€n ' u y t g e '' 
Waer over dat de vorft (die in fijn komft verheughd) ^n "optóS^ 

Met heerelijck ghefchenck begiften Gamas deughd ; man, ende werden eer- 
En Cceülos elcks na waerd', daerneffens van Meiinde %k begiftight , ekk na 

t-vi -lAirr 11 C' i r i lijn itaet ende waerde. 

Des konincks Ambaliaet,met alle lijn gneiinde b i^^^koninck 

Werd heerelijck onthaelt; terwijlen ruftme weer van CafHien. 

-r? i i ^i-li"*iLi c C brilt ophor Colombe. 

Een ander vloote toe op 't komncklijck begheer. gheborentot Conguero, 

r Er ander zijde volght den b koninck van Caftilien op de reviere van Genua 

Den raed c Colombe.die met fchepen, van Sivilien ^Lïrwcrdd""^ der 

Hem weftwaerts henen fchickt, op dat fen vy er'ghe luft ' d Den Philofophe 

Om niewe werelden tevinden werd ghebluft: plato > maecktmentievan 

Ter liefde 't gunt ^Seneca en Plato oyt befchreven ; ^1 .fifSiSu» wefen^ 

Op dat dit mocht in hem door e Andoluzo leven. als by fijn eewe niet be- 

Hy zeylden van ƒ Paly, des oeeft-maends derden dagb, ken ? ^ nde : Ghdi [ ck 

~ J ! \ T . ]J P lil ö oock Seneca , van hec 

En landen eerder niet voor 't logge anckerlagh EylandAtlantka,datdoor 
Aen c t Eyland £ Gomera; alwaerfè voor-raed deden watervloed verloren was; 
Vanwatervarfchingh,enterreysbehoeftigheden, g£g 
En zeylden voort van daer,vervolghende der gift ren,aentreckende,in vol- 
Si jns overleden gafts inhoudende b ghefchrift. gender maniere fpreeckt: 

J . O • i i i • i ï xbucydides att , circa Pelopon- 

En komen korts daer na omcingheld inde baren «*fa» beiu tempus , Ataim- 

Dj ■ l i i \- ' e^ tam infülam aut totam , aut 

oor-groeyd met wier en kroos,en kruyden^die in c t varen tm maxima ex p&e* fuper. 

Defchepen hinderlijck doet drijven o ver-ftuur : fafmMmbidom acadtjp, 

,f. . y t1 J . rojidomo crede, nee ad hoc 

Maer gitten niettemin dat volghens de oud' natuur *§%* «/w «/*• Meminimus 

D, /* i 1 • il n •• i T enimterrüinternomotudivul- 

er * gruyligneyd m zee nu land molt zijn voorhanden, fis, ioca desjesta &cam f os f «. 

En vonden 's and'ren daeghs , haer hope vande banden ^S^S^SS^ 
Der fbrgh ontlaft,door dien ^-Trajano eerft land Jand, f™*- Natwai. ^jim. 6. 
Begoft te roepen, 't welck men waerlijck fo bevand,- xi^diAhfn^ d^l 

de niewe wereld voor het eertijds verloren Atalanta neemt,daer van verfèheydene fchrijvers ghedacht , ende 
't fèlve in fijn ghelegbentheyd boven Afia en Africa vergroot hebben. Dat Ariftbreles plaetft in 't weften,feg-. 
ghende, dat eenighe koopluyden van Carthago, zeylende door de ftraet van Hercules ofte Gibraltar , na den 
zuydweften,over veele daghen by een groot bewoond Eyland quamen , dat veele groote fcheepbare revieren 
hadde ,van wekkers wedervindinghe,den wijlen Seneca in fijn Medea als voorièggende finght, 

Vement Annn 

SecnU feris jfmbtts Oceanus 

V inwin rerttm laxet,& mgens 

Tattat tellus JTiphijfque novos 

Detegat orbes j nee (it terris 

Vltima Thuh* 
e Andati>7o, fèggen fornmige een Bifcayer,en fomrnige een Portuguees geweeft te zijn ; dit was een ftier- 
man van een fchip,dat heen en weder in de Spaeniche zee ghefworven hadde , die ten leliën door krachte van 
oofte winden ghcdreven werde aen een onbekent land, dat inde kaerte niet ghefteld en was, die end'üjck (alfö 
de bootfghefellen alle op de reyfë ende inde haven komende , van hongher en onghemack gheftorven waren) 
tenhuylê van Colombe ter herberghe leggende ,oockgheftorven is, latende alles wat hy by hem hadde,Co-« 
lombo ten erve. f Paly ofte Palessen ftedeken met een bequame zeehaven, omtrent 8 of p mijlen bewefteti 
van de reviere Sint Lucas, g Gomcra ,een der Canarifche Eylanden, legghende tuifchen Tenariflfa en Ferro. 
h Het journael ofte de ghefcbriften,{o hy van Andaluzo gheerft,wefèn hem den wegh daer hy henen mofte. 
i Daer ghemeenlijck kroos of wier in zee drijft, daer is ghemeenelijck land. 4. Roderitq de Tr*j*w*wd 
eerft het land ontwaer,ende roept fo by den zeevarenden ghebruyckelijck,land,land, &c, 

V 3 Aen- 



Wfer.zfcStófcSw.xjf OER ZEE-VAERT LOP, 

4f2£dË*!$ Aenvinghens alle, . ©j fc/ hm ¥#,te finghen. 
noemt werden , tuflehen En voort in b Guanebay fy f t eerfl: ter reede ginghen» 

^SSS uytn,- En dateli J ck na land.innemcnde het rijck 

ment treffènjck Eyland Der niewer wereld voor hun koninck erffelijck. 
in Weft-indicn, iiWk Vertoevende alhier een weynigh, en verlieten 

200 en breed 6< mijlen, ~ t , " A 1 1 n- 

5aer in die vermaer^e Dees haven; gaende voorts na* Cuba, endeitieten, 
zeehaven leyd,de Havane [In 't wederomvertreck na ^Hairi] 't grootfte (chip 
&£&*££ Desopper Admiraels )t e barften op eenklip. 
Cancri. Maer berghen 't leven al ter e konincklijcker haven. 

d Hayri , een vrucht- £)aer de Indianen voor haer aenkomii hun begaven 

baer ende vermaert Ey- rr«' ü r t_ 1 i. 1 rr ' , 1 a- 

land, weide oockCipan- Te bolch en berghewaert,als ofle van c t gheflits 
gi , maer nu vande span- Der f Canibales,of Caribes ftale fpits 
giaerdenHirpanioiaghe- Vervollightwaren,tot datde achterhaelde^ vrouwe 

naemt,leyd indebreete , ö 11 11 1 in 1 r 

van den 10 tot den 21 Olienoten weldaed, haer ten breediten komt ontrouwen* 
graed.hoadindelanckte Waer op denlndiaen fich endelijck verftout, 

600 Spaeniche mijlen. r 1 \ t 1 o • j /* 1 ^1 

e Anders by den En komt ten oever, daer den Spangiaerd iich onthout. 
Spangiaerdê Porto Reael Hier komtmë vrund'lijck t' faem met hand en vingers fpre- 
^ C f*CamBaies nd Ca- ^^ erc ' en h CaciquemetColombo vrundichaps teken [ken. 
rybes, waren volckenvan Elck ander door ghefchenck bewijien ; onder dies 
-t vafte land komende, Colombo de eere van 'tAtlantifchguldeVlies 

SofeV^nteia°^^" Siet brallen hem te moet > en dies met varfche lullen 
g Alfodindianen voor Begheerigh om fijn vloot, weer ooftwaerts aen te ruften. 
de Spangiaerden wech- Op dat deluyde faemdoor 'skonincks ooren klonck: 

liepen, achternaelden een _ ■ r* * 1 • 1 1 ijli f 

vrouwe diefe brood en Dat nu lijn ty tel oock in de ander wereld blonde. 
wijn, midfgaders een Dus ftemt Colombo, met Cacique' Guacanate, 
vSfeltK Dat ^Rodrich d'Arnia, m et een Vendelfijn fotdaten 
en fondenfe alfo tot haer Op 't nieu ghebowd l Cafteel foud blij ven ,hier ter ftees 
vokk ende vrienden, om Xot dat hy weder komt uyt Spansien hier ter ree. 

die te gaen roepen, ende —^ r 1 j> • 1 j r • 1. j ri 

te kennen tegheven, wat j J Aer op io laed men m veel vreemde rrayichedcn. [den 
vokk by haer gheweeft 't Zy denCacique in haer wcghvaert gantfeh te orivre- 
m Tc a di»e , dat is den En trcurigh was; nochtans Colombo,bKjft hem vmnd 
Heere ofte koninck van Om de eere wil,dochmeeft,om de eere was c t gemunt 
datEyjancL Die hem Caftilienshof met grootepompbereyden, 

Cacique, was Guacanate Dus heeft den weften wind hem van deeskuft gefcheyden 
ghehceten. En drijft fèn kielen door de Atlantfchefïltevloên,- 

JcSSJiZ Diefevenwekenlanckhemdapperbyftanddoen,- 
Capiteyn. Tot datme voor Paiy, € t ghefmeede yler gronden. 

/ Dit Cafteel hadde En dat'liick over land den koninck heeft gevonden 

Colomba daergebowd, _-, <r»ri r 1 • ti—'i 1 

<t welck hy daer na tot Tot m Berlelonne, met len koninckhjck gemael ; 

een ftad dede maken. Haer doende van fijn reys-gemoet en, c t gantfeh verhael: 

*£S£££ë Hoe dat h y <s ko r cks kroon en fce P ter hadd ' he ?r [d 

üjeke ftad in Catalonia, Met de eer en luyftervaneennieu gevonden wereld. 

aen de middelandfche zee,by den mond del Rio Lobregw, andeis Rxbrietatumfl.ghenaemt;dit landfehap Cata- 
lonia,eertijdsvan deGotthen en Alauni bewoont en ingenomen, heeft van Cjotthi AUnm^ósn name Qatalonm 
bekomen , behoorende onder de ktoone van Caftilien, J) gQ 



a Inden eerften (bo 
Colombe Weft- Indien 
in nam., waren d Inwoon- 
dersnoch meeft menfch- 
eters. 

b Fernando , koninck 
Van Caftiiien , maeckte 
Chriftophor Colombo 
Admirael over Weft-In- 
dien,ende fijnen broeder 



al het land dat in 't wef- 
ten , rufifchen den Meri- 
diaen^die door de Eylan- 
den de Acores loopt,aen 
de eene, en beooften den 
MeridFaen,die door Fre- 
tum Anian , aen d'ander 
zijde , en door beyde de 
polen loopen, ten befitte 
erffelijck ; doch wy heb- 
ben't nu aen andere ver- 
eerd, die daer alreede me t 



VIERDE BOECK. 

Den koninck op het gheen Colombo hem verteld 

Seer wackef gade flaet,die onder alleti meld 

De valfche Godfdienft van de wilde Indianen; 

Dat hier den koninck vat en fweert, by fon en mane : 

So verr' den Hemel daer fijn heerfchappye breyd , ? 

Dat hy,Gods-y v'righ fal,de wreede beeftigheyd 

Der menlchen,diemet luft het * menfchen vleefch verfwel- BrnhdomcurcdorS» 

En af-gods dienaers al uytroeyen en verdelghen. (ghen* vice-Admiraeh 

c Aen Alexander de 
. . i j r •• i ' fi&tJPws van Romen. 

*p Ernando niettemin Colombo deies rijcks d Den Paus van Ro* 

Ghebiederde eerfte ftaeft; diens broeder infghelijcks men gfceeft den koninck 
Hy neffens hem in ftaet de tweede heeft ghewaerdight. endehareXmelingen' 
Daer na fo heeft hy voorts Ghefanten afghevaerdight 
Ter Roomfcher e heyligheyd, aen aller kercken vaer : 
Om hem te maken kont dees blijde niewe maer. 
Waerover c t Roomfchehofverheughden,endezale 
Des heyl'ghen Vaders,werd vervuld met Cardenalen. 
Dees ftemden alle, dat het Paufelijck gefagh, 
Caftiiien d al het land dat in het weften lagh, 
(o Heerelijck ghefchenck) op dat hy f t volck bekeerden 
Van de ongheloovighey d,ten éyghen dom vereerden. 
SohaeftdeSpaenfchenvorftdees tijdingh heeft vcrftaen: J*g Caftilien omme 
Doet hy Colombo weer met grooter vloot e gaen e De AtUmfch £«-; 

Ter niewerwereldwaert 5 enparftde'Atlantfche kokken werd alfoghenaemt, n a 
Met alderleye flagh,van beeften ende volcken. fèiTnoch o^ecktwaf 

Daerheeromenhjn maet,metal depapen-kraem 
Nietuytghefloten werd :want defe was bequaem 
Om met ghewetens dwangh deafgodlche Indianen 
Den wegh,den rechten wegh,ten Hemelwaert,te banen. 
Op datme fo f t gheioof door 't prev'len van een paep 
Den volcke druckten in : om onder des den aep 
[Die joncker wijshcoft leerd^als okus bookus guychlen 
En meefter * fchijn- vroom vaeck fo fchendigh hellept te"ghevoelen ; wai 
De hebb'-luft te geval] te krijgen by hettow. (huychlen Atlas koninck van Mauri- 
En fpelen tockel aen /k hebb' neuten in me mow. E^g 

de bepalinghe delerzee 

DVswerddezeeal-omghefwangerd met veel fchepeft. 5 cfchrcve » he f f ; ? «ijfc 
r%« i 1 i ° r^i 1 i n * daerom de Atlantiiche 

üie langtis den evenaer,op/ Tnetys lenden liepen zee na hem ghenoemt, 

dan of dat hy mede van 
het groot Eyland ghelchreven,dat derhalven Atlantica,overmids den autheur genoemt werd,ftaet te bedenckem, 
ick gevoeler 't mijne af. t VltraSnHromatas fugere hinc ltbet,& glacialen* 

O ceanum ^noties aliqttid de moyibus andent^ 

J^téi cttriosjimftlant & Bacchanalia viyunt, 

ItivenaU 
ƒ Thetp,üe moeder aller wateren* 

Ilaer 



by de oude (chribentèn) 
het onbekende Eyland 
Atlantica ghenaemt was ; 
ende de zee dien naem al 
ontfanghen hebbende, 
uyt gillinghe,datmen { c 
daer voor hielde,dat ovet 
die zee het voorfchreven 
land leggen mofte, doch 
daer van is verfcheyden 



xtfo DER ZEE-VAERT LOF, 

* An&ctsTorto a^ Haer fmoeghe kielen ; enbelanden 3 nahaer fin 
gemo , een reede aen de Ter a filver haven,diefy dat'lijck nemen in. 

i n °d h f Z ^ e l™ '' By " ^ n voercn voort van daer,een weynigh na het weden* 

b By den Spangiaer- Ter ^konincklijcke ree,by haer ghebowde veften. 
den Porto Keaie daer de Alwaer de Spangiaerds,die Colombo daer ghebood 
h^T^LTJrc vin Te blijven,voor fijn komft van delndianen dood 
daen , daer betvolck dat Gheflaghen waren,om haer moetwil, welcke reden 
hy daer in gelaten hadde Colombo(die hoewel fcheen eeniehfins te onvreden) 

(overmids haer moetwil- t . . t o 

Ie, dat fymet vrouwen- oeweegndenjdat hy c t niet laet bhjckenalteieer $ 
fchenderije , en anderfins Maer bowden daer een c ftad, fijn koningin tot eer, 
W^ Se" En noemtfe Ifabel \ daer na Colombo ruften 
dood-gheflighen waren. Weer twalef fchepen,wel gheladen^na de kuften 
e Colombo bowde Caftilie: maer hy felfs (met dry Carvellenlreckt 

een ftad, een weynigh .. - ' a v J . ' , i % 

bsooften Porto Real, te Sijn ganghen weitwaerts aen, en meerder 'Mandsontdeckt. 

weten, by Porto Novo, 

end ; opdeSon, 'T z y datCo ! omboftrafthctove « olli g h fchra P en > 

dcckte Colombo de En moetwil va fijn volck,waer over f t hoofd der e papen 
groote ende treffeiijcke Hem hatieh werd,en aen den koninck hem beklad 

Eylanden Cuba ende x , «7 . . • 1 , ■ • « 11 

ïacnaïca. Met wreed en giengheyd; 't zy dat hy werd ghevat, 

e De Papen maker, Ghevangen,en ghefchickt naSpangien,om te gheven 
ÏÏS&Sta & D ^ koninck rekenfchap van 't gheen hy hadd' bedreven; 
de moetwilligheyd der Colombo maeckt nochtans fen onfchuld (o bekend: 
Spangiaerdé,tonder ken- rj at h em den koninck weer met ander fchepen fend. 

niiie desPaus ftadhouder, r^ r , ,, n ri • 1 1 r^ 11 

dcde {haffen, ende werd Dees fcheyd hy van malkaer,en ichickten dry Carvenen 
daer o^r ghevangen na Na Hifpaniola,aen het niewe lfabelle. 

Spangien gheftuyrt. Maef fay meJ . de ^fej zcyld wa£ na( J er J e evenaef? 

Anno Salut. 1497 En d daer door een vaft en „ rooter f i and ontwaer ; 

f Te weten, het vatte tf ni i i ' 1? j " j «»1 11 

land van Pemana ofte Daer hy bewelten langhs dry honderd mijlen zeylden, 
zuyder America , ende Voorby de^zeyl-hoeck, daer vandaen hy 't noord-waerts 

zeyld langhs de cufte van \A 

Guiana. peyiaen 

g Zeyihoeck , anders Na 6 Sint Domingo,aen den oever Ozama $ 

foiie 7 " henae°mt ^ de Hier komtme voorts (£ bevel des Spaenfchen konincks na, 
cufte van niew Caftüien. En 'ruymde weder in [Colombo] 'thooghghebieden. 

h Smt Domingo, an- Maeronder des niet min gheleghentheyd verfpieden 
feT ftad' d?eTa?thoio-' (Mifgonnendehem de eer daer in hy was ghefteld) 
meus Colombo gefticht Om hem te fchoppen uyt, door heymelijck gheweld. 
haddc,by den mond ofte $jj n h aters wierden meer,hoe meerder landshy vonde: 

Ozama, aen de znyd-zij- Tot t Bovaldellos komft, dees heeft hem wech ghefonden, 
dedesEyiadsHifpanioie. Gheketend en gheboeyd,met beyd' fijn broeders, tot 

* Door dien de Span- ö J J J f 

giaerden vyanden vande 

Italianen (ende Colombo een Ttaliaen zijnde) hem uyt fijn amptcnde bedieninghe verftoten hadden , ruymers 
hem door 't bevel des konincks wederom in, de plaets der heerfchappye. k. Francifco de Bovaldello, 

Ridder ende Stadhouder des konincks Ferdinandi , inde Weft-Indies, dele neemt Colombo met beyde fijn 
broeders Bartholomeus en Diego ghevanghen,ende ftuertfe na Spangien tot den konjnck. 

Den 



VIERDE BOE CK: t6i 

Denkoninck^die nictflincks vermerckende c t gherot ^ n< § a \ ut 140< v 

Der Spangiaerds,tegenshaer[die de afgunfl: mofté dragen a Nicolacsd'Ovande; 
Op de al benijde roemlhun dat'lijck heeft ontflagen. Gouverneur o P 'tEyland 

Spaniola , weyghert Co- 
lombo in de ftad (Sint 

A/f Aer na dry jaren tijds, Colombo fichaen ( t hor Dominique, die hy felve 

Wat hebbende verluft,gaet weder (met verlof had( J e ^tenbowcn) tela- 

«^ i . i v- ° if ij-'1 ten komen, die hy noch- 

Des komncks) c t zeewaert,om te ontdecken ander njcken. tans overwint, ende ten 
En eerder niet om laegh de fchuy ne fprieten ftrijcken, leften daer in komt. 
Daarvoor Sint Dominiq' j 'tzy dat* de Ovandas trots An. Salut. 1502; 
Hemin fijn ftad ontfeyd,te ontfanghen al te fchots. .J ^TeS 

€ t Zy dat hem b Iamaica door fchip-breuck twee Carvellen Spaniola , daer verheft 
Verpletterd,of het zy,dat hem veel rampen quellen ; Colombo twee Carvcl- 

, ~ L -, i |../- i y ^r J j Ti* Jen door fchip-breuck* 

c tZy dathemlijrtochtwerdontieydvandelndiaen; c amwoonders van 

Die hy met peften dreyght,door 9 teeckens aen de maen. Spaniola, door ophitfinge 
Hy heeft nochtans fi in ''ramp door arbeyd fteeds verflon- ™ n . d '° va ^ weygercn 

_ ' . r . , { , t .r, r I t J r Colombo lijftocht te ver- 

En oock lijn haters al door lijdtaemheyd verwonnen, [nen. koopen, des dreyghthy 

haermet peften tefollen 

D Vs vaert Colombo , die dees niewe wereld vand &&fc 

Na Spangien,daer de dood hem uy t de wereld fand, tot een vooneecken dek 
En laet de wereld, die * Columba weer ghevonden mltidts^o^h^^ 11 ^ 

[Na datfe 'tflibbrigh hoofd ftackuytde vloed derfonden] kend hadde,welcke dinl 
Had,niet meer dan den naem van 't heldighe beftaen, dian en ghewaer worden- 
Dat hy Colombo,had Columba naghedaen. de r eervreerd ^ ids 

c i J I j.j»>i.. r Y j lygeenkenmflè vanden 

En laet de wereld, die Colombo nu ghevonden loopdesHemels hebben, 
(Na datfe langhen tijd van de eewen was verflonden) cndeba ^ n hcm dat h y 
Ter fchat-kift voor den vorft, die daer fen heerfchappy mjpdfc f ffitiSta ÏS 
Pylaerd op menfchen moord en Spaenfche tyranny. lijftocht ghenoegh ver- 
En laet deneeren padt voor yder ongheflooten : fchaffé/tweickefyoock; 

_ i » • ir r - ° achtervolghden. 

Daer door ƒ Amencus V eiputius vergrooten d Labor omnia vindt 

Sijn namedefer daed vijfjaren tijds daer na improbns.&dmis urgent 

En noemdenfo hy land dit rijck America, An laluf i 06 

" e Cö/«w^_,datsinLa- 

""TErwijl de Taeghlche vorft van c t kercken hooft tot tijneen Duyve te feggen, 

Romen, daer by dat Noahs Duy- 

►r* t i, i -r i r i t ri 11 ve (die de wereld na de 

1 er neyl gher girte heert de heerlchappy bekomen Sondvloed omdecktc) 

(Voor foo veel als hy macht daer aen te (chencken hadd') verftaen moet werden. 
Van de oofter Indien met haer omwaerdeerbaer fchat. dmlvf^tTol 
En treckt een Richel dies van de een tot de ander pole,- lombo,inde Weft-indié, 
Heeft Portugael het ooft,Caftilien 't weft bevolen. f nd f nOQmt r hec 8 antfche 

Opdat van nu voortaen door dees beftemde ichreer, America. 
Dees Princen elcks ghebied in fij n ontdeckingh bleef. g ***&* Akato Ca- 

Daer op dat Portugael,. Capral met derthien fchepen KÖS^SÏ 
Na Indien heeft gelchickt , om langns de onkunde ftrepen indien ghdönden. 

X De 



i6z DER ZEE-VAERT LOF, 




a d'Araberstot Qqi- 
loa , waren den Portu- 
guees wel hatigh , dan 
konden niets daer teghen 
te weghe brengen,fb dat 
Capral 't fèlve oock deur 
de vingheren fiet. 

b Cochim , een voor- 
trefTelijcke koopftad daer 
over eenen koninck 
heerfcht, ghe'eghen inde 
Provincie Decan , in 't 
ïijck Indoftan , ofte fbo 
(bmmige fêggen Macijnj 
defê ftad leyd onder den 
tbienden graed benoor- 
den de evenaer linie. 

c fitilam,cen beroem- 
de ftad daer over eenen 
koninck heerfcht , mede 
in de Provincie Decan, 
omtrent neghen graden 
benoorden de evenaer 
linie,zijnde ongevaer by 
de 40 Duytfche mijlen 
befuyden Calecut. 

d fananor^ mede een 
konincklijcke koopftad 
op defèlve kufte,omtrent 
fes of fèven mijlen be- 
noorden Calecut, 



De Saraceen«n [die tot moetwil opgheblaeckt] 
Te dempereer de vlamgantfch Indien overraeckt^ 
De Arabfche * haet hy eerft tot Quiioa gedooghden ; 
Maer fo tot Calecut de Saraceenen pooghden 
Hem te overvallen, en door oploop vijftigh man 
Verfloeghen,is Capral op'tonvoorfienft daer an 
Ghevallen,en verflaetde oproer'ge Saraceenen 
Se$ honderd in c t ghetalj daer na,fb zeyld hy heenen 
Na * Cochim,daer de vorft,den overfte Capral 
Seer vrundelijck ontfanght,hembiedend 3 over al 
Ter koopmanfchap de hand ; van c Coulam (onderwijlen) 
En van d Cananor beyd' Ghefanten herwaerts ylen : 
Dienavereeringh aenden Portuguees ghedaen, 
Wt beyder Princen laft haer vrundfchap bieden aen. 
Haer noodendeinlgelijcks op de aengheboden gaven, 
Tot handclingh aen beyd' der koninckrijcken haven. 
Capral bejeghend haer op de aengheboden eer , 

Beleeft, en (èydhaer toe,üjn 's Princen gunfte,weer 
Te (uilen blijcken doen; want fb hy nu volladen 
Hadd'al fijnfchepen,docht hem beter des gheraden 
Te gaen na Portugael,en komende weerom, 
Soud' deler vorften gunft hem welen wellekom. 

Daer 



VIERDE BOECK; i& . « te*Aé&te 

^ daer by werd verltaen^ 

Daer op me feyd, vaeri: wel, vaert wel fonrijcke landen. Vafque de Gama, 
Weeft welkom.welkom ghy goudfandeTaegfche ftranden. ^ *£&£ oobcfc 



iqiu 



TXEh vorft verwelkomt oock deesriieughelande vloot 

En datelij ck fijn fchat treforenopen floot. 
Deeld mildelijcken uy t foldy en ampten beyde. 
En ondertufTchen weer een ander vloot bereyden. 
Dier opperde ghebied in de eerfte a vinders hand 
Van Indien werd gheft elt,die hebbende bemant 
Sijn (chepen,treckt op reys,en terghende Afrij eken 
Bedwanck hy b Habraheym den voriï tot Mozambique. 
En fèyd het oorlogh aen de Calecutfche vorft; 
Die[fchoon hy met verraed het oorelogh bemorft ] 

Nochtans feerweynigh tot fijn voordeel brengt te weghe. verdragh (met Calecuc 
T'wijl Gama tot verband van vriendfehap werd genegen |^7da« ove^ct- 
Met Cochim, Cananor,hun vorften beyd' te gaer. 
En na befluyt van dien (b zeylden hy van daer. 
Waer over Calecut[fo haeft hy komt te weten 
Het Portuguees verdragh] op Cochim werd gebeten. 
En doet hem oorlogh aen,die dapperlijck ontfiet 
Dees bloedighe c Afegay en voor haer laghen vlied. 



c Afègay , een (borc 
van Tndianfche pijlen,dié- 
fe uyterhandt werpen te- 
jghen hare vyanden , ^eb- 
bende omtrent de leegte 
van een man van Indiaens 
riet , daer aen voor een 
icherp yfèr. 

d Al f on f o AlbuijHercq^ 
met fijnen broeder Fran- 
coys Albucfuercq, 

e Aiichet , konincÈ 
van Cochim. 

ƒ Franfoys Albu- 
querek , het beedighdè 



des rechtveerdigh oor- 
deel gfceftraft, (o dat nie- 
mand oyt te weten- ghe- 
komen is , waer hy mee 
fijn khip ghebleven is. 
Ah mijeï 3 & (i quis vrima 

per jnria celat, 
S.r^i tarnen taeitispawa 
vemtpedibus. 

TErwijl komt^Aibuquercq,verfèIfchapt met fij n broeder, Albugueiq. 

Met Taegfchelchepen , dees werd datelijck behoeder h ^mne Saidagne; 
Van Cochim, en verjaeghthet Calecutfch gheweld,- 
Heeft koninck e Michel weer in 'tkoninckrijck gefteld. 
Doordefetrowheyt werd den vorft van Coulam mede 
Bewoghen tot verdragh - y ofwel daer na oock vrede 
Werd tufïchen Calecut en Franfbis Albuquerck 
Ghefloten, evenwel (vermids hy weynich werek 

Van ƒ meyneedmaecktë)heeft den vrede eerft verbroken, voorgaendeinindie 
Dan werd des niettemin van c t oordeel Gods ghewroken : k° raé > doet den koninck 
Door dien hy fneveld,daer van niemand oyt vernam. gk n C dtn%an ailut 

Terwijl^ Alfonfo met gheluck tot Lif bon quam. vjdfcrijgHt veele notable 

vidonê, en verflaet dick- 
maels met groot perijc- 
kei van de fijne , de Cale- 
cutfche heyrkracht , doet 
den koninck van Calecuc 
vluchté, maeckt fich door 
fijn daden fèer beroemd, 
flifttot Coulam een op-» 
roer tufïchen de Portu- 
gue'fen en Saraceenen, 
en bekomt daer door alle 

Datdoor gantfgh Indien , elckden naem Pacheco roemt. JSSÜSrJÏ' 

X Z Nu feu hadden. 



ende Eodericq Lanyenfi 
Rav*(quefa(z rooven op» 
de ylthiopfche kuften, 
de lchepen der Saracee- 
nenvan Zanzibar en Me- 
iinde. 

i Pacheco, cenPortU* 
guees Edelman , onder 
den riaem van eenige dec 



T\ Oen werd h Saldagne en Ravafque heen ghefonden 

Nalndien,die met roofden Saraceen beftonden 
Te terghen op 't ghefwalp der iEthiopfche vloed, 
* Pacheco onder des den vorft van Cochim doet 
In de oorlogh byftand , en verkrijght ten leften, tegen 
Den Calecutfchen vorft, de Triumphale zeghe 
Door wonderlijckbeleyd^en maeckt fich fb vernoemt: 



i&f DER ZEE-VAERT LOF, 

a CaunganoY^ een Nu^Caranganor [diefodickmaels heeft ghefteven 
koopftad op de kufte Het Calecutfche heyr] van vrees begint te beven : 
n akba f !h l^f'c! Te ^ komfte * Soarez; want hy voor haer veften,land 

Decan,Ieyd tutte hen Ca- ... i n i i 11 

lecat en Cochin , op Sijn heyrkracht,en de itad veroverd en verbrand. 

10 Jgrad. benoorden de 

evenaer linie , dier ko- --^ A . -, . -, t « 1 1 «•• 1 

ninck die van Caiecute ] ) Aer op e Almeide komt met konincklijcke eere, 

teghen de Portugueefen, Als koninck , uyt den naem fijns konincks te regecren. 

h) T^Lre lP v^ H Y land tot Cochim met fijnfchepen.cn vertoond 

fte van 1 3 fchepen , ver- Sich princ'lijck,en door laftfijns Heeren, Princen kroont. 

pvert ende verbrand Ca- Hy deelt bevelen uyt,fo verr' hun handel fireckten. 

^Francoh Almeide, Schickt ^fchepen af en toe diemeerder lands ontdëckten. 
eerfte Vice-Roy van in- Het zy dat e Mirhocem de Amboinfche fchepen macht 

d'u fcMckt 8 fche- Had onder Sultaens vlagg' in een armad'ghebrachtj 
pen rijckeüjck gheladen Het zy dat Almeides /foon te water haer beftredc 
na Po«ugael,diehetEy- £) e nederlagh verkrijght,en blijft daerfelven mede; 
maels Sint iSirent Ihc- Het zy dat£ Albuquerck uyt c s konincks naem het (weert 
naemt ) omdecken - 3 hy Der Heerfchappye van Almeide heeft begeert; 
fchickt oock fijnen fone Almeidenietteminhee f tAlbu rck gheweyehert. 

Laurent Almeide na de _ \ r- r 1 11 r n 

Eylanden Maldivar (die En heeft ter wraeck lijns ioons,de zeghekoets beiteygert. 
in c t zuyd-zuyd-weften En flaet h Melichiaz en Mirhocem ter zee : 

van de kuft van Malabar r> ir\- i 1 U^ /Ij ui» 

legghen, tuiTchen de 7 en B Y ' D»u>daer uyt volght terftond een heyl ge vree. 

8 duyfent by malkander) 

om te ontdecken : die -\r Et dies^Fernant Coutinmet vijfthien kielen landen. 

ontdeckt op dele tocht JltJL ^ i i /- i i i i« i r \ r \ i 

betvruchtbaerfte en bef- En blulcht de vlammen , die terneerichlucht dapper 
te Eyland onder derfon- j n Albuquercke en Almeide, door den laft (branden: 

^dfdwtTd 1 ; Sijns Heeren ;daer op volgh t) dat Albnqnercque vaft 
laetfte zuyderhoeck van Hetkonincklijckghefagh , ter opdraght van Almeide 
Malabar (Caep Comori Ontfangëheeft,en voort met vrundfehap zijngefchevdê. 

ghenaemt) ooft aen om- . .° ... . r « " j- n ö 

trent 40 mijlen, fy meen- So dat doen Albuquercq, gheleten m dien itaet, 
den eerften dat dit Ta- Almeide t'huys vaert,en op weghfen' leven laet. 

probanawas,daer Ptolo- 
maeus van ghelchreven 
heeft. 

e M ïrhcem,Luy 'tenant Generael des Sultans van jEgypten , die te water teghen de Portugueefen begint te 
oorlogen, voeghde fich by de fchepen van Amboina,die oock vyanden der Portugueefen waren, f Lxurenr, 
den fonevan den Vice-Roy , flaet een (cheeps-ft'ijd teghen Mirhocem, maerkrijght de nederlaghe en blijft 
mede. g tsilfonfc Mbaquerq werd ghefonden met een groote macht fchepen, om Vice-Roy te we- 

fen in ftede van Almeyde , die t'huys ontboden werd , waer over ec n groote twift ontftaex tuiTchen defê twee 
Heeren , ende komen tot de punt vande wapens met malkanderen , ftellen alfo , omme hare eyghen eere ende 
hooghmoed,den ftaet van Indien in groot ghevaerjwant Almeide wilde Albuquerck niet inruymen,voor hy de 
dood fijns foonsghewrokenhadde. h Melichias , Gouverneur van Diu. i Ditt, is een fèer 

machtighe en volckrijcke ftad, legghende op een Eyland Diu ghenaemt , daer de reviere ïndus nu Sinde , tuf- 
fchen 'tvafteland deurloopt ; fy leyd op den 21 graed benoordenden evenaer ; defe ftad was by den ouden 
Alambater gheheeten. k. Fernant Coutin, komt met 1 ƒ fchepen, en 1 foo man , om de twee partyen 

te bevredighen door laft des konincks. / Almeide op fijn t'huys reyfè by Cabo bon Efperance, 

leghen de wilden vechtende, werd omghebrocht. 

Sequeire 



VIERDE BOECK, i6j 

« C Equeire t'wijl ontdeckt het Eylaod Taprobane, Anno i m c 

4Malacca,SiamendeGrenfen der c Iavanen. a i aqHSS up?z. de 

De/Egyptfche Sultan f\vijmd,waVOrmus geeft hem werck. s V*"* » ontdeckt het 

E PI L f r i j j i a IL Evland. dat bv de ouden 

n, Aden gheeft het op door dwangh van Albucjuercq. T ^ robanejmaernu S u< 

De vorft: op lava, van f Iapara,licht fij n hackken. matra ghenaemt is 

Wen Albuquercq fijn vloot verftroyden voor Malaccen. r , x b _ r M i acca , V uf n 

i .. -l J !- r-Ji Cherione!us,ortehaliEv- 

De naem van Albuquercq, werd door lijn daed geroemt. land , ftreckende van ds 
De dood fijn ziele fchift,en 't lijf ten grave doemt, linie tot den doenden 

J graedna't noordemdaer 

_ een Iftrnos , ofte hals 

g C Oarez erft de plaets ter heerfchingh,maet fijn daden komt, ende daer begint 
Door f t omghekeerde luck, en onverftande raden Sai i ' fich w*"*-™** 

o beckende. 

Hem ftellen weder af; f t zy dat h Sequeire bromd: t DeGrenVen der Ta- 

Of c t zy dat 'Menefez,ofna hem * Gama komt; ^i* het Eyfandiaw, 

«tZydat'SampaiovoclidatMafcarcgncliftigh ^faSbStS 

Sijn ftaet hem onderkroop,en werd dies met hem twifrigh: bezuyden den evenaer, 
c tZydenghebloeydenftaetvanIndien,indefchael onde ' eenen M f ic Jian 

» T n r t y , . , , , i n i n* 1 Samatra en Malac- 

Van itaet-lucntjWerd gewiekt, op 't punt van beyder irael \ ca. 
Het lof der zeevaertdat in defè kroonen IuvPrerd, d Ow^eenEylsnd, 

Werd daerom niet een hayr verminderd noch verduy ftert. ^g^Sde^S^ 
Maerfteeckt veel klaerderuyt,door dien de twiftacn land gbenaemtjeyd inde Per- 
Door ftaetfuchtjzeevaerts-roem belaeght,van alle kant. \ :che bccht, ofte inham, 

J door Albucjuercjue ver- 

overt. 

T Oefaenmijn Callioop, de middaghs-winden ruymen, ^^«defterckiteen 
De zuyder-golven fie <k voor*Maeellanofchuvmen. f ch , 00 ff ft ' d T '^ e " 

__„ r \ ö . i , • i i r i liicKighArabienJevdaen 

Want^o de taeghlche Prins verbet nngh hem ontieya: de noord zijde in'tinko- 

Hy brandende van fpijt,CaftiliensMajefteyt menvanderoodezee. 

Ter heerfchingh rockende op, vergetende deplichte V J, ^ ' "ae^ova 

Sijn f s Heeren-waert, vermids hy ■ Charles onderrichte : eenkoninck heerfcht,d;e 

Dat * Manoel alree de palen overtrad, * ^H^Evtod^f 1 

Die Romenskercken P vorft hen tweên beveftight hadd'. hem heeft , ende daerom 

Verftaende dat de lijn derdeelingh,ten ghelueke Ke 7 fer g^naemt werd. 

Caftilie,inbetrockdeEylandenvan^Molucqe Anno 1527. 

g Lcpc^ Sojrez.wcrd 
Vice-Roy van Indien, na 
de dood vanAlbuquerck. h laqmsLopeT^èeS^xeire, Vice-Roy, ï Edturd ds /Meaefcz,\~i« 

ce-Roy van Indien. k. Va faut de Cj*ma. den eerfien vinder van Ind:en,werd Yice-Rcv. / Loper 

S.*»?/?.«o,Vice-Roy,werd van Piedro Mafcaregne,üjn ftaet onderkrooren ; want ce koninck van Portugael gaf 
ghemeenelijck toegbefegelde brieven mede na Indien , waer in ttend w:e V:ce-Roy fbude zijn, na des overle- 
denen, met ordre daer by,wanneer ibdanighen Vice-Rov overleden ware,catmen aJidan aliulcke brieven ope- 
nen foude; hier over beek'e hem Mafcaregne in ,dathv foude koninck moeren welen , endéföcht herderha]- 
ven door macht van wapenen. Endelijck komt de faeck ter uvtipraeck , van fekere gheordonneerde Rech- 
teren , dek verftaen dat Sampaio lal blijven , dies Mafcaregne venreckt ter goeder ure na Portugael. 
m Fernando Magellano , Edelman des konincks van Portugael,hebbende ca: koninck greore d:en- 
ften ghed^en in d'oorloghen van Barbarijen. n £%.*:'.>.•, koninck van C aflilien, des Fezdinandi Doch- 

ters fone,die namaels Roomfch Keyfêr worden. o M.inoel, koninck van Portugsel . p Den 

Paus van Romen. <y dïylanden van Molucques,name'ijck.,Ternate, Tidore, Mo::r, Marhjan en Bac- 

hian, zijn denaghelrijckfteEylandenvanghcheel Indien. 

X i Die 



ité DER ZEE-VAERT LOF, 

Anno kió, DiePortugaeltot noch onrechtelijck befat. 

* 'Petrus AWx,den Belovende den Prins,dat hy een ander pat 
treffeüjcken ende beften Door < t cr ift a Hj ; ne voc ht foud' banen,tot de Eylanden 

Matnemathicus, van dien „ , , . J .. n r , r « • t i 

tijj,werd tot fcheytfman E° lev ren hem dien ftarter heerichappye in handen, 
ghenomen -, defe bewijft Dus komtmen in krakeel j elck Prince heeft ghernunt, 
t £ gSLTdé Te foecken 't hooghfte recht op ftale deghens punt. 
fcheydlmie laghen , ende Ten waer dat* Nonius hun beyder twiften flechte : 
derhalven met recht de Enwijft PrinsManoel de Eylanden toe terechte. 

kroone van Fortusael toe J J 



qua men 
b Br. 



tji/ia , de oofte- p Rins Charles evenwel,aenfiende c t ftout beleyd 
& P rtu y d™ Van Magellano,hem vijf fchepen toebereyd. (den 

America^uiTchendeeve- Enfchickt hem henen,daer f t gheluckdoorgunftvanwin- 
naer linie ende den Tro- Hem langhs £Brafilienleyd,en doet hem weghen vinden, 

picus Capncorni, begrij- TT » ° r , • , ji i- i 

pende de MargaiatesfTa- Voorby cPatagones,tot in 't ^bevredight meyr. 
feaiardes,OvetacasenTa- En wend by e Chili om na /Steenbocksfnelleheer : 
voupinambauiti -, alle Aenfiendc's Hemels maeght de fonne .overwicken, 

wreede menlch-eters en i i- "> 

vyanden van malkande- Opichael en evenaer, om haerlie te verqmcken 
ren - . Indeonghewoonekoud';duszeyldhyncordwaertan> 

landbeztydenTiJde Ia En noemt den wegh,na hem de ftrate h Magellan. 
Plata, totdelaetftezuy- Dry (chepen werd hyquijt beneffens veel matrofen; 
der hoeck van 't zuyder Dicmee fl. varl onghemacken koude dood vervrofen. 

America ; nier woonen niii «n-ini 

menfchen Patagones^e- De and're,meeit rebel,haer twiitighiteken op, 
naemt , 'twelck reuien Met dreyghent'hernwaeits,maer,hy vatfèby dekop 
hoogh." " ° * 3 V ° e Cn En ftraften elcks na waerdjdaerna de deughd' beloonden 

d Anders Mare Va- Hem qualijck,dic hy aen den moordenaer bethoonden: 
o/^alfoovanMagel; Diehem verradeliick tot' Matabrenghtom hals. 

lan ghenaemt , om datie . f J • i i i 

alhier van deovergroote De and re zeylen voort,met weymgh goet gnevals, 
ftormdiefe geleden had- Heen na Molucques,totTidoreen Ternaten: 
tS : Start" Ter gunfte tBrittios.cn hebben 't fchip verlaten. . 
defe zee hadden > anders Dus raecktenfe endelijck,maer weynigh weder heen: 
Mardelzur, ohe zuyd- Diedealdereerftereysrontom den aerd-klootdeen. 

zee ghenaemt. ■* 

e Chili, een Provintie 

indezuyd-zee,grenfende TAErFrancen eerfte ; Frans [niet fonderjaloufye 
S.t5Slw l^Verftaendcondcrdesdeniewehcerfchappye 
over, van Rio de la Plata. Der beyder m kroonen,van de Indien ooft en weft) 
ƒ Steenbocks keer of- j n zeevaer t alfo wel gheocffend als de beft. 

Anno^i s iq 1C " ^ u ^ c mec ^ e fchepen,om tot noch toe de onbekende 

g De (on vertreckcn- 
de uv t het teecken Virgo na Libra, makende dagh en nacht ghelijcke Ianck,beeldende daer mede onfèn herfl?'- 
tijd af. h De (trate Magellanes, heeft den naem van den eerften vinder der (èlve , genaemt Ferdinando 

Magellanes. * tJMata , een Eyland inde zuyd-zee , daer Fernande Magellan den Heer des f lven Ey- 

lands,teghens fijne vyanden hadde byftand ghedaen,maer den Heere vergolde het,met hem verradelijck om te 
brengen. ^ Antonio "Bntio, Commandeur der Portugueefèn op het Eyland Ternate,defe berght haer 

't leven en fchicktfè na Indien, van daer rakenfe endlijck weerom t'huys. / Francojs , de eerfte van 

dien name,koninck van Vranckrijck. m Te weten, Spangien en Portugael. 

Aerd-r 



— -— 7 — - — - 

de yo graden noorder 
polus hooghte. 

c NorumbegaenVif- 
giniae, daer de alderbefte 
Toback waft. 

d De Floridanen 
fchilderen haer vel ende 



VIERDE BOECK. %fr Ann c . , 

a j •• i j j ut ' Anno Salut. 1524 

Aerd-njcken optc doen,aen ander werelds enden. * /«u« AW/i»», 

En doetfe zeewaert, door c t bevelen * Verrefan, Florentijn , Overfte van 

Langhs Spangien, tot de hooght van kreeft-keers circkel, ™b ™ c f/J^*' een 

gaen. [den ê rooc ,anc ^ van 't noor- 

Van daer,de boeoh weftaen ghefwayd omtrent de Eylan- fSfeJ 81 ??? N ?* 

tt ^ l j t_ ° r J 1 r ï n } 1 va Franc,e > begrijpende 

van Cuba,noord~waertsheen,eniien defchorre itranden onder fich aiiedeianden 

Van h Florida voor uyt voor defèn noyt ontdeckt ; lloo ' d " °°ft- wa erts op, 

Vervolghende hun gangh,fo verr' dees kufte ftreckt : ^Tra Now^o^ 

Sy c Norumbegha,met de vrucht'bare acker-velden 

De moeder der Taback in haer ontdeckingh ftelden. 

Hier Verrefanus land, om met den Floridan 

Verbintenis van trow fijn's Heeren,aen te gaen. 

Hier Verrefanus metfen mackkers haer vergapen 

Aen c t vremd' 4 ghefchilderd volenen* rechten c s konincks lichaem om fchoon te 

En lely-ftandaerds op,en noemden 't infgheliick wapen . wefen > dra g he n ^ere en 

KV L i • 1 j r- ir 1 • i • * 1 ko P ere " n K"en in de 

Niew Francknjck,na den naem hjns Heeren konincknjek. ooren, harekieedinghe is 

meeft van Pelterijc , dra- 

M Aer kortsdê Spangiaert(die dewreedheyt ingefopen ^*SKSg£ 

Metaengeborë haet,door c t harten-bloed gekropen, 'trow ofte bont buyten. 

Die,waerwaerts dat hy komt,den grootë meefter maecktO r e Hie , rre ^ hten Y erre " 

Ti--j-rr r c^Vt i. 1 ianus, des koninck van 

Is hier den Franiman onvoorhensop'tlijf gheraeckt; Vranckrijcks wapenen 

Doot flaende wat /ich rept, innemende dees landen: 

Op dat haer tyranny,van fchenden,moorden, branden, 

Te verder wierd berucht,- die dapper fins de dood 

Van Ifabella(die /(brghvuldigh fteeds ghebood 

Dit volck voor overlaft der Spanjaerds tebevrijen) 

Heeft toeghenomen; want de helfche rafèrijen 

Noyt flimmer dan alhier £ Sepulneda * Pizarr' 

En ; Pedrorias met ^de Lares dencken darr. 

Daer af / Spaniola,tuyght, dier aldergrootfte Heeren 

Menlevendighfagh braen,en c t volhck tot Godseere 

En fijn Apoftelcn,by hoopen van derthien, 

[Ter galghen onverdient ghedoemt] heeft hangen fien. 

Iamaica m Cuba,daer dees beulen, fel vernielen 

dominatur erit rex. 
g Sepulncda, comandadot in Novo Hifpania , meerder een monfter , dan een redelijck menfeh ghelijck. 
h Francifco Pifarro , overfte Gouverneur van Peruvia , een tyran. * Pedrorias , tyran tot 

Nicaragua Eldarien en voort gheheel Guiana en Caribana over. k. & e L-ares, commandeur over d'Ëy- 

landen Antillas, als Cuba, Iamaica,de Lucayos en andere , die onder hem een buyten officier hadde , Alquaz. 
il del Campo y d\e onmenfchelijcke tyrannijen bedreven. / In 't Eyland Hifpaniole , hebben de Spanjaer- 
den de onnofele Indianen by derthienen op ghehangen,ter eeren Chrifti en fijn 12 Apoftelen /oey gruweljde 
grootfte Heeren levendigh op houte roofters ghebraden,en in ftroyen huyfèn verbrand ; een Princefïe Ancao- 
na op ghehanghen,de jonghe kinderen van haer moeders borften ghenomen , en teghen de poften dood ghe- 
flagen. m In Iamaica, werpen de menfehen voor de honden,om te verfcheuren j in Cuba , bedreven onmen- 
fchelijcke tyrauny, onder andere verbranden eenen Cacique ofte grooten Heer Hatney , aen eenen ftake, die 
inden vyere van eenen paep,met het Crucifix gbequeld wierde, ende yets van den HemeWermaent ; fê^de lie- 
ver inden hell,dan by de Spangiaerds inden Hemel te willen welen. 

Hatney 



op , ende noemde het 
land niew Vranckrijck, 
ende FUlagagno Franco* 
lAntarüico. 

ƒ De Coninginne Hst- 
belle foo Ianghe die leef- 
den, was fèer forghe-dra- 
ghende , voor de Ameri- 
canen , ofte vokken der 
niewer wereld,beherten- 
dc 'tghene dat Alexan- 
der de Groote plach te 
%gen,datmen meer met 
goetdadigheyt een land 
verkrijghen fal , dan doof 
tyrannije behouwen. Of" 
te fo den Poet fèyd j 
Jgtti reüe faciet , non qui 



irf8 DER ZEE-VAERT LOF, 

* in niew Spangien Hatney ten vyere,metfo mcnigh duyfend zielen. 
en Nicaraguc , daer de De afch J der temp'len van « niew Spangien ,dier ghebovy 
indianen inj^aerliedcn De b an g ne me nfchen op haer vloeren 's lijfs behow 

macckTwaren , dachten Scheen aen te bieden; dus fo dient de vlam de beulen, 
vry te zijn , wierden met £ n j oet < s ] an ds edlen mceft tot afch aen ftaken fmeulen. 

f&SÜti De Mericaenfcheboeydaer 'Motencumalagh, 

brand. En meeft fen Adel door de fwaerden danfen^fach. 

b Den komnck tot De ellende < magen , die door dwangh tot Guatimale 

Mexico die Motcncuma . t . » . ' , , . ° r . . t 

ghenaemt werd, fchickt Met doodemenlchen aes des faonghers eylch betalen» 
de Spangiacrden , foo fy d Xalifco,daermen joegh met geerigh honds gheblaf, 
ST« l^Z De arme menfchen van de fteyle klippen af. 
veel ghefchencken van De e Floridanen,diedoor felheyd der tyrannen, 
goudeniiiver; hyfdven Alsefels onder 't jock ten arbeydinghefpannen: 

verwachtte binnen de ... . , J , . , \ . ö r. . 

poorten, daer hy in een Enkrijgnen tot haer loon,bebIoed door korven leen: 
gouden rofbaer ghedra- Met neus en lippen,uyt het aenghefichtghefheen. 

êïsSïSS Den f Ataba,iba 8 roothecr der Pemancn ' 1 

daerfe ghelogheert wor- Dieuyt fijnfchatten brocht den God der Caftillianen 
denjniettegenftaendedit Tot loflïngh fijns perfoons: Pizarao neemt totborght 

al es, fy nemen hem ghe- f T iii tt i 

vanghen, men vermoord Het goud,en evenwel den grooten Heer verworght. 
voor fijnen ooghen , fijn Met veel meer and're die met uytgheftreckte lenden 
J^^' 1 ^ Ten hemel roepen wraeck, van dit moordadigh fchenden. 

c Tot qummdo, een Dees tuyghen opentlijck door 't veel vergoten bloed, 
Provincie niet verre van ][) at Spangiens zeevaertsroemop defè purpre vloed 

Iucatan, daer de befte In- «-, L P r i n • l /" J *■ *Z 

digo vak 3 dedéfe de men- Te gronde fmcken lal; ïck fie de l water ratten 

fchenais ezels arbeyden, Dijn hoogh-gheachteroem,ó ! Spaeniche zee vaert vatten, 

Tonder teeten te gheven, En domplen na ^et diep: op dat een fchoonder bloem 

anders , dan de doode F r r 

menfchen, fo hier en daer Verduyiter dees ugiansder averechtlcneroem. 
op den weghe laghen. Al is dijn dagh bekleed met glimp van c tEuangeli 

d Xalifco,een Pro- c r . J , ° , v- v j °i i p 

vinde , grenfende aen de Se { wlch t nochtans te met voor dij n nabuyrde * leh. 
voorgaende en Hondu- c t Rechtvaerdigh oordeel Gods den roofme* menfchen 
ras, daerfe de naecktein- Befoedelt,niet ghedooght om 't keurige gemoed (bloed 

dianen,methonghenghe if r- C L ö r t_- 1 j j 

honden vande klippen Te vullen lijn begheertjmaer ichicktet dat een tweeder 
joeghen. Den roover om fen roof te rooven,ruckt ter neder. 

ven\vTe°edhS diedê H Y die om ' c hebben niet alleen den Indiaen 

Duyvel noch fen moer Door hem verovert,maer den Franfchen'FIoridaen 

niet bedencken en fou, £ en vanghen onderkruypt, en weeft hemfel ven vonden, 

fnede de menlche ooren, do j l * ' 

nenfen en lippen af. 

ƒ Maer Pilarao tyranniiëerde inde Provintic van Peru, daer den Keyfèr van 't gheheele land Ataba- 
libate^hens hem optrock , ghevanghen werd , ende tot rantlben meer dan 2 J2000 pont filvers en 1326500 
pefbs gout (dier pefosyeder een Caftiliaen doet.fègehe ij France kroon) ghegheven; noch boven dien,c-0»rr* 
datapder», venvorght ende verbrand ; foo dat by den Indianen een fpreeckwoore quam , datie het goud der 
Chriften God noemde j doch wy fegghen der Caftillianen ofte der gierigaerden god, ghelijck het Latijnfche 
iprceckwoord , Auxti deus nnmmm e(f ; want dit gaet alle vrome Chriften niet aen, &c. g De wa- 

terratten,daer med« worden gemeent de zeevarende Hollanders, Vriefèn en Zecwen. h Vranckrijck. 

t Het land van la Florida, by den Francoyfen,als voor verhaelt ghevonden, worden van deflèlfs vinders 
nieu Vranckrijck ghenaerjat. _ . 



IERDEBOECK; t<$ 

Die namaels fijn verderf hem op denhalfè fchonden. 

Want fo den Span jaerd nu door openbare lift, 

Den Franfman fchopt,en felfs fijn ftaet dies feker gift, 

So vind hy hem op c t fwackft; de Francen die verdreven 

Wt haer gevonden rijck, nu gins en herwaerts fweven, 

Enkomen dek voor fich met konincklijcke«munt > a Te weteen degen, 

Te beteren haer fcha op Ma vors lemmer punt; die ghemeendijck rechl 

Dat oyt den Indiaen mijnt uyt de diepe mijnen, [nen-ï cr is 0V( ? konin , ckli J<> 

r\ «u*- i c -ii f , 11 L . ke P r etenfien op landerj 

Ontmijnt denSpanjaerd, hem,dien 't weder komt ontmij- enfteden. 

Den Franfman,dus om c t dijn en mijn werd ^Dominica t>s.Domitigo,eenvóot* 

Van al fen fchat berooft, Sint « Iacob vande fchrick dTop «tf^ 

Raeckt al fen fchulpen quijt, en raeckt daer toe in kolen, wol* 

Dit doet den Spanjaerd(die de vreefe Gods ghefcholen Anno 1554. 

Had voor de goud-fucht) noch op c t left verfoecken, aen h C S, 1 ^ an ^ S a! 

DenFranfman,opdatdochGodskerck mocht bl^ 

Te willen bluftchen c t vyer^die daer op feyd' dat defè 

Dieongheloovigh,God noch heyligh'Eng'len vreefen, 

Gheen kereken noodigh was,-dus valt de wederwraeck 

Den Spanjaerd ophetlijf (alsift een quadefaeck) 

Het fchijnt nochtans fatael,het bloed der Indianen, 

Schij nt nu den Franflen hier een open wegh te banen 

Na nieu d Carthago toe, daer alles keert in roof, 

Dier overfchot de vlam tot afch en puyn verfloof. d Nova Canhagö^ 

Sokomt de blinde Maeght met haer gherechte zeyffen t£Ë££SwZ> 

Een oeghit terwraecke van den ongerechten eyiTchen : ghenaemt, in 't zuyder- 

Dan maytfe voet voorvoet; den Spanjaerd, dieghewoon America ' 

Was,naeckt en weerloos volck te moorden,en te doón, 

Vervalt hier te enden raeds,des daeght hy uyter hellen 

De raferijen om den Franck te willen quellen 

Met duyvelijckelift,die ftrijeken hem 't fenijn, 

Aen <t ftale flitfen punt,daermet hy onderfchijn [ken 

Van vriendfchap hem vergift; dus licht de Franck fijn hac- 

Wt vreefe dat voortaen de lift hem mocht verlacken 

Met openbaer gheweld, enlaet den Spanjaerd baes, 

Tot dat hy vet ghemeft werd ander voglen aes. 

e Engelland voerdeen 

W^Ht nu mijn fangeresdestreur-fanghs wat verpoofen. ™k in haer wapen. 

Verquickt umet de geur der Brittenlandfche , roofen. m , AuCaVdiedePol' 
Vlecht roofèn-hoeden om de graw bekroofèn kruyn* ten k hr uven,dat Phoebus 

Des eerften zee-helds,die de vooren van Neptuy n j££ *& A 

ISeploegnden om den noord, noord-wegens noorder-klip- poorten van Orienten 
Aenfiende /Tytan voor Auroras purpere lippen, nen °P enc t n ' hier by wordde 

Du-j 't 1 , x . s 11 > r v > morghen- root, ofte da- 

e blijde morghen-kus ; verleenen in het noord : gerJit voftaqdi! 

Y Verbreyd 



a ^m*iones,xvm a l74 DER ZEE-VAERT LOF, 

vrouwen die als mannen _ ._ . . r 

oorlochden^hier by moet Dees neemt de rnfche roos en plantle op de baren, 

alhier de koninginne Ely- En hout haer vreughden mael met Thetys koude fcharen* 

zabeth verftaen worden, T r i • i i i i ri- r \ * 

als hebbende mannelijc- Verbiddende dat :iy dit purper roohgh root, 
ke moed ten oorloge te- Bewaren eewighlijck op der Goddinnenfchoot. 
Sh T& and£n * Terftondfo werd haer bee beveftight,by de reyen. 

c /af oh. Daerrnee iswelvernoeghdde bloem godesgefcheyen. 

d De koningen van De moeder Thetys voeghtrterliefdvande^Amazoon] 

Spangien,atkom{ti2n uyt r% • i-ntii J 

den huyfe van Bo%on- De niewe water-roos op haer cnltalle kroon, 

gien , dat alleenigh ver- En komt daer mee vercierd den Oceaen begroeten : 

magh de ordere van 't Die fi d fa fijnlief infulck cieraet shemoeten = 

gulde Vlies te fchencken. . L j l i ui 

e SirFrancoys Draec^ Benaeght dit cierlel meer, dan c troodehackeldkruys, 
Ridder overfte van een Wil daerom, datmen hem fen filte natte kluys, 

vloote fchepen, gaende * ' u i r \ v 

om de Spanjaerden inde Aen alle kanten lal met dit cieraet vereeren. 
Weit- indien te beoorlo- Daer op de roos-heldin op [dat haer niet mocht deeren 
8le "V j;e Ct Borsoenfche dreyghement] den Ocean fen eyfch, 

kleyn Eyland onderde I oeitandigh werd,en cierd lijn konincklijckpaleys. 
Eylanden van Cabo ford, rj oc h onder die beloft,dat hy haer draken-biefen 

op Duytich het branden- ~ i r i t\ r \ \- r 

de Eyland genaemt; hier Sou payen,met den root der Peruaenlche vlieieo. 

neemt Draeck het eerfte Want feghtfe Colchos émaeghd voerd draken in c t gefpan, 

fchipmet wijn en andere Daer j e eerfte' vliesheer om trock'tbloedieh harnas an, 

koopmanschappen gela- , . . .. 1111 

den. tn dwanck net ongediert,om de eer der gulde vachten : 

Anno 1578. Op dat hy haer karofP met dit cieraet bevrachten, 

g l<i piata, is een groo- Mijn Draken hoevel meer ,nu de eew is omgewend 
l i^Zk^Z%t^ ( Die wil ick)fullen nu na <t anders werelds end, 
kant van'tzuyder Ame- Denniewen d Vlies-heer gaenfen gouden roof gemoeten? 
rica opden 3 ó g raedbe- En Colchis oudefcha, metDrakens glori boeten. 

zuyden de linie, bewate- _ .. r 1 1 1 n i» 11 • 1 

rende het zuyder-ghe- Het woord is naw geleyd den lalt die vollight mee. 
deeke des laudfchaps De vrome Ridder e Draeck begeeft fi§h op de zee 

Br f h cL, is een groot En g aet de fon te moet > wat WÜ«* hier verhalen 
landfchap in 't zuyder- Hetbywerck van fen reys ? laet flechts mijn pen afmalen 
Arnerica , palende in 't Defchetsfin c t voorwerck)van hetuyt-eynd defer faeck. 

ooften aen de iEtnio- / 1 1 j 1 1 r^ t\ 

pifche zee in c t zuy- Laet tuygen (onder des dedapperheytvan Draeck j 
den aen 't landfchap Pa- ƒ Del Fagos eerfte fchip verlies der Caftillianen. 
SË, dë z^dlt ' La Plata tuyght daer na en 't land der Brafilianen 
in 't weften aen chili. Het tweede Spaenfch verlies > dus fpoort hy zuydwaert an 

l ttftiie&Pxotip- £ n daer naweftwaertsdoor de ftrateMagellan, 
daerv^ïgoudL vak^ieyd En recht Trophaeen van fên doorvaert langs de ftranden 
aen de Zuyd-zee. Van h Chica i Chili en de ^Peruaenfche landen. 
r^t:Z:^ Hi <* komt hem 't luck te moetent Chilifch < Admirael 

goud rijckfte ghedeelte 

vanghehecl America , grenft aen de Zuyd-zee van denTropicus Capricorni, tot den linie iEquino&iafts, 
/ Dit was een groot (chip , dat in Chili met wijnen (die aldaer in abondantie waflfen) gheladen was, 
(daerby 25000 pefbs fijn goud , zijn ^yoofrahichckroonen) ora daer raedete gaen na Lima , om met de 
vloote van daer na Panama te gaen. 

Met 



VIERDE BOECK. lyy 

Met fo veefpefos goud is de eer fte zege-pa el 
Van Draecks veroveringh. daer na den ftillen oever 
ÏBy<* Tauropafa daer den ^flaper langhs hoe droever 
Ontwakende fen fchat en filver fchij ven mift. 
Het derde zeghemerck werd noordwaert bet gegift, 
Ter ree voor c Arica,daer de onverwachte Britten 
Den Spangiaerd op den neck en in fen goet gaen fitten y 
Het filver dat is horr,en wat haer meer behaeght. 
Dus doenfe d Lima aen,dat oock een teecken draeght 
Van f t Engelfch lawerier,- de fchepen aen haer ancker 
Die braken c t leven uyt,dit maeckt den Spanjaerd kranc- 
En flawer, fiende dat haer koftelijcke laft, [kei- 

Van peerlen,filver, zijd en Chinaeefèh Damaft 
Word buyten tijds gheloftjdus voor haer voor'ge fchulden 
Voldoenfe veur en na met onderdanigh dulden. 
Terwijl ontwaeckt de lift die langhs de kuften fluypt, 
En al den handel van den Spanjaerd onderkruypt. 
Dees diend den Ridder aen de Caftilliaenfche vreefè, 
En hoe dat e Panama tracht op haer hoed te wefen. 
Wie datter is vol-laen,en wie der zeylree leyd. 
Waer defè henen wil,en waer na de ander beyd. 
Dus werd de Brit ontwaer hoe datter is voorhanden, 
ƒ 't Vuyrrpuwend Galioen,daer op de Draeck fen tanden 
En felle raken wet; ghebeten op den fchat, 
Enjaeght het dapper na door 'tonghebaendepadt: 
Tot dat hy endelijck by Sint £ Francifcus Kape 
Den roof ten roove komt met mannen moet betrapen. 
De voncke-lpuwer haelt de vlammen in fen krop, 
En defè hitte ftijght de Spanj aerds inde kop, 
Dus ftaenfè al bekaytj terwijl de Draeck fen kaken 
Verheft,en yfer,vuyr en roock blaeft uyt fen raken. 
Daer af den Hemel fwijmd,dat zee en aerde waeght, 
Enwintmetvuyr-fpogh dien die daer de naem af draeght. 
Den Spanjaerd geeftet op vermoey t van 't blixem blaken 5 
't Vuyrfpuwen werd verkeerd in goud en filver braken. 
Den overrijcken buyt van koftelijck ghefteent, 
Van konincklijcke munt en glanfigh^fchelpghebeent', 
Werd ordentlijck gheloftjdaer mee fo gaenfè recken 
Haer boegen,weftwaerts aen,en wederom ontdecken 
Een ander fchip,ghelaen,met peerlcn,gout en zy, 
Katoene lywaet en Chineefche wevery; 
Het is de pij ne waerdjde Ibeêr werd benepen. 
Den Caftilliaenfchen roof verwiffelde van fchepen. 

De 



a Tauropafa , anders 
Tarapdcs.^en ftad aen de 
Zuyd-zee , omtrent den 
2.1 graed bezuyden den 
evenaer , in de Provintie 
Chili. 

b Hier vondenfè by 
het ftrandeen Spangiaerd 
legghen flapen , by hem 
hebbende 4oookroonen 
filvers,dat(è mede namen 
fonder hem op te wee- 
ken. 

c tsfrica^cen ftad,leg- 
gcnde in een bocht aen 
de Zuyd-zee , 19 graden 
bezuyden den ^.quinoc- 
tiael.inde Provintie Peru. 

d Lima,ecn koninck- 
lijcke zeegehavéde koop- 
ftad,dacrmen 't goud van 
Peru ghemeenelijck van 
daen fcheept op Panama, 
leggbeude omtrent xi\ 
graed bezuyden de linie. 

Anno 1570. 

e Panama , een ver- 
maerde zee- ftad aen de 
Zuyd-zee , op den fflh» 
mos , ofte engen hals^tufc 
fchen 'tzuyder en noor- 
der- America , in de Pro- 
vintie Caslhlia dek' Oro, 
dat is het goudrijeke Ca- 
ftilien. 

ƒ By den Spangïar- 
den £aca Fuego , ghe- 
naemt. 

g CabodeS.Francif-* 
co., is den uyterften noor- 
delijckften hoeck van 't 
land van Peru , leyd op 2 
graden omtrent benoor- 
den de linie. 

h Verftaet, peerlen. 



i 7 6 DER ZEE-VAERT LOF, 

* Lotos,xm een vrucht De zegh' op zegh' gehoopt, drijft uyt der Britten maegh 
daer van eertijds viyfïis Het a Lotos kruyt,en maeckt haer t'huys verlange graegh. 
knapen etende , het ver- jj gaet me elckaer aen boord,defcheeps-raed werd sne» 

langen na huys ontgingh. ö * i b"^"* 

b Ca/iforma,een land- lpannem 

fchapin 't noorderAme- Om veylighkiel en laftna ( t Vaderland te mannen, 

rica , aen de zee diemen W r 1 i • /- rij t - l i l • i r 1 

de zuyd-zee noemt. Wa t wegh me kielen lal doo' t pekelbangh fchuym. 
c giüvira, hetuyter- (Want fonder twijvelleyddenSpanjaerdopfenluym 
fterijck in<t weftenvan't In Magellanes ftraet,en foecktfe te beknippen) 

noorder- America, aen de -./-", , 13 , t n- 

zee ghenaemt de Strate Om londer onghemack dees laghen te ontllippen. 
Anian - ~' r Dus raemtme voor 't befluyt te zeylen weflwaert aen, 

te niew-En ge iland , Ieyd En vayhghfo nahuys den aerd- kloot om tegaen. 
in het wefterfche gedeel- c t Werd nawelijcks gheftemd, de fchepen hun begheven 
te van 't noorder Ame- Des kreeft-keers Circkel lanss,en bieden boeeh en fteven 

rtca,aendezeem<tzuy- , , . . & ? A & 

den.in't weftenaen^- Voorby' 7 Calfornia, en vinden neven 'titrand 
v/^enin 'tooftenaen't c Quivira, ander aerd,ennoemdenfe^Engelland. 

land van Calirornia. xr^^j 1/1 u J />r»P-r 

e TbUtppijnen , z ij n Van daer zuyd-weiten aen voorby de' Philippijnen, 
Eylanden gheleghen in 't En winnen dagh op dagh aen de avond fonnefchijnen: 
zuyd-ooften van China, Tot dat de ƒ zuyder-Jioeck van Africa't verloop 

tulichen de groote Ey- , - J . . r , \ 

landen Luconia en Min- Haer s wedervarens keerdineenghewenicntehoop. 
danao , omtrent tuflchen Terwijl de koningin(vervuld met niewe maren 
2££tó 8 ltno e c: Van 't Caftilliaenfch rer!ies,en 'tgantfche wedervaren 
tial. Der Triumphante vlootjbereyd den zeghe hoed 

ƒ Anders Cabo de bon Ter eerenhem,dielanghs de rondom werelds vloed, 
Anno 1 *8o. ^ e£ ^ien rijckdom komt,met zijd Damafte zeylea 

g Anders, de Teems, Braveren in hettop,deblancke£Tamespeylen. 
is de reviere van Londen Daer land de blijdfchap aen die van een blijde ftoct. 
"f 1^'pfecb Spm . Werd blijdelijck omhelft,en minnelijck ghegroet; 
gien ghenaemt te wor- Hier hoortme c t hel gheluyt,van Famas kooperklincken. 
den, na de yermaerde re- [) aer fi etme elckander toe den zeghe-beker drincken. 

viere den Iber , by den _.. . . , « .. . .. °,. t t 

Spangiaerden Ebro ghe- Dit maeckt degheelten licht,die dingen ander mael 
heeten , ende werd daer Te toetfen Spanjens trotsop c t Brittenlandfche ftael. 

mede alhier den Span- 
jaerd ghemeent. 

Anno 1585. 
i inde acht, dit is foo T\ E Teemfche koningin gfcebeten op den b Iber, 

rlr v Irklaert '^Mfck En daerom oock m de ' acIlt van den gehoonden ^Ty~ 
S wooTdekeninle^cht Beftemden noch een tocht op f t voorgheftelde wit, [ber, 
by de Duytfche Keyfers Te fenden na het Spaenfch gheweldige befit 

*t °Den n p W aus rt ;an Ro- In '* overheerde land: daer over dat als voren 
men. Den Ridder Draeck,als hoofd,ghebieder werd verkoren; 

m l chnjiophor C«* En nefFens hem ^Carleil^die c t Britfch Provinci root, 
m Teweten,hetCom- InMavorscierfels metdekonincklijcke vloot 
pas. Aen c t licht en driftigh,doch wif konftigh m y fèr hangen,* 

En peylen aldereerft ten zuydewaert haer ganghen, 

Heen 



VIERDE BOECK. tyi 

Heen na de * Gorgades,daer werd Sint lacobs fchulp <* goodes , zijn de 

Te vyer en fwaerd benawt ; een noorder water gulp Verd"^" *** €ab ° 

Spoeldmethaerfchattenwech, endijntvandaerna'twet y s*'«//^,iseender 
Daer geeft Sint b Dominic al wat hy heeft ten beften [ten voornoemde Eybnden, 
Aen dit behoeftigh volck: doch meer door ftale d wangh, ^^^^^U 
Dan door oprechte liefd van 't Engelich choor gheiangh. van daen dreven de span- 
Nu koft het c Carthageen,» de Eylanders uyt den noorden 8^" &™ ea ^ 

_._ r . n i i i i /i i / • • i met die vanGuineajwem 

Verloecken valt haer heyl,beitaende (niet in woorden van a e Engelfchen inghe- 
Van konincklijck verband , tot nadeel van hun ftaet, nomen endegepiondert. 

Of in ghevey nfde gunft,die met verborghen haet vo lmZ & ïldoft Ey" 

Haer bondgenoten queld) maer in een fchrander oordeel j land Spaniola in Ameri- 
Te vvand wacker dat op c t alghemeene voordeel ca ' °P de " l8 g ri)ed ^ 

_ . ■', . , il r i r r noorden de linie. 

Meer letten^dan de macht te doen naer oorlof gat : d carth«<reMa s een ftad 

En blooten ( t blixem ftael met order draf op draf, in de Provintie Caftiglia 

Tot dat de veften van den Span jaerd (die betoverd dell> ° ro • ,e >' d or fT' 

i J n • op den 1 1 graed be- 

Met vreeie was ) met al haer lchatten werd veroverd. noorden den Evenaer. 

Nochleyd de kloot niet ftil,de felfde middaghlijn „ \ S:nt ^«tf?*» een 

» T j/-i ï in c a r\" " a d in 't noorder- Ame- 

Van 'Carthagena leyd haer na Sint f Auguttijn, ^ rica,aendeooft-kant,iii 

Hier gaetetweer als voor, de Draeckfche vlamme fnorden de Provintie la Florida, 
Signior om de ooren, dat hy de Auguftiner orden u -tMe^hdf e land! 

Den Draeckenover gaf,daer meefoo drijft de wind 1 binnen den 30 graed.be- 

De AtlantfchefRidders met haer zegh'baerfcheepsgefind noorden den ^Equinoc- 
Ter koninginne waert,die met het puyck der Heeren ^ ofte zee-ridder der 

De wel ghekomen vloot,met zeevaerts-lof vereeren. Adantfche zee. 

g Thomas fondtfeh 

w_^ TT , . ii.* r i Van SuffblckjOverftcGc- 

fJ Vs werd de zeevaert>opder koninginnen ichoot nerael van dry fchepen, 

Gekoefterd , die haer roem rond-om den aerden kloot omrr e den gheheelen 

Met 5 Candifch kielen voerd,begheerigh om te föecken, * cr h ' cfcft«p«S3o 

Onfterffelijcke roem in ander werelds hoecken. de weftelijckfte land- 

*t Zy door den niewen pas,die Magellanes vand. fchappenvan zuyd-Ame- 

Of 't zy langhs ^Chili,endePeruaen(chekant, - t 'faifornia, een land- 

't Zy tot ' Calfornia, daer Candiich fcheepftrijds zeghe, fchap in noord-America, 

Der zuyd-zee Admirael met fchip en goet verkreghe. &£ti? « <*£ 

't Zy voorder weftwaerts,na de <(JPhilippij niche kuft: uytftekende ghelijckita- 

/Manillia,of » Molucq,o r oot Iava.daer c s oheen ruft lien > hebbende aen dé 

V/-ï ' i«n 1 1 1-» -Tki i-ii noord-ooft kant Mare 

oor Candilch komt teland , tot Pleymouth inde haven: vermeio/twelckisroo- 

En doet fijn zeevaerts-roem,ter koninginnen draven. de zee; 't fchijnt dat daer 

V erftaendc < t wonder-werek van Gods ghegever, . zeegh, «£ %&%£& 

Dieonlanghs voor fijn komft tot Spangiensramsbedcegb. ten minften dien name 

heeft ; dit California be- 
gint van d^n Tropicus Cancri, fich ftreckende noord-weftwaerts aen. k, 1)e Philippijnen, zijn Eylan- 
den in de Portugaelfche Indien, leggende op thien graden benoorden den iEquino&iael , daer eenen grooten 
handel ghedaen werd in Chineefche waren , diefè van daer na niew-Spangien voeren. / ManiUia t 
werden defè Inflen ofte Eylanden vande Indianen genaemr. m Molttcques^ en groot lava , hebben hier 
voor aengewefen. n Vande verftroyingh e der Spaenfche vloote^fo op Engelland ghemunt was. 

Z Maer 



« Om dat de inkom- 178 DER ZEE-VAERT L O F, 

ften des konincks van . , r . u * « < ^ c . Ani . 

Spangien veel byMiüioe- Macr Engelland tot heyl , want Spangiens 4 Milhoenen 
nengherekend worden. [Ter fchipvaertaengheleyd] met ^Hulcken,Galioenen, 
b Defer fcfeepenwa- p ata f c hes,Zabras en Galcaffcn [fpijtdc vorfl: 

ren ïn't ghetal i3ozey- -J v , t L . r J - 

len,daer onder 5y Ga- Die opc Medina,endees vloote,bouwen dorre 
Koenen. ^Onwinneliickeroemlin 'tfoute diep verfoncken. 

Hertogh van Medina sT- Daer *° veei Donnen en Spangiaerden mee verdroneken. 
donia , overfte generael Die, op Caftiliens naem, in Spangien toegeruft j 
defervloore. Die met 'Farnefi hulp te water op dekuft 

d DzCe vloote wer Je n r 1 1 r 1 1 r 1 r 1 

in Spangien de onover- V an Vlanderen geiterekt; daer 100 veelduyiend ivvaerden, 
winnelijcke genaemt. Mofquetten,grof ghefchut,harnaflen, hellebaerden, 
Prince vanParma. * en Vrijden toebereyd; daer 't heyligh ƒ onderioeck 

f De inquifine was Totdwangh-geweten krield,ghewapend met de vloeck 
tdZt dZghlbt Van ' c V T gheboren volck ; daer 'cl hoofd der Roomfcher 

keeren tot de Catholijc- papen 

ke Religie. Devloot fo wel verfienjmetgheeftelijcke wapen, 

Pai/Romeh , heeft by ^ an buil' en aflaet hadd J ,dat,fo den nicker gheen 
defe vloote gbevoeck de Straet-fchender waer, ghewis den Hemel t'hemwaerts heen 
gheeftciijckè wapenen, De Spaneiaerds treckenfWhelijck den zeyl-fteen «tyfer. 

publicerende fijne Cru- r 1 1 r \ 1 1 • ..,-•' 

fade ende bullen voor de aiet toe dan ketterSjiiet ! en wort ghy noch niet wijier ? 
ghenefohaeropdefear- 6 Ghy die de wetten fcheld (van 'tRoomlchghemijterd) 

made begheven , haer Ie- v^lfrh 

ven alhier in dienfte des vallen ^ • 

konincx verliefende, met Sult onder Spaeniche jock haeft buygen uwen hals. 
belofte van volle verghe- £> ees rec ] en va ll en hart,voor die van drey ghen fterven. 

vinghe van alle hare ion- „„ _. , . n. j 1 / 

den. waer op Elyzabeth tot tegenttand doet werven 

h Tu qua Romans vo- [Door ?preften en ghebeên] beyd' Goden menfehen hulp. 
£££&?%*. Lord' iHawaert ende ' Draeck , de Tritons op haer fchulp 
coiujHgo. Deen blafen,dat de klanck ter oorenkomt,dew helden 

i PreHen ,iseenma- Die goed en bloed te pand voor Hollandlch vryheytftel- 

nier in Engelland om .^ ° i L i tjjj . , 1 

volck aen t e kernen, want Dees met een wacker oogh aeniiende, dat den noot (den. 
die uyt c s konincks naem Vereyfchten,foo voor haer,als voor haer bondghenoot: 
gepreft worden,die moe- Q m j it vermcten heyr , met macht van weyrbaer kielen 

tendathjek (ionder yets *• > ' 

daer teghen te hebben) 1 e helpen (is c t Gods wil] ten gronde te vernielen. 
voort - Deen dat'lijckzeewaert gaen Heer «Iuftus van NaiTou, 

Hwirffwerfa Admi- Verfelfchapt met de ° Moor j doen fach de dappere * Vrow 
rael der Engeifchen. De Spaenfche vloote haeft van allekan t beftrij den, 
i SivFrancoysVraeck, Met ^alTow t'eener,en Hawart ter ander zijde. 

vice-Admiraelderlelven. ' •> . , 

»» De Staten Gene- Maer Godt van over almetPwater, vuyren wind, 

rael der Vereenighde Nederlanden. n Iuslïnm van A^o^AdmiraelderHoIlanderen. o loot de 

Moor ,vice Admirael uyt Zeeland. * Te weten, Elyzabeth koninginne van Engelland. p De 

Spaenfche vloote werd van Godes weer en wind verftroyd en verflaghen , fo dat de fchepen meeft op de kuften 
van Noorweghen,Iutland,Yrland,Schotland en Vranckrijckftranden en omhals raken, fo dat v»y met het veerf- 
ken Claudiani,(ovcr de victorie des vromen Keyfèr Theodofij,door Gods weder ende wind over fijne vyanden 
verkreghen) niet oneyghentlijck dele landen aenfpreken,ende fegghen; 

O! nimtum dtlecia 1)60, cniftmdit ab atttris, 

zALolm armatas aciesjui Militat <eth@Y y 

Et conJHrati yemnnt ad clajfica venti. 

Ter 



VIERDE BOECK. x 

Ter Britten by (tand komt ghewapend,ende win t ; 

En heeft de vloot verftroydjVerflaghen en gedreven: 

En brocht de Donnen meeft ghevanghen en om £ t leven. 

Het viel de reufèn fwaer te kampen teghen God, 

Maer Gode valt hetlicht,fijnvyanden totfpot 

Te maken,voor fijn volck ; daer van dat noch na defen, 

" Die quam ; die gingh^vergingh^een wis getuygh lal wefen. 



a De Staten van 2eë* 
land lieten goudemeda- 
lien flaen , daer op onder 
andere dek letteren fton- 
èexi'yVenitjmtfmt: Da£ 
is : die quam , die ginek-, 
verginck; maer hebben 
in 't Latijn een beter aer- 
digheyd dan die in c t 
duydch konnen uytghe- 
fproken worden. 

b Sir Francoys Dracc^ 
Generael en Sir Jan 
JHaukeittS , Admirael van 
een konincklijcke vloote 
der koninginne van En- 
gel land , om Panama 
( 't welck is een voorna- 
me koopftad op den Ift- 
mos (aen de zuyd-zee) 
des glieheelen Cherfone- 
fi van 't zuyder-Amerï- 
ca , daer van daen al het 
lil er ende gout van Peru 
ineefï te lande tot Nom- 
bre de Dios ghebrocht 
werd, leggende aen Mar- 
del Nort) te veroveren. 

c Camrien , verftaet 
grcot Canarien, weer op 
twee of dry vafte Caftee- 
Ie n zijn. 

d Cj o rga des , oft e Hef" 
perides, by ons de Zoute- 
Eylandé van Cabo Verd', 



T^Aerna 't manhaft ghemoet deredie koningin 
In c t openbaer (ghelijck een moedighe heldin) 
Den trotfen Spanjaerd terght; toeruftende te water 
Een konincklijcke vloot>die op c t Trompets gheklater 
Van Haukeins ende b Draeck uytPleymouth(^op ghena 
Van Godesweer en wind) ghemunt na Panama 
De zeylen letten kant; die na den middagh puylen, 
So datfe de anckers eerft in c t bracke diep verfchuylen 
Ter reed' c Canarie,daer hun de eerfte aenflagh feylt, 
Zijn daerom dat'lijck langhs de d Gorgades ghezeylt. 
En ftuyren 'tweft-waerts heen voorby de e Camercane 
Tot ƒ Porto Ricoaen^en rechten de oorloghs vane 
Aldaer ten Spangiaerd op, maer c t donderend ghefchut 
Der fchanfenjieeft de komft des Engellmans gheftut 
In de eerfte loflïngh,die daer op met vuyr-werck landen 
By doncker,en tot fpijtDon^Tello daer verbranden 
Vijf Spaenfche fchepen,meeft met lijftocht wel ghelaen: 
Maer fiende voorts gheen kans,zijn weftwaerts 't zeyl ghe- ghenaemt. 
Lan2sniew^Caftiiien,tot f LaHacheARangericce 3 rgaen E f ^T^f^^ 

, ö . __, i 3 i r - i Eyianden bezuyden den 

/SaIamba,Tappa en meer ander ^daer'tverichricken Tropicus Cancri aen 
Der Spanjaerdsbloo en banghhaer alle hulp ontreckt. Weft-indien, akGuada- 

T' -ij ij n.- L. "a i i j I Iupe,SintMartiin,Domi- 

wijldraeck dees valtigneen,met vyer en kolen deckt. n / ca Marigalante , Sint 

Van daer jinids Haukeins m doodben Draeck de buyck-loop Lucia, Barvodos en meer 
Werd » Nombre Dios van dé Heere Bafkerfielde [quelde, *f x \ f d f b ? maIkan " 

L j * tipt* crppiponpn 

Veroverden verbrand, door diendelandtochtmift, f <j> no Rko, is een 

Die ter verov'ringh was van Panama ghegifl. haven aen het grootfte 

Aenfiende'tflecht geval/wijl Draeck van fieckten ftorve, sjuL/'twelcklyd^o 

duytfche mijlen vande CanarifèheE ylanden. g Don Petro Tello, een Spaenfch overfte over vijf Spaen- 

fche Fregatten, h Niew Caftilicnjs het vafte land van Cabo Tres puntas weftwaerts aen. i La 

Hacbe, is een revier op die kuft,op duytïch de revier van de T oertfè. 4, Rangericcajs mede een ftad, 

niet verre van la Hache gheleghen. / S^w^ 5 eendorplegghendetelandewaertin, als mede Tappa, 

't welck een ftad is,daer de Spangiaerds uyt vluchten,ende van de Enghelfchen verbrand worde. m Den 
Heere Ian Haukeins fterft , ende den Heere Tomas Bafkierfielde komt in fijn plaets. « Nombrede 

*Z)ios, een ftad op den haIs,ofte Ifthmos van zuyder- America, aen de noord- zee , daer de principale handelingh 
is met den Spangiaerden en Peruanen,ghefticht aldereerft van een Spangiaerd, ghenaemt Diego de Niquefa^die. 
Veel rampen op zee uytgheftaen , aldaer met fijn volck landen , fprack in Nombre de Dios ; dat is, in den name 
Gods , ende ftichten aldaer eenige huyfkens/t welck daerna fulck een ftad gheworden is. o Francoys Draeck^, 
fterft aen de buyckloop, daer opdenfcheeps-iaed befluyt om te vertrecken noordwaertsaen. 

Z z Zijn 



ï8o DER. ZEE-VAERT LÖF, 

Zijn weerom noordwaertsop na Cuba heen gefworvéti. 
En vonden onder zeyl de Spaenfche vloot in zee: 
Maer f t eene mes hiel doen het ander inde fchee. [mannen 
Want niemand voordeel fagh , de een de ander te over- 
Doet Bafkerfieldeftracksfijnzeylen vierkant fpannèn, 
Voorby la Florida, voort ooftwaerts,daer van daen: 
En land behouden reysaen 'tEnghel-Eyland aen. 

QCh! of den Hemel my wild' gonnen langhe jaren> 
Dat ick na defen mocht u zeevaerts lof verklaren, 
ó Rofigh Engelland! die voor gheen Spanjaerd wijckt: 
Maer maeckt hem , dat hy felfs fijn vlaggh voor de uwe 

a IaCobMdeVI.vm ftnjckt. ^ 

dien name, koninck van Op dat ick f mghen mocht, wat a lacob heett bedreven, 
Engelland. £ n (J cn wat ftoffe dat my * Charles foude gheven 

konind m EngeUand! Te dichten zcevaerts-lof^dat (hoop ick) wefen fal 

Van alle (metten vry: waer opdat niemendal 
Het Taegfche goud vermagh, waer door de Ibeèr klingen^ 
Veel min het VoflTen vel maghinde herten dringhen 
Tot bondighe eeden op te rechten, tot verderf 
Vanonfeheerden,enons Vaderlijcke erf. 
Dat (hoop ick)wefèn fal een ftoffe vry van lacken; 
Van foorigh lawer,ofghedoorendeolijf-tacken. 
Op dat mijn fangheres niet fegge c t Britfch verdragh, 
Bedroeft mijn herte fo,datick niet finghenmagh. 
Maer dat het zy een ftof [dat wenfch ick] die mijn dichten 
In uwe en ons ghefind,te water vreedfaem ftichten. 
Op dat ghy in het krooft van c t bloeyende ghebied 
Elyzabethsjvoortaen den wecfch uws herten fiet. 



Ende des vierden THoedq. 



DER 



i8i 



DER 

2 E E-VA E RT LOF, 



Vijfde Boeck. 





HUfrte 

% 

* ^MB£4 ren. 



Aet nu (mijn CalHoop) de Brittenkndfche 
baren 
| Ophipp'len, na den toon der Meyreminne fcha- 



Kom herwaefts over, fie de hoogh-gheklommen roem, 

Van 't hand-vol lands begrip, der zeevaerts luyfter bloem. 

Kom fie dit fchrander volck,die 'k acht van twee natuyren 

Half vifch,half menfch te zijn, die fteeds dei: doffe muyren 

En c t logge aerd-rijckwalgbt,die < keer[uyt'»Thetysfchoot « Wtüetys fcboot, 

Gheteeld te zijn] gheloof,dan aen 't coraligh root *^ het midden vaïl 

Van b Vefta opgevoed. Ick fie den c Thnyn met Leewen b vón np*, ofte van 

Bewaken,maer rond-om,daer fie 'k de moed'ge Zeewen 5 def aerden - 

Hollanders trow van aert,en vlugge Vriefen, heen Vereende Nederlan- 

Ter landen oorbaer vaft,beploeghen al de zeen. 

Dit zijn [mijn fangheresjde welghekomen gaften, 

Daer op ick u ghefangh,endees mijn rijmen paften. 



den. 



Z} 



Aen- 



i»2 DER ZEE-VAERT LOF, 

Aenfchowt hoe luyfter gaw /y de ooren recken op, 
a Den PamafSbergh Om fien^wiens zeevaerts-lof, in ons * Parnaffi top 
(eertijds den Mufen, ofte Den hooghften graed beklimt: want defe aen haer zijde 

hS^e'S 2g Geen Spangiacrd,Italiacn,Tnrck,FranckofBritten J lijden > 
op onfer gheleertheyds- In £ t lof der zeevaert; fchoon dat fy wel hebben de eer 
bergh , ofte in onfe rij- y an vreenu j e vaerden , 'kfegh, noch wintet Holland veer. 

men ofte vaerlen-langh. ° 

b Speek, verftaet Span- 

jaerd,worden by de Hol- TT An h Speck,of Portuguees^der fbnnen brand beluuren? 

ëktf fpccklfgefe- Hollanders kunnen 't mee, en oock de kond verdimren. 
ten. So 't aen c Linfchooten bleeck,die 't eerfte heeft beftaen, 

q ian Hnyghcn van Langhs^NovaSembla,na de waygats enght te gaen. 
d Nova iembU, dit zijn Enfoecken 't vochte pad langs de opgefchoven fchorffen, 
eyghentüjck Ruffchc Als klippen gaer gheftold , daer graghe wilde borflen 
fyA£$3, °ot MetLeewenfelheythaerbefpringen,t'elckensweer. 
niew aerdegefeyd ; is een Ontdeckende in het noord en 't weft der ftreckinghs keer, 
Eyland leyd van den -o y an Nova-Sembla,tot door 't naw van waygats ftrate. 

tot den 77 eraed benoor- », « t \ r\ r , \ - 1 1 1 

den de ftrate Waygats. Maer volgens haren e lalt iy 't hier ten halven laten : 

e Haren laft ofte com- En keeren wederom, ontfiende 'swintersvaer 
Sdaïotte" "en vet Van vorft en ys-gangh, tot op 't naeft aenftaende jaer. 

fpieden de gelegentheyd 

van Waygats , om 's jaers T\ Doen werd de reys hervat ,want f Plancius befchry ver 

daer na defèlve met meer -■*--' Tr . t •- \\>- 1111 

der verfekeringh op te . Van tonbegrijp lijck rond,vervu!d met mewenyver 
foecken. 's Lands * Staten en den * Prins:als vrienden van^Neptuyn, 

naf/deT GoTdelfcke'n Die Hollands cl g er faayd,om 't noorder kreeften ^fchuyn, 
woords tot Amfterdam, Tot onfer kielen heyl te leenen,omdefchotfen 
een trefTelijck Geogra- Ia * Hyems rijck ghefmeed,te mort'len aen de rotfèn. * 
ver! ' C aer " e c riJ " Dees fchicken andermael een fe ven kielde vloot (bloot: 

g Verftaet hier by,de Met laft [waert 'tmogh'lijckjdat den doorganck werd ont- 
beende zeevaert defer Dat^Linfchoot, 'Barentzoon,en" Heemfkerck mochten 

h Den Twpkm Can- Haer zeyléjtot n Cathay en Chinaeefche rijeken. [ftrijeken 
ai , waer in defonin c t Die Teneljiepenuyt,en boeghdennoord-waerts aen, 

rtS 5SS To£ dat den • kouden hoeck i™ m ach rer u y f te ftaen - 

ende -den bequaemften Van daer zuyd-ooflwaerts op,na waygats, en beftonden 
tijd aen brenght om be- Door de enghte tegen 't ys ,fpiit Beer enBoreas wonden, 

noorden deur te komen. ,_, ;,. Pi 1 1 • 1 

* Anders,inden winter. Te klieven 't koude nat,maer rechten weynigh uyt; 
* DeHooge Mogen- Schoon dat den/ 7 Samoied,en Ruichman haer beduyd, 
n d :"rS d ve'r g Se Des waters open tijd, en ftreckinghe der landen 

Nederlanden. 

t %JfyCauïitiHS van Naffou y Vnncevan Orangien,&c. k. Jan Huyghen van Linfchooten^ 

Admirael. / Willen* Barent z.oon , opper ftuyrman. *# Jicob van Hccwskerck^, Comijs. 

n Cathaya,cen landfehap palende in 't zuyden aen China , in 't weften aen Tartarien , als mede in 't 
noorden,ende in 't ooften aende zee Fretum Anian. o Den kouden hoeck fö plachtmen de noord-kaep 

te heeten. p Samoie den-land paelt aen Rulchland,in f tzuyden,ende in c t noorden aen Wa ygats, ofte 

de yf-zee; anders de Tartarifche zeejhier waren RuiTchen op de kuft,die haer de ghelegenbeyd hier van open- 
den. 

Tot 



VYFDE BOECK. 183 

Tot a VgoKta,langhsde wijde^ Obfche ftranden: 

De wilde c witte beer, ftorm,haghel,mift en fnee, „ Vgoïïta&n jtófè 

En ftercke y £gangh,fluy t de Tartarifche zee : aen de Tartarifche ofte 

Tot varder deur-komft ; des den Admirael beraemden ^Td" revierTo'^,100- 

Weeromte keeren, 'twelck de andere al beaemden. pende in defe zeefchey- 

En zeylen weftwaert uy t,aenfiende dat de fon dende R^bland (te wc- 

__ TL t , ut» • t ten,de,ri]cken Zibierien, 

Het d Gordel van de Beer met meer verwarmen kori : Mengden en Samoie- 

Dat e Bootes om de warmt fo hart loopt als de /waghen. «fcnj vanTartarien. 

t-x i_ j r J j • i i_ c Kier quelden haer 

Des pooghden iy te meer de noorder winter vlaghen vcel wi , te Bc J crcn 

€ t Ontwijcken na de warmt-S Auriga drijftfe voort, d Het Gordel van den 

Maer h Aquiio die fetfe aen i Maeflands oever-boord, * CC1 ' .; dat i s den fT 

3 , . f r . , Frigide i ofte den Arct!- 

En voertlenadenHaegh,om <t gantfche wedervaren fchen kouden zona, ende 

Der reyfê,aen den Prins en Staten te verklaren. zijn de landen Ê vanden 

óógraedafpunts hoogh- 
te noordwaert gbelegen 

T\ Ie keurende 't ghevolgh onvruchtbaer door l t verhael : zijn. 

Dt)ch Amfterdam hervat het voor den derdenmael. a f- ^V**«wfaf 

— , i , r v i rt 1 i-i5 ltarre- beeltenis, die oock 

En keurd matroolen,die gneen iorghe mocht verhind ren, den boer genaemt werd, 
Die onbelemmert,vry van vrowen en van kinderen, dragende den klaer bline- 

En maeckten (om de maets te wack'renj voorbedingh tm^&^b^ 
Van huy r,indien de reys of wel,of niet vergingh. de om defen tijd 's jaers 

Daer over^Heemtkerck als gebieder,met twee fchepen %en Acromfchen , ofte 
Gezeyld is uy t het l Vlie ; diens fneeghe brey n geflepen . ƒ Den wlo-hen , ofte 
Met grondigh overlegh , tot voortgangh van fijn ftuek, Plauftrum , zijn feven 
En zeyld "benoorden om['kachttothuno«geluck gg^Egï^ 
Van al deaenitaenderamp] langhs Nova-Sembla, giften, Beer. 
Dat daer in 'truyme diep 't ys fmelten fou, 'twelckmiften: s Aml ^ &e oock 

rx i* c^ j i i . i ri 3 i- i 3 Erigones , ofte wagnen- 

Door dien { t met meerder krachtsen ongeloof bar dickt ma n genaemt werd,diens 
Als klippen in de hooght komt drijven, en verfchrickt fterrè om defen tijd jaers 

De aenfchowers,ick ghefwijgh dien 't voor de boegh komt ^^tAWtóS 

itOOten». h ^p//o, is den noord- 

So dats in 't eene n (chip de fwarigheên vergrooten noord -° often wind - 

En ftemden tot vertreck,- maer Heemfkerck die waerdeerd Hofland. 
Sijn eere ° meer dan 't lijf, en ooftwaerts aen laveerd k. 'f**? van H*emf- 

Na de?ys-zee,maervergheefs: want hebbende geftreden ^Schipperende Co- 
Metbeyren,ysenkoud',enveelellend'gheleden, i'n TO,by Tadtus 

Werd van de groote kracht der fchorffen ys,het fchip ***?£ ghënaemt , een 
Gheblutft te barften,en om hoogh (als op een klip) voÜdeNoord iSCI 

Gefchoven op het ysjftracks werd hun hoop ellendigh: fcfce fefcepen , fo om de 
Maer Heemfkerck roept, houd moet /twaer [mannen] al 00 ? en om de noord 

ru 'J* L willen. 

te lClienaign, m Tewcten,op 77 en 

7% graden benoorden 

NovaSemblaoml 

» Te weten , in c t fchip van lan Corne'iflèn Rijp. o Nemo ignavia immer tales fatttts eft* 

C. Salftft , de kilo Ingtmb, p d'Ts'^ee^ndexs de Tatarifche zee ghënaemt. 

De 



,8 4 DER ZEE-VAERT LOF, 

De machteloofè vrees^eruymen fo veelplaets 
Al zijn wy te enden fchipSjWy zijn niet t'enden raets. 
De noot die leerd ons vaeck door 't o vergroot verliefèii 
Van uyt twee quaden, een het befte,te verkiefen. 
Want defen winter ons alhiergheenafkomftis, 
En moeten daerom hier tot 'slijfs behoudenis 
4 By haerlieden het Gaen timmeren een * huys,om c t aenghename leven, 

behouden huys genaemt. Toc ^^ an( J er j aer)ter hoop wat bots te ghcvefl; 

Wie weet,van waer miflchien,verlonmgh komen mocht ? 
b Dit was eene barre Daer op fichyederrept,en doen te land ? een tocht. 
ftrand , daer bover noch t t Qntbrack haer eerft aen hout , maer de albefchickindi 

gras wies, 'kghelwijgh , ' o 

boomen; maer ly vonden (jOÜcS, 

hier veele boomen met £ n w il niet te eenemael haer in de vrees des doodes 
dc^rifchc° kïft'mtt Verlaten,tnaer vervoeghtdat me aen dit barre ftrand 
de zee van de wind aen- Gheheele b boomen [daer ghedreven] leggen vand. 

ghedreven was. 

land wen het huys in top T Erftond met alleman aen { t klutfen en aen c t ho wen, 
ghericht is , een Mey- ' Aen f t flepen ,draghen,om c t behouden huys te bowen* 

.r at" P ^ ÏS Mea rccht d * bi ^(els,en de fparren in het top, 

vruchten (te weten , een En voor den Mey-boom , kt me een c fchorfle ys daer op. 

fchor£eys)daerop. j n <t kort men maecktent dicht, en c t^ huys werd rond-om 

d Dit behouden huys ,. , J 

is ghetimmert gheweeft VaerctlgrU 

op'tEyiandNova-Sem-Diesfleeptmendatelijckaldatternootdruftwaerdigh 

%&*&££% Mocht d ™®& «P inhnys.en _ hebben <t dus bewoont 

punts ,ende op den 112 Den winter over; t'wijl de ervaringhhaerbethoond 
gmet Longitudinis , ofte £) e nutbar' voffen-vanshftjen beyren,die haer quelden. 

in lengte van den Acon- ~.. r #-1 ,1.. 1 1 1 »i«« 1 r i_ 1 11 

fchen Meridiaenaf. Die f o, nootlak hjck als vermak hjck, iy beknelden 
e Aiïbo den vierden Door alderhande lift; dier afgheftroopte bont 

Nov. des jaers 1 «tf de g j •, fa vande fc j en f jj e winters won(j 
ionne haer verfchool,met J n . . ,.. . n . . L , n 

den 12 graed Scorpij Het reuiel is haer licht,en byitandin het duyiter^ 

onder den Hoorizont, rj e fo n> dry-maenden lanck verfchool haer helder' luyfter. 

ende derhalven volghens f-vi 1 T t n 1 j i_. • /1 • • 1 

rechte Mathemathifche Doch werd van Heemi kerck voor de recht gegifte « tijd 
rekeninge, niet voor den Verwelkomt aldereerft, die'r komft het volck verblijd'. 
7 Frebruarij in den 18 Etl houden 't huys folanf^totdatde glans der fonne 

graed Aquanj verwacht 1 i-« t 1 111 r\ 

werdeom weer te fienjfo De ondraghelijcke koud allenl kens overwonne. 
ift , dat Heemfkerck de rj oen ftemdenfe algheli jck de midd'len by der hand 

felve nochtan den 24 n-. 1 , i« ttjij 

ianuadj onverwacht ge Tenemen,tot dereys,na ( t lieve Vaderland. 

fien heeft : diergheüjcke c t Schip fat op c t ys ghefchroeft, (o datmen heeft genomen 

opdoeningen der Jonnen De tof > v \ UC ht tOt de boot en fchuy t, Om tllUVS te komen. 
hebbe ïck felve om den j> i_ 1 1 r- n. 1 • 

noord mede verfcheyden Nuichijnt haer c t goed gheluck lijn guniteaen te bien , 
waer ghenomen, de oor- £) an fchijnt het weer verkeerd onmoghlijck te gefchien. 

weck daer van ïoudeal--»^ i_ • 1 • CL c 1 1 ^ r* 1 n. 

hier te lanck vallen om- ^ ocn niettemin,men itreert,enyeder doef lijn beite. 
me te vethalen. Men fleept de fchuy ten af te water,en ten leften 

Defijnfte 



VYFDE BOECK. i8y „ n _ .. 

* a Denyl-hoeckiseen 

Dênjnfte waren met de lijftocht fcheep ghedaenj hoeckaen;de noord weft 

EnvoortopGodsgeleyd'noord'-ooft-waertzeylgcgaen, ^Z^Zé^l 

Langhs Nova Sembla^maer c t ys heeftfe weer benepen ie, fo aldacr was , den y£ 

Byde*yf4ioeck,daerfeophunbeydefchuytenflepen, J^J* r no f md f n > *■? 

— * - r / r , i c t> 11 hebbenle de fchuyten (fo 

En Kaleraten,doen heert Barentzoon de doot Van < t vs gcW eidigh om- 

Van 't onghemack verloftjterwijlen dat de vloot rampeneert)wat ghekaie- 

Des y f-gangs wat vertrecktjde fchuy ten t'zeewaert ftreven; %£*£££ 
Maer werden haeft door 't ys weer op het ys gedreven. onghemack, fo hy ghele- 
E n weerom over c t ys te water, 't welck fo langh de »' ^ da £ 8 hc ^ rv e k n - . 

Hoewel verdrietigh duyrd', tot datfe vayl'gher gangh een boeck^daer C veel 
[Bevrijd van de yf-ganck] langs dit barre ey land maeckten: kmyflèn op ftaen , aen de 
En aen de * kruys-hoeck by een Ruflche Lodgje raeckten. ^£— 
Dier tael-onkunde maets verftonden honghers-noot een Rufch fchip , dat by 

Door 't wijfen inden c mond,enbrochtenvleefchenbroot d j- n Ruflché een Lodgie 
Tot fcheürbuycks medecijn ,* maer fieüde ondertuffchen g c Heemfkerck Het al- 
Den wind ghedicnftigh,metmoy-weder (dies de Ruffchen hier de Ruflchen hem 
Zeyl maeckten) zijn ghevolcht,en raken weer in 't ys. } n d f nmo f fien # ls wil ~ 

J / j ö i- 111 i •• lende vraghen, offe geen 

Doch hun bewaerder, die moet nebben de eer en prijs, raedvoordefcheurbuyck 

Die heeftfe weer verloft,en brenghtfe oock in 't ende wif * en > de Ruflchen hier 

Met bey de fchuyten vry [na veel gheleên ellende] %èxlk *m\$^ 

Tot d Kool in Lapland,daer hun over j aer'ghe e maet ofte hongher hadden, 

/Als of God voeghden) lagh en Lapfche waren laed. brochten u hae ' een g rooc 

* r . i°i i ° i r i r f . 1 i r i ro RR, en brood met eeni- 

Diemetiijn volck bynavanvreughden-lchrick belweken: g he gheroockte voghels 
Aenfiende Heemfkerck, met den fijnen [die naW (preken tot medicijn om die te 
Van blyfchap koften] want des bitteren ghevals, ghe jf ^ is een plaets ia 

So hadden fy elckaer,gherekend als om hals. Lapland , daer de Ruf- 

En fchenen nu , ghelijck eeti blixem weer verrefen- fcheneenCafteeihebben s 

__,. ir>^i i i/r?i r nier werd veel Salm ghe- 

Dernalven datle God voor deesverloflingh preien. vanghen ende groote 

En zeylden met de Rijp van Kola doen na huys. handeibgh in foute-vifch 

En quamen wijn-maends f end te land' op Maefland-fluys. e " e ££%££ 
Van daer tot Amfterdam j en de opperften ter ftede dat is die met haer uytge- 

Het weder-varen van hun gantfche reys ontleden . CorSenRf el ^ ck ' Iai> 

Tp Er ander zijde werd des werelds rond gheweft /xè wetenden 30 

Aen alle kant beploeght, tot ftaets ghemeene beft: oaober. 
Van'tkleyn maer machtige land j niet flechts in 'tweft of §££$%£ 

noorden, (foorden is , wanneer de fon in 

Maer oockin'tzuyder deel,daet^Steenbocks vlam ver- d ^ropicusCapriGorni 
* 't Monomotapfche rijck ,• want Holland niet ghedooght ; Mommatapa, is het 
Dat de Indiaenfche roem, in Portugael verhooght, zuydeiijckfte deel van 

Enonderdesbyhaerinonkund'blijftvergeten. S^T^S 

So dat de kracht des lands (beftaendein deongemeten ógraden benoordenden 
Scheep-ri jcke zeevaerts-lof) den rikken overvloed Tropicus Capricomi, tot 

Dl « 1 n 1 111 1 1 a&C a P e bon Efperattce. 

er machtighlte des volcks, by-een ^vergaren doet ^ofte maken eea 

A a Dces Compagni. 



ï8ó DER ZEE-VAÈRT LOF, 

Esjerlce* ' "" Dees ruften inder haeft vier de alderbefte kielen 
b Mjtdagafc4r ,anders Van alles wel verlïen,die zuyd-waert henen wielen. 

^ nd L ^^r A grEnfwaydcn«tbydenhoeckwn-gocdehoop,na'tooft, 

c EnghtcStncU, is de Aen * Madagafcar,om ververichinghe,tot trooft 
ftrate,oft e deurvaerc, mf- y an c t fcheurbuyck-fiecke volck;daer hebbende gevonden 

lchen het ey land lava Ma- n i— 'i i i i i i 1 

jolende Sumatra. Nootlakelijck benulp,zijn de anckers opgewonden, 

d v.impm , een dorp En zeyl ghemaeckt, recht toe na c t ooft noord-ooften aen, 
ZiJiïS££l Na de enghte < Sundardoch zijn eerft te land' ghegaen 
inkomen van de ftrate Tot d Dampin,op de kuft Sumatre,maer bequamen 
Sund ^ M • Gheen water-varfchingh,desfy 't zuyd-waert over namen 

groot endemachtighey- Na e lava Major, en in / Sunda op de ree 
land , daer de meefte pe- Hun anckers vierden uyt tot & Bantam voor de ftee. 
*°f SwuU , is een in- ^ er komt den Portuguees met * loncken haer gemoeten. 
diaenfeh woord , erxie Co Hier den ' Sabander,en ^Tomongan,haer begroeten, 

Ker'^ifo^LTatn Door laft des ' G °uverneurs,diens rootfcharlaken gunft 
van Bantam ghenaemt. Ter hebb'-luft afghericht>koft veynfen na de kunft. 

g B.rat.im , een voor- <tZy dat hy komt aen boord,en eerlijck werd befchoncken, 
ZtftK * Zy dat tot fij ner eer de kop're ftucken kloncken, 
da , op lava Major ; hier 't Zy dat de m Houtman felfs aen land verwelkomt werd 
hebben de Portugueefen £ n toont g : ns Heeren laft,- de valfcheyt in het hert 

den principalen ftapel p. ^ J riii , ■••' t 1 ■ " i 

van den peper-handel ; Des Gou vemeurs,verfchuylt, door 'tuyterlijckbeweghen, 
van óek plaetfe werd ge- Tot dat hy Houtman heeft met fijn ghevolgh ghekreghen 
^Si^^S'eTh? Ghevanckelijck aen landjes tijdinghkomt aen boort, 
met die van China. Daer op men 't fcheeps gefchut vy and'lijck dond'ren hoorS 
van^ [nT^fV Cen a^h" Na a toe,onder des een vloot Iavanfche" Fuften, 
fchuyten. ae Vrag " Hun haeftigh tot een fchip (het kleynft van vieren) ruften^ 

* SébéuuUr, datis,den Om teoverromp'len,maer dekrachtvan buflekruyt, 
[£deXdl" S En 'tvlieghend' yfer brocht haer aen de weder-ftuy t. 

i Tomongan Anga- De fchep en niettemin,op Bantam dapper ichoten, 
%* 3 dats hunnen Admi- Het welck den Gouverneur ten leften heeft verdroten. 
" e rVen^Gouverneur En ftemden voor ° rantfoen, 't gevangen volck te ontflaen. 
werde vereert met Dat dat'lijck met verdragh der fchepen,werd ghedaen. 
eenigh root fchariaken y zi ; n f e d aer p werd den handel weer begonnen. 

en andere trayicheden * 7 J > r . ö 

diens gunft t* hun- De Portugueeien, die dit niet gnedooghen konnen: 

waerts duerde foo langh Die ftoockten wederomeen niewe krijgh aen brand. 

giJven warden. e " g " Maermids den Batavier kreeghheymelijckverftand 

m comeiis de Hom- Met den Sabander,die in 'theymelijck ontdecken 

der7ehe°pen Crfte ^^ Des aenflaghs,haer van land geraen heeft te vertrecken. 

n Fujimjnp een foor- Sq gaenfe dat'lijck fcheep,en fchieten op de ftad 
te van opene mey-fchuy- Tot affcheyd, datmen haer fo valfch bejegend hadd'. 

ten, van omtrent les oke -tt y , 1T , 111 -1 

feven paer riemen by den V ero verende met een,dry loncken , welgheladen 
lawen. Met ipecery en rijs,en vinden voorts gheraden 

^rST 200 ° ° m ' l "Y 1 te 2 aen > door d^n mé de oorlogs ruftingh fagb 

Der 



VYFDE BOE CR. 

Der A Iaweri;oock te meer,alfo den b Keyfèr lagh 

By c PuloDua voorfien met fes ghemande Bareken. 

Die (teghen Bantam fcheen vyandigh fich te ftareken) 

Men niet betrowen mocht, en dies haer boegen bien 

Na^Taniun-Iava,en met water fich verfien. 

Terwijl c t ghefwinde breynder Iawen,haer bereyden 

Ter wrake,en de vloot na e Iacatra verleyden. 

Maer deden weynigh op; daer na 't fchip Amfterdam 

Werd' overvallen,fo 't eerft voor ƒ Cidayo quam 

Ten ancker; maer de maets door 't boe venet met lanfTen, 

Met fabels inde vuyft,delawen leerden danflen 

Galliaerden overhoort ; des keerden de and're weer 

Na huys toe,lieten fich ghenoeghen defer eer. 

Doen ginck de vloote t'zeyl,en landen voor^Madure, 

Alwaerdenlnd iaën met dierghelijcke kuuren 

Haer te overvallen tracht; maer c t werd in tijds verhoed. 

Daer op men dat'lijck weer de anckers lichten doet, 

En komen tot h Lybock; daer heeftmen doen verbranden 

'tSchip Amfterdam,door dien 't voor hené op de flranden purn* 

Door c t ftooten was gekrenckt,en niet meer volgen mocht, .2<S-fi y ^ Q( ; n ^ bctl1 

Daer na fo heeftmen voort ververfïchinghe ghefocht 

Aen c t Eyland ■ Bali,die ter nootdruft werd bekomen, 

En voort de reys recht toe na Holland aenghenomen. 



\%J a Jawen , werden 4e 
volckereri , ofte Inboor* 
lingen van lava genaemt. 

b Die van groot L va 
hebben eenen K.eyfer,die 
ghemeenelijck fijn hof 
hout tot Iaparajdefè heeft 
alteir.ets wel eenigh ebe- 
fchil met fommighe der 
minder koninghen van 
lava. 

c Ti-do Dttajziyn twee 
evlandiu inde havenSun- 
da , voor de ftad Bantam 
ghdegfcen, 

n Taninn fava, is een 
revier omtrent acht mij- 
len ooft aen van Bantam. 

e JacatrA , een ftad op 
lava Major, eertijds Sun- 
d a Calapa ghenaemt , is 
de voornaemfte kcop- 
ftad i die onfc volck ofte 
de Hollanders in Indien 
hebben ; fy leyd op y gra- 
den en 40 minuten ver- 
hcrh"no;he des zinder af- 



ooftelijcker dan Iacatra, 
mede opIava,daer de In- 
dianen met dry Paraos 
( zijnde een fborte van 
lndiaenfche fchuy ten ■ aen 
boort v?m c t fchip Am- 
fterdam komen , als ofte 
haer eenighe hooren hee- 
ften verkoopen wilden, 



JSjAdeferthuys-komft werd in Holland weer geruft, 

Een grootcr vloote toe na de lndiaenfche kuft. 
Die de eerde Mey-maends dagh,voor wind,met halfé open ende vliegenmetter haeft 
Op 't Udmiraelsbevel zijn Texel uytgheloopcn. ™^ Ë££ 

En voorts met goede fpoet gaen eerft ter ancker ree 
Voor l Madaga(car;maer,de ftormwinduyter zee 
Verdwaeltfe van malkaer,fo dat ten felven daghe 
Vijf (chepen t'zeyl gaen,die daer na dry weken faghen 
Het m Eyland,dat van haer Mauritius werd ghenoemt, 
En anck'ren in de Bay,die " Warwijcks name roemt, 
Des onder Admiraelsj hier hebbende gheleghen, 
Tot datmen ruymte van vervarlïchingh heeft ghekregen. 
En doen weer t'zeyl ghegaen, terwijl de fneeghe fpoet 
DenAdmirael,metdeafghedwaeldeökielen,doet 

vee-rijck eyland,leggende beooften lava Major,op 8 graden 30 minuten zuyder- pools hcoghte;is 12 duytiche 
mijlen in fijn omringh groot. ^ facob Cvrnelijjen van Neci, Admirael over acht fchèpcn. / Ma'cUgafcar, 
anders Smt Laurens genaemt, een groot eyland, legghende onder den Tropicus Capricorni, aen deooft-kant 
van Benomotape in Africa , dwars van 't land Mazambique. rn Het Eyland Mauritius , anders Iile do ftme 
ghenaemt,leyd op 11 graed bezuyden den evenaer 5 cmtrent den $4 graed Longitudinisjis een goed vruchtbaer 
eyland,groot omtrent 1 5 mijlen in fijn omringh. n Wy brand ven Wrf»n>//f^,vice- Admirael, o Den 

Admirael was met dry fchepen vande vloot ghedwaelt,ende komt fpoedigh tot Bantam . 

Aa 2 Tot 



pongiaertszijn) uyt.ende 
meenen de maets alfote 
maflacrerea ; maer haer 
meeningh verkeert in c t 
teghen deel. 

g Afadxra, een vrucht- 
baer eyland, va rijs,hoen- 
deren en Vee, leyd xz of 
13 mijlen van lava, aen 
de noord-ooft kant. 

h Lybock^i een kleyn 
cvlandeken , legghende 
dicht by Madure. 

Balt, een vruchtbaer 



DER ZEE-VAERT LOt? 

Annoiroo. ^ _ , , . r .... , ., „ 

*w)*m«™«i w*r- Tot Bantam landen, daerlyvrundlijck zijnontfangheö, 

w^werdAdmirael ge- By de overften der ftad, en voorts verlof erlanghen 

S&ïïKS Tot vryen handekdaerme niet op heeft ghefloft : 

fchepen , om daer mede Maer volle ladingh voor dees fchepen opghekof t 

na de Molucques te Voor de aenkomft van de vijf : diedaernamedelanden 

8 T' Het Eyland Sinte Met vlagghen in het toppen bly ter welkomft branden 
Helene^ een vruchtbaer D e ftuckenrond-omlos $ 't was welkom over-al. 
SBSS&SMHi hoorden niet dan vrenghd', en luyd Trompetsghe- 
ten, wilde Varekens en Daernafo werdbeftemt, met de opghekofte waren (fchaf, 
t^uSda^ro^T" Vier fctle P en te belaen>die dat'lijck fouden varen 
pifntzijn^mme'ddafrte Rechtdoor na 't Vaderland; c t ghefchieden,men voorliet 
ververfchen; het leydop Met lijftocht al de vloot,dier helleft[door ( t phebied 
pools hooghTel Sten Van - Warwijck]neemt verlof en zeylden na°Molucquen. 
fabodebon Efperance en En de Admirael van Neck, met de ander' viervertrocken 
vf rwTtef ' rCCh£ in ' Na ' z VaderIand,doch eerfl aen 't Eyland Sint ^Heleen 
c Te weten , iacobus Van water, wildbraet,tot behoef vervarlTchingh deén. 
van Heemfkerck, vice- En zijn ten leftenvoorts behouden,Ianghs de ftroomen 

n^Motqul de vl °° te Van Tcxel en het Y > voor Amfterdam ghekomen. 

d Tttban , een feer Daer c t daverend' ghe(chut,en hol trompets gheluyt, 
fraye koopftad,op lava De fuyv're kloeken klanck,de blyfehap bromden uvt. 

Major , aen de ooit -zijde r^ ; i • i twt 1 rr j •• i i TT J 

des Eylands daer de ^ en Admirael van Neck [lo de eertijds zeghe-Heeren 
voomaemften handel is Tot Romenjfachmen met fijn name triumpheren. 

Ca t oètftoffen. Zijde '" Nietfo P«npeins,op 't triumphelijck ghevid: 

e Madma, een Ey- Maer als Neptunes,op een fneeghbezey lde kiel. 

land aen de noord-ooft- 
kant van lava; dit Eyland 
is fèer vruchtbaer van rijs, 
het volck alhier gheneert VCH, 

te^zeT* ° P den r °° f Daer van fai ^ Tuban en e Madura tuygh'nis gheven. 

ƒ Amboine, een nagel- ƒ Amboyna,£Banda, en h Ternate,welcke meeft 
rijckEyland, werd mede Tot ffcrijd enkoopmanfchapdeftapels zijngheweeft 
rekend, LyTo^gS Der fchepen,die nadien fy i twee en twee te f am en 
bezuyden da line. ' Volladen waren,oock by tweenin Texel quamen. 

g Banda.kyd noord- E t t t Amfterdam,in voor'gher eeren graed : 

ooit ten oofte vaAmboi- n . 7 o o 

ne 24 mijlen , een graed Als de eerlt ghelande vloot, verwell komt van den Raed. 

zuydelijckerdan Amboi- 

lucques C ghe°ekend. e K ^ mt Mufa vry een toon,- gantfeh Nederland wil reeden 

b Ternateycm (te we- Na Indien; c k fie ^Mahu braveeren uyt 'Goereede 
^tadT^dfffi. Na Magellanes ftraet,daer 't quaedgheval,befcheert 

ques. 

i Alfoo de vier fche- 
pen tot Amboine komende , verftonden datlè aldaer tot hare volle Iadinghe niet komen fouden , fèheyden (y 
haer van malkanderen,ende alfo gaender twee naTernate en Tidore , en twee blijven aen de Eylanden Banda 
en Amboine , ende krijghen alfo alle hare Iadinghe. k, I*q**es Mabpi^ Admirael over vijf fchepen, 

gaendftna de ftrate Magellan. / Goeree, is een haven voor groote fchepen,tufTchen Zeeland en de Maes. 

Veel 



-Khtbaer van rijs, W-^ £ Warwijck onder dies,en c Heemfkerckbeyd'bedre- 



VYFDEBOECK. 189 * C¥w s^-« & 

*r 1 /- * 1 W r wr<fm > dwaelt van de 

Veel ramps en tegenipoets voor gallen en <* de weert; vloot , bejeghend veel 

lek fie c t ^bevredightmeyr,een c twiftigh vonnis flrijcken, rat T n 

Daer de afgedwaelde Weerd, voor moft ter herbergh wijc- Mare ^«/LiadX- 

ken. vredight meyr ghenaemt. 

c Hier werd fijn volck 

Tr\ 1 m •» 1 11 twiftigh, ende dwinghen 

Erwijl een Olyvier yan J\oord na't zuyden brand, hem teghen fijn danck 

En fwayd van 't ooft na 't weft, langhs Patagones ftrand ^ZcfZ gS 
Door Magellanes enght, en fchroockten met fen ftralen keeren. 
d Manillas AdmiraeLdie na het diep moft dalen. dD ™ Spaenfchen Ad- 

_ « • rr 1 i 11 1 11 mirael van de Manillas 

En bluiicnen daer de vlam , met de onverwachte doot. komt olyvier van Noort 
Maer Olyvier die fweeft rond-om den aerden kloot. aenvaiié; maer van Noort 

met de fijne weeren haer 

N 1 1 • J a J dapper, ende fchieté hem 

V ghy hier e Generael,maer namaels inde itede in den grond. 

("Die ƒ Marius te Room tot fe ven-mael beklede! . J ^ cob C°™f4 m \ an 

«r f i . 1 . n 1 1 . 1 1 « iWc/^Generael in Indié. 

Van 't machtigh Amfterdamjhier komt my ander mael f MiinHSi was eer . 

Dijn zeevaerts lof te voorhal fpijt het Portugael tijds tot Romen feven- 

Dat dijn Molucqfche reys, tot roem der Heeren Staten, ™el Burghemeefter. 

J. *■ » i • i r-r* £ De Portugueeien en 

En c s Pnncen eere,met den koninck van Ternaten Spangiaerts foecken den 

Verbintenis van trow beveftight 5 niettemin Generad van Neck by 

n ju 11 ru J--1.*- den koninck van Ternate 

Sy moeten dulden,dat haer ichepen dijn ghewm verdacht te maken, ende 

Des£fcheeps-ftrijds breyden uyt; doch een dinck is be- foecken hem in vyand- 

klaeghli jek, [ cha P acn te valle "i u ma « 

~ , ï 1 • n f - 1 r 1 11.. 1 h y iiaet eenen lcheep- 

Maer zeegbaer,daeromiitnoch eenighiins verdraeghlijck. ftrijdmet haer, ende ver- 
Dat dy dijn rechte hand , die c t ftalen lemmer fwayd' overd twee fchepen ; hier 
Tevyand-waert.alsmeteenblixem afghemayt St^^hfd 
Is worden meelt de helft , door c t vlugg'ramp-faligh yfer. afghefchooten. 
Daer by is c t groot geluck^dat 's levens uren-wyfer k /a ' oh vm Hem f' 
N iet ftil ftaet by de hand: op dat des vyands hart vcn fchepen , mlt eet 
Niet meerder waer ghegroeyd,aIs nu de wonde fmart. lagiugaet na indien. 

* Defe fbgh gefchie- 

*V[ V ^Heemfkerck wil het fpoor van defe flappen volgen. ianden,diemen deEyian- 

Ick fie hy heeft de haet ten Spangiaerdinghefwolgen. den van Cabo VercJ 

Die feven fchepen fterek na Indien gaende, i flaet k'*™* van Spieihr- 

Met derthien Spaenfchen,en haer noch te boven gaet. ghn , Admiraei over dry 

fchepen uyt Zeeland, va- 

'T Erwijl de Z-eewen oock ter Veer 5 haer ^Speylenbergen, Vere. 

EngaennaIndien,omdenPortugueesteterghen. j± Ut 5 a j ut# I( $ 02 

c tZy door l Lancefters hulp,of fchaduwrijeken m nacht,- / sir qems Lanccftcr\ 

De Kraeck van Sint Thome,by n Gerre werd verkracht, Generael van een v[oote 
Befchoten en beftreên,en endlijck overwonn en. eigende' c^%aenfche 

De fchepen hebben meelt de koopmanfchap verflonnen. Kwke , die na Malacca 

wilde ; hier voeght hem 
Speilbcrgh by. m De Krake komt by nacht by de vloot , ende toont haer eerft als vyand , daer op de 

anderen aenkomen en treffen op malkander. n Ijle de Cjerrejs een Eyland op de kuft van Malacca, 

Aa 3 Dus 



ioo DER ZEE-VAERT LOF, 

T"\ Vs neemt dien handel toe de een vloote naw beland* 
a qmnu \ een land- Of de ander is alree gheruft en uy tghemant. 
fchapin vEthiopien , dier De Mina en a Guineejof 't goud-greyn-rijck ^Angolen, 

ooften(omtrent den jen De Afrijckfche rijckftafmet de Afiatfche kroon, 
6 g raed benoorden den Vercieren voor Neptuynfijn blau lazuyrethroon. 

evenaer ) tot in de bocht _ . r , i i • i_ i j • i i- ■ 

aen Rio de Volte. Het Die met (en dry-tand dwinght de d wingherSjdie vermetel 
Cafteel de Mina leyd op Hem weygh'ren 't Nederland ten konincklijcken zetel, 

defè kuft een wevnigh 

beweften Cabo Corco, r r i i • i 

daerom werd defe gant- fZ Hy Portugueelen,iiet druloorigh 't wonder aen. 

fche kuft oockde goud- Maer denckt, c t is c swerelsloop,ehy hebt het voorghe- 

kuft de Mina , ofte de ,-,1, L c ,,-,., r a l_ • • *- r i 

Grain-kuft byde Neder- ^n en hoeft Tidore,nochAmboine mettevrage, [daen. 

Iandersghenaent. Wie haer Cafteel en heeft veroverd/t was c Verhagen, 

■&2&SÏ& Die twalef kielen fterck uyt Holland derwaerts voer, 

Congo in jfcthiopien, En itelden lo ghy oyt (Molucquen) deed in roer. 

fich ftreckende van den Maer fo ghy Calecut, en fo ghy Mozambique 

evenier zuydwaert , ^ Oyt terghden, fo heeft nu d Verhoeven laten blij eken 

mede Grain- rijck van Ghelijcke tegen-gift; dit deed' deftrijtbaer'leew, 

S oud ' . Diehalfin c twaterftond > enmoedighdedeZee\v. 

Anno iooy. " 

c Steven Verba$hcn, ^^ i \ r ■* i c\ 1 CL i - 

overfte van twaief fche- ' Wijl iien ïck e Heeml kerek valt van 't zuyden, noord- 
pen ,verkrij g ht groote waerts klav'ren, 

Viet TwÉm 1/tZltZ Diens felfs beploeghde roem, 't metalen huys doet da- 

gaet met derthien fche- v'ren 

pen uyt Zeeland , doet y an < t v li e ^ende 2erucht,fo wel in 't zuyd' als noord. 

groote dinghen tot Ma- t o £> / ' ' _ J % 

zambiqueen Calecut. Wat nelpet? noch en ïft niet al ghehjck 't benoord « 
e facob van Heemf- Hy moet de Spangiaerd noch in c thartjen vanEuroopen: 

*7 De kufte van Calis, Ia in fi j n eyghen huys, tenftrijde overloopen. 

vooraen in c t naw vande Want fo hy zeyld voorby hetdubbeld f pylaerd ftrand, 

ftraet, daer twee collom- Ontfonckt hem 't helden-hart te vyand-waert in brand. 

nen oite pylaren itaen, r 1,11111 « * «i 1 

die ^fomen feyd) aldaer Aeniiende c thakeldkruysin£ Avilas baniere, 

van Hercules opghericht Bloed-root voor Gibraltar van de opperftenge (wieren. 

* X]n g Don joan Üi**u Die [ fc g ht h y] moet daer af > en wel op 't ftuyren paft. 
de zs4viU , Admirad der Met fwayd hy hem aen boort,en maeckt de dreggen v aft. 
Spaenfche voor Gibral- pjy wilniet Alterasin c tloopen voor hem wijeken. 
Anno 1Ó07 Hy liever is ghefint te ^fterven,dan te ftrij eken. 

h Nam locnm virm Maer ftapt na boven toe,ghewapend en bekleed 
habet imer Aiira. \ n <tyfer/t ftond alwaert hem om het lijf gheim eed. 
cer^rïot 1 -!- Den fabel fwaydhyomjDonAvila die fchuymden 
kander , den Spaenfchen Van gram(chap,onder des 't benawt falpeter ruymden 
Avila dood bleef. c t Ghegoten yfer,met een donder barftingh uyt: 

Daer af den Spangiaerd 't hart in bange boeyens l fluyt. 

Recht inden eerften ftorn^fo Mulciber de raken 

Van 



VYFDE BOECK. 




Van Lemnos fpalckten op,en uyt metale kaken, 
Malkander op het lijf met ronde yfers braeckt: 
So werd den Admirael op 't hittighfte gheraeckt, 
't Been onder ( t lijf van daen; nochtans hy even dapper Anno Salut 
Sijn gaften moedight aen ,* maer fö hem c t bloeden flapper 
En flawer maeckten,fèght hy,mannen ( t is gheen noot: 
Hout moet,ontlèt u niet,al nadert my de doot, 
Die 'k noyt en hebb' ghevreeft, het dient voor eerft ghe- 
Doot zijnde,fal ick noch u kroonen met de zege. (fwegen, 
Met fwijmt de brave held,diens dapper' ziel ver treckt. 
T'wijl yeder vroom foldaet,met arm en beenen reckt, 
Te vyand waert vergramt,met fteken, houwen, fchieten; 
Men fagh ten Q>y-gat uyt een Spaenfche bloed-ftorm vlie- 
Moy Lamber t infgelijcks geklampt aen de ander zy (ten. 
Van Avila,befpringht hem door de galdery. 
En dwinght het achter-fchip,ghelijck oock de andere alle 
Door laft van Heemfkerck ? zijn den vyand aengevallen. 
Ten waer dat yemand mocht vertfaghen, Alteras/ 
Bleef buytenperijckel tot denflagh ghewonnen was. 
Den Spangiaerd hoogh van moet , ftond dapper op c t ver- 
weren. 

Diens fnorcken,pochen, fchier de Duy vels fou ververen : 

Maer 



. i6oy 



t 9 i DER ZEE-VAERT LOF; 

Maer fiende,dat matroos op 't vloecken niet en paft> 
Dier doen voor c t feggen gaet,doen leen de baren laft. 
Sy vlooghen over boord,met krijten endefchreewen. 
Het water krield van doón,ghelijck als koppel meewen 
De fchepen fwemmen na$ fchoon dat Gibraltar fchoot 
Van uyt haer torens,in de Nederlandfche vloot ; 
Het was haer Iief,of leet,fe moften tot de kielen 
Haer's koninghs fchepen,fien verbranden,en vernielen. 
Dus endighde 't ghevecht,diens zeghe-kroone kleeft 
, , Op Heemfkercksdoodekruvn,diens name eewigh leeft s 

a Hy werde tot Am- f .. rl _ « a n_ i i c\ i 

fterdam begraven inde tLijr brenghtmete Amlterdam, metdroerheyd enmet 

oude kerck , boven fijn Vreughde * 

fhl^entS:: M & elck fiJ n dood beklaeght , maer roemen weer fijt, 

morfteen , daer boven in deughde. 

^ï^hedicht te iT^ 6 Daer eIck de 'Ü^-pracht volght, tot eere van dien held, 
Neemflerci *& Zal Diens a graffchrift van fijn deughd' den wandelaer verteld. 

door */ ys t en t tyfer dor- 

Liet dftZX w, B ElIone moe gbeftreên,is 't jaer daer aen ghefcheyden, 
kier <t lijf, voor Gibrai. ' Van 't bondigh Nederlandsen Spangien, welcke beyde 
ear bet leven. Door Princen tuflchen-fpraeck, verftonden tot verdragh. 
b in Weft-Vnefland, S° dat den koopman veyl en vredigh varen magh. 
voornameiijck tot Hoo- Doen raecktent 't wind-vanck of van ftuckë en kartouwen, 
S^dfl^JT- Doenfo cbtmen maer eenfchip bequaem omzeetebou- 

ghemfttot dekoopvaert, Wen. 

*cweick oorfaeck is ,dat Weft-Vriefland daermen reed' veel h fchepen toe,ter zee 
tl £%££& Wtmftenfovermids de vdgbevenfchte vree] 
zee werd ,door dien de Veel ruymewelbezeyldeenlichtghemandefluyten. 
felve niet ghewapent en Diedealbehoeftigheên des oorloghs buyten fluvten. 

weynich ghemant varen, t^-IiTL-u U. ril* •• j y t * 

J & Dier kolt ghermghe vraght ter ichipvaert wijd en breed 

Om 't meefte voordeel aen'ten koopman werd befteed. 
De winningh moedight aen doorJdeyne kooft va fchepen: 
Maer de arme winft werd dra vangrooter fcha benepen. 
_ Nu de openbare krijgh met Spangien is gheflift, 

c Tunis , een ftad in r^ r L 1? 12 t. f l_ f/l 

Barbarijen , eertijds d e Des zee-roofs hongher groeyd door heymehjcke lift. 

machtige ftad Carthago. 

At BaS P eenrooF " D EBarbarifcheTurck,erf-vyandvandeChriften, 

nelt in Barbarijen, is eer- JL/^ „ . , A , . J /»• L ^-j t lA - 

tijds de machtighe ftad Tot c Thunis en d Algiers, op fijn ghetijden vucnteni 
Teieufme geweeft ; maer De vrye Hollander vaert onweyrbaer heen na ftraet, 

deTko'nfnXvanTèzfen En vayligh op de vree ter zeevaett fich verlaet. 
daemamet dievanKey-De wreede Africaen komt dat'lijckhembetrapenj 

t^ttjf^T de ; De wereloofe man ficfcfiende met de wapen 

telvegheheelgeruijneert^Tj , , f ,. . r .* ,... f 

üedwonghen en verheert, die gheeftet dat hjck op. 
Men mant de prijs na land,om de uytgheteerde rop 

DerTurc- 



diégenaemt,fo van Chri« 
Hen Turcken worden ; 
cndé haér befnijden la'- 
ten. 



VYFDE BOEG& 103 

Der Turcken te vergoen; matroos werd heen ghedreven Anno 161 3 

Als paerden na de marckt , die meeft daer voor wil ghevën t * Renend , wèraeri 

ïs koopmanneten waer dat licht verleyd 3 ,verviel 

En word een* Renegaerd,die ftracks een rover-kiel 

Helpt mannen , en na zee om wederom te knellen 

Sijn lands-man,neef,of vriend, of eertij ds med'gefelle. 

So deed' de Veen-boer oock, Argierfche Admirael, 

Sijns vaderlands een fchelm , die menigh koopman kael 

En bijfber heeft gherooft, verfwackende door delen 

's Lands midd'len,dat den Turck ten rove opgherefen 

Ter zeevaert isfo hoogh,dat hy die oyt ontfien 

Van Turcken was op zee, den Turck komt vrede bien. 



b Be aenfioudende 
zee-vaerden der Neder» 
ianders in Indien en de 
Molucques , ver oorfakeri 
dar de Portuguefèn van, 
de plaetfèn } die fy in dé 
Molucques befaten, ont- 
bloot werden - 3 ende dé 
Caftiliané, door toedoen 
van dié van Tidorê , daer 
wederom ingevoert wer- 
den, ghevangen nemende 
den Ternatanfchen ko- 
ninck , met een deel vari 
de principale Tefnata- 
fcen, 

c Mothir , anders Ti- 
mor,een van de Moluck- 
fche eylanden, legghende 
bezuyden neflfens Tido- 
rê. 

d Macian volghtdaéï 
na , diens zuyd-hoeck 



Vt Ellone onder des na Indien is vertrocken, 

En dinght geweldigh , om de ey landen van Moluccjuen. 
De éPortuguees ontwijekt dentrotfen Caftiliaen, 
Diens overmoedige gheeft valt op den Ternataen. 
c Mothir en d Macian, e Cayoa, fLabonefen, 
g Gilolo,^ Bacian , en meeft de Tidorefèn, 
Die vry ter koopmanfehap den Spangiaerd namen aen : 
Maer konden 't dwangh-gheweld der felver niet verftaen. 
En met den Batavier tot tegenftand vergaerden. 
Daer van moet hebben danck, Heer » Witterren van Caer- ^ j™ 1 benoor ~ 

den: e CW<?.',eenkleyney^ 

Byfonder iMatelief,die de eerfte weyrbaer' fehans landeken beooften m*. 

i-S t\* \ * \ • 1 r 1 f • i 1 '••' 1 1 cian,dat in dele oorloghe 

Geiticht,en 'skomncks loon den koninckhjcken krans van ^ inwoonden ver^ 
Op f t hoofd beveftight,van 't reuck-nagel-rijck Ternaten: laten werdc, die hun op 
Dat vanfijnrechtenHeerdoorvreefewasverlaten. ' l e y Iand Madan **& 

j ven 

Maer Wittert die (al fpijt het l Sylva) fo veel goets f La fona, een fterek- 

Veroverd voor de vuyft, verkrijght niet minder moets, * eo P ' £ cvlan(1 GilIo !° in 

Te vyand-waert, en valt van de opper roem m ter neder, l gGi ui}^ «ngroot 

Sodat de Sylva groeyd, in fpijt van Wittert weder, eyland , legghende recht 

Van Caerden klimt alleens door dapperhey d ter eer, °? d f de J™ c > Pf*/* 

p . i_ r 1 1 1 1 oft dry of vier eylanden 

Door Sylvas meerder macht, 10 daelt hy weder neer. aen malkander vaft wa- 

ren , hebbende aen de 
welt- kant de eylanden 
diemen Molucques heet. h BacUn , is het zuydelïjckfte der' Molucqiien, leggende (b veel bezuyden de 

linie, als Macian daer benoorden leyd. * Den Admirael Frans Wittert ende Pati'm van Caerden, meds 

Admirael elck over een efquadre fchepen in de Molucques, beveftighden (te weten, Wittert de Ternatanen,en 
van Caerden de Macianen) wederomme in hare eylanden. k. Den Admirael Cornet Matelt ef ftich* 

op 't eyland een fterek Fort , te weten , op 't eyland Ternaten ? ende noemde het Orangien , by den Indianen 
Maleya te voren gheheeten. / "Don Jerommo de Sylva , Gouverneur des koninghs van Spangien in Mo- 
lucques. f» Na dat den Admirael Wittert de Spaeniche grooten af breuck ghedaen hadde inde Moluc-k 
qties, werd in c t lêfté van de Spaenfche veroverd, als oock de Heere van Caerden, 

L( vis e ft fort una , cito repofcir f cjtu dedit* 



Bb 



Maer 



i94 DER ZEE-VAERT LOF, 

n Lmnm keaeKGoa- Jvl Aer * konincklijcke naem,met konincklijcke gaven, 
verneur vande Moluc- Draeght konincklijcke fbrgh voor konincklijcke have, 

SS ÏJdffij En fchrae g ht het he y H g h recht in ' l koaincklijck gebied. 
van indien ,- Reaelis te Die meeft elck een bcmind,en konincklijckontfiet. 

lègghen konincklijck. (oher 

b loris van Speilber- _. TT , . , ir-, r i . ^ 

g hen,Generaei. ^M V word ïck weer ontwaer den Zeewlchen ^Speilenber- 

c Gelijck de fon hare Reyf-broeder van de c fon, der Caftillianen tergher. 

^c^PiSswerelS Door 't Magellaenfche naw, van Chili zuy der-kant, 
kloot , doet hy defelve Hy noord-waert vyer enfwaert (te water en te land) 

^rtn ™ *" ^ Te ^^ met fich VOert ' die komende te ontblooten 

d Lima, een koninck- De kuft van d Lima, komt de konincklijcke vloote 
üjcke ftad in«t goutrijckc Hem vallen aen by nacht ,daer,op den trommelflagh, 
kgghende 'mfa Mcn ' £ donderend' ghefchut, elckander treffen fagh. 
12 graed bezuyden de Den Spangiaerd krijt en fchreewt,de allarm trompetten 

evenaerlinie. klincken,- 

e Smt Maria en Smt - - . , /- i . t» • /• t tri 

Francifcm , waren twee e Maria en het lchip Franciico beyde lincken. 
Spaenfche fchepen alfoo ƒ Mendoza neemt de vlucht,verwacht de morgen-fbn, 
genaemt. Alfo hy defè ftrael niet wel verdraghen kon. 

f Dm Rodngo Ie mL Den Mancken ochtend blooft,de nacht is overwonnen,- 
doz.za , Admiraei der Met werd den ftrijd op c t niew feer heftigh weer begonnen. 
Spaenfche konincklijcke rj en Spaenfchen^ Admirand werd dapper na gheipoorr, 

g bon Tedro Ahares Van achter en ter zy,tot finckens toedeurboort. 
de p^r,Admirant, ofte De vrede-vaen ftack uyt,men wild' hem op ghenade 
Adlrir rChen ViCe " c tLijfberghen,maer hy toeft,totdathetistefpade. 

h dEylanden Ladro- c t Schip van de Baren wert ghedeckt en inghefwelght. 
nes, hebben dien naem Dus werd deskonincks vloot haer meefte kracht verdelgt, 

vande Inwoonders der _ ,. . , j 1 n. rr-r . 

feiven, dat een fcheim- En Speylbergh noordwaert op de kult van niew-Hifpanien 
achtigh voick is ; want Braveerden met den naem des Princen van Orangien. 
Lt TgghL" f ondeT e d n ; S wa Y d weft-waerts over langhs * Ladrones,na de ftraet 
Eyknden de Archipdaga Manilles, Philippijn,en na Molucques gaet. 

Sint Lazaro, omtrent op 

dHinie^quino'SsJn T Er feIver ei i d ' % Lemair voorby D'el iFuego reckten, 
den 197 graed Longim- En niewe' pas bezuyd van Magellan ontdeckten. 
*%mkUM*i Ca P i- En landen tot ^Maley,m f tTemataenfcherijck. 
teynen Comijs van twee Daer» Laurenshemonthaelt,enfcheydenkonincklijck. 
fchepen gaende om nie- Le Mair nalava zeyld , en landen tot Iapare. 

we landen teontdecken. - r r i • r 1 • i r 1 *r i_ 1 i 

^ Tem d'ei Fuego,z\] n Voorhende 'ticnipmet rijs,vleefcn,vilcn en eetbar waren, 
de Eyknden bezuyden En komt tot Iacatra,daer ° Koenen door den laft 
mXI SS Der He <* en van 't Bewint het fchip en goet aentaft. 

om dat (y daer op de 

liooghten eenige vyeren ontwaer wierdenjwant Terra del Fuego is ' t land van 't vuy r te (egge n. / Ghe- 
naemt ftrate le Mair. m <JWa!e)- , een fterckte op 't Eyland Tarnate; by de Hollanders Orangien ghe- 

naemt. n Lamens .&?^/>Generael van de Indien. o fan *Pieterfen Koenen , Prefident inden 

raed van Indien,namaels Generael van Indien. 

Nadat 



VYFDE BÖÈCK, ï 9 $ 

Na dat Lamair een op en onderganck der a lorthen 
Aen ( t afghemeten rond het jaer hadd' afghewonnen. 
Èn 't grootfte deel rond-om des aerd-kloots hadd' gefwerft. 
Hy in fij n t'huyt vaert op het fchip van Speilbergh fterft. 

'T Erwijl den b Naplitan met Spaeniche byftand landen 
Ter vorftelijcke c bruy t,aen de Adriatfche ftranden. 
*Kerckhoven door denlaft: van Staten met de vloot 
Derfelve^ch erbietdenvryenbondghenöoè 
Tot by ftand, daer uy t volght dat haer de Napiitanen 
Erbieden tot verdragh met den Venetianen. 

*V En leed niet langh daer na,Bellone moe gherutë 
Met Mars ontwaken, op de Nederlandfche kuft. 
Den deghen gaet van leefde Spangiaerd en Hollander 
Beftellingh gheven,om te rooven op malkander. 
En onder lulckbeftel,fowerter altemet 
De een bondghenoot op zee van de ander afghefet. 
Valt yemand klachtich dies/ Compaen die fal't ontloope, 
En rooven , tot fo langh hy met fenbuyt mach koopen 
Sich felven van de galgh, en c t overfchot van dien 
Dat maeckt hem naderhand noch achtbaer en ghefien» 

TT Erwijl door Staten raed,en c t Princelijck bedenckerï, 

Om de algemeene macht des avond-vorfts te krenckeii| 
Een ellef-kielde vloot,in Holland werd ghemant. 
Die na de ziiyd-zee,en dePeruaenfcheftrand^ 
Doord'Heremïjtsbeleyd, de Spanjaerds endeMooren, 
Te water en te vyer,eniwaerdéringheloorerk 

P N ooderturtchen werd de ffaem-gheftelde macht 
' Om gantfch America te dwinghen, opgebracht. 
Daer Holland niet alleen ,maeroock haer f Bondgenoten, 
Sich onder een banier met handen gaer gefloten 
Verbiriden 3 om de winft/t zy dooreen looien trap, 
Ofopenbaergheweld,of door goekoopmanfchap. (fen, 
Met werd de Spaenfche zee met lcheeps-gefwarm bekroo- 
Vol hoogh enlaegh ghefaghs 5 vól krijghers en matroofen. 
Daer^ Wilkens [Admirael der bondghenootfche vloot] 
Het Staten lemmer eerft te vyand fieefc ontbloot. 
Ofwel de nortfche nijd , verleydfter van de eewen, 
Ghebetenop dedeüghtjdoor'tovertolligh fchreeweri 
De ware roem verdooftjten leften blijckt nochtans 

Bh z 0eJuy- 



a Lamair mei foh den 
aerdkloot om zeylendë, 
wint derhalven eeCen 
omloop vdn ^4 uren,vad 
die fo om de ooft na In- 
dien gevaren,ende aldaet 
haren dij nghf-dagh had* 
den , doen die van Lè«* 
mairs ghefèlfthap harèri 
maendaghhadderi. 

b De Venetianen oor- 
logen tegen die van Nè'a- 
^eïs, verfoeckefl dét Sd- 
teri hulp. 

c DeGolvevahVenë- 
tien werd den Hartogb 
van Venetien , alle jareri, 
ghe'ijck een Bruyt ,met 
groote leeft ghetrowt. 

* Kerckhoven, Admi- 
rael over der Heereh Sta- 
ten lèhepen , die tot déf 
Venetianen byftandgiri- 
ghert. 

d Qaes Cjerritfen Com^ 
paen , een vermaert zee* 
ïoover» 



e fat/des ÏHètemitêl 
Admirael , gaëndé dooi 
de ftrate lë Mair mét dé 
ïslafïbufche vloótë , óra 
de landen van Peru té be- 
oorlogen inde zuyd-zee* 

ƒ Te weten , allé die 
Geünieerde Provintien, 
als Gelderland , Holland, 
Vriefland, Zeeland, Wt- 
recht , Overyflèl , Züi- 
phen , Grofininghen ed 
ommelanden. 

g Iacob Wdkeris j Ad- 
mirael over een vlootè 
gaende na de Weft-ït^ 
dien» 



j 9 6 DER ZEE-VAERT LOF, 

Deluyfter van't beftaen,met hoogher eeren glans. 
Cafioy én Potfox, Terwijl dat * Caftor met fen tweelingh broer, 't ghewemel 
SaS^oM Der fchepen f van om hooghuyt haer robijnden hemel) 
!eyds-luyden dcrzee-va- Sagh krielen zuyd-waerd aen,en gheeft terftond en wenck 

Ttard d Zi !weeL W hen k Den k' aer g enelmc * en b reus,die ftaende in bedenck, 

%t een rey^ke^f ofte Wien of c t hier ghelden fou 5 men hoort de c leew vaft brul- 

twalefte ghedeelte des len* 

2-SS^SÜ De ^gg'waerts gaende i kreeft , begon fijn hoek te vullen 

in haer de fonne van den Met voor-raet, daer uyt floot de heldighe Orion 

ar May tot den 22iunij Dat het de e Hydra gold,die met haer fpeeckfel fchoq 

verthoont ; ende werd __ . t»«ii P i a i r \ ii -xr\- r 

daer mede den aenftaen- De mewe Ridders, die de Atlantlche gulde Vlieien 
den tijd des jaers afghe- Beloerden, fo 't oock was,des fy begint te biefen: 
ÏÏ^SÏ" Aenfiende al dees macht,Thetyos zuyder fchulp 

b Oaonrfie den reus, Beploeghen, en fy roept de tweelingh broers om hulp. 
een uytrnuntend fterre- £> e water-goden f die voor ditmael met de fonne 

beeltenis onder het teyc- _ , P / i i i r i i\ n 

ken der tweelinghen. De onheylen (toebereyt het kreeften hof) verllonnen, 
c Leo , mede eenteyc- Ter water-geufen heyl] ontfegghen haer dien tocht; 

duydefo Z df ma X cht g der En d aermee Ia g h c tghekeert,wat datfe voort befocht. 

Hollanders , Zeewen en- Daer meeden Admirael op Palinuurs beftecken, 

de Weft-Vriefen , die de sich gift ter plaetfen,om de gantfche vloot te ontdecken 

beelteniflen des leews in «-^ i n^ i /- iri_ • i n i 

hare wapens voeren. De latten van haer reys; c t ghelchieden,en terltond 
d fineer, het noorde- Men al de gantfche macht ten aenflagh willig h vond. 

dtf 06 2? hedu^dto" ^ u g aetet voor ^ e ™ m d> men laet gheen anckers fincken, 
de Nederlanders , voor- Voor datmen vanBrafil by avond-fon fagh blincken 
namehjek de uyt-ree- Dekuft van / Salvadoor; daer op me € s anderen daeghs 

^ Hy Jrt^hcm zoy- ^ et ^ e °pganck van de fon de fchepen haelden flaeghs, 
der-ftarrebeeld , behoó- En zeylden fteewaert aen, ghelijck een duyfter woleke, 

rende eenfdeels onder Die t het OQ ft en op d r i n ght, en de filte kokken 
het teyeken Leomsjwerd Tr ■'ut i> i r» i « • i 

sheduyd op de Spaen- Van g aller heyl ghenBay, met dwarrel- wind en roert. 
(che macht in Brafihen. En Q p haer vlercken € t vyer van lovis blixem voerd. 

fi& ft% «feïlfcos So ^ at ^ cn Spangiaerd werd met bleecke vrees omvangen. 
Santos , ïeyd in Brafihen Aenfiende hier haer flad op 't punt des onweers hanghen. 

S med d bl z n u°de d n den Dat dateli J ck be gint,eerft met een hel gheruchr 
evenaer! 1 En luyd trompets gheblaes,en dan ghefwind ter vlucht 

g Babya Todos os San- De blixem-peezen uytghereckt,daer op verbolghen 
UU b Dit was een batte- De logge yfers met een donder barftingh volghen. 
ry op een fteenrots leg- Dit duyrt en weder duyrt,den Spanjaerd doet fen beft, 
gende, dicht aen de fi a i £ n we y rc [ gjg^ d a pper,uy t fen opgerotfte h veft. 

Hy kaetft de bal weerom,help kopere kortouwen^ 
Help yfêr,kruyd en loot,hy fbeckt fen neft te houwen. 
Dit wackerde c t ghevecht,terwijlen c t groot gheweld 
Der Spaenfche battery/t fchipGroningen,bekneld 
En heel in flaute brochtjdaer op dat Wilkens letten, 

Enzeyl- 



a Pietef Pleterfèri 
Heyn,Vice- Admirael de- 
fer vloote* 



VYFDE BOECK. ïf? 

En zeylden derwaerts,om de machteloos 3 te ontfetten. 
Hier gaetet weer als voor; gheen harte was fo kleyn, 
Die hoop of moed ontfonck; met komt de dapper * Heyü 
Den Admirael aen boort,en ftemmen onder allen 
Te landen, om alfo met ftorrem te overvallen 
De groote battery; met ruftme fich na land, 
Den onder Admirael beyd fchuyt en floepen mant. 
Dat geit na Salvador ; den ftorrem werd begonnen, 
En na een kort gevecht,de veften is ghewonnen. 
Hy fèllefs in perfoon,de derde is in 't getal 
Die 't Staten vendel fwayde,en plante het op de wal. 
Maer fo die van de ftad daer op [als offet hageld 5 ] 
Mofquetten loften, heeft me f t grof ghefchut vernagelt 
En is vertrocken, t'wijl dat b Hefper van den nacht 
Voorloopfter van (en komft de vlugge bootfchap bracht. 
Het krijghtvolck (onderdes eer dat den avond naeckten 
By Sint ^ Antonis Fort) gheland werd, ende maeckten 
Haer leger voor de ftad, tot dat de morghen root 
Van de overwinningh brocht het blijde boden-brood ,* 
Want fo men met den dagh de ftad aen beyde zijden, 
Te water en te land,fich ruften te beftrijden : 
Recht fo het legher op in vol flaghorden treckt, 
En fbnder cegenweer tot voor depoorten reckt : 
So komen op de muyr,de flaven, die verlaten 
Van c t vluchtigh Spaenfch-gefind , en vragen ons foldaten 
Wat haer begheeren is - y want (fèggenfè) ingeval 
Ghy in de ftad wilt zijn ? komt tot ons op de wal, 
Het vollick isghevlucht,te land-waertinmet hoopen, 
Des foge wilt: klimt op,en doet de poorten open. 
Waeghhalfen nu fta by; een man dry, vier,op de eer 
Gebeten, mannen opelckanderhaergheweer, 
En klimmen in de ftad, ontdoende de yf're grendels 
Der poorten,daer op aen flux met ontwonden vendels 
De hoopen trecken in; met komt Piet Heyn te land, 
(Terwijl de Prince vlagg werd op de muyr gheplant) 
En ftelden op c t ghebruyck der overwinningh ordre: 
Om voor de Heeren en haer meefters te bevord'ren 
De vruchten vande zeegh,* gewonnen is de ftad. 
^Mondoflo met fen (bon en hof-fleep word gevat, 
Ontwapend en gevoerd na krijghs-gebruyck,ge vangen 
Na Nederland, terwijl van e Dort 'voorwind komt prangen, zijn3e van <k vIoot > k omi 
TefoeckenindeBaydezeegh^erWilkensvloot, Ï,S£ 

Daer van hy was verdwaelt ; die vindendc,verdroot tot Gouverneur gbeftek 

B b 3 Hem 



b Hefper .den avond" 
ftond , voor-bodin van 
den nacht. 



c Sint Antonio, een 
Fort omtrent een ure 
gaens vande ftad Salva- 
door ; hier worden het 
krijghf-volck te lande 
ghefet, die van daer na de 
ftad marcheerden, 



d Don 'Die go A4on~ 
dojfo de Fortado, Gouver- 
neur van de Bahy , werd 
ghevangen en in Holland 
ghebrocht. 

e löHckerltin Heer van 
Dort , Colonel van 't 
krijghÊvolck , verdwaek 



ipg DER ZEE-VAERT LOF, 

Hém dapper als hy fagh de ftad met haer kafteelen 
Veroverd,dat hy niet mocht van de zeegh-eer deeleri. 
Des foeckt hy fich te land (alfo hy werd ghefteld 
Tot Gouverneur der ftad) met lawer-eer in ( t veld 
Te voeden,maer f t bedeegh heel anders dan hy giften. 
Hy reed wat van fen heyr,daer op den vyand vifchten 
Enfpringhen tot hem in,(èn paerd dat wil niet voort, 
Dus word hyachterhaelt,enjammerlijck vermoord. 
Terwijl den Admirael fèn voorder heyl ginck foecken, 
Om met fen zeevaerts-lof,de Americaenlche hoecken 
Door c t vliegende gherucht, met luy d allar m ghefchal, 
En Caftiliaenfche vrees, te vullen o ver- al 
Daernahetgoedgheluck dat brenght hemdeer te reedd 
In Holland ,daer hy fich met de eere h oud te vreden : 
Als hebbende aldereetft de peerei afgheftroopt, 
De Taegfche kroon> en voorts iiaer felle trots ghefloopt. 

a toncktr wHiem van H Ier komt een jongher * held van Naffou op de golven, 
JVafia , Admirad van Die ( t Hollandfch vee befchermt voor Vlaend'rens 

Holland. i , 

b George de Vdlen, wreede Wolven. 

Heer ?an Bukingham, Wijl Milord ^Buckingham met Britiche fchepen land, 
werfte van een vloote Enfpijt de Leli'vorft het roofigh vendel plant 

Engelfche fchepen , inde ~ L J ,_- i n i t i •• i l i 

oorioghe tegen Vranck- Op ainte * Martens kutt,des Luydewijck ontwaeckten 
ri J ck ' En 't nieu ghelande heyr van tow en anckers flaeckten, 

ÉUmVi^^k^ Etl ^noopter aen de vree ,• t'wijl Hollandfche « Reael 
Navarre. Met fchepen Spangien terght, Bifcayen, Portugael 

d Sint Martijn , een 

Vranckr^ck , nerTensT Jvl Aer ^ öute dapp're /Heyn, ó! wonder defer eewe. 

ftad Rochelle. Die door dij n groots gefagh [gelijck de dapper' leewe] 

*£"££' ln gh d e ; Den wolf fi J n ^of ontjaeght , hier komt my inden fin 

Ooft indien. De blixem van dijn roem,diens heldighe begin 

f Phter Tieterfen Ghelijck een onweer,door de kracht des winds ghedreven, 

vloote fchepen °gaende ^^ cn te g cn Ct fpaenfch geweld, ten hemel heeft verheven. 

«w Weft-indien. Laet tuyghen Salvadoor ,laet tuy gen de Bahy , 

Laet tuyghen de Echo hier op c t fwalpen van het Y: 
Hoe defen Heyn op zee, fpijt Spangiaerd en kafteelen, 
Spijt donderend gefehüt , komt met den Spanjaerd deefen. 
De fchepen inde Bay ,de bareken wel ghelaen, 
c t Prijfwaerdighft dat is buyt - y den Spanjaerd fach vergaen 
In de aenghefteken vlam,de ontlofte Spaenfche kielen, 
En Heyn van acht'ren met de buyt na c t noorden wielen» 
Na Holland vlieght de Faem,aUeer hy felven land. 
Wat buyt dat inde Bay Piet Heyn heeft overmant. 

Doen 



VYFDE BÖECE ipp 

V\ Oen heeftmen onderftaen met meer en grooter vloote> 

Weft-Indien over-al vyandigh te beftooten. 
De konincklijcke" bruyt werd langher niet verfchoont. * De Spaenfche fiivaS 

Wat Holland derf beftaen, dat heeft dien Heynghetoont. ^f^avam , eenftad 
Die nu als Generael,tot trots der Caftilianen, met een bequame zee- 

Hun fdver vloote ginckbelaghen na'Havane. fcttghtt^ 

lijck by malkander ko- 

TH Erwijl de Zeewfche c held in felfder Heeren dienft men j ende verrafchen, 

Betrachtende fijn eer en eedt,op € t onvoorfienft i^^t^ykïcSba". 

[Ontfiende vuyr noch ftael] de Spaenfche weerbare fche* f PmerAddaeofenwa 

n Vlifïingen, Admirael der 

■ - t t i i . J.t i t r i vloote na Honduras. 

Seer njckgheladen,in* Honduras neeit benepen, d Honduras , is een 

Hun groet was kruy t en loot,al fagh den Spaenjaerd fuyr. Jïf^P omtrent <kn 
Den buyt na Holland vaert, fijn foy was roock en vuyr. w *SiïS fich 

van den Ifthmos des 

MAer Cuba onder dies verfchrickt, fo menigh werven <3™K™& i^atan ooft 
, , ¥T iini r- i r aen na Capo de Hondu- 

Als e Heyn omtrent de kult komt met fijn vloote lwer- ras ,-dit landfebap werdby 

Yen. demeefte oudeGeogra* 

Men wacht de'filver-vloot,die door het langh verloop JStat^? ^ ' 
Des tijds,ghehoudenwerd,haerkomftebuy ten hoop. e Pteter Pieterfen 

Tot dat de droeve nacht voor 't bly gheval moft wijeken, ***■» Ge " e T ra J el ? ve ?5f 

__., . j t« J ° n • , * , .. vloote Nederlandlche 

Die 's ochtens met den dagn een man van ltengn dee kijc- f c hepé,paft op de Spaen« 

ken, ^che filver- vloote. 

Die met een fchorre keel roept Juyd',een zeyl, eenzeyl; 

Een ander van beneên^oept weer,ghelucken heyl; 

Waer iffet ooft of weft? in c t zuy den,antwoort de ander. 

Met fetmen daer na toe,en vinden by malkander 

Een konincklijcke vlootjdie wordende ontwaer 

't Vervolghen defèr, h [uyt vreefe,om 't ghevaer 

Te ontwijeken] dat'lijckheengheloopen naf Matance: ƒ tMatance is een 

Want niemand van haer al,ghefint was,pijck of lance haven , ofte Ba/ aen de 

Te breken in dien ftrijd,den Spangiaerd beter keurt cX*"^ ^ Eylandt$ 

By tijds te loopen deur, dan af ter na betreurt. 

En waren naw ter ree,de logge anckers vielen. 

MaerHeynfitmet fijn vloot haer dat'lijck op de hielen; 

Hy wilfe grijpen aen,gheen Spangiaerd die fich rept. 

Men meende,dat hy van vermoeytheyt,ademfchept. 

De floepen raken uy t,die heen en weder ftreven, 

Den Spangiaerd gheeft fich op,behoudens c t lieve leven. 

Doen wafiet repje,voort, Signioor die moeft na land, 

Matroos heeft inde plaets de fchepen weer bemant. 

Duswerd dien koninexfehat veroverd,flechts door vreefe: 

En niet door flagh of ftoot, of vechten; dat voor defen 

Noyt 



xoo DER ZEE-VAERT LOF, 

Noyt heerelijcker buyt(in waerde dien ghelijck) 
Veroverd is in zee,of eenigh koninckrijck. 
Hy komt behouden aen, in c t Vaderland ter haven, 
a Hsndnck &**e% E n doet de Faem van Heyn en *Lonck ten Hemel di 

Adcmrael der voornoem- * 

deNederlandfche vlootë. Ven: 

b ijfabeiu Q*r* Eu- Vermids hun groötedaetj haer aenkomfl: werd begroet 

^; I ïS^ S ^VanH^enenghCTolgh,vanvryeBu I ghcr^oet. 
Braband, &c Men lolt het grof ghelchut,met piek en teer-ton branden 

c ofte de Geeftelijck- Bewijftmen,dat de zeegh, is voor de vryelanden. 

An Salut i6zq Caftilienichricktvanvrees,diértijdingh,cnvanrow 

d 'Frederick,Hendr,ckJ n Brabant fchier befwijmt de vorftelijcke * Vrow. 
PrinccvanOrangien,&c. Haer krijghsman muyteneert,het gaterlanghs hoe grover, 



Sd"e Nedetde V „! r ' Want < heer-oom niet een duyt heeft tot den oorlog* oven 

e i s Hartogben-Bofcb, 

een ftereke ftad in Bra- p Rj ns </Frederijck daer door ghemoedight, en met raet 
Btfch tówefoi , tode Van Staten,hy ten < Bofch der Vorften jaghen gaet. 
Hertoghen van Brabant Het wild dat werd befet,fijn ftandaerds fachmen planten, 
piaghten te jaghen ; <ke En c £ wapen f pits fijns heyrs,fich na den vyand kanten. 

ftad werd van den Prince . £ r J ; » 1 

beleghert. Keent iód aliiendelonhet/ kinderpaer dooriweerr, 

ƒ So de fon hetteec- En groeten vaft van verr' den blaugheftarden kreeft. 

ken der tweelingen pal- rv j j i ri_ i_ t 

feerde,dat is, inden Mey- Diegaende overdwars , alsof hy waergheneghen, 
tijd. De gunft des Adelaers,- of fchoon den leew te degheo 

Het vorftelijcke Bolch tot 's vyands dwangh befet f 
Het is der ftruyflenfchuk, diertanden graeghghewet 
Hoef-yfers niet alleen,maer 't kreeften mergh verflonden» 
Enhiftenfê evenwel ter jaght, als koppelhonden 
Beanghftte vyand-waert,daer ftaenfe t'enden raets, 

wid van F dcT$"Tm ToC dat dien dapperen* Heyn komt letten op de kaets. 
Orangien ende Staten Wat helpt het [feght hy] dat wy leggen in h Goereede, 
van Holland verkoren tot En fa t fe t l eewe nheyr op Ofarlijcke fchreden 

Admirael vander zee. i-^i i iit # i i i r u 

h Gosree, ofte c t Goe- Den lawer-krans vervolght,daer c t klagende gelind, 
reefche gat,ïs een bequa- Dat by den oeghft ter zee moet houden wijf en kind, 

SwïS ÈyifS Van ™ end en vyand beyd'fofchendigh werd benepen ? 

van Zeelandi hier lagh de 'T is nawelijcks gefèyd , een deel gemande fehepen 




:ijnde) Dciagucu wcit-waercs neen 't ruuiiumgiicriguc ftrant 

mee doen fouJe. Van Vlaend'ren,om deffelfs bederfflijck zeevaertsfchen- 

den, 
Tot Duynkerck , Nieupoort en dief-queeckendc Ooft- 

enden 
Te toornen in; ghelijck de eertijds helden deên 
Die voor de vrye vaert ten leften adem ftreên. 
Daer van dat ware proef de Gieren ende StruyfTen 

Die'g 



VYFDE BOECK. 201 

[Die c t roode a Leewenburgh(dat met getackte b kruyfTen 
Bewimpeld werd) flaen gae, in ftee van graghe buy t] 
Mee-draghen,tot getuygh,op de afgeftreden huyt. 

T\ Vsftreeftrnen wederzij ds,Borgongienfchijnt te waken 
Op de aenkomft: van den Heyn , die uyt fijnvuyrighe 
kaken 
Gegoten yfêrs fluymt; de allarm Trompette raeft, 
Den Vlaemfchcn Admirael uyt Lemnos kokers blaeft 
Een fèlfde teghcn-gift,van blixemende ballen; 
Doornagelende aldus elck anders houte wallen. 
Met folck een donderftem als of tot 's hemels weyr* 
ïupijn verblixemden 't Olympfche reufèn heyr. 
De Meeremjnnen én ftrand-ruyfchendeNereyden 
Verfchrickt uyt vreefègaen heen na de diepten weyden, 
Daer c Pluto vaft beanghft met 4 Argus oogen fat, 
En hoeden 't overfchot des Indiaenfchen fchat: 
Wt vreefè dat dien Heyn met ridderlijcke wapen 
Hem in de mijnen mocht van Mexico betrapen. 
Met komt e Vulcanus op een Peyrlemoeder fchulp 
Wt ƒ Lemnos eyland met fij n konften hem te hulp. 
Recht fo Apollo dacht het hooft der Batavieren 
Als overwinnaer van dien (cheeps-ftrijd te laurieren. 
So brand dien hinckert Ios,van uyt een roover kiel, 
En treft den Admirael,die ftracks ter nederviel 
En gaf fijn groote gheeftjdenlawer God ontfonckte 
Van gramfchap,en terftond America belonckte. 
Als of hy andermael,den fchat van Pluto,daer 
Wild' hangen,op het punt eens lemmers evenaer. 
En om de ontijd'ghe dood des Adrniraels te wreken, 
De Vliefen van Peru [met voordacht al befteken] 
Wild' overleveren,aen de^ fchaduw vande ziel, 
Des overleefden Heyns,die de overwinningh hiel. 
En lawerieren dan den Ridderlijcken fchedel, 
Die door ^Manhafte deughd werd overdubbelt edel. 
Het lichaem(onder dies^dat voor die ziel te kleyn 
Eers huyf-veft was, van dien beroemden Capiteyn, 
Werd met lijckftaci,na c s landswijs befteed ter aerderi. 
Een voorbeeld dien,die na hem weder fal aenvaerden 
Sijn'samptsbedieningh, tot betrachtingh,om dien trap 
Te klimmen op tot ftaet tot eer en Ridderfchap. 
De gilden van Neptuyn die by den zee-oeghft leven 
Verftonden defe mie en grooten row bedreven, 

Cc Het 



a Cajtïllien en Leóh\ 
daër van de koninghen 
van Spangien haten titel 
voeren. 

b Roode quaftighe 
kruyflên in een wit veld, 
is de leverey van Boi> 
gongien. 



c Pint o j' een God des 
rijckdoms,als van gout era 
filver,en allekoftlijckheyt 
uyt deraerden komende. . 

d Eener die in vreefè 
is.dat hem yets benomen 
(al worden, (iet methon-* 
dert oogen bra hem. 

e Vulcanm , den God 
desvyers. 

f Lemnos , een defi 
Grieckfche eylandendaer 
veel lwavel-bergen zijn* 
by de oude Poëten hel 
vyer toegheheylightjj 



g Hendrick, LonclQ 
Generael na de Weft-In* 
dien. 
h Tota licet vet tres exor» 

nent undique ccr# 
Atria , nobtiitas 7 foU t$ 

at que unieaymw* 
ItivenfiLSfitjrJz 






2 oz DER ZEE-VAERT LOF, 

Het welck mijn Mufa hier wat nader overleyd', 
En keurden dit te zijn een fwacke menfchlijckheyt, 
Sprack fy tot trooft van die fb hun hier over cjuelden 
Dat Holland meerder heeft doorluchtige oorlogh helden: 
a Duice,& decomm efl Die bidden dat ick wenfch die fo gheluckigh maer 
pro f atria mort. Horat. sJechts voor den vyand als Piet Heyn * geftorven waer. 

odailib.Z. ' J ° 

T Erwijl fo werd de kroon en luyfter van Caftilien 
Door openbaer geweld bevochten in Brafilien. 
't Is ,y eder heeft fen beurt; l 't gaet met de heerfchappy 
Als met de ebb' en vloed op fwalpende ghety. 
b Pytbagoras&n Phi- Indien h Pythagoras van f t zielighe vervaren 
lofoph van Samos, van Oyt vet waerfchijnlijcksfprackjfofbud'me nu fien waren 

dat ghevoelen zijnde, dat * * i_ i-i ir 1-111 

de zielen vande menfchen Den c Atabahba met al fen Edeldom j 

ofte beeften met het ver- £)en d Motencuma en Cacyquen op £ t ghebrom 

fieryen der felver ver- Van e Let h cs ftjl ph eruys, niet als de doode fchimmen 

buyfden van de eene in t> J ? c 

de andere lichamen. Te pleghen,die quaniuys van uyt den argrond klimmen 

c Atabdib* , groot ^er wrake,met harpuys of piek of (ulpher toorts : 
^^w^toninck Maer met een g ladde klingh 3 met pieck en lanci, voorts 
?an Mexico. Met (wangher grof ghefehut en alderhande wapen. 

w ttefhc'f ^ VÏ ° ed def DierGheeften dat wel eer ontijdigh zijn ontflapen 
g Om haer moordadigh gout,- foud Atabaliba 

Die aen den Spanjaerd al c t gout van Peruvia 
Brocht tot fijnslijfs rantfoen niet voor fen fchade dingen ? 
Ia trouwen, fiet hy komt hy falfe weder dwingen, 
Ter wrake van fen gout,ter wrake van fen doot. 
Maer hoe fijn oorloghs-fleep was eertijds naeckt en bloot. 
Dats waer,die nederlaegh maeckt nu de zielen wijfer, 
Dees komen nu ghekleed,en boven dat in c t yfer 
Bekloncken 't boven lijf; het Peruaenfche heyr 
Was wapen-loos, en ongheoffend op c t gheweyr ? 
Die zielen die fb langh om huys-veft ginghen dolen 
Na defe lichamen,die hebben op de fenolen 
ö/ftad in de QpÏÏe Des feftigh jar'ghen krijghs,nu red'lijck wel ghele^rt. 
van FernambucoinBra- Daer van /jOlinda werd dees wapen-proef vereert. 
f,l,en - . -t ^ ,r Een vloote toegheruft van over vijftien fchepen, 
Lonek , Generad over Met mannen, die c t vernuft en hart lo wel gheilepen 
een vloote gaende na ^/ as> a l s J e degens fnee die aen de heupen hingh. 

h iovcktr Dieurick Dit wal k die vo1 moets na Fernambuco gingh. 
van weer denb mgh , Co- Hier heeft de dappere Lonck als zee-god vande feharen 
lonei over het krijghf- Wt Texe j ende Maes <] e Brafiliaenfehe baren 

volck defer vloote , na- r . '. . . TT 

maels Gouverneur van Doen trillen voor lijn komitjde ■ weerdenburger Heer 
Fernambuco. Dinght om de iand*.vooghdy en weerde krijghers eer. 

De 



VYFDE BOECK. 203 

De - Faunen van het land die hoorenden trompetter), M Fam ^~ Bofcba 

En vr emde trommelilagh,haer al verbaeft on tfetten, goden,hier mede worden 

En vluchten bofèhwaert in^dus treckt hy fteewaert aen , , de J voIcke 1 n c f n P ,at , ten 

_! i-, i^ir j n • 1 lande en der dorpen be-* 

Endoettot^drymaeltoedenSpanjaerdaenlinghgaen. teeckend. 

DeBrafilianen en c Cariben, die voor defèn £ inden land-tocht 

Wel meefters plachten van een bloedigh mael te wefen, Jg^tt^dS 

Dieloopen voorde flagh en d onder-draf van Lonck, fich de Spanjaerds tot 

Die 't yfer fteewaert jaeght, metfulpher blixems vonck. «jrymael toe in jlagh-or- 

Sy nad'ren tot de ftad,Olinda c t fal u gelden,- vS^%en,TOerwek« 

Der ^Iefuytenburgh ontfet fich der ghewelden telckens met verliesvan 

Van een veel Weerderburgh; 't ghewij de bollewerck *%£££, Bta ; 

Dat werd beklommen,want het mirten * Albuquerck. filianen hare Papen ofte 

Dus werd de ftad verheert j fta vaft nu buyten fchanfTen, Waerfegghers -, want het 

■n n r 1 t 1 n rr woordeken Caribcs in 

Boritweerenvan f t/recirenopghetranltetranlien. hare «el , beteeckend 
Defchup geraecktindeaerd , me plant het grofghelchut, ftrengh en dapper, fbo 

Iu 'tkortdaeris gheen hoop die hier den Spangiaerdftut; ™*kh - eters* Cariben 

Des komt hy tot verdragh, verlatende de verten ghenaemt. 

En fterekten van de ftad tot defer landen beften. d Het lefuyten Uoo- 

Hier van fo komtdemiein't zeegh-baer Vaderland, p™ hooghte 8 f wor4 

En fteeckt in al de fteên het zeeghe-vy er in brand. aidereerft beklommen 

•J 1 Erwijlen c t^BaltifchmeyrvanGotthenendeSweden, ^iZ^athia d 
Met fchepen vol ghefinds van oorlogh werd doorreden,* jilbaqmcqmjRe&epfa 

De konincklijcke h Held komt uy t Bellonas fchool befitter, door gifte de» 

En proeft fen krachten,aen de Pruys en trotfe Pool. iSJofSilcwSS 

Alwaer hy fich bevind vol-leert om Mavors ftander nabuco , tot den tijd der 

Tefwayen [als voor heen den grooten Alexander verovsrmghe. 

¥ ti rT 1 •• 1 1 1 1 r 1 j t t ƒ A^iseendrooch- 

InPerilsJ in het % njck, dat noch delchaduw draeght te ofte rif dat van 't vaft» 

Van 't lawer,dat wel eer van Caefars wierd gefchraeght. land afloopt , dat alhier 

Dus treed hy fcheep.en land met goede fpoed fen heyren %£5£g J3 

Ten oever,om de ^dwangh des Adelaers te weyren op eenige buyten-werc- 

Van 't overheerde volck, den ouden l gryfaerd lacht, \™ , ?8 hen » tot ver fterc- 

_, r , . t_ • ' j-ij ■_ kin g h van de voornoem*' 

En leght wat komen hier van uy t de m middernacht de ftad. 

Voor (poocken op de kuftjdit wemelend gedommel g Mart Bakicum, an« 

Vervlieght wel voorde weerklanck van mijn oorloghs jj de bdd indeooft - 

trommel, h GHslaefAdolf y dti 

Maer c t mift hem,want veel eer hy met fijn trommel weeck ^ ed f n > Gottl ;en ende- 
re r r ,/-| 1 , , C J iir 1 Wenden koninck. 

Dan'tSweedich gelawerdheyr vooriijn gerucht belweeck. t Te weten, Duytfch* 

Dusdinght Guftavus om den Adelaer fijn jonghen land. 

Te ontwennen » van den deun die de oude eertijds fongen: 'Jff FeSnf t 

tweede. 
/ Md»Trtr^f,GravevanTilly, GeneraelVeld-overftedesKeyfêrs&c. m Anders uytderi 

noorden. n Den Adelaer van naturen een roo£voghel zijnde , verftreckt het wapen , ofte levery voor de 
Caefars , die ghelijck den Adelaer een ontfegh aller voghelen is , fy haerlêlven daer mede af beelden gen ontiagh 
aller vorftcn te zijn,die vaft alles na haer trecken, watfe met den deghen verdedighen konnen. 

Cc z Al heeft 



io4 DER ZE E-VA E RT LOF, 

m , - _. . Al heeft Auguftus eerft den Adelaer ghemeft : 

«Te weten, httTnUm- ~ n i „u i_r. • r- a 

Wr«; oftedrymanfchap Guftavuskomt hem nu beletten in fijn neit. 

binnen Romen van otia- Auguftus om het dier met eygen macht te kroppen : 

***, ^tmmm en u r V erforrighd' het een roof van dry ghekroonde « koppen. 

i Het wapen, ofte ba- Guftavus blixemd [omnu c t Adelaer ghefagh 
bier van Sweden zijn dry Xe (hoeven! met fijn dry b ghekroonde oorloghs vlagh. 

kroonen. n % r 1 i 

c Dit waren de zeghe- Auguftus deed voor heen de Duytfche volcken beven 
palen die Germannicus Wanneerme t'fijner eer c Tropheênfagh verheven 

rtrsTnTg'Z; T V 7 aQ ftapelwapenen : dat uy t (hun vrydoms krack 

over de zeghe by hem Van tuiichenElbe enRhijn in Roomfche lett'ren) iprack. 

ghewonnen van den Guftavus wederom van over Baltifch kokken 

T Omtrent ^f feifde Met Gotfche, Finfche en met rechte Duytfche volcken, 
plaetsaen den oever der Op [fijn Troph£een]rechtjvanwapens,beuckelaers: 
f t ^ZetZy/l7 W ft °P dc felfd e d plaets tot fchrick des Adelaers. 

eertijds overwonne wor- i * r . 1 

den van de Romeynen, So gaet het wanckel-rad meer mernchehjek dan wonden 
hebben de Duytfchen Het onderft dat komt op,het bovenft' dat valt onder,- 

onder Gnfiavo nu het TT i -. 1111 * 1 1 r 

heyr-legher des Room- e "j c * oor wiens raed en daed den Adelaer io wijt 
fchen Keyfers overwon- Sijn vlercken breyden uyt,die raeckt het leven quijt. 
*}5 n ' . Daeropde/Heldvanzeeghtotzeeghdedapp'relchreden 

?xr™r;JÏ' n e Van Caefar heeft beftaen zeeghbaerlijck na te treden 

eNamehjck,denGraef,_ , , , ,.. É . p . J 1 r n 

van Tilly. Tot dat hy endelijck in Leypiichs i zeghe-reeit 

ƒ Den koninck van Voor vyandsloot verruyld fijn konincklijckegheeft. 
' l Den tweeden Veld- JN Holland onder dies^ beflaetmenvaftdefchepen. 
%h by Leypfigh , daer 'Borgongien heefcfen wit te water mee begrepen. 

uythet veld gheflaghen Den leewftaet op de wacht en let waer f t gelden lal. 
worde,doeh met de doot p r ins ^.Frederijck treckt op; met c troofgevoede Vlaend'ren 
vreughdb treuren Ver- Werd van deneerften how beftooven met delpaend'ren, 
keerd. Die c s Princen / Neef verruckt uy t de eerfte Legher-plaets 

hm beOaen is een q dat h ft t afde f c h oon shemerektekaets. 

manier van ipreken m / / . ■» t . D # 

Holland, endein'tkort Maer neen c t en was dat met,den rnncequamt ontbreken 
foo veel ghefeyd als van D en voorraed voor fijn Heyr dit heeft hem op doe breken. 
cnïlghepreftlm^tiand ^ es met te min^Graeflanverfpaed hier door fijn werek. 
dienft te doen.doch voor En werd daer door verlet van c t eerfte ooghemerek. 
een redeiijck bon. Dcn Veldheer wacker paft fijn Leger af te fchepen, 

ïTeweten,deopperlte t r ^ r ?•• v 1 1 

hoofden des oodoghs, tn heeft tot ^Drunen weer lijn Leger-plaets begrepen. 
dienend het huys van Hy houd een wakend' oogh al leyd het Leger ftil, 
^^fakk&mck* En let ernfthaftigh waer den Vyand henen wil. 

Trince van Orangien. 

nincks van Hifpanien. Help geit en wiilelbner,help Vlaenderlandlche kuiten, 

mDrwun een dorp Help fchrandere Matroos,Lapfalvers,TimmerIien 

tüflTchenHeufdenenBre- r r 

da,daer doemaels den Prins fijn legher neer-floegh. n JfgpelU CUra Evgenia , Hertoginne van Brabant.' 

€ t Licht 



VYFDE BOECK, ïo S 

't Licht driftighe gevaerd met fineer en teer verfieti; 

Help - Lemnos en Vulcaen.help ftout gebeckte 'Papen, my * t Jg^^ 

Help oude Syracuf' de Geufèn ons betrapen beteeckend. 

Metniewevonden^elpöheyl'ghenOmmegangh J£SK££ 

Door u mirakulen en al u Choor ghefangh. fcheyden inftmmentëge- 

't Helpt al wat helpen kanode Ponten en Chaloupen vonden,om wonderüjcke 

Die worden los ghemaeckt, verfelfchapt met de tr oupen w ^betc hn^BvS! Te 

Des Graven vanNaflbu,den Prince Barban^on konfte Arckmedls Syra- 

En and're Donnen meer, recht fo de avond-fbn "^Ttfmera f 

Haer dagh-reys had volbracht na veel ghewij de fegen dagheraet. 

En Cruysflagh achterna,zijn c s op de vaert gheteghen. /* Anders oorloghs- 

Den nacht die fchuyltfèwech,tot dat de ochtent'maeght wachdaehen. 3er ° P e 

In 't purper gout Tappij t haer Bruydegom belaeght > e By de Nimphen ver- 

<s Lands d Meyreminnen op het Sonnefweeps geklater ^et revieren , te : weten, 

^ i t i r , x7- t ï- i i r l de Hontende Scheld. 

On twaken,door c t gedruys van c t Nimphelijck ghelchater: ƒ s*f tingen , is een dorp 
Van beyde Hon t en Scheldeen fiende op den fchoot b y den Pol ^r van Na- 

Der . Nimphen krielen dees ghekruyfte vyands vloot, ^%*%"££. 
Die op haer braekten los hun (wangere Kartowen maeckt diep ofte vaere 

Voor c t diep tot f Saftinghen,dies datelijck ontfowen * an de Perd^ Schans af 

c t Lands fchepen(door den laft des Princen) c t zeyl voor het Sa^ngh» dwp^niet 

wind laghen mede Staten oor- 

En volghen achter aen dit fnorekende gefind, ^t$^&£k 

D at t rotfigh fnoeft en fchroeft,braverende de Veften ian van Naflöu. 
Bewaekt van c t Leewen Heyr,ontwindende ten leften h , Den Pïime van 

Borgongiens hackeld kruys;fpijt Berghen op den Zoom, NajjoT&c. *' 
i NafTou terght hier h Naflbu op i NalTous eyghen ftroom. * Den ftroom neffèns 
NafWn^Mollegat diekaetfèn uyt haer Wallen hctFortNaflbu^chtby 

cc ö tti 1 ij r> i ti de itad Berge op Zoom. 

En weyren Nallous Vloot met lood en yl re ballen^ t Msikgat&n fchans 

In c t / Vo/maer is ( t te heet dit maeckt den vyant vlugh, dicht b y <k fchans Ntf. 
Die c tweftwaertwend' 3 en keert naBerghentoedenrugh'. "/ * t nf[tmm jisèen 
Tertolenrwoeght van anghft,aenfiendefbo veel kielen kille loopende van de 
Ghemoedightlanghsdie kuft op 'tfwalpend' Schelde wie- ^J^^^T 

len. Polders van Steenber- 

PrinsFrederijck diefiet M< s vyands bravade aen, gen , tot in 'tvokkerack. 

En fpreeckt dies by fich felfs,het is een ftout beftaen. ^ZZ'17^% 

Dees mannen zijn te ftout^maer fiende datly 'twaghen Zoom. 
Langs ■ Roemerfwael,feght hy,dees mannen zijn gefla gen. » ^^«/,eenbe- 

- ö . n ö n i i rp. i i J r & dl J ckt hoeckjen lands aen 

Met gaet i£ool te ruit, teritond den Triton blaelt : de oofter-fcheld teghen 

De Goden van f t ghetijd' vergaren met der haeft,- overhand van Temden. 

De Vloot moet over (tuur of <ttow moet deur de Kluyfen, i e g g t^t haeTd^ltfoot 

En ( t Ancker van de Boegh moet na het diep verhuyfen: over ftuur, ende worden 

Spijt al het Wapen-tuygh en Papen guytery, * "Üc tS 

De water-goden ltaen haer water Geulen by. uyt. 

Cc 3 Nuis't 



lotf DER ZEE-VAERT LOF, 

VT V is f t des PrinCcn beurt, Alcy des op fijn luymen 

Verwacht de Hydra vaft,hy grijptfe met lij n duymen 
En duwtfe datfe quabt, al fpuwtfe dat hy nieft, 
Hy vatfe wis,fo datf haer lefte dootfhick bieft. 
'tWasPrinflijck van den Prins voor 't * Princen land te 

m 'tPrincen-land, is _ *? f?.'. , r r- v , , a , 

een nieu bedijekt land, t was heldigh voor den loon Iijns v aders Mtad te vrijen, 
^fchen Willem-ftad en Daer van dat Welhem eerft de veften heeft gheheyt, 
was haer meenmgh'te Daer voor dat Fred'rijck waeckt om 's vyands flimbeleyt 
landen , om een Fort op Te weyren van haer af,op dat fijn bloed'ghe handen 

tC TmtUm-itaJ e rti'd ^* et ruc ^ en van ons Z Y het bolwerck defèr landen. 
by des Princen vader tot Derhalven hy nietilof ('t ontbrack hem aen geen macht) 
een ftad gheftichr. < t Al-om bequaem ghevaetd met krijgers heeft bevracht» 

Galleyenboeven-dwangh, Wtleggers en Fregatten 
Het komt van alle kant Borgongien aen te vatten. 
Den opper-veldheer(dien f t oproerifche ghedrocht 

c Siet hier van oppag. Tot Theodofij heyl' met ftorm en wind bevocht) 
ii 8. Stiert met een voor de wind te vyandwaertonsfehepen, 

d Want daer quam £ n blind des vyands oogh met ^nevelachteftrepen. 

eendickemiftop. _ , J iinin r 

De vlaggen wayen uyt ; men blaeit de allarm trompet, 
De fcheldfe vloot bevind haer over-albefet, 
Dies brandfe rond-om losjde Hydra met haer draecken, 
En met kartouwen-helft vyer,vlam en yfer braecken. 
Schoon dat dien hei-hond met granaet en vyerwerekbaft, 
Den leew,op waterflangh,op draeck,noch helhondt paft; 
Hy weet hem met een fwingh in 's vyands heyr te fêtten, 
En brand daer onder met fij n fwangere mofquetten. 
De vloote werd ver ftroyd,de tromlengaen allarm, 
De een vlieght overhoort, en de ander roept och arm 
e Sint Ameland , een & hier Sint e Anneland ? elck fchreewd als ander droever, 

dorp op het eyiandTer- Sint Anna berright ons aen uwen heyPghen oever. 

it^T het flaeck : Den Grave van Naffau,verfelt met Barbancon, 

alwaer mede eengroot * . . * » , 

deel van de vloote ver- Die hende dat Sint An haer niet belchermen kon , 
dronck. Ontroeyen met de (chuyt den blixem van Orangien: 

Diens ftralen erffelijckghebeten zijn opSpangien. 
In f t kort de zeegh was ons,daer leyd op eenen ftoot 
Dees al van over langh gerufte Conincks vloot. 
De krijgers die de vloên en ( t yfer zijn ontkomen, 
Zijn neffens al den treyn gevangen en genomen. 
c t Gefchut en wapen-tuygh en oorelogs banquet, 
Moet nu belchermen die op die het was gewet. 
't Vlack-driftige gevaerd, geruft voor c s vyands heyren^ 
Sal dienen nu voortaen om iïdek ghedrocht te weyren; 

<tZyhoe 



VYFDE BOECK. «o? 

r tZy hoe Heer Dulcké Grolt,of hoe de "Keurling (chroeft, * Keuriinghm, waren 
Het is deWal'ghe beft ghefweghen dan ghefnoeft. ^StelfdSp 

ghe"v*eer ghefet waren, 

Hier c s noch een blad dat voeght,o batavierfche helden! om m tijd van nood hare 
__ ^, riiii ti landen voor overval c J er 

V zeevaerts eere-krans jicnoon dat het door geweiden V yanden teverdedighen; 
Der ftorrem-winden,ten verderve werd gheveld; "yt foodanighe Keurim- 

Sen luyfter nochtans uyt uw' held.gh eere fpeld. ^S^ *T^J 

Na dien dat uwen Mars het wapen-tuygh te water fchen noemt, wordender 

Na 't weften dreer>ntftack de dapperheyt van f Pater nuin vl * enderen g cvon 
Het heldigh hart aen brand^wat raed om defe hit 
Te bluflehen? anders niet [dit was fijn eenigh wit] 
Dan met de d Oquendas trots tefloopen,fich te koelen, 
En doen den Spanjaerd eens de deghen-fhee ghevoelen: 
Die c s lands ghemeene e macht, die aen dien handel reed, 
Stijd-vaerdigh,hadde aen hem, tot fokken end beileed. 
Hier mee fo kruyft hy,op ghena van diept en winden, 
Op hoop fen vyand(dien hy focht) te mogen vinden. 
In 't left de Oquendo komt,fen wit is even c t feff, 
Dus keert me tot malkaer de boegen, en 't ghewelf 
Des Hemels werd vervuld met trommels en trompetten. 
EndatelijckvergrooftmetdeEchoderMofquetten. 
Daerop het grof gefchut met feil e-donders klonck, 
Dat ƒ Valezilla door de foute baren fbnek, 
En blufchten 't vier in hem, dat noch fo dapper branden 
In Pater, tot de nijd in c t left op £ Lemnos tanden 
(Van 't edel moedigh hart) gefchut werd, en de dood 
Degroote gheeft verbargh,en c t lijfin Thetijs fchoot 
Een graf fteed wijden, omgewelleft met defwareken 
Des Hemels, en gemerekt met Scyllas barningh fareken: 
Van de b Abreolhos,daer met peerlemoeder fchrift 
Dien zee-llagh tot gheheugh ftaet eewigh op ghegrift. 
„ Hier moft de Oquendo 't zeyl voor 'tStatë vendel ftrijc- &**. g^ *" van 

" _ _ , i-i .1 -.1 n denAdmirael tsvlarten 

, , En Pater beyde in de eer en inde zege wijcken. [ken, 7%m». 

Diens overgr oote gheeft van 't moedighe beftaen g Lemnos, verftaet het 

In 't zeevaerts lof,ghelijck de zeeghe heeren gaen, |*J£ Xn b*™ghe! 

Ter eerenwaert, vercierd met drymael minder machten : fchooten en verbrande 

Dan daer Oquendo fijn Galioenen mee bevrachten. tot /^ y ÜS« k "" 

En lijckwel kroont de zeegh-goddinne [fpijt de doot] gne eylandekens , met 

Met Galioenen ' winft , de dapper' helden vloot : eem'ghe bfiade mdfen, 

Tot eere van ons land,op dat de volghende eewen jg > l j£jg e v e a n n gj 

zee ftreckende, pp de 
hooghte vanden i7graed zuyder-pools veiheffinghe. i Den Admirael Manen Thijjlen , den Spaen- 

fchen Admirael inden grond ghefchoten hebbende , veroverd noch een Spaenfch Galioen ,ende bleef al(oo 
de vi&orie (alhoewel den Generael felve bleef) aen de vloot van Pater. 

Herfingende 



den , die alles watie ghe- 
vanghe.n krijgen van hare 
Vyanden fonder gbenade 
dootflaen; fy dienen (on- 
der foldve maer va yeder 
hooft,of rechte hand die- 
fe van hare vyanden aen 
haer Overigheyt bren- 
ghen, word haer een ver- 
eeringh ghegeven ; defer 
Keurlinghen waren der 
menigte, in defcheldfche 
vloot, ende worde meelt 
alle ghevanghen. 

b Nihdagere ,femper 
infelici esl optimum. 

C ns4drïaen Tater] 
Admirael Generael van 
een vloote van 1 6 zeylen , 
(b fchepen als jaghten. 

d Don Antonio de 
Oquendo , Generaliflïmo 
der Spaenlche vloote be- 
ftaende in 17 Galioenen 
en eenige andere Koop- 
vaerders. 

e Te weten , de Wefl> 
Indifche Compagnie. 

ƒ 'Don Francifco de 
V'ale\ilU , Admirael der 
Spaenichen , werd inden 



*oS DER ZEE-VAERT LOF, 

(Herfinghênde derzeevaertslof,der fiere leeweft") 
Ghedenckcn aen den ftaetidie Holland nu beleeft : 
Daer y der held om de eer het lijf ten beften gheeft, 

XJ Ier landmijn Mufaaen,om c t harte te verpoofèn, 

En laet tot zee-vaerts-lof de (chrandere matroolèn, 
Als krijghers van Neptuyn,inThetys oorlogs-veld 
Den grammen Oceaente dwinghen fchrap gheftelt ; 
* Hier werd Hechts fo * Gaet mijn gedichté,gaet ghy Hollandfche Meerminnen, 
en korte verhaiinge ge- En fpowt de baren met uw uytgheftreckte vinnen» 

£ e boecks C ? wtTof der En moedi g bt door uwfanghditruwgefelfchapaen, 
zeevaert. Op datfe hipplend'op't ghefwalp ten reye gaen. 

Herfinght mijn rou ghedicht, verciert het met u ftemmen, 
Ghy (uit verheughder dies uw waterlocken kemmen, 
Ghy fultin de opper-fael van 't glafighe paleys 
Des zee-gods, fienghekroonduwheugelijckereys. 
Ghy fult de helden fienhaer alletijdsbeweghen, 
Die oy t door zeevaerts lof een grooten naem verkreghen, 
Ghy fult de landen fien>en fteden (die voor-heen 
Oyt hadden zee-vaerts roem) nu Worden aenghebcen. 
Ghy fult het aerdfch-gheval ; op wanckelighe raderen, 
Nu fien aen de een e ftad>en dan aen de ander naderen* 
Ghy (uit den Atlas met al dat om de affenfhelt, 
Al ooghen-blieken door* verand'ringh fien ghequelt. 
Ghy fult dit gantfche werck,fb ( t aen malkandere vaft is, 1 
4 Nihil eji toto quod Beweghen fien,daer ( t oyt van c tb Fatum toegepaft is. 
perjiet m o T be Oock fultghe f s werelds loop fien,als de fon en maen 

Cunfta fluimt , ommfaue . & r > 

vagans formtmr im^go verand ren,de een lal op,en de ander onder gaen. 
ipfa quoqtic afsiduo U- T) Eftandigh c iffer nietSjd e fprakeloofe grotten 
^l'jrr;:: En graven onder aerdfch>,daer de oude beende» «* 

que cnim confijiere flu- ten, 

Ncc Zhora p^fid Der groote C*fars, vraeght en eyfcht haer na de pracht 

ut mcUimpeikw mU Die haer met groote Heep van rou wierd toegebracht. 

Vrgetmquc prior vemen- Vraeghd [fegg ick] na wat ftofs der o verwereld reyfers, 

rJ^^ufiZl&c. of na een eeni S h lid der lan S h verleghe Keyfers; 
OvidMetamor. ub. 1 y. Het fchijnt van buyten yet: maer foge't wel befiet, 
*F*t*», dit .* e e n Hieriffetdaerhetwas,maernuenis'tderniet. 

Latijnlch woort, daer by , , ■ ''•'« ï^i r >i /- i 

dac God ofte de voor- En duncktu datje dan de plaetien wilt gaen loecken 
verordeninge Gods, ver- Van de eertijds wereld pracht,daer van datdeoudebóec- 

ftaenword. i 

c Omttium rerum vicif- ^ c " 

fitudo eft. Ghetuygen zijn,ghy fok gheraken in den hof 

dendefd e óoiin°he rdepa " Die uverleydenfal door c t^Labyrijnfche ftof 

In fteedfche vanghenis van c t ey ndeloos begeeren: 

En even- 



20p 



VYFDE BOECK. 

En evenwel het wit van uwen wenfch ontbeeren. 
Vereyfchtgena de zael van Iulius Caefars huys? 
Of fbecktge 't cieraet van Amiclas biefèn kluys? 
Deeffcheelden eertijds veel,nu zijnfe de een als de ander; 
Den tijd verfchoont niet min dengrooten Alexander, 
Dan fijnen fabel dee de Afiaetfche macht. 
Dus wert het alles door den tijd te niet ghebracht. 
Den a tijd die iffet die de landen ende rijcken 
Verwifleld en verkeerd ;wie dan wil aerflingh kijcken 
Op 't gheen dat niet en is, die fiet in 't fpieghel aen 
Dat mórghen moet als nu ? en nu als gifteren gaen. 
Den tijd die menfchen flijt,herftelder vande zeden, 
Opbouwer,flooper en verderver land enfteden, 
Die ftommeld alles wech,al vraeghtge maer ten deel 
Van dit of dat,dat was,ghy vind al even veel. 
De eewen hebben oyt tot 's werelds roem ghefchreven 
Van feven wonderenjwaer zijnfe nu ghebleven? 
Waeris 't^MaufoleumPwaer den c Tempel van Diaen? 
Waer den d Coloffus die in Rhodus plach te ftaen . ? 
Waer is nu e Baby lon?waer zijnfe, die oyt laghen 
Het grooteNinive? waer Tyrus? waer Carthaghen ? 
Waeris de heyPge/ftad? waer.? Memphis? waer de roem, 
Van h Delta groot en kleyn? waer 's * Ilium de bloem 
Der Phrijghen?waer is nu Athenen ende Sparten ? 
Waer iEcbatana,die oytgantfch Europen tarten? 
Waer l Chio? waer is nu ghy m Smyrne al u macht? 

Dr a r^ r Li j i J l i L L. koninck Xerxes f die met 

aer ghy ,o Duytfchland ! doen by waert als niet gheacht. fijn f che eps-armade , alle 

Waer fal ick de oude roem van Romen weer ghevoelen? de vorften van Europen 
Of Conftantini ftad.ghy C*farlijcke ftoelen, hSel^^" ) ^ 

V bouvalligh gheftecnt vertoont noch yet wat groots; / ^/ 0j een vermaerde 

Maer 't ander dat is wind nawfchaduwuwesdoodts. koopftad inde Grieck- 

Wat waert ghy Holland doe > doen «tkonincklijcke» Sta- "V^^^a. 

veren, tighe koopftad in Nato- 

Doen°Wifmar zeevaerts recht deên door Europen dave- lienoft f kIe y nAfi f' hier 

_... i , . i i r ir vorenalaenghewe'en. 

Wat waert ghy doen op zee? ick acht omtrent lo veel [ren. „ Stavoren , in Vrief- 

Als dees by Amfterdam,dats immers groot vericheel, knd. 

Waer 's oock defBrughfche roem > ick ga voorby het/^"^ 

fchelden ■ ' fulckcn handel ter zee, 

Der (chippers die een q Hand-worp van den oever velden , da V n dien n J d ha€rs gc " 

T , il i •• i i .11 i hjcken in zeevaert niet 

Haerzeylen,doende nijd de neennghhaer benam, en was j hier zijn de eer- 

En brochtfe vredigh hier by dy , ö Amfterdam! ftc zee-rechten befchrc* 

Dy, fegh ick,die fo groot ter zeevaert zij t ghewaffen, ™ M£p in v]aenderen é 
Dat dijns ghelijcken nuniet drayt om'shemels affen : ^ Verftaethierby Anu 

D d Dieriict wr P cw ? ir ? Braband » 



a Tempte edax reruml 

b tJfyC aufoleum , was 
het graf Maufoli desko- 
ninghs van Carien , een 
vande feven wonderen. 

c Den Tempel van 
Diana tot Ephefen, mede 
een werelds wonder. 

d filofltts , een groot 
metalen beeld op 'tey- 
land Rhodus. 

e De muyren van Ba- 
bilon, door de koningin- 
ne Semiramis ghebowet, 
onder de feven wonderen 
des werelds mede ghere- 
kend. 

f T)e beyl'ghe ftad, 
verftaetlerufalem. 

g Memphis , is een 
groote ftad in Egypten 
gheweeft ,door de groo- 
te oorloghe verwoeft, 
doch houden 't veele 
daer voor dat nu Alcairo 
is. 

h Delta , te weten, 
Groot Delta , was be- 
roemt om de Pyramijden 
die daer op ftonden , en 
onder de fèven wonde- 
ren des werelds ghere* 
kend waren. 
i Ilium verftaet Troyen. 

k^Ecbatana y fe hooft- 
fiad in Meden , daer den 



2.co DER ZEE-VAERT LOF. 

De niet in zee-vaerts lof,door 't onghebaende pat, 
Dy de opper plaetfe laetj ö wereld van een flad ! 
Daer aller eewen roem,van fteden,etide rij eken, 
In defen dijnen ftaet de vlagge voor moet ftrijeken. 

T) les, bidd' ick dy,voor c t left , gedenck om c t licht ge val. 
Wat zijt ghy doch gheweeft? wat waren de anderen al ? 
Sy zijn nu dat ghy waert,nu zijt ghy dat iy waren, 
En meerder noch daer toe,dat wenfch ick langhe jaren 
Magh duuren,dat ghy hebt der zee-vaerts hooghfte roem: 
Magh duuren dats ghy bent der ft eden luyfter-bloem. 

~) It bidd' ick groote God, werek-meefter vander aerden* 
Met alles wat daer in en op ter teelingh paerden, 
Beheerfcher vande zee, ghebieder vande wind, 
Diewonderlijckbefchermt het varende gheiind. 
Ay laet tot dijner eer den feghen dijn er handen, 
Met zee-vaertsvollenoeghft bedawendefe landen- 
Dijn feghenrijeke hand ontreck ons nimmermeer : 
Op dat wy van te hoogh niet plotflijck vallen neer. 
Gheef yeder te verftaen,leer yeder, een bekennen, 
* Den Leviathan, dat Dat dijne handen fterck,den a Leviathan mennen, 
o^t^ ch * als het D « ghy ter reede ftiert den ri jeken overvloed. 

grootfte aller dieren. _ ,» J . AtT , f1 ;) \* 

En dat van dy, o Heer,het alles komen moet. 
Gheeft dat mijn zee-vaert magh tot dijner éere ftrecken. 
En dat dijn zeghen fteetsmijnover-zee/ch vertrecken 
Met vollen-oeghfl: begroet;gheefdatmy 'tonderioeck 
Van 't gheen me daghelijcks fpeurt in c s werels leke-boeck 
Verftreck tot c t levens baeck : en wilt mijntonghbedwin- 
Datick mijn zeevaerts-lof tot dijner eer magh finghen. 

ghen, 
Gheef waer de fhelle tijd my dijne wond'ren wijft, 
Dat daer mijn flecht ghedicht,mijn pen dijn wereken prijnï 

Endedesyijfden'Boecks; 



DER 



DER 

ZEE-VAERT 
Sefte Boeck. 



itt 



LOF. 





Iarent fo^e (on vatrock 
Wt het tweelingh-kinder hoek, 
(Om na de oude wijfeiifangh 
Weer te gaen der kreeften gangh) 
Heeftfe my na de oud' ghewoont, 
Met haer na deftrandghetroont. 
Na de ftrand die Holland fcheyd, 
Daer teghen over Texel ley d, 
Na c tfand-duynigh helder ftrand, 
Daer fo menigh zee-man land, 
Daer fo menigh vremdelingh 
Metfoo veel verwonderingh 
Daghelijcks in Holland treed, 
Daermen fo veel weli'komft heet 
Daermen van der kielen boort 
Soo veel vremde tijdingh hoort* 

Dd i Daer 



h 



* Tot dit ftarretjen toe, 
zijn de voorgaende verf- 
jens op de manier derLa- 
tijniche vaeriïèn ghe- 
maeckt, diemé Trochaei* 
ei noemt j de volghende 
voorts van 't ftarretjen 
tot den ende toe , zijn na 
de Iambifche manier. 



in DER ZEE-VAERT LOF, 

Daer fo menigh moeders kind 
Wacht op dienftigh weer en wind, 
Daer fo menigh dapper quant 
Raeckt met voeten 't lefte land, 
Daer men fo veel droef heytsteeld, 
Als m'elck-ander Godt beveelt, 
Daer 't fo vaeck aen 't fchreyen gaet 
Wen f ter op een fcheyen gaet, 
Daer men fo veel kulTens fiet 
Alsmenreyfèrs lucken bied, 
Daer me elckaer bedroeft te moe 
Seyt adieu tot weerfienstoe. 
Daer fo hebb' ick mee verbeyd 
Na des winds ghedienftigheydj 
Die ter voorghenomen reys 
Endelijck voldeed' mijn eyfoh. 

C O ick 's ochtens lagh en fliep 

Komt de Loots van 't niewe diep, 
Mannen (roept hy) op na zee, 
'k Sie de fchepen op de ree, 
De anckers winden, 't is noch vloed, 
Mannen op de wind is goed. 
Yederwerd terftont gheweckt, 
De eene geewt en de ander reckt, 
De eene ruft fich om te kleên, 
De ander haeft fich na beneên, 
Defè voort na ftrand toe vliet 
Na de komft der fchepen fiet. 
Loots die moet hem op den draf 
Die feyt kijn fe keumen af, 
Maeckje ree en haeftje voort,* 
* Goe wint, goet tyë we feit na boort. 
Men doet een fchey-dronck en men telt 
Voor koft en dranck de Waerd fen geit, 
Van daer me dat'lijckna de ftrand 
De pincken en galiotten mant, 
Wie dan fen lief te fehchap heeft 
Die trooftfe voor het laeft beleeft; 
Het krijten gaeter fel in fwangh, 
Me kufter vaeck een bracke wangh 
Van tranennet een droeve lip, 
Hetfcheyden is een harde klip. 



Dan 



SESTE BOECK. irj 

Dan maecktden Lootfhian vaeckghetier 
Wech met dit liffe lafFen hier, 
't Is tijd het Ty vergaet te loor, 
En fet met een fen rugh tefchoor, 
Hanghop,entorft jou inde boot 
Daer mee fb haeltmenaendefchoot, 
En af-fteeckt vande fchreyer hoeck,- 
Men fiet fbmwijl een wittedoeck 
Staen weyflen opeenduyntjen, och 
(So veel gelèyd) ick fieje noch. 

A Enboort gheraecktmen onder dies> 

Daer ruycktet in het eerft wat vies 
Voor die de zee onlydigh haet 
Om datfe teghen c t (chip aenflaet. 
Die werd daer van fwaerhoofdigh mee 
Of fpuwt van quaethey t inde zee. 
De Loots terwijl fen mereken fet 
En naderd onder des te met 
De eerft' de tweed 3 en derde ton 
En c t fchip fo buy ten gaets bevon, 
Des neemt de Loots fijn affcheyt dan, 
Daer op matroos met alleman 
Goe reys roept, nu zijn we alghelijck 
Hier binnen fcheeps-boort even rijck, 

C^ E fchipper roept met heerfchappy 

Dray man te roer c t fchip op de ly, 
Hqogh- boot/man maeckt de takels klaer 
En roept het icheep(-volckallegaer> 
Hael op de boot, fa repje voort, 
Een wind-boom twee dry buyten boort, 
Maeck vaft,en hijs nu voor wat bet, 
Dus werd de boot in *t fchip ghefet. 
Hael nu de zeylen vande maft 
De ftuurman fet de koerfle vaft, 
Terwijl hooghbootfman met fen maeÊ 
't Volckdat te roer en wake gaet 
Ordentlijck in quartieren deelt, 
De fchipper elck fijn ampt beveelt, 
Op dat fich elck na waerde quijt 
Daer mee fb wortet fchaffens tijd» 
Dan treckt de jonghen aen de bel, 

Dd 3 Ghelijck 



K4 \ DER ZEE-VAERT LOF» 

Ghelijck als ofmer preken fel; 
Hier elckinfijnghewoone hoeck 
Sich kt met fijn devoti boeck, 
Me finght een loffanck tot Gods eer > 
Den leier ftatigh voor hem neer 
Sen ooghen flaeten overluyd 
Het alghemeen ghebét ipreeckt uyt. 
Terftontkocks jonghen of fen maet 
Gaet eten [roept] ghy Heeren gaet &c. 
Elck voeght fieh na beneden ftrack> 
Men brenght de grut of erret-back. 
Een hachjen mee (o f t vleefch-dagh is, 
Of anders ftock of foute vis. 
Een bootfmans praetjen dan daer by 
Van ouwekoufjesjaerghety, 
Dat gaeter om, men drinckt eens toe, 
En daer mee weer na boven toe. 
De man te roere werd verloft 
Die vint dan by de koek fen koft. 
Terwijl vertelt meelckaereen quack, 
En fuyght met een een pijp toback. 
De jonghen haelt de fwabber t'wijl 
En dwaylt het fpeeckfel op en quijL 
Quartieren pompers,werter dan 
Gheroepen,van den ftuyreman. 
Eerft pompen,dat isdeoudetoy 
En dan voort flapers na de koy. 

'T Q uar ^ ej,s volck paft dan op de Wacht 

Enflaenopwinden zeylen acht. 
Daer vaeck een waterlandiche boer 
Die roept niet hoogher man te roer, 
Of oock niet lagher,fo c t dan raeckt 
Na dat de roer-man gieren maeckt. 
Ghebeurtet datmen dan ghevoelt ? 
€ t Schip hellen? of vvat meerder koelt, 
Set martzeyl roept de fchipperfnel, 
c t Ten zy iaeck dattet hart en fel 
Begint te wayen,dat me op c t left 
Roept,mar£zeyl,mar£zeyl in is beft. 
Hael neer,maeck los de toppen,ras, 
Los Boelijn fchooten en Lybras, 
Ghie voor de fchooten,Kees en Fop 

Zijn 



SESTE BOECK. 

Zijn inde mars die pudfên 't op. 
Met dies de man te roereklopt 
How pompers ! 't lefte glas dat lopt | 
Het pompen gaet voor 't flapen wis 
Daer mee 't quartier verftreken is. 
En voort fo roeptmen dan t Quaert, maert > 
(jodgheefons al bebouwen vaert, 
Op de je Daert, en alle vaert, 
Hetjonghïïe varen (jod bewaert. 

Het lied dat endight niet fo dra , 

Of de ander' komen voor en na, 

In py en bollickvanghers doft, 

Met werd de man te roer verloft. 

't Quartier dat werd van wacht verruylt, 

De flaepin andere koyenfchuylt. 

En ondertuflehen fcherpt de wind, 

Die langhs hoe heftigher begint ; 

't Voormarf zeyl dat leyd op de rand, 

Maer 't werd nu inde mars ghemant. 

Daer nakomt vaeck een reghen-vlaegh, 

Dan komt de zee-kap wel teilaegh ,• 

Wiemetfèn voeten droogh wil gaen 

Die treek dan vry fèn leerfen aen. 

Danroepter eenbeneên 't verdeck 

Iongh' brengh een keers hier ifïèt leek, 

En feght het aen de timmer-man 

Die teeckent dan met krijt daer an 

En mettet eerfte moye weer 

Hy c t drijft en wrijft, met piek en teer. 

T\ E ftuyrman werd terwijl ontwaer 

't Paert Pegafas,of Adelaer, 
Of kooren-aer,of leewen hart, 
Ofeenigh ander zuyd-gheftard. 
Daer fit hy dan in ruft of 't wand 
En fpriet-oogh na den * Fomohanr, 
Of na een ftarre,daer hy dan 
!n 't boeck heeft declinatie van? 
Op dat hy 't dan te beter vat : 
So roept hy vaeck hout (draghend J )wat, 
Of is 'tin ly? hack aen de wind, 
Opdat de ftuyrman hooghtevind. 

Tcrftond 



n s 



+ Fomahantjseen 
lichte fterre, ftaende 
in den mond van de 
zuyder-vifch,veel by 
de zeevarende , die 
om de zuyd willen, 
in c t ghebruyck, 



2l6 



*.Hct is een manier 
van fpreken by de ma- 
troofèn binnen fcheeps- 
boort, datfe in plaets van 
de marËzeyls fchooten, 
om der korthcyt wille, 
raars-fchooten fegghen. 



DER ZEE-VAERT LOF, 

Terftont fo finghtmen weerom quaert, 
T'wijl paft den iluyrman in fèn kaert, 
Waer heen 'tmetdefegangh belend : 
En of 't niet beter diend'ghewend. 
Met komt de fchipper voor den dagh : 
En vraeght de ftuyrman [die ghewagh 
Maeckt,vande treckingh van 't kompas] 
Hoe veel die ooft of weftlijck was. 
Die c t inden opganck heeft ghepaft, 
En maecktet door bewijsreen vaft, 
Dat hierfchaers anderhalven ftreeck 
De lely na 't noord-ooften weeck, 
Daer toe/o wraecktet ruym fo veel 
Dat maeckt dry ftreken in c t verfcheel, 
Berekent daer uytblijcktghewis 
Dat de ander boegh de befte is. 
Tot wenden ftemtmen voor 't befluyt 
Dan roeptme Ree,Ree,overluyt, 
Goe-ree,antwoorden de ander bly. 
L egh man te roer dan 't roer in ly. 
De fock werd aen de wind ghebraft: 
Maer 't wil niet wenden, des belaft 
Me c t voor de wind te wenden om. 
Beyd' dat waer feker al te dom, 
Antwoord de ftuyrman,want de koelt 
Men langher mack en handiaem voelt, 
't Is beft groot marPzeyl by ghemaeckt,* 
Met dies een man na boven raeckt, 
Die 't los maeckt, en te mars uy t ftoot, 
Hael aen dan loef en ly * marüchoot, 
Ga by hijs marf-zeyl allegaer 
En maeckt de fmijt en fchooten klaer ; 
Het fchiet nu vry wat beter voort, 
Dies duwt het roer in ly aenboort; 
Daerna (b raecket over-ftaegh, 
Laet legghen fock,hael after flaegh, 
Los bras,hael groote fchoot eerft aen, 
Gheef-op groot hals,laet boelijn gaen, 
Moetwat,ha|s toe met alleman, 
Stow deur b4faen,hael braflen an, 
Hael of de fock,en fêtfe kant, 
Veft boelijns,en fchiet op het wand. 



Met 



SESTE BOECK. %i7 

JyT Et gaet de man te roer fèn gangh, 

De flapers gaen te koy ,fo langh 
Tot dat de jonghen vroekoft kray t; 
De wind hoe langhs hoe fachter wayt, 
De fchipper op de vleughels let, 
c t Voormarf-zeylwerter by ghefet, 
Met ruymt de wind,de fchooten viert 
Claes het de goede wind gheftiert, 
Los boelij ns boven en beneên, 
De wind is backftaegh fo ick meen, 
Hael op fockhals,maeck los de blind', 
De koopman op de goede wind 
Vereert matroos of met arack, 
Of brandewijn, of goed 3 taback, 
Voor dat hy deie tijdingh kreegh. 
Met roept de fchipper how om leegh 
Hals-op quartiers-volckjin bafaen, 
En rijght het groot bonet dan aen. 
Terwijlen zijn de grutten gaer 
De koek die maeckt de vroekoft klaer, 
Sen jonghen voor een kofter ftreckt, 
Die onder des de belle treckt, 
Elck een fich by de wereken fet, 
Men finght,en doet het vroe-ghebet, 
En daer mee aen het fchranflen weer, 
Elck bootsman dan verftreckt een Heef, 
En na de vroekoft y eder gaet, 
Den flaper daer fen koye ftaet, 
De wakers,de eene marlingh windt 
En de ander fchiemans garen fpint; 
Hier eener ftaet en ftervingh vlecht, 
Den timmerman die klutft en flecht. 
Een ander 't ftaende wand bekleet, 
Aldus wert fcheep den tijd befteet. 

JJ' V man te roer op c t ftuyren fiet, 
En maeck (o groote gieren niet; 
D e fonne na ons koers ick gis 
Dat over c t zuyd-zuyd-ooften is, 
De ftuyrman op fen faken paft, 
Die krijgt Quadrant en graedboogh vaft. 
Of Aftrolabe,fo c tvereyfcht, 
Na datmen verr' om 't zuydenreyft. 

E c Daer 



*iS DER ZEE-VAERT L Of, 

Daer fit hy dan op <t luyck en wiekt. 
Of achter by de hut en mickt ; 
Kocks jonghen komtaenloopen fnel, 
Vraeght fchipper of noomfchaffen fel, 
Wech benghel [feght hy] fcgh jou maet, 
Het fchieten voor het fchaffen gaet. 
Dat oock fo haeft niet is ghedaen, 
Of dat'lijck krayd de middaghs haen> 
ïan Haghel gaet aen 't eten, maer 
De ftuy rman (na den tij d van 't j aer) 
€ t Verfcheel des ïbnnen evenaers 
Hy tot fijn hooght [al ifle fchaers] 
Of af,oftoe doet, daer mee vaert 
Hy voort,teftellen inde kaert 
Met paffers punt en ftuckje krijt, 
Befteck op fijn gegifte wijt, 
En fchrijft de hooght van yeder dagh, 
Dan achter in (en Almanach. 
Kayuyts-gaft fetje roepme dan ; 
De jonghen draeght het etenan. 
De gaften hebben c t mael te lijf, 
Diefbecken boven tijd verdrijf, 
Den een klimt op den ander neer, 
Dan fietereen daer ginder veer 
Wat wits,die roept een zeyl , een zeyl> 
Een ander weer,gheluck en heyl, 
Waer ift? voor uy t of van ter zy? 
Inly voor uyt,hy nadert vry, 
Indien het dan de fchipper hoort 
Die komt dan met fen kijeker voort, 
En fpriet-ooghtdat hemd'ooghe traent, 
De lucht is dan te bruyn ghetaent, 
Of 't fchipdat hobbelt al te veel, 
Dan komt de koek en kijekt wat fcheel 
Seyd dat hy voor ons over wil, 
Dat fie 'k (feyd bijl) wel fonder bril, 
Het is een kruyffer of een aer, 
Diegraegh in'tvlieofTeffelwaer* 
Conftapel feyd de fchipper, gaet 
Ontfteeck je lontftock,roep jou maet, 
En hael c t wind-veeringh ftucken uyt. 
Wat weetmen offet waer een guy t ; 
Voorfichtigheyt die kan niet fchaên, 

'th 



SESTE BOE CR 219 

1 t Is haeft weer uy te wegh ghedaen> 

Eea ander van die felveflagh 

Roept mannen 'k fie een Prince vlagh, 

Terftont is c t jonghen repje,vry, 

Ga fet ons Prince vlagh daerby > 

Hy nadert t'wijlnren maeckt ghewach, 

Of c t oock van kennis wefen magh, 

't Woord holla ftaet elck op de lip, 

En datelijck,van waer het fchip? 

Van Amfterdam,daer hoortet t'huys: 

Van waer het jou? van Maefland-fluys; 

So dat vaer wel, van waer de reys ? 

Van Dantzick,waer hebb' jy jou eyfèh? 

Heen na Mofcovien, dat is goet ,* 

ïan Haghel weyfFeld met den hoed, 

T'wijl komt de jonghen met de kroes, 

Die toont me elckaer en roept avous, 

Avous, behouwe reys daer mee, 

Met gaet elck weer fijns weeghs door zee. 

Dus volghtme'tonghebaendefpoor, 

Dan fchiet de dy ningh hart van voor, 

Dat is quaetteecken,onder dies, 

So biet de goede wind verlies. 

Dan roeptme met een luyde kloek 

Set toe groot hals,fchevijl jou fock, 

Metwortet ftildewindlooptfchuyl, 

Daer mee fb vanght denuyl,een uyl. 

Daernafb komter bruynte, knap 

Set toe,fock hals, hael zeylenfchrap, 

Blind in,blindin,bafaen weer by, 

Hael boelij ns uyt,brasaen in ly. 

Daer komt een kaeck met mottigh weer, 

Laet loopen beyd' de marf-zeyls neer, 

Ghy op, met eenenindemars 

Haclin,hetfieteruytfobars 

Als of ter katten fpouwen wou, 

So datmer fchier of growen jfbu. 

^WijldeeUdaghfchaftde bottelier, 

Daernafogaetdekockte vyer. 
Quartiers volck roept defchipper ftraf 
Kom boven haelt bonetten af, 

E e 1 Met 



2 %o DER ZEE-VAERT LOF, 

Met dies een zee voor overfpat, 

Matroos die word fen rockjen nat; 

Duw op je roer wat lichter ga. 

Set beyde groot en focke-ra. 

Wat legher,nu mars-fchooten los. 

Belegh dat fo, fet aen je tros. 

De wind die maeckt verbolghen ty. 

c t Schip leyt ghelijck een krabb op zy. 

Het volck werd uyt de koy gheport. 

c t Ghebet terftont ghefproken wort. 

Daer mee fofet hem yederfchrap $ 

Hou vaft de back en botter nap, 

ly 't fout-lock,fet jou voeten pal. 

Wel kees waer henen,wordj e mal ? 

Hy rolt na ly ghelijck een kloot. 

Claes krijght de grutten inde fchoot. 

€ t Wayt hart goemannen , l k wedd' het 

Dat haeft de fock op fteven raeckt. (maekt 

Terftond men boven overluyd 

Roept,mannen over al her-uyt. 

Fock-in, duw c t roer te loefwaert aen, 

Bafaen eerftin/t fal beter gaen 

Voor wind,op datmen mackelijck, 

De fock met draghten nederftrijck. 

Hael in Co luftigh licht jou roer, 

Een ra-bandtjonghen,voort jou loer. 

Loef man te roer,jou gangh weer ga. 

Laet drijven nu op Gods ghena. 

Met komter een vervloghen zee, 

En fmackt het galioen ontwee: 

Dan is <t gaby,how en belegh, 

Maer al vergheefs, c t galioen is wegfi. 

Een ander die wat veerder gaet 

Gheheelijck over c t fchip heen flaet, 

Wie die niet kan ontloopen rat 

Die fiet als een verfbopen kat. 

Quartieren,roepje,droogh joü doft. 

De plat- voet werd van c t roer verloft, 

En daer mee dan den nacht begint 

Wen uyt de ly een ruymer wind 

Komt barften, lijck een dondervlaegh, 

En fmackt het fchip heel overftaegh. 

Heruyt terftond,dan ifter drock, 

Hael-om 



SESTE BOËCK. tn 

Hael-om groot zeyl,maeckbyjefock, 
't Stampt dan voor eerft te hart in zee: 
Was dat ghedaen'tgrootmarf-zeylmee. 
Dus hijftmen op,dus haeltmen neer, 
Dit is fchier alle daghen weer. 
Hier werd den zeeman toeghewent. 
Die meeft (en tijd op 't water end. 
't Schiet over lieven dapper in, 
Ter noort-kap/t koll,of Keyfèrin ; 
Wie 't henfen dan niet of en koopt 
Werd van de ra in zee ghedoopt. 
Dit gater om en meerder dan 
lek t'fêfFens wel bedencken kan. 
Tot datmen komt ter plaetfen,daer 
Men eerft werd van de ftengh ontwaer 
Entoren,warder, duyn of kerek, 
Een Lootlmans fchuyt of back of merek, 
Van de inkomft ofte havens kuft, 
Van daer men op was uytgheruft. 
Dan fetmen c t ancker vande pleght, 
De boey-reep by der hand gheleght, 
Het towkomt door de kluyfcn uyt, 
Terwijl fo naeckt de Lootïmans fchuyt* 
Soo niet,me neemt de mereken net 
De boot wert over boort ghefèt. 
Men roey t voor uyt en peylt de grond. 
Dus komtme door der haven mond, 
En anckert ter ghewenfehter ree. 
Daer ifi: dan weü'kom uy ter zee. 
Dan loftme c t rondom grof ghefchut. 
De vlagh bromt achter op de hut, 
Den fchipper, koopman ofcomijs, 
Na land vaert,volghens de oude wijs, 
So c t oock matroos eens beuren magh, 
Kom dan landgangher voor den dagh,- 
Hey Kees die toyd hem op (o knap 
En Kees dat is fijnkoopmanfehap, 
Die draeght hy mee na land te koop, 
En Klaes metKaes vermeert de hoop. 
Is 't datter dan wat over fchiet ? 
So fietmen op een kleyntjen niet, 
Matroos die foeckt een moye Trijn 
En defe bier, taback en wijn, 

E e 3 Dus 



au DER ZEE-VAERT LOF, 

Dus werd aen land het geit verlpild, 
De winbaer hand is rijck en mild ; 
Matroos ghelijck een keuningh ftreeft 
Tot datmen weer fen ladingh heeft. 

TTErwijlen doet me elckaer de weet, 

Het oorlogh-fchip dat leyt ghereet, 
En toeft de gantfche vloot voor zee, 
Daermaecktmen Admiraelfchap mee. 
Den Admirael voor de opper-macht 
Vice- Admirael en Schout by nacht. 
Met de ander' (chippers allegaer 
Befchrijven dan denfeyn-brief daer, 
En onder des de wind werd goet, * 
Men kavelt ty,en mette vloed 
Maeck los bafaen, het tow om (pil, 
Met dies Ian Haghel op den dril 
Het ancker voor de kluyfen wint; 
Stoot uyt dan marf-zeyls, en ontbind 
De fock ,en hael de (chooten aen : 
Dus plaghmen zeewaert t' zeyl te gaen. 
Men wacht voor gaets de lefte man, 
Wie aen de grond zeylt helptmer van. 
In c t eerfte vuyrt den Admirael, 
En de and're volghens altemael. 
Verachtertyemantal tejfèerf 
Men (mijt op ly en wacht hem weer, 
En c s avonds loopt den vuyrman, by 
Den alderlaeghften man in ly. 
Wie niet en vollight heeft verbeurt 
De boete,die de Schout bekeurt. 

^ An beurt et veeltijds onverwacht 
In mift of harde ftorm by nacht, 
Dat defe yets aen ftucken zeyld, 
T'wijl ghene 't ander over peyld; 
Schoon datmen alin f t wenden (chiet 
De een wenden de ander hoortet niet. 
Dus dwaelt de vloot, dees ooft,die wed, 
Die dan alleen is doet (ij n beft: 
't Ghebeurt oock datmen veeltijds wel 
Vind de een of de ander mee-ghefel, 
*tZy vrund,of van de vloot,(bmwijl 

Is 't 



5'ESTE BOECK*' *2J 

ïs r t oock een fchelm of roover-kiel, 
Een fneeghe wel bezeylde fluyt 
Stoot bramzeyl,ftagh en lyzeyl uy t, 
De voor loop vry den looper maeckt 
Die anders wel in klem gheraeckt. 

A/f Aer wie wat mee voor c t vragen heeft* 
En 't hart,die liever (lagen gheeft 

Dart buyt,die bied (en fwangher fchut, 

De bloed-vlagh achter op de hut. 

Datfeyd, indienjeniettelaf 

Wat van men eyfcht/o hael c t hier a£ 
En voort fo ruft men om teflaen, 
De ketens vanghtmen om de raen. 
MariTchootenvaft,en water by 
De ftucken/tzeyl dan inde ghy. 
Maeck vaft dan boven c t boevenet* 
Steen-ftucken voort langs (cheeps ghefet. 
Is 't tij ds ghenoegh? fchans-kleeden aen, 
So niet? het moeter Co op ftaen, 
Dan fpringhtmerluftigh inde bocht* 
Het bufkruy t gheeft de koeghels lochtj 
Gheef vuyr Conftapel, neemt hem wis, 
En raeckwat,fiet toe,fchiet niet mis. 
Los Tali,fet 't raempaert wat om. 
Dray in de wiffcher, buygh wat krom, 
Man aen lantarens, koeghels hier, 
Gheef aen kardoefen nomber vyer. 
Met treft beneen c t verdeck een fchoot, 
De IplinterstrefFen meer dan 't loot, 
Voort tuffchen wind en water komt 
Een ander,dat'lijck eensghepomt. 
Terftond heeft bijl een prop ghevat ? 
Vlieght na beneen en flopt het gat, 
Daerna den roover klampt aen boort. 
Waeghhalfen over, repje voort. 
Daer ftaenfê, c t (chip is boven dicht. 
En worden voor en naghelicht. 
Steen-ftucken , (chroot en fteenen braeckt 
Dat boven ophaeft ruymte maeckt. 
Vier-kiften [voor en achter op] 
Die barden uyt haer (wangher 5 rop 

Qud yfer? 



iz 4 DER ZEE-VAERT LOF, 

Oud yfer, fteenen,fpijckers-roeft, 
Dat alles daer omtrent verwoeft. 
Den rover des ontfiet debuyt 
En rept fich voor de weder-ftuyt. 
Wie me aenvalt dats niet evenveel 
Want flaw en hart heeft groot verfcheelj 
So dit Signioor van daegh behaeght 
Dat hy <t fen Donna morghen klaeght. 
Daer meefo heeft de ftorm een end, 
Des yeder na fijn koerfe wend. 
Schevijl matroos je zeylen dra, 
En man te roer jou gangh weer ga. 

) Aerna paffeertme c t doggers fand 
Daer fchiet een dogger uyt fèn wand, 
Die gheeft dan voor een haghjen vleyfch 
De varfche zoo op (chippers eyfch, 
En daer mee zuyd'waert aenghezeylt 
De wind die werd noord-weft ghepeylt, 
Het vlieght door 't water als een pijl 
Veel harder dan men gift,terwijl 
Men c s nachts een land-vyer fiet voor uyt: 
Maer weten niet wat dat beduyt, 
Dies werptmen 't loot dat ftom is, feyd , 
De grond op twalef vadem leyd. 
Dan is f t ree,ree,j e roer in ly ,• 
Her-uyt met alleman, ga by, 
HaeUom de zeylen, fètje pal, 
Op datmen c t wenden van de wal. 
Met des de tomeloofe wind 
Sen krachten t'eenemael ontbind, 
En donderd teghen c tvlacke ftrand, 
En roerdhet ondergrondighfand, 
En bulderd,blixemdjWoedenraeft, 
Dat al de zeylen metter haeft 
[Door dwangh] gheraken inde band, 
En 'tfchip drijft voor de wind na land. 
Help tuy(help dagelijcks)ancker,how, 
c t Een fleept en c t ander breeckthettow; 
Help Godt hier is men f t enden raed, 
De dood elck een voor ooghen ftaet, 
c t Pleght ancker dan (naeft Godt) ghewis 
De laetfie hoop des levens is, 

Dat 



DER ZEE-VAERT LOF. tij 

Dat moet dan endlijck buy ten boort, 
En mids hetkrachtigh flingh'ren, voort 
Met Axenenmet bijlen vail 
Ghekorven groot' en fockemaft,* 
Daer leyt me mafteloos en laf 
En rijd het op fen ancker af. 

~) Aerna des winds verbolghen kracht 

Allenghf kens meer en meer verfaght, 
Het ancker wert ghewonden op. 
Me recht de groote ra in c t top, 
Op de afghehouwen maften ftomp 
Ghetakelt toe,alftatet plomp, 
Het ftreckt maer voor een noot behulp: 
Om uy t dees woefte barningh gulp 
Te foecken beter haven aen. 
Daer op dan weerom t'zeyl ghegaen. 
c t Groot mars-zeyl dat behouwen was 
Komt hier voor 't fèhoverzeyl te pas, 
Voorts fock,veur-mars-zcyl en bafaen, 
Voor wind in c t dry-en vierkant ftaen. 
Het land ghenaeckt me keerd en wend, 
Men werd by kijckers duyn verkend. 
Den loots (terwij l) komt over rat, 
Men fiet de eerfte ton in c t gat 
En fo me by de derde komt 
De vlagghe van c t Campangie bromt. 
De Koopluy en Comyfen ftrack 
Landganghers aen met brief en fack 
Na land toe varen, daermen weer 
Voor c t laeft Adieu fèy t well'kom Heer. 

T) Aer eetm'en drinkt en maekt wat moets, 

De paerden ipan tmen voor de koets, 
Kom voerman eens ghedroncken, dan 
Sit op, 11a voort nu as en man, 
c t En wraeckt niet inde wagheftreep, 
De wind die heeftmen inde fweep, 
De voerman paerd' en waghen ment 
Tot Beverwijck of Purmeren t, 
Van daer te fchuyt te water bly 
Tot over c tfcheep-rijcklwalpend Y, 
Belandmenaen het veen moeras 

Ff Dat 



%i6 DER ZEE-VAERT LOF. 

Dat over al om 's werelds as 
Met fö veel macht van kielen fweeft, 
Daer in de kracht van Holland leeft. 
Dat niet alleen by de Africaen 
Gheroemt wert, maer by de Indiaen 
In de ooft en wefter Indien beyd', 
Daer fo veel zeevaerts turTchen leyd: 
Daer laeft mijn zee-vaert landen quam, 
lek meen ten Amïïelazn den Dam. 

4 

Die wereld, die byfonder heeft 
Dat aller wereld wonder gheeft, 
Die gheener wereld konincks kroon 
Doet dav'ren in haer Burgher throon. 
En feght ghy,dat ick c t maeck te grof? 
c kSegh/tdient tot flot m\]mZeeyaerts lof 



EÏNDE, 



RHYN 







RHVN EN MASË* 1 ' 
Schip-vaertsLof. 

Ymphjesdie met (bete treken, 

Als Godesjes van de beken, 
Van de ftromenen'tghefwier, 
Van fomenigh' fchoon revier , 
Langhsde oevers en de ftranden 
Langhs de weerden en de fanden, 
Huppeld,kappeld,queld en fpringht : 
Hoord eens wat mijn Herman finght; 

Singhen wilickt'uwér eeren, 
Langhs u krinckel kromme keeren^ 
Op dat de Echo van mijn ftem, 
Dubbeld in u ooren klem; 
'k Wil het niet van verre halen; 
Wt de Ganghes gulde falen. 
Noch uyt Indus fchelp ghebeent, 
Of uy t Éuphraets dier ghefteent. 

c k Wil niet van den Nijl ghèwagén, 
Of Pactolus noch van Tage, 
*k Laet de Volga met den Don, 
Strenghlen na de middagh fon, 
'kLaet den dry-ghekroondenTybêf 
Sich vermaken met den Iber, 
*k Laet de Rhofne zuydwaert aen 
En na c t ooft den Donau gaen. 

Blijven wil ick by de ftröomenV 
Die hier uyt den zuyden komen, 
Methaer beytelsfwaerghelaeö, 
Na den noorder Oceaen; 
<k Sie de Faunen over de Alperf, 
Met haer Dryades op 't (walpen^ 
Vande Switferlandfche zeen,» 
Ylen herwaerts na beneén. 

Mayn en Neckar[doch onflofel, 
Van o truer-ipel] fiet deMofel> 

Ff t Gast 



ti% RHYN EN MASE, 

Gaet u voor,ey volght de rey 
In haer blij de klaver-wey. 
Walfche Satyrs ruyghe bafen, 
Hoeders van dedertleMafe, 
Siet de Goden van den Rhijn, 
Willen met u vrolijck zijn. 

Komt hier met u Sammoreufen, 
By de Batavierfche geufên, 
Brenghje kolen,hebje hout ? 
Hier isfilver,hierisgoud. 
Hier is om-flagh, hier is naeringh, 
Hier is ftock-vifch,hier is hseringh, 
Hier is oly,traen en fmout, 
Hier is fpecery en fout. 

Hier is zijd' en wolle-laken, 
Hier is datje ken vermaken, 
Hier is boter, hier is kaes, 
Of is dat gheen Walen aes ? 
c k Weet dit zijn nochtans gher echten 
Die de Lutfènburgher knechten 
In het boven Luycks gheweft 
Wt uw 3 holle buycken meft. 

Daerom lulje niet vervaren 
Of je propt joufchip met warenj 
'k Weet wel datje om de vraght 
Wel een langhe maeltijd wacht. 
Langher hoefje niette blijven 
Alsghe flechts u rancke lijven 
Met de vruchten hebt befpeckt, 
Die u worden opghedeckt. 

Wilje munt met munt betalen 
? k Meen j e fult jou fa wel halen, 
Want ick looftje datje fchier, 
Nieten droomt,of hebtethier. 
Wiljenujemeughjemeften, 
Want hier is ghenoegh ten beften j 
Ick moet henen na den Rhijn, 
Sien waer dat onsNymphen zijn. 



Rhjjnfche 



SCHIP-VAERTS LOF. 

Rhij nfche Nymphen wel ghekomenj 
Dochters van de Duytfche ftromen, 
Die u Vaders lenden klooft, 
Daer* Agripp'fijn benden ftooft; 
*k Moet wat hoogher ghy Nayaden, 
a Sevenberger woud Dryaden, 
Die wel eer van Hellas kant, 
Hier metBacchuszijtgheland. 

Laet jou Baccherachfche druy ven, 
Met haer fap men breyn beftuy ven, 
'k Wedd' dat ons de dele vocht, 
Haeft met uin Delos brocht. 
Maer, waer toe fo veer gheloopen ? 
* Delos tuyn die ftaet hier open,- 
Hier is Necl:ar,hier is wijn, 
Hier is klock-fpijs voor den Rhijn, 

Lieve laet jou finnen weyen, 
By ons Nederlandfche reyen, 
Hier komt Maes en Wael by een, 
Ginder wipt een Yfel heen , 
Hier fo komt de Vecht begroeten, 
(Op het rauwe Tritons toeten) 
Ty en Amïïelaen haer Dam. 
Daer ick by mijn Mufa quam. 

Hier is werf en kay vol woelens, 
Hier de Aken vol kryoelens, 
Daer een vlot-fchuyt,hier een vat, 
Vol vanBacchus (bete nat, 
Hier is kas en jfack vol tellens, 
Koopman,(chipper vol beftellens, 
Hier is ladingh hoogher aen 
Met de pa(poort,dat kan gaen. 

Dan fb dientmen oock te foyen, 
Of eens luftigh om tepoyen, 
Daer mee wortet wind en ty, 
Dan fo raecktet zeyl daer by. 
Dat geld heen voor wind naMuyen 
Dan een weynigh bc t na 't zuyen, 

F f 3 Nude 



2*9 



f Ceuleru 



a Verftaet de fêveo 
berghen aen deuR-hijn* 
vijf mijlen boven Cetf* 
Jen* 



* DelioogheScboo) 
tot Leyden, 



ij* . ÏIHVN ËH Masë, 

Nu de boomen wel ghevat* 
Dat koft t' Wtrecht door de ftad. 

Aen de Vaert, is oock lacgh water ? 
Boeghtmen op het fweeps gheklater^ 
Neffens fanden, ftr and en dijck, 
Ê^rftede. Na het over oude * Wijck, 

Daer van daen fo koftet Rheenen, 
Wagheninghen en met eenen 
Aernhem,HuerTen,hier is kans, 
Om te gaen naSchencken-fchanSé 

Waerdigh ifTetom te loven, 
Daer mee peerd'me voort na boven, 
Nu den wey-aeck eens ghemant, 
Brood en haver brenghtnaland, 
Want de paerden moeten eten, 
En den drijver [moetje weten] 
Heeft gheróepen (als een man 
Spoeydje henen) om de kan. 

Daer mee (alm e te Em'rick landen, 
Want den nacht die komt ophanden. 
Na dat nu de locht begint, 
So is c t morghen veur de wind. 
c t Is ghefeyd,en c t word bevonden, 
Nu de lpriet om hoogh ghe\vonden ? 
*t Zeyl ghehijft,de Ichoot gheveft 
Hael in je roer fo gaetet beft. 

Rees en Wefèl vaft ghemoeten* 
Daer mee gaetme Rhijnberck groeten, 
Nu na land toe,repje voort,1j 
Haeltde Amptluy hier aenboord. 
Met fo gaet de wind veraerden, 
Haelt te Bürick ander' paerden, 
T\vijl[je betftet hier ghewent] 
Gheeft den koninck fijn Licent. 

Dan na Orffoy,hier is f t mede, 

Even als aen de ander Steden; 

Hier betaeltmen aen Roeroort, 

Dat de Kleeffche vorften hoort» 

Scheer* 



SCHIP-VAERTS LOF. 131 

Scheep nu over-Rbijn jou peerden 
Dat koft heen naKeyfers Weerde, 
Dan fo land me met een worp 
Aen de ftad van Dufïeldorp. 

Nu na Zoens daer moetje heulen, 
Met een fprongh fo hebje Ceulen, 
Welkom is 't dan aen den Rhijn, 
Welkom by den Rhijnfchen wijn ) 
Wat nu refter? feyd een ander 
Ginder leyd een over-lander, 
By de vifch- poort aen de kraen, 
Die wil eerft-daeghs hoogher aen. 

Nu fo loftme,morghen laedme, 
Hierfb looptme, ginder praetme, 
Defe waren fo ick gis, 
Moeten opwaert na de Mis. 
Sietmijn Nymphen,{iet revieren, 
Dusfienickuw'fchepen fwieren, 
Nu na boven dan beneên, 
Langhs u vochte lenden heen. ; 

Haren c t halven koomick vande 
Oceaenfche pekel-ftrande, 
En verkies de Duytfchefluyt, 
Voor het rauwe fchelpgheluyt, 
En vereerfe heyl'ger toonen, 
Dan de Satyrs uyt haer koonen 
Blafen, op 't Agripfche riet, 
Want die fangh en luft my niet. 

Hoord,ick moet u wat vertellen, 
Wijl ick fpreeck van dees ghefellen ; 
c t Is een ftori vol van ftof 
Aen mijn Rhijnfche fchipvaerts lof. 
LuyfterdNymphjes treed wat nader 
c tls een fabel van jou Vader, 
Al van over ouden tijt 
Miffchien ghy 't vergeten tijt. 



c k Hoorde leftent aen u reden, 
Hoe u docht dat onfe Steden, 



Van 



a 3 * RHYN EN MAS E, 

Van u Vaders errefgoct, 
Swommen in hun overvloet ; 
Neen mijn kinders laet u fêgghen, 
Ons Neréiden die hier leggen, 
Dat fijn Nymphen die den Rhijn, 
Niet een penningh fchuldigh zijn, 

c t Is ghebeurt in ouwe tijen. 
Dat dereufen God bedrijen, 
Wilden van Olympus top, 
Ten gheftarden Hemel op. 
Al de minder gootjes vluchten 
In fpeloncken in ghehuchten, 
Hier in Haghen ,duy n en dal, 
Iupiter alleen hil ftah 

Hy reckt boogh en blixem peefën 
En hy leertie Gode vreefen, 
Sloopende 't Olympfch gerots, 
Dempende der reufèn trots. 
Defe krijgh wasnaulijcks over, 
Dat'lijck kom ter weer een grover 
Ruwer vol lij ck uyt dien ftam, 
Dat die felfde krijgh aennam. 

Eerft begoften die te dooden, 
Veld-goón half en minder 3 goden, 
Die hun onder Iovis vaen 
Ruften tot haeracn te gaen. 
Wat ghebeurter? ons Neréiden, 
Waren vroom en heel befcheyden^ 
Die de vluchtelinghen in, 
Namen, om des Hemels min. 

Maer de Satyrs, die gheweken 
Waren, aen de Agripfche beken, 
Dat van ouds dochfchimpers zijn, 
Die belchimpren hier den Rhijn, 
En de feyden dat fen fufters, 
Waren bergh en bofch ontrufters, 
Datfe on^heoorloftheên, 
Slechts om 't mannefelfchap deén. 



Dit 



SCHIP-VAERTS LOF. i } ; 

Dit fchijnt heeft den Rhijn ghelpeten, 
Want hy heeft haer toeghebeten, 
Kent u fel ven, (potters gaet, 
Voelt wat op jou voorhooft ftaet; 
Al verweet hy haer de hornen, 
Hy en mochtfe niet vertornen, 
Maer fy guytten noch veelmeer, 
Tot s'hem raeckten in fen eer. 

Doen ontfpranck hy van fen fetel, 
En hy feyden,gaet vermetel, 
Hoorendragher uyt mijn huys, 
Wtmijn Criftallijnekluys; 
Metfo raecktenfeaen de biefen 
En de breedeleli-liefen, 
En verletten hem fijn kroon 
f t Cierfel van fijn water throon. 

Doen ontftack hy in fen oghen, 
En hy is haer toe ghevloghcn, 
De eene greep hy by den neck, 
De ander gafhy ginseen treek* 
Defe greep hy by fen oren, 
En hy wrongn hem 't grootfte horeri 
Van fen voorhooft, dus voortaen, 
Heeft hyfe altemael ghedaen. 

Daermee gaenfe voor hem deckerii 
En haer gey te pooten recken 
Na de boffchen,want de fchimp 
Keert den bock in Ezels glimp. 
Siet! ghy Satyrs wilje fpotten 
[Seyd de ftroom-godjfchuwt mijn grotten 
c t Steenigh kroos en lies dat fnijd 
Af, de hoornen van de nijd- 

Hebje luft nu meughje kóoten, 
Maer gantfeh onbequaem tot ftootenj 
Danckheb des den blonden Rhijn 
Daer ons Nymphenvrolijck zijn» 
Daer mee komt hy hier beneden 
Brenghende dees hornen mede 

Gg Volghe^ 



2 j4 RHYN EN MASE, 

Volgepropt met veld-ghewas, 
Datme van de boomen las. 

Defefchenckthy onderfcheyden, 
Aen fijn (iifters ons Nerëiden, 
Die verftreckten onsdaer na 
Elck een Cornucopia. 
Dit is d'oorfaeck dat ons Steden, 
In haer overvloedigheden 
Om haar weldoen (dit verdroot 
Vwe Satyrs) zijn vergroot. 

Segg jy nu,wel dit komt abel. 
Wilje ons payen met een fabel ? 
laick trouwen,onder fpel 
So voeght dit den dichter wel. 
Evenwel ghy bent bedroghen, 
Soge mient het is gheloghen, 
Het zijn dinghen, die in fchijn, 
Van een quack,loofwaerdign zijn. 

Daer mee is c t ghenoegh ghefónghen, 
Volght mijn Nymphjcs nu de (pronghen 
Met een Heliconfche (wier 
Op den trippel van mijn lier. 
Wahl, ghy luchter Rhij nfche vleughel 
Grijpt de Mafe by den teughei, 
Bind de krachten van het Scheld 
In het Batavierfch gheweld. 

Y(el,Rhij nfche rechter narrem, 
Veluws veften,gracht en (charrem, 
Groet de zuyder-zeefche ftrangh 
Met u O ver-yflelfch' fangh. 
Leek en Yffel , Schie en Gouwe, 
Blijft ons Rhijnfche Nymph ghetrouwe, 
Vecht en Aemftel,Ty en Spaer, 
Volght de (leep alhupplend naer. 

Vlie en Texel,beyde Vliefèn. 
Hoeders, van ons oude Vriefen, 
Kinders vanden Oceaen, 
Hoe ftaen u dees reyen aen ? 

Wilje 



SCHIP-VAERTS lof, 

Wiljemetu Meereminnen, 
Op de fbeteftroom beginnen, 
Aen derRhijnfchenNymphen dans } 
So komt herwaerts hier c s noch kans. 



*3! 



Rhijnfche hoogh-gheleerde dichter^ 
Batavierfche zeden-mchters, 
Ty en Amftels wijf heydscier ; 
Speelers op Apollos lier : 
lek vereer ü defe reyen, 
Wiltfè maer ten dans gheleyea 
Guntfe mee een lauwer-blad 
Meer en wenich ick niet als dat 

E.HERCKMAN& 



E Y N D E, 



Gg * 




Poëtfche Hemel -vaert, 

Tïesvsaerd geroemden Zee-Helds 

CORNELIS IANSEN DE HAEN 
AMSTERDAMMER, 

Zeghbaerlijck gheblevenin denleften fcheeps-ftrijd , ghefchied 

tuffchen hem met fijn fchip alleen ter eener } en twee 

Duynkerckfche fchepen ter ander zijde, 

op den 18. April 1633, 




Eeft reden plaets by u? O Godlijck zaet! 
Die op de wacht in Iovis heyr-baen gaet> 
So ftaet wat op, en raaeckt de paden veyligh 
Ter helden woonft,voor onfèr helden heyligh. 
Vraeght niet, wie 't is, 't is Iovis ooghenblick, 
't Is Mavors vyer,der Vlaemfche leewen fchrick: 
Dien fleren Haen,die metlèn ftemme dondert, 
Dat Nereus van fijn krayen was verwondert : 
Dien Zee-Haen daer de Heeren van f t bewint 
(Van de opper-forgh voor 't weerloos (cheeps-ghefind, 
Ter nood verey fch) den rover mee betrapten, 
En (b met hem van zeegh tot zeghe ftapten. 
Dien zee- held is 't en eyfchtge meer befcheyd ? 
Die (èven-mael voor 's hands heeft neer gheleyd 
Den fleren moet fijn 's vyands, en dat meer is 
Diens yeder zeegh bezegheld t'fijner eer is 
Met fchepen winft, voor 't vrye Nederland : 
Dat kiel en (chip tot lof der zee-vaert mant. 
Het is de ziel van defè,die ten leften 
Sijn leven voor fijn eere gaf ten beften. 
Daerhy alleen, benepen tuffchen twee, 
Meer met fijn moet dan met fijn krachten dec. 
Sijn hertemaeckt fijn meerdervyand flapper, 
Dit moedight hemte vyand even dapper. 
Het blixem-vier dat oyt in Lemnos gloet 
Van Steropesen Brontes was gheboet, 
DatMulciberbefloot tot 's Hemels wonder, 
Heeft hy ghefpild ghelijck Iupijn den donder : 
Tot dat i&ol met Nereus en Vulcaen 
Haer alle deën befbnder weghen gaen. 
Het blixem-vier dat Lemnos had ghevonden 
Vaft voor en na veel zieligh bloed verflonde, 
Des docht Vulcaen te proeven op fèn vlam, 



Of oock dit vier uyt Iovis koker quam. 

Dus komt hy eerft in een der rovers ploffen 

En heeft van daer den fleren Haen ghetroffèn j 

Hier vind hy proef,de grootfche ziele vlood 

En 't ljchaem ftorf een braver helden doot. 

Maer niemand kreuckt, fchoondat de braeffte vielen; 

Hetyfêr fnorr'd' als haghel door de kielen. 

Tot Nereus op(van uyt de diepten )keeck, 

En fiende dat Borgongiens moetbeiweeck, 

So Ipalckt hy op fijn groene wijde raken, 

En hapten toe,dat kiel en maften kraken, 

Des eenen,dien hy flockten in lèn baft. 

Met komt «<Eool (en fiet diens maet in laft, 

Die nu alleen fich alle hoop ont(èyden, 

Den dans t' ontgaen) en aemd daer tuflfchen beyden 5 

Deur gaet hy ftrack,en laet dezeeghbaerheld 

Met eewigh' eer van Nereus oorloghs veld 

Ten hemel op te klimmen,om de helden 

Aen Iovis difch fijn groot bedrijf te melden. 

Dees' is 't die komt, derhalven haeft u voort 

En brenght fijn ziel ter plaetfen daerfe hoort. 

MAer ghy die op fijn wit begint te doelen, 
Doet ons van u dat wy van hem gevoelen, 
Ghy fult niet min als hy van ftap tot ftap 
Met uwen naem betreën dien eeren trap, 
Ghy fult niet min op Famaes (ètel klav'ren 
En met uw roem 't metalen huys doen dav'fen» 
Al fchift u ziel, wat eyfchtge meerder lof? 
Dan datge laet u doen ter dicht'ren ftof, 

V lijf hetgraf,en om fo goeden fake, 

V ziele met den Enghelen haer vermaken. 

E.HERCKMANS. 




REGISTER 



Aenwijfende de voornaemfte Zee-vaef- 

den,ende daer aenklevende gefchiedeniffen,die in defen Boeck 
verhandelt worden, gheftelt op de Namen der uytftekenfte 
Perfbnagierijdaer van in de felve ghefproken word. 



A. 



jk Dolphus Graef van iSIafTou Keyfer. 
/\ pag.i42. 

J" J^ Adriaen Pater Admirael Genérael 
der Ned.rlandfche fchepen in 
Weft-Indien. pag 207. 

P.iElius Adrianus Keyfer tot Romen. pag. ui. 

^ilius Pertinax Keyfer pag. 112. 

^Emilianus Caefar. pag. 114. 

j&neas vlucht uyt Troyen. pag. 16. komt by 
Dido.28. land in Italien. pag. 29. 

«^EolusG >d der winden,waerom pag. 30. 

Agamemnon.pag. 29. ? o. 

Agenor koninck van Sydon.pag.23. 

Agefilaus.pag.48. 

Aiftulphus koninck der Longobarden. pag. 128 

Alaricus koninck der Gotthen verwoeft Ro- 
men, pag, 11 8.1 19. 

Albertus van Habsburgh Keyfer. pag. 142. 

Alcibiades.pag.4^. 

Alcinous koninck van Pheaca.pag. 3 3. 

Alexander de Groote , maeckt Galeyen van 
twalef riemen, pag. 5. fijn veroveringh van 
Afien pag ji J2 f 3. 74. 

Alexander Aurelius Severus Keyfer. pag. 113. 

Alexander Caefar in Griecken.pag. 131. 

Alexander de lèfte Paus van Romen , deyld 
beyde Ooft ende Weft-Indien aen de ko- 
ninghen van Portugael en Caftilien. pag. 
tf9.16i.16i. 

Alexander Farnefius Prince van Parma, pag. 
178. 

AJfonfo koninck van Portugael. pag. 14 9 . 

Alfonfo Albuquerck Portuguees, overfte van 
een vloot Ichepen , gaende na de Oofter- 



Indien pag. 163. werd Vice-Roy.i^.i^. 
Alphonfiis koninck van Caftilien Roomfch ko- 
ninck. pag. 142. 
Americus Vefputius komt inde Weft-Indien 

ende noemt het land na hem America, pag, 

i<5i. 
Aminocles vinder der Galeyen pag. 4. 
Amurathes Otthomannus Turckfche Keyfer» 

pag. 144. 
Amyclas een vifTchef vaert met Caefar by nacht; 

m-76. 
Anaftafius Dicorns Keyfer in 't ooften. pag. 

122. 
Anaftafius Arthenius Keyfer in ' t ooften pag, 

126. 
Anchifes Vader van iEnéas fterft. pag.28. 
P.Annius Tacitus Keyfer totRomên.pag. 1 iy, 
Antigonus ff. Antiochus. pag, 62; 
Antoninus Pius Keyfer tot Romen. pag. 112. 
Antoninus Baffianus Keyfer. pag.112. 
Antoninus Heliogabalus Keyfèr.pag. 112. 
Antonius Primus een overfte Véfpafiani. pag, 

109. 
Antoine Saldagne overfte van een vloot fche- 

pen na de Ooft-Indien van de Poïtugueefen s 

pag.itfj. 
Antonio de Oquendo Genèraliffimo van een' 

Spaenfche vloote in Weft-Indien. pag.207<; 
Apoftel Pauli fchip- vaert. pag. 106. 1 07. 
Arcadius Keyfer in 't Ooften. pag. 118. 
Archimedes Syracufanus. pag.ói, 
ArckeNoahs. pag. 6. 
Argos fchip pag. 20, 

Arioviftus koninck der Duytfêhen. pag. 72» 
Ariftides pag. 42. 
Arminius overfte der oude Duytfchèn.pag.pp, 



101. Ï02, 



Gg 3 Arnulphös 



E G ! S T E 



«Jen ïn c t noorden te ontdecken. 170, 
Hunnen wat volck het zy, 1 3 2. 
Hyppius eerfte vinder der koopvaerdy lche- 

pen.pag.34. 



I. 



T Acob CorneliiTen van Neck Hollandfche 
•*■ Admirael over een vloot ichepen inde 

Ooft-Indien187.188.189. 
Iacob Ie Mair ontdeckt de ftrate Ie Mair , tot 

inde zuyd-zee. 194. ipf, 
Iacob van Heemfkerck fijn voyagien na Way- 

gats,i 82. 1 83 . fijn eerfte en tweede reyfè na 

Ooft-Indien. 188. 189. fijnflagh voor Gi- 
braltar. 190. tot 192. 
Iaeob Wilckens Admirael der Vereenighde 

Nederlanders inde veroveringh der Bahy 

de Todos los Santos. 195". tot 197. 
Ian Haukeyns Admirael van een Engelfche 

vloote in Weft-Indien. 179. 
Ian Huyghen van Linfchoten gaet na Way- 

gats. 172. 
Iaques 1'Heremijte Admirael der NaiToufche 

vloote inde zuyd zee. 19 y. 
Iaques Lopez de Sequeire Vice-Roy des ko- 

nincks van Portugael inde Ooft-Indien. 1 6f. 
Iafón Capiteyn op 't {chip Argos.2o.Schaeckt 

Medea. 24. 
Icarus met fijn Vader Dasdalus vinders van 

maften en zeylen.pag.20. 
IcetesTyran van Sicilien.y8. 
Ieronimo de Sylva Gouverneur der Spanjaer- 

den inde Molucques. 193. 

Inguiomerus een overfte der oude Duytfchen. 
pag. 99. 

Innocentius Paus van Romen. Ho. 14 1 . 

Io de dochter van Inachüs koninck van Argos 
word wech ghevoerd.pag.22. 

Ioan Alvaresd'Avila Admirael der Spaeniche n 
voor Gibraltar. 190. 

Ioan de eerfte koninck van Portugael. pag. 148 

Iohan de groote koninck van Portugael. 149. 

Ioncker Iohan van Dort, Gouverneur der Ver- 
eenighde Nederlanders , vande Stad Salva- 
dor inde Bahy de Todos los Santos, pag. 
197.198. 

Iohan Graef van NalTou , in dienft des ko- 
nincks van Spanjen , verfbeckt fijn heyl te 
water.204.tot 206. 

Iohannes Cantacuzenus Keyfer tot Conftanti- 
nopel.144. 

Iohannes Paleologus Keyfèr aldaer. 144. 

Iohannes Verrefanus overfte van een France 
vlote ontdecken la Florida in Weft-Indien. 
pag. 167. 

Iohannes Zimifces Keyfer in Griecken. 132. 

lonas Schipvaert. 37.38. 

lorisvan Speylbergh zeyld uyt Zeeland na de 
Ooft-Indien, 1 89, 194. 



S 



Irene Keyferinne tot Conftantinopel heerfch| 

met haren tone Conftantijn. 128. 
Iromus koninck van Tyro. 35:. 
Italien met rotten ofte Secten verdeeld. i2ïj 
Ivan Vaciliwijtfch Groot-vorft van Mofa* 

vien.171. 
Iuba koninck van Numidien. 8 y. 
IuKanusByzantius Keyfer tot Conftantinopel. 

117. 
IuliusCaefarden wijtberoemden veld-heer der 

R0meynen.pag.d5*. 71. tot 94. 
Iupiter koninck in Creten trout Europam. 2J,«, 
Iuftinus Keyfèr in Griecken. 1 23 . 
Iuftinianus Keyfèr. 123. 
Iuftinus Iunior. 123. 

Iuftinianus of Iuftinus de derde Keyler. 12 e. 
Iuftus van NalTou Admirael van Holland. 178, 
Iuvianus Keyler. 118» 

K. 

KArel de groote Keyfèr in Duytfchland, 
pag.T28. 
Karel de Hechte koninck van Vranckrijck, 

pag. r 32. 
Karel de vijfde Keyfèr In Duytfchland. 171. 

173. 

Kerckhoven Admirael van een vloote Hol- 
landfche fchepen , tot byftandder Venetia* 
nen. pag. 19 y. 

Klaes Gerritlen Kompaen , een vermaerdzec* 
rover. 192. 



L. 



LAomedon koninck van Troyen. pag.24.; 
Latinus koninck van Latia.29. 

Lavinia koninck Latinus dochter. 29. 

Laurens Reael Amfterdammer , Gouverneur 
inde Molucques , namaels Generael van In- 
dien. 194. 198. 

Leo de eerfte.Keyfèr tot Conftantinopel. 120* 

Leo Ifaurus Keyler in Griecken. 126, 

Leo Casfar in Griecken. 129. 

Leo de vierde, Keyfer. 128. 

Leo de vijfde,Keyler.i 3 r. 

Leontius opgheworpen tot Keyler. 125'. 

Linius Menemus een Romeynfch lcheeps- 
overfte. 62, 

Lodovico PerezHartogh van Medina Sidonia 
overfte der Spaenfche vloote des jaers. 
1y88.pag.178. 

Lodovicus Balbus Keyfer in Duytfchland. 1 3 r.' 

Lodovicus Pius Keyfèr in Duytfchland. 129. 

Lodovicus de tweede, Keyfèr. 1 30. 

Lodovicus Quartus Keyfer. 132. 

Lodovicus koninck van Vranckrijck. 1 3 6. 

Longobarden komen in Italien. 123. 

Lopez Sampaio Vice-Roy des konincks van 

Portugael 



REGISTER, 



Portugael inde Ooft-Indien. pag. 16 f. 
Lopes Soarez overfte ende daerna oock Vice- 

Roy inde Ooft-Indien. 164. 16 f. 
Lotharius Keyfèr der Duytfchen. 129.130. 
Lotharius Vorft van Saxen, Keyfèr. 1 36. 
Louys de XIII. koninck van Vranckrijck.198. 
Lucius Cae(ar,een van den Roomfchen raed tot 

Utica.90. 
Lucius Lentulus een Roomfchen raed£heer. 

pag. 83. 
Lucullus Borghemeefter van Romen. 68.69. 
Lyfander een krijghs-overfte van Lacedaemon. 

pag. 47. 
Lyfimachus een van den bloede Alexanders de 

Groote.j'j. 

M. 

MAgellanes ftrateeerft ontdeckt.i 66. 
Mago een fcheeps - overfte van Car- 

thago.^. 
Mahomet den eerften der Mahometifche 

Secle. 124. 
Mahomet de tweede van dien naem Turckfche 

Keyfer.144. 
Malovendus overfte der Oetmaarfèrs.pag. 104. 
Manoel koninck van Portugael. iyo.idf. 
Manuel Keyfèr in Griecken. 136. 
M.Antonius Luytér&nt van Caefar. 7f*77- 
M, Annius Florianus Casfar tot Romen. 1 iy. 
Marcus Aurelius Kcyfer. 112. 
Marcus Marcellus Borghemeefter tot Romen. 

pag. 6r. 
Marcus Rubrius een Roomfchen raedf-heer.87 
M.IuliusPhilippus Keyfèr. 113. 
Maria Coninginnevan Engelland.171.173. 
Martianus Keyfèr tot Conftantinopcl.120. 
Matthia de Alburquerque Gouverneur des ko- 

nincks van Spanjen , van de Capitanievan 

Fernambuco.203. 
Mauritius Keyfèr tot Conftantinopel. 124. 
Maximiliani Graven van BoflTus fcheeps-ghe- 

vecht op de zuyer-zee , en 't Hoorénfche 

hop.172.173* 
Maximianus Herculeus Keyfèr. 116. 
Maximinus Thrax Keyfèr. 1 1 3. 
Mayen van boomen in ftee van zeylen. 1$, 
Medea. pag. 24. 

Melichiaz Gouverneur van Diu. 164. 
Memnon Admirael derfchepen Darij.5'2. 
Menapij ofte Vlaminghen haer eerfte fchip- 

vaert.4. 
Menelaus Vorft van Sparten.2j'. 
Menelaus den broeder Ptolomeij des konincks 

iEgypti.fó. 
Menichen en beeften haerder zielen onder^ 

fcheyd. pag.2. 
Michael Rancabe Keyfèr in Griecken. 129. 
Michael Thraulus Keyfèr. 129. 
Mie hael de derde Keyfèr. 1 30. 



Michael Calephates Caefar. 1 34. 
Micifpa koninck van Numidien. 9^. 
Mikiadesveld-overfte van Athënen.40. 
Mindarus Admirael van Lacedaemon. 46. 
Minos koninck van Creten. 19. 
Mithridathes koninck van kleyn Afien.pag, 

(58 tot 70. 
Monotheliters Sefre. 124. 
Mofcovien eerft ontdeckt.170. 
Motencuma koninck van Mexico. 168. 
Mucianus Roomfche land-vooghd inSyrien 

pag. 109. 
Myfiers eerfte fchipvaert.4. 

N. 

NArfès een Eunuchus veld-overfte des 
Keyfèrs Iuftiniinltalien.123. 

Nearchus Admirael over de fchepen van 
Alexander de Groote.y4. 

Neoptolemus Vice- Admirael van Mithrida- 
thes. 68. 

Neptunes Godderzee,waerom.3.4. 

Nefichroon vinder der Galeyen.4. 

Nicephorus Caefar in Griecken. 128. 

Nicephorus Phocas Keyfèr. 132. 

Nicias een Atheenfch krijghs-overfte. 4J. f8. 

Nimrod eerfte koninck. pag.17. 

Noah bowd de Arck. (5.7.8.9. 

o. 

OCtavius Caefar Auguftus Monawha. 97.' 
O&avius Libo een overfte van de zijde 

Pompeij. 7f 90. 
Odoaker koninck derRugianen werpt hem op 

totTyran in Italien.12r.122. 
Oetas koninck van Colchis. 74. 
Olivier van Noord zeyldrond-om den aerd- 

kloot.189. 
Opilius Macrinus Keyfè r tot Romen. 112. 
Oreftes Agamemnos föne. 27. 
Ottho de eerfte Keyfèr van Duytfchland. 132. 
Ottho de tweede Keyfèr. 132.133- 
Ottho de derde Keyfèr. 133. 
Ottho Hartogh van Saxen Keyfèr. 140. 



p. 



PAgan koninck der Bulgariers. 128. 
Paulus Apoftelfljn fchip-vaert.106.107. 
Paulus van Caerden Hollandfche Admirael in- 
de Molucques. 163. 
Perdiccas een navolgher van Alexander de 

Groote. 57. 
Pericles veld- overfte van Athenen. 44. 
Pharnabafus ftadhouder des konincks Perfi» 

46.49* 

Hh Philippicui 



REGISTER. 



Phillippicus Bardanius Keyfer in Griecken. 

ïz6. 
Philippus Hartogh in Swaben en Etrurien 

Keyfer.139.140. 
Philippus koninck van Vranckrijck. 143 . 
Philippus koninck van Spanjen , trouwt Maria 

koninginne van Engelland. 1 71.173. 
Phocas Keyfer in Griecken. 124. 
PiedroAlvaro Capral Generael over een Por- 

tugueefche vloote na de Ooft-Indien. 161. 

162. 
Piedro Mafcaregne Portuguees dinght om 

Vice-Roy te wefênvande Ooft- Indien, idf 
Pi eter Adriaenfz van Vlilfinghen Admirael van 

een Zeeufche vloote inde Weft-Indiens.199 
Pierer Pieterfèn Heyn , V ce-Admirael inde 

veroveringhe van de Bahy, 197. Admirael 

van een ander vloote inde Bahy. 1 98. neemt 

de Spaeniche Silver-vloote ,[i99.werd ghe- 

koren Admirael van Holland. 200. blijft 

doot. 20 r. 
Pluto den God des rijckdoms. 201. 
Poliphemus reufê op c t Eyland Sicilien. 30. 
Pompeius.óy. 70. tot 82. 
Portugueefèn eerfte vinders van den pas om 

de Cape bon Efperance na de Ooft-Indien. 

pag.iyo.iyi. 
Porus koninck van Indien.^. 
Probus Keyfer tot Romen. 1 1 y. 
Prophecije teghen Tyro. 34. 
Prulias koninck van Bithinien. tf 3 1 
Ptolomeius een der erfghenamen Alexandri. 

$7. tot f 7. 
Ptolomeius Dionyfius koninck van /Egypten. 

pag.80. 
Ptolomeus Philopater vergrooter der Ga- 

leyen met 40 paer riemen, pag.f. 
Puppijn koninck van Vranckrijck. 128. 
Pyrrhus Achilles fbne.27. 
Pyrrhus koninck van Epyren. 5-7. ^9. do. 
Pyfander Admirael van Lacedaemon. ƒ o. 
Pythagoras Philoföph van Samos.202. 

Q- 

QVintilius Caefar tot Romen, ir e. 
Quintilius Varro een Roomfch veld- 
overfte. ^, 

R. 

"D Adbodus koninck der Vriefèn. 127. 

Regens oorfa eek. pag.3. 
Reufen bekrijghen de Goden.232. 
Rhijn en Mafe Schip-vaerts lof. 227. 
Richard Chancelour Enghelsman eerfte ont- 

decker des lands van Mofcovien. 170. 
Richardus koninck van Engelland. 139. 142. 
Riemen en roeyen der fchepen eerft ghevon- 



den.pag.12. 

Rodrigo de Mendoza Admirael der Spaen- 
fche konincklijcke vloote in Mardelzur.194. 

Rogerius koninck van Sicilien. 1 3 7. 

Romanus Argyrus Keyfer tot Conftantinopel. 

Romanus Lacapcenus werpt üch op tot Key- 
fer. 132. 

Romanus Iunior Keyfer. 132. 

Rudolphus Graef van Habf burgh Keyfer in 
Duytfchland. 142. 

Rudolphus Hartogh in Swaben , van den Paur 
inghedronghen tot Keyfer van Duytfch- 
land. r 34. 



s. 



C AladinusPrince van Babilonien.pag. 1 38. 
Salomon koninck tot Ierufalem. 3f .36. 

Salvius Ottho Kcyfèr.pag. 109. 

Sapores koninck in Perfien.ri4. 

Saraceenen,waerom alfo ghenaemt. i2y. 

Satyrs Fabel. 23 1. tot 23 3. 

Scipio Africanus. 64. 

Scipio Metellus.84.8jr. 

Segeftes een Heer der oude Duytfchen.99. 

Segimerus een overfte der oude Duytfèhen. 
pag.100. 

Scleucus fone van Antipater vandemaeghfehap 
Alexandri. 55*. 

Senecas Prophecije van de vindingh det nieu- 
wer wereld, 1 f 7. 

ServiusGalba Keyfer. 109. 

Sefoftris koninck van iEgyptens eerfte {chip* 
vaert.4. 

Severianus Keyfer in Italien.120. 

Severus Keyfer. 112. 

Slanghen vechten ter zee. 64. 

Solon een der feven wijfên van Griecken. pag. 
3839. 

Solymas Admirael der Saraceenen valt in 

Griecken. 127» 
Sond- vloed. pag. 8. 

Spaenfche vloot van 't jaer.i y88. pag. 178. 
Spaenfche Tyranny in Weft-Indien. 167. tot 

169. 
Spithridathes een veld-overfte Darij. j 1. 
Steven Verhaghen overfte van een vloote Ne- 

derlandfche fchepen in Ooft-Indien. 190. 
SubtijlheytThemiftoclis inden grooté fcheeps- 

ftrijt teghen Xerxes. 41. 



T. 



Hemiftocles veld-heer der Athenienfêrs. 
pag. 40. tot 42. 
Theoderic van Verone koninck derGotthen, 

122. 
Tbeodora Keyfèrinne in Griecken. 134. 

Theodofiu$ 



T 



R E G I 

Theodofius de eerfte,Keyfer. 1 1 8. 
Theodofius de tweede,Keyfèr in 't ooften.120 
Theodofius Adramijttenus Keyfèr in Gre- 

cien.126. 
Theophilus Keyfèr in Griecken. 1 30. 
Thefeusftichtervan Athenen. 21. 
Thethijs de moeder aller wateren, if. 1 10. 
Thitrauftes ftadhouder Artoxerxis.49. 
Thomas Candifch Engelfch Ridder zeyld den 

aerdklootom. 177. 
Tiberius Claudius Nero Keyfèr. 99.104. 
Tiberius Conftantinus Keyfèr in Griecken. 124 
Tigranes koninck van Armenien.pag.70. 
Timoleon fcheeps-overfte der Corinthiers. y8 
Tiflaphernes ftad-houder des konincks Perfi. 

48. 
TitusFIavius Vefpafianus Keyfèr. 109. 1 10. 
Turcken opkomft pag.128. 
Turnusvorft der Rutillen.29. 
Twift der Philofbphen over de fcheppingh. 2. 
Tijd een verflinder een herftelder aller dingen. 

208.209. 

V. 

\T Alens Cefer in 't weften pag. 118. 
* Valentianus Keyfèr tot Conftantinopel. 

pag. n 8. 
Valentianus Keyfèr tot Romen. 120» 
Valerianus Keyfèr in Italien.114. 
Vafque de Gama eerfte vinder van de Ooft-In- 

dien door fchip-vaert, pag. ifo. tot 177. 

werd Vice-Roy van Indien. 16 f. 
Veen-boer een overgheloopen Hollander , een 

beroemt zee-roover by den Turcken. 193. 
Vinnen der vifïché afbeeldfelts der riemen. 13. 
Viflehen ftaert voorbeeld van *t roer. 13, 
VifTchers boot voor 'tPaufèlijck ghefagh.pag. 

13 f, 141. 143. 
Vitthigen koninck der Gotthen.123. 

F I 



N 



STER. 

Vlpius Nerva TrajanusKeyfer.no, 
VlyfTes zce-vaert pag. 30. tot 33. 
Voorteyckenen van onweer. 76. 
Vrede over «rgantfche Roomfche rijck. 98. 
Vrederijck Hartoghin Swaben.i3^. 
Vulteius een fcheeps overfte van Cajfar. 7 y. 

w. 

TTTT Andalen ende Gotthen verwoeften Ro- 
" men. 119. 

Weft-Indien eerft ontdeckt, 158. waerom 
America ghenaemt. 161. 

Wilhelmus Graef van Holland Roomfch ko- 
ninck. 141. 

Ioncker Willem van NafTou Admirael van 
Holland. 198. 

Willem Verhoeven overfte van een vloot 
Zeewfche fchepen inde Ooft-Indien. 190 

Winds oorfaeck. pag. 3 . 

Wybrand van Warwijck Vice- Admirael van 
een vloote Hollandfche Schepen gaende 
na de Molucques. 187.183. 

x. 

jt Ewes koninck der Meden. pag. 4o.fijnen 
"**• fcheeps-ftrijd met den Griecken, 42. 
maeckt vrede met Cimon.44. 

Y. 

Y^ Sabella Clara Eugenia Infante van Span" 
jen^Hartoginne van Brabant. 200.204* 

z. 

^ Ee- roof der Turcken van onfèn tijd, pag» 

^~* 192.193. 

Zenagorasvergrooter der Galeyen.f. 

Zeno Keyfèr in Griecken. pag. 122. 

Zielens eyghenfcbap. pag.i. 

Zoe Keyfèrinne tot Conftantinopel. 13 %. 

I S. 



Den Drucker tot den Lefèr. 

Ofghy,ofhier,ofdaer, een averechtjche letter, 
O Lefer,tvordghewaer, dat wijt niet onfenfetteYi 
"Mlaer betert dus defeyl,envindge meer daer in 
Alt deje? dat verftaet en oordeelt na denfm. 



E R R 

Pag. 1 . regel 6. varmaeck, leeft vermaeck. 
Pag. 8. regel 24. Tomijnen, leeft Tonnijnen. 
Pag. n. regel 3. ftranden,/«?/? landen. 
Pag. id. inde mergine d, Sorza, leeft Sorya. 
Pag. 16. regel 6. Aflzrier, leeft Aflyrier. 
Pag.22, regel x. ghefpni, leeft gbefpin. 
Pag. f o. regel 16. pilaer,/*?/? pylaer. 
Pag. 77> regel 27. roem, leeftRoom. 



ATA. 

Pag. 78. regel d. Heer,/«/? heen. 

Pag. 204. regel 14. ftijdvaerdigh, leeft ftrj/d- 

vaei digh. 
Pag. 140. inde mergine ƒ. uytftekfc , leeft 

uytfpelde. 
Pag. 144. inde margine kj fontv{entts , leeft 

Cantacu^enHS. 
Pag. 217. regel 31. ftervingA , leeft fervingh. 



ftsfMSTELREDAM, 






Ghedruckt voor Iacob Pieterfz Wachter, 
By Ian Frederickfz Stam in de Hope» 
cId, lo, C. XXXIV. 



\ 






. 



(7: 






Q i 






1 



I